Curaçao
en omgeving

Tijdens
het hurricaneseizoen biedt Curacao voldoende veiligheid vanwege
zijn zuidelijke ligging al is het niet onder de 12 graden
noorderbreedte grens. Het Spaanse Water is een ruime zeer
beschutte baai met een nauwe ingang. Geen wonder dat hier
tientallen jachten - waaronder veel Nederlandse - overzomeren.
Met de bus of huurauto ga je naar Willemstad, de hoofdstad
van het eiland. De Nederlandse invloed is hier onmiskenbaar.
Bijvoorbeeld alle verkeersborden zijn in het Nederlands. De
gevels zijn heel bijzonder, zowel qua vorm als qua kleur:
veel okergeel en pasteltinten. De bevolking is merendeels
zwart, maar zoals op veel plaatsen in de Carieb zijn de dure
winkels met horloges, goud en zilver, elektronica en fototoestellen
in handen van Indiërs.

Midden
door de stad loopt een breed vaarwater, de St. Annabaai. Voor
de voetgangers is de beroemde Koningin Emmabrug, ookwel pontjesbrug
die sinds 1839 de oevers van Punda en Otrobanda verbindt.
Als er een schip door moet dan zwaait de hele brug naar een
kant. Recent is de brug gerestaureerd. Als de brug open is
varen twee pontjes af en aan. Vanaf een van de terrassen heb
je een prima uitzicht op het hele gebeuren. Het autoverkeer
gaat over de hoge Julianabrug aan het einde van de baai (bij
de bouw een keer ingestort). Voor de statistiek: er is ook
een Wilhelminabrug, van het bestaan van een Beatrixbrug zijn
we niet op de hoogte.

Pontjesbrug
op de foto(!)

Emmabrug
anno 2006

Autobrug
over St. Annabaai
De
drijvende groente-, fruit- en vismarkt is in handen van Venezolanen:
zij liggen met hun bootjes aan de kade en zorgen dat er elke
dag vanuit Venezuela verse waar wordt aangevoerd. Logisch
dat de kustwacht regelmatig met snuffelhonden wat steekproeven
doet om te zien of er ook een 'verdwaalde' partij verdovende
middelen meegekomen is. Recentelijk werd weer een flinke vangst
gedaan.

Drijvende
markt
Strandleven
De
stranden en baaien met duik- en snorkelmogelijkheden zijn
volop aanwezig. Zeilend langs de zuidwestkust zie je grote
en kleine stranden al dan niet voorzien van parasols en een
terras. Voor naturisten is er één officiële
mogelijkheid: het kleine ommuurde strandje van het Sunset
Waters resort. Wel zie je overal topless en staat nergens
wat wel en niet kan. Grappig is dat je voor de meeste stranden
per auto moet betalen, meestal NAf 5,-. Met voor de kust geankerde
schepen hebben ze echter geen tarief. De stranden worden goed
onderhouden, er zijn volop afvalbakken en 's morgens wordt
op de betaalde stranden geharkt, etc. Vanaf de meeste stranden
kan je prachtig duiken of snorkelen. Het water is er glashelder
en van een prima temperatuur. Omstreeks het middaguur is het
wenselijk om in de schaduw te vertoeven, voor een Europees
huidje is de zon dan veel te heftig.
Een
bijzonder ochtendje Caracas baai.
Zeven
uur, we worden opgehaald door buurvrouw Jelka van de "Aeson".
Op de schepen die we passeren nog geen tekenen van leven.
We varen de zijbaai van het Spaanse Water in, de Kabrietenbaai.
De witte breedvleugel havik kijkt ons vanaf zijn hoge positie
rustig na. Het voormalig quarantaine-eiland bezit een binnensteiger
met open partyboot en een woonbootje, aan de zeekant een strandpaviljoen
met een betaalstrand, een duikschool, een grote aanlegsteiger
voor kabelleggers, een oud fort en het voormalig leprahospitaal.
Er lopen asfaltbetonwegen over het eiland die de Shell opslagtanks
van tientallen jaren geleden verbonden. Aan de westkant ligt
het wrak van een klein slepertje, een paar honderd meter ten
zuiden daarvan is 'ons' verlaten "direktiestrandje".

"leprahuis"
We
maken de dinghy aan de binnensteiger vast en kiezen eerst
voor het pad langs de noordelijke oever. Achter de partyboot
langs waar de eigenaar in zijn hangmatje nog ligt te slapen.
De regenplassen van gisterochtend zijn nagenoeg opgedroogd.
Een klein grijs slangetje kronkelt over de weg en lijkt bereid
om ons aan te vallen. Dan over de hoogvlakte waar voorheen
de tanks stonden, deze zijn gelukkig 'spoorloos' verdwenen.
Het uitzicht over het Spaanse Water is schitterend. De weg
daalt af tussen hoge rotspartijen. Op een metershoge cactus
zitten twee groene pagegaaien met oranjegele koppen te kwetteren.
Langs de kant van de weg een meertje met zowaar een enkel
steltlopertje, een soort Curaçaose kluut. Achter het
restaurant langs - waar een zware generator zoemt - de weg
omhoog. Kleine gele vogeltjes schieten over de weg. Een enkel
konijntje laat zich verrassen. We dalen aan de zuidoostkant
af over de onverharde weg naar de trap tegenover de Barbara
Beach. Aan de overkant het nog verlaten strand met de bekende
parasols van palmtakken.
Nu
naar ons strand aan de zuidwestkant. De versleten trap brengt
ons op het koraalstrand. De golven laten het koraal rinkelen.
Kleren uit, duikbril en snorkel aan en te water. Een tiental
meters van de oever is een koraalplateau van een meter of
vijf diep, om tien meter verder in een peilloze diepte over
te gaan. Prima zicht, je zweeft boven de afgrond. De een volgt
het plateau naar het gezonken slepertje om de hoek, de ander
gaat naar de hoek van het rif. Naast de 'gewone' rifbewoners
zagen we een groepje van 12 inktvissen, werden we een stuk
begeleid door en drietal grote barracuda's. Deze waren niet
eens echt verdwenen toen een school vissen naderbij kwam:
wit met gele staart en zwarte streep: horse eye jacks: het
waren er meer dan vijftig(!), de grootste tegen de meter.
Ze bleken nieuwsgierig en zwommen tot op 50 cm aan je duikbril
voorbij. Een had een stuk nylon uit zijn bek hangen: aan de
dood ontsnapt. Als je al geen kippevel had van de barracuda's
dan had je het nu. Opgetogen van deze geweldige ontmoetingen
weer richting kust. Een groot betonblok - of een schatkist
- in het vizier, het bleek het eerste... Vlakbij onder een
rots een zwiepende antenne die vissen wegjoeg. Een duik en
ja hoor, een enorme kreeft zat er in zijn hol. Hoe krijg je
die nu op je bord? Helemaal uit mijn dak naar ons koraalstrand.
Drogen in wind en zon, een verdwaalde strandkrab kruipt onder
je voet. Ook veel migrerende "purple clawed" heremietkreeftjes
maken het strand onveilig. Ze verdwijnen snel in hun schelp
als je nadert maar als je stil staat dan komen ze voorzichtig
weer naar buiten.

looproute
Via
het slingerende paadje omhoog. Ligt er een onderkaak en enkele
botten van een mongoose of een ander roofdiertje naast het
pad. Bovenaan gekomen genieten we van het schitterende uitzicht
over zee: is Venezuela vandaag wel of niet te zien? Over de
heuveltop langs het pittoresk vervallen gebouw waar de lepralijders
in hun isolement zaten naar beneden. Onderweg een paar kalabassen
geplukt om er pindaschaaltjes van te maken. Een nieuwsgierige,
felgeel gekleurde trupiaal kruist onze weg. Bij de dinghy
aangekomen even de schoenen schoonmaken en weer op huis aan.
Wat drijft daar? De ongelukkige blijkt een levende mangrove
koekoek. We scheppen hem uit het water. Mee om aan te sterken.
Nadat hij wat water dronk, op de klep van de laptop zat en
het scherm volpoepte dacht hij weer mangrovewaarts te gaan.
Na enkele slagen bleek zijn overmoed en belandde hij ten tweede
male in het water. Hij dreef snel weg en via de marifoon werd
Jelka op de Aeson achter ons opgeroepen. Helaas, al snel niets
meer te zien... Om 9.15 terug aan boord voor een welverdiend
uitgebreid ontbijt.
Mijn
eerste goud gevonden in het Spaanse Water!
Piet
Hein kaapte hier in de buurt de Spaanse Zilvervloot in 1626.
Er liggen nog ontelbare al dan niet ontdekte wrakken bij de
Caribische riffen. Een spannende roman hierover is "The
Reef" van een Amerikaanse schrijfster. Met dit in het
achterhoofd maakte ik mijn eerste duiken. De vermoedelijke
plaats markeerde ik met een boei. De modderige bodem lag op
8 m diepte, het zicht was iets meer dan een meter.
De
tip kreeg ik van de "Angelique". Bij het overstappen
van de dinghy naar de "Angelique" was Dia haar gouden
slaven armband verloren...
Je
moest dicht bij de bodem blijven om iets te zien maar mocht
niet met je zwemvlies de bodem raken anders dwarrelden de
eerste uren wolken slib omhoog en was de bodem totaal onzichtbaar.
De eerst poging van Mariet van de "Jobber" slaagde
niet vanwege een totale desoriëntatie onder water. Vervolgens
een lijn aan de ankerketting vastgemaakt om zo cirkelbogen
te beschrijven. Samen naar beneden, wederom zonder succes.
Na een bewolkte dag waarbij duiken weinig zin had, weer een
duik. Zelfs met de lijn aan de ankerketting raakte ik het
spoor bijster. Met twee ankertjes de vermoedelijke plek gemarkeerd
met aanwijzingen van At die de vermoedelijke positie op zijn
GPS had. Met lijnen aan de ankertjes weer een poging en met
succes: bij de tweede haal pakte ik iets op dat de armband
bleek! Zo had ik mijn eerste goudvondst!
Het
eiland op
Er
zijn legio interessante doelen: zowel voor liefhebbers van
de historie en kultuur als voor liefhebbers van de natuur.
Zie Carieb 49 en Carieb
50.
Klein
Curaçao
Een
uitstapje naar Klein Curacao staat
natuurlijk ook op het programma.(zie
hier)

de
vuurtoren van Klein Curaçao
De
andere benedenwindse Antillen
Aruba
en Bonaire zijn niet ver. De terugreis van Aruba naar Curacao
echter wordt door de meestal zeer ruige zee bijna onmogelijk
gemaakt en hebben we daarom niet op het programma staan: we
zeilen immers voor ons plezier. We zijn zeer afhankelijk van
weer en wind, tegen steile golven van 2-3 meter moeten opboksen
vindt zelfs de ZEEVONK niet prettig. Naar Bonaire en naar
Islas de Aves ligt het iets makkelijker, eventueel te bereiken
door eerst richting Venezolaanse kust te varen en daar via
Porto Cabello (inklaren) het natuurreservaat Morrocoy - rode
ibissen! - en het dorpje Chichiriviche met de Golfo de Cuare
te bezoeken. Je maakt een driehoek waarbij het laatste stuk
lekker voor de wind is. Het eiland Cayo Sombrero voor Morrocoy
zou zeer de moeite waard zijn maar in het weekend weten de
Venezolanen het echter ook te vinden... Helaas is de toegang
tot het park nogal kostbaar (ca. $140) en kan het daarom alleen
bij voldoende gasten (minstens zes).

Bonaire
Het
snorkel- en duikparadijs dat volgens kenners behoort tot de
topdrie van de wereld. Rondom het eiland vind je prachtige
koraalformaties en vele vissen. Het water is glashelder zodat
je het gevoel hebt dat je in een tropisch aquarium zweeft.
Een tocht door het Nationale Park aan de noordkant mag je
niet missen. Zie ook Bonaire.
Optioneel:
Les
Aves
30
mijl ten oosten van Bonaire en voornamelijk tegen de wind
en de stroom in liggen Sotovento en 15 mijl verder Barlovento,
twee grote rifplateaus met daarop een tiental eilandjes en
natuurlijk een paar wrakken boven water en honderden onder
water. Het is meestal varen tot in de duisternis. Je kunt
er rijk worden als je een wrak met schat vindt. Langs de binnenrand
van het rif van Sotavento is het excellent snorkelen, de barracuda's
zouden daar trouwens forse afmetingen hebben... Zie ook Carieb
50