index duits

e-mail: info@catzeiltochten.nl

onze vertegenwoordigster in Nederland: 0647130930 of 00870 764020057 (Zeevonk)Denk aan het tijdsverschil, het is bij ons zomers 6 uur vroeger!

wie zijn we?

vanuit een helikopter  van de kustwacht

wind en golven tegen

Zeevonk met parasailor

laatste wijziging: 22/04/10

Reis naar de zon deel 109

Britse Maagden Eilanden

zondag 21 februari 2010 - heden

Zondag regendag?

Niet alleen dreigende luchten overal, er valt ook nog regen uit. De rubberboot staat halfvol, de tank drijft nog net niet. Later gaat de regen over in fijne motregen, dat zien we hier zelden. Tegen het middaguur is het zwakke frontje voorbij en neem ik de motoren onderhanden: olie bijvullen, kabels invetten. Prima weer om te klussen: weinig zon, geen wind en geen golven.

Aankomst gasten

Het vliegtuig uit San Juan is keurig op tijd: 22.00 uur. We leggen de rubberboot aan de veerbootsteiger en lopen naar het vliegveld. Behoorlijk wat plassen en modder onderweg. De afstand is kort: slechts een paar honderd meter en we staan voor het stationsgebouw. Bij de 'arrivals' staan al een paar taxi's en zowaar er staan ook tuinbanken. Bij de meeste vliegvelden sta je te wachten, hier kan je komfortabel zitten. Langzaam druppelen de eerste passagiers naar buiten en ook de bemanning is snel. Onze groep is duidelijk herkenbaar, ze zien er wat vermoeid uit. Geen wonder als blijkt dat ze al 26 uur onderweg zijn: eerst met de auto naar Düsseldorf, dan vliegen naar Madrid, overstappen naar San Juan en overstappen naar Tortola, dat gaat je niet in de koude kleren zitten. Ze hebben er wel honderden euro's per persoon mee kunnen verdienen, de KLM/Air France was veel duurder en de vliegreis vanaf St. Maarten na de regatta was al vol geboekt.

Ze hebben allen tassen op wieltjes en we wandelen naar de waterkant met al zijn restaurantjes. We passeren we een paar modderplassen, maar a la. In drie keer naar de Zeevonk zodat we allemaal droog overkomen. Koffie, thee en een biertje en pas tegen enen zoeken we de kooi op. De jeugd kiest voor de VIP hut: 1 dubbelbed en 2 boven elkaar, eigen douche en toilet.

Trellis bay geneugden

Vanaf zeven uur 's morgens beginnen de eerste vliegtuigbewegingen. Een argeloze schildpad komt kijken, gevolgd door een familielid vlak achter ons. Een parlevinker komt eten, drinken en t-shirts aanbieden maar dan is een afvaardiging van ons al bij de bakker geweest. Wel verteld hij twee belangrijke dingen: 1. op 28 februari is het volle maan en wordt in deze baai een feest gehouden met brandende kunstvoorwerpen en nog veel meer, ook geschikt voor kinderen. 2. vanaf 5 maart is hier aan de baai een week durende happening van kunstenaars uit de hele Carieb met de mogelijkheid om kursussen te volgen.

Na de koffie komen de snorkels en duikbrillen te voorschijn en gaan we per kano en per rubberboot naar de rotsen bij de ingang van de baai voor een eerste kennismaking met de onderwaterwereld. De dolfijnen die zich hier eerder lieten zien, hadden een vrije dag.

Dan wordt het tijd om te gaan varen, eerst maar op de motor naar de Lee bay, slechts een paar mijl verder. De route gaat tussen eilanden door met riffen een beide kanten. Een forse deining van de oceaan komt binnenrollen maar eenmaal in de buurt van het strand is daar niets meer van te merken. We zijn aanvankelijk de enige bezoekers. Snorkelend naar het strand, onderweg een paar roggen en twee enorme en gelukkig ongevaarlijke tarpons tegen gekomen. Joke snorkelt met een ploegje langs de rotsen, ik ga met een ploegje de kant op voor een wandeling naar de Cam bay aan de andere kant van het eiland.

We volgen een afrastering waarlangs het enige pad loopt. Veel heremietkreeften, waaronder een paar zeer forse, liggen op ons pad. Als je ze oppakt maken ze leuke klokkende geluiden. Een enkel salemandertje springt weg. Even verder poreus hout, volledig door mieren of andere schepsels verteert en dan een paar enorme termieten nesten in de bomen. Op de terugweg later ook nog een zwarte dunne slang. Maar eerst naar de baai, niet ver lopen eigenlijk. Een prachtig strand met een blauwgroene zee is ons deel. We snorkelen langs de roten.

Ineens een zeilboot om de hoek, een Island Packet. Verhip, het is de Lizzy!. Ze draaien de baai in en eenmaal het rif voorbij zoeken ze een plek. Marijke op het voordek speurend naar ondiepten. Als ze vlakbij zijn vraag ik haar of ze het kan vinden. Groot is haar verbazing, dat begrijp je!

Terug bij ons eigen strand een paar roggen aan de waterlijn die op onze voeten afkomen. Gevaarlijk? Ook nu weer laten de reuze tarpons zich zien maar het water is door de branding niet erg helder en ze zijn snel verdwenen.

We gaan verder, nu om de noord van Great Camanoe naar de Cam bay. We passeren schitterende rotsformaties waar de deining tegenop probeert te klimmen. Wat een natuurschoon! Eenmaal om de noordpunt komt Scrub island in het zicht en varen we richting Marine cay totdat we bij de nauwe doorgang van het rif van Cam bay komen en daar voorzichtig naar binnen gaan. Intussen liggen er nu drie botern maar er is plaats genoeg. Natuurlijk weer met snorkels en kano op pad voor de middagzon achter de bergen verdwijnt. Rudi komt een praatje maken maar durft niet aan boord te komen.

De nacht is toch wat onrustig al liggen we achter een hoog rif: de wind draait naar het zuiden waardoor de kleine golfjes ons precies dwars treffen.

Met schitterende wind zeilen naar Road Town

Het is een dikke 4 Bft en natuurlijk pal tegen. We motoren door de smalle passage bij Scrub Island en komen zowaar een paar dolfijnen tegen. Onze eerste slag gaat halverwege Virgin Gorda en vervolgens stuiven we met 8-9 knopen naar het oosten. Toch worden we nog ingehaald door een grote catamaran en een paar snelle veerboten. Een snelvarend groot motorjacht op tegenkoers geeft ons weinig ruimte en we maken forse klappen, op de trampolines houden ze het niet droog. Binnen hoor ik net geen brekend glas of iets dergelijks. Beseffen ze het niet op dat soort boten of is het een vorm van pesten?

We zeilen de Road Harbour binnen, een groot cruiseship ligt er aan de pier. Buiten liggen een paar zeiljachten te stuiteren, geen wonder ze liggen bij deze zuidenwind aan lagerwal. Voor ons reden om richting marinate varen en daar op een plekje achter de havendam te ankeren. Het feest is van korte duur: een man in een wit uniform op de steiger aan de overkant gebaart dat we daar wegmoeten. We maken kontakt via de marifoon: we liggen in het toegangskanaal van de marina, als we niet weggaan haalt hij de cops erbij. We zoeken een nieuwe plek en worden daarbij geassisteerd door Walter van de Seherazade die hier toevallig ook ligt.

Passagieren in Road Town

De hoofdstad van de BVI's en dus ook van Tortola is een boeiend samenraapsel van moderne gebouwen - vooral banken - en oudere huizen en winkels. Onze eerste gang is naar het gouvernementsgebouw voor een visvergunning. Dit imposante gebouw heeft verschillende ingangen, alle zwaar beveiligd. Uiteindelijk bij de derde ingang mogen we naar binnen en komen in een hal met Elisabeth II aan de wand achter de balie. We zijn dan een poort met metaaldetector gepasseerd. De vislustigen moeten naar de eerste verdieping en worden daar binnen het half uur geholpen. Intussen helpen wij ons met een papieren puntbekertje water en vragen we vast naar de 'pharmacy'.

Iets verderop is een aantal kleurige houten souvenierwinkeltjes, handig, alls bij elkaar. Een uitzichtpunt geschonken door de plaatselijke Lions geeft zicht op de enorme cruiseliner en natuurlijk de baai. We strijken neer bij een tweetal winkeltjes waarvan de ene twee biertjes voor $4 biedt, de ander twee voor $3,99. De vrouw van het winkeltje dat koraal kunst verkoopt komt een praatje maken als we op onze rumpunch wachten. Ze is een echte Tortoliaanse(?) en wil het weten ook.

Na een bezoek aan een prachtige moderne pharmacy/drogist nog naar de supermarkt en de watersportwinkel in een oude molen. Dan is het tijd om op het terras aan het water neer te strijken. Stelselmatig verzamelen we tien stoelen en worden de tafels om ons heen stoelloos. We dineren aan het water voor we huiswaarts keren.

Naar de schatten van Norman island

De wind is nu zuidwest! Als we de baai uitvaren ligt daar notabene de Zeezot. Wij maar denken dat ze allang op St. Maarten zijn. Ze geven geen antwoord op onze marifoon oproep, zeker boodschappen aan het doen. In een paar slagen bereiken we Norman Island en gaan daar op zoek naar een ankerplek tussen de tientallen moorings - $25 per nacht . Pas bij de derde plek houdt het anker en kunnen we met snorkels te water. Heerlijk helder water is ons deel, veel vis en natuurlijk roggen onder de boot. Van zeer nabij maken we de ankercapriolen van een Amerikaan mee die eerst rondjes om ons heen draait, de snorkelaars in de weg zit, voor hij twee achterlijnen naar de struiken op de kant brengt. Wat een energieverspilling! Maar goed, hij weet dat als de wind draait hij daar geen last van heeft.

