Globale
beschrijving van de reis
Aankomst
vliegveld Le Lamentin, Martinique. We halen je op en
gaan met huurauto, bus of taxi naar Fort de France, naar Anse Mitan
of Le Marin, afhankelijk van waar de Zeevonk voor anker ligt. We maken
een kennismakingsrondje voor zover nodig. Afhankelijk van het tijdstip
(meestal 's avonds) genieten we van een overheerlijke pindasoep. De
warmte, de vermoeiende reis en de jetlag zorgen dat de slaap snel komt
opzetten. Tijd om de hutten op te zoeken.
De
volgende ochtend tijd voor een kennismaking met een stukje Martinique.
Zodra ieder weer aan boord is en alle formaliteiten geregeld zijn hijsen
we de zeilen na enige zeilinstruktie. We zijn onderweg!
We
varen de baai uit richting Grand Anse d'Arlet, een
van onze favoriete baaien om te snorkelen. (Als we erg vroeg zijn gaan
we via Anse Noir, eveneens een prima snorkel lokatie
met als extra een vleermuizengrot). Behalve het schilderachtig dorpje
met een lang strand en vele restaurants is hier zeer helder water met
een rijke onderwaterwereld. Veel soorten koraal, sponsen en niet te
vergeten vissen! De plaatselijke vissers werken hier nog met roeiboten
en halen de netten met de hand binnen, nog een echt ambacht dus. Zodra
het anker is gevallen gaan we te water, ook ideaal voor beginnende snorkelaars!

de
bekende Diamond Rock

het
befaamde jollenzeilen
Als
we de vogende dag
de zuidpunt van Martinique ronden komen we oog in oog met een historische
rots, Roche Diamant. De Engelsen en Fransen hebben er veel om gevochten.
Verder naar het oosten komt St. Anne in het zicht met de baai van Le
Marin, het grootste watersportcentrum van Martinique. De kans is groot
dat we een paar slagen moeten maken om er te komen. We ankeren voor
het strand van St. Anne, een klein dorpje populair
bij de badgasten. Hier doen we graag 's morgens voor de liefhebbers
Yoga op het strand.
Van
hier uit vertrekken we de volgende morgen naar St. Lucia
met de noordoost passaat in de rug. We ronden Pigeon Island en varen
Rodney Bay in. Hier is in december het jaarlijkse eindpunt
van de ARC, de georganiseerde oceaanoversteek met zo'n 250 deelnemers.
Als we het fort beklimmen hebben we een schitterend uitzicht: enerzijds
St. Lucia, anderzijds Martinique met de boten in de baai aan onze voeten.

genieten
van een grandioos uitzicht

de
Zeevonk onder ons
Een
vijftal mijlen zuidelijker is de ingang van de baai van Castries,
de hoofdstad van St. Lucia. In het seizoen liggen hier vaak meerder
cruiseliners aan de kade en is het een drukte van belang. We ankeren
voor de lunchpauze in het centrum en hebben de tijd om rond te kijken
in het stadje. Zo mogelijk lunchen we bij Shirley, een oudere zwarte
dame met een mini straatterrasje vlak bij de markt.
De
afstand naar Marigot Bay. het bekende hurricane Hole
is kort. We nemen er een kijkje en gaan vervolgens langs de kust naar
Souffriere met de bekende bergen, de Pitons. In het binnenland zijn
hier aantrekkelijke bezienswaardigheden die de moeite waard zijn om
gezamenlijk per taxi te bezoeken: wat dacht je van een waterval, een
vulkaanbodem met modderbronnen en een heerlijk warm bad? Ook de botanische
tuin is zeer de moeite waard.

vulkaanbodem
St. Lucia

heerlijk
warm geneeskrachtig (?) bad bij de vulkaan

waterval
St. Lucia
De
volgende oversteek is naar St. Vincent. Voor diegenen
die de film "The pirates of the Caribbean" hebben gezien is
hier een interessante baai: Walillabou, de film werd
hier opgenomen. Wij ankeren in Cumberland Bay nabij
de monding van een riviertje. Boatboys maken de achterlijn aan een palmboom
vast. De tocht van hier naar de Dark View Falls is
een aanrader. Na een onstuimige rit met het openbaar vervoer: de dollarbus,
gaan we te voet verder. Via een bamboebrug over de rivier komen we bij
de onderste waterval en laten het koele water op ons neerkletteren.
Via een klein kronkelpaadje dwars door de rimboe komen we bij de bovenste
waterval, ook de moeite waard om hier een bad te nemen. Het restaurant
de Black Baron heeft een verrassing voor je in petto. (zie ons laatste
verslag)

bamboehangbrug
naar de Dark View falls
We
zeilen zuidwaarts en stoppen voor de middagpauze bij de batcave, een
grot met piepende vleermuizen die je kunt binnensnorkelen met als verrassing
een tunnel die dwars door de rotsen naar buiten voert. Spannend!
Het
volgende eiland is Bequia met zijn schitterende baai.
Het heeft weer een totaal ander karakter. Natuurlijk bezoeken we het
dorpje maar ook een wandeling naar de oostkant is een aanrader: mooie
baaien, een schildpad opvang centrum (heel anders dan "Pieterburen").
Het strand Princess Margaret Beach ligt er uitnodigend bij. Van hier
is goed te snorkelen, onze eerste zeepaardjes wonen er misschien nog.

.

botanische
tuin

ons
eerste zeepaardje op Bequia
Als
we de Admiralty Bay uitvaren komen vele eilanden in zicht. Ons doel
de Tobago Cays is niet direkt te
onderscheiden. Eerst zien we Mustique en Canouan, dan de hogere
bergen van Union Island en Carriacou. Pas later komen de heuvels
van de Tobago Cays in het zicht. We manoevreren tussen de riffen
door en ankeren in het ondiepe glasheldere blauwgroene water naast
het schildpaddeneiland. Op een paar honderd meter ligt het horseshoe
rif waar de branding van de oceaan op stukloopt. We zijn gearriveerd
op een van de mooiste plekken van de Carieb.

met
de kano op verkenning

Tobago
Cays, op de achtergrond het Horseshoe rif

boomklimmen
Jamesby, Tobago Cays
Van
hier uit kunnen we kanoën, zwemmen of snorkelen. Wat eerst?
Natuurlijk komern hier ook de boatboys langs, hun aanbod varieert
tussen T-shirts, vis en brood. Een bezoekje aan Jamesby,
het eilandje met de scheve palmboom, staat natuurlijk ook op het
programma!
De
terugreis gaat nu ook met een tussenstop in Canouan
of via Mayreau. We moeten de tijd in de gaten houden.
Eigenlijk is twee weken te kort voor dit schitterende gebied.