De wal op voor een eilandverkenning. Het wordt een schitterende wandeling over de heuvelkam met uitzichten waar je van smult. Onder ons baaien met slechts een enkele boot. Opvallend is het helikopterplatform boven. Dan de afdaling naar de Pirates, het bar/restaurant met de dinghysteiger. Hier wordt om vijf uur een minikanon afgeschoten: happy hour? Het is een gezellige drukte, de rum vloeit.

Intussen draait de wind en is ons achteranker gaan slippen weliswaar zonder vervelende gevolgen. Als we het willen ophalen blijkt hij onder een grote ketting te zijn vastgelopen. Dat wordt snorkelen naar 8 meter diepte. Het lukt de jeugd niet, ze komen nog niet tot halverwege. In hetschemerdonker ook nieteenvoudig, zo'n klus. Met veel moeite trek ik het anker onder de zware ketting vandaan, we zijn vrij en de Zeevonk draait met de kop op de nu zuidoosten wind.De achterbuurman ligt op voldoende afstand, zeker als de wind in de loop van de avond naar het oosten draait. De maan ziet alles geduldig aan, de krekels maken hun muziek.

Na het ontbijt anker op en naar de ingang van de baai. We ankeren bij Treasure Point en met de rubberboot gaan we het hoekje om naar de befaamde 'caves'. We zijn niet de eersten maar er is ruimte genoeg. Een Fransman lapt de regelsaan zijn laars en voert de vissen met gevolg dat de snorkelaars omgeven worden door sergeant majoors, de geelzwart gestreepte. Een dikke barracuda blijft op de achtergrond. Na een half uur zijn onze snorkelaars nog niet uitgekeken, zoveel is er te zien.

Eenmaal weer aan boord snorkel ik bij de punt, krijg nog een paar mee en zien een octopus die rustig in zijn holletje blijft zitten. Het anker zit goed in de steenachtigebodem maar heeft wel eerst moeten zoeken: een fraai spoor is te zien.

Via Amerikaanse wateren naar Sandy Pit

We varen met een licht briesje uit het zuidoosten langs de kust van St. John. Bijna kunnen we de verleiding niet weerstaan om ons favoriete Water Lemon island(leinster Bay) aan te doen dat op slechts een paar mijl ligt. Het risiko lijkt klein maar toch, zonder geldige papieren in Amerikaanse wateren te vertoeven kan de nodige problemen geven.

We zien onderweg veel uit het water springende vissen doch dolfijnen laten zich dit keer niet zien.

Joke pakt de trekzak en is verbaasd over de kennis van de Nederlandse liedjes die ze speelt: er wordt driftig bij gezongen, een feestelijk gebeuren zo op het wijde water. We passeren Soper's Hole en met stroom mee gaan we de hoek om en koersen af op Sandy Spit, het kleine eilandje aan de oostkant van Jost van Dyke. Er ligt al een vijftal catamarans, geen wonder, dit eilandje voldoet aan alle Caraïbische reklame: klein, hagelwit strand en een paar palmbomen en omgeven door blauwgroen water met branding op het rif aan de oostkant.

Het anker is nauwelijks op de bodem als onze eerste snorkelaars al te water gaan. Welk een enthousiasme! Ze moeten een aardige afstand overbruggen, maar goed, je bent jong en je wilt wel eens wat. Niet lang daarna zie je ze op het strand lopen en het mini-eiland verkennen. Op de terugweg ontmoeten ze een barracuda, veel kleiner dan die van Norman Island en een paar inktvissen.

De nacht is wat rollerig, we liggen tenslotte niet in de beschutting van het eiland en de oceaandeining komt aan weerszijden er om heen. Als de zon boven Tortola is uitgekomen liggen de eerste snorkelaars van ons al in het water. Dit keer een ontmoeting met een tarpon en er worden een paar zanddollars gevonden.

De ontdekking van de Bubbly Pool

In ons nieuwe boek van de Maagden Eilanden worden de mogelijkheden van Manchioneel Bay aan de oostpunt van Jost van Dyke beschreven. We ankeren in de Long Bay achter Diamond Cay en gaan aan land bij Foxy's Taboo bar/restaurant. Een korte wandeling langs het ondiepe zeegat waar prachtige rollers binnenkomen brengt ons naar de rotsen waar de oceaan op stuk loopt. Een enkele blowhole puft en kreunt als we bovenlangs westwaarts klimmen. Dan ineens een groep mensen in een bassin waar de golven naar binnen spoelen. Bij de hogere golven gaat dat met behoorlijk wat geweld, kikken dus. Ons gezelschap begeeft zich ook in dit natuurgebeuren en geniet met volle teugen. Een gebroken Nederlands sprekend meisje komt naar ons toe en biedt aan een groepsfoto te maken. Haar vriend is een Nederlander.

We verbazen ons ook over een jongetje van een paar jaar die met een duikbril gewapend aan onze voeten scharrelt. Zijn donkere moeder staat in het minigeweld met een nog jonger kindje dat het wisselend leuk en minder leuk vindt. Op de terugweg komen we een oudere vrouw tegen in duikpak en op blote voeten. Gaat zij in haar eentje genieten?

de bubble pool druk bezocht

Om in de sfeer te blijven blazen we onze drijvende bar op om onze snorkelaars die nu rond Diamond Cay scharrelen van het nodige vocht te voorzien. Dan is het tijd om een lunchplek te zoeken. We varen een paar mijl langs de kust tot we Great Harbour zien. We ankeren aan de oostkant. De wind zal in de loop van de middag naar het oosten draaien, dus liggen we heerlijk beschut.

Lunch bij Foxy's Bar

Natuurlijk is dit de plaats to be. Het plafond hangt vol met T-shirts, slipjes en een enkele bh. Duidelijke tekenen dat hier veel feestelijke dingen gebeuren. Het is nu nog te vroeg, lunchtijd, en we kiezen uit de beperkte lijst doch beginnen met een bekertje 'painkiller'. Er zit voldoende alkohol in om inderdaad de eventuele pijnen te vergeten. De warme lunch, o.a. met conch balletjes bevalt goed en voldaan rekenen we af.

De korste eilandtour ooit

Vanaf het terras zagen we een paar maal een safari - de open taxibusjes - stoppen om passagiers in- en uit te laten stappen. Wij er naar toe om een ritje over het eiland te vragen. We stappen in en nadat de chauffeur zijn lunch naar binnen had gewerkt vertrekken we over de onverharde Mainstreet. De chauffeur vertelt via zijn bijna onverstaanbare mini geluidsinstallatie over de huizen en bomen die we in het achterste straatje passeren. Dan klimmen we omhoog en kunnen we van een schitterend uitzicht over de baai genieten. De weg heeft een paar haarspeldbochten voor we bij de volgende baai komen: de White Bay. Ook deze baai vol boten en eenmaal beneden worden we voor een pauze bij de befaamde Soggy Dollar Bar afgezet. We komen terecht te midden van modern strandleven: de bootjesmensen, al dan niet van dagboten, genieten hier van hun painkillers aan tafeltjes en op strandstoelen. Een beetje achteraf is een oudere vrouw noten of zo aan het kraken met de bodem van een volle rumfles. Zegt dat genoeg? We voelen ons een beetje outsiders en zonder iets te gebruiken zoeken we onze safari weer op. De chauffeur is net bezig om met een veger zijn tapijt in de bus van overtollig zand te ontdoen.

We klimmen weer omhoog en tot mijn grote verbazing zie ik alweer de Zeezot liggen! Over de bergrug weer naar onze baai, nog een enkel fotootje en we staan weer in de Mainstreet waar we zijn ingestapt. De hele rit was maar een paar kilometer heen en terug.

We kijken rond in het dorpje, proberen een bezoek aan de bakkerij (gesloten), doen wat boodschappen, voor we de Zeevonk weer opzoeken. Onderweg zioen we een Nederlandse boot een plekje zoeken, het is de Banjaard, een Najad met een gezin met twee kinderen. Ze vertellen dat ze onderweg naar Cuba zijn.

Tegen het donker, als de visvangst nog niets heeft opgeleverd terwijl er als maar grote vinnen boven water komen en pelikanen hun suksesvolle duiken voor ons maken, komt weer een Nederlandse boot binnen. Het blijkt de Jan van Gent met twee oudere heren. Terwijl ik een praatje met ze maak, begint de wind te draaien, hun ankers lijken niet te pakken en in de verte zie ik de Zeevonk erg dicht bij een motorboot draaien. Snel naar huis waar onze crew de motorboot afhoudt. Anker op en een nieuw plekje zoeken. Hoewel de wind nu uit het noordwesten lijkt te komen toch rekening houden met draaien naar het oosten. Pas de tweede of derde poging heeft sukses. Maar beter nu dan midden in de nacht (zie verder...). We halen de roeren op, het is hooguit 1,50 m diep.

Maar, om middernacht, ze zou net naar bed gaan, slaat Joke alarm: we bonkten tegen de motorboot die achter ons lag. Eerst met een achteranker geprobeerd maar we lijken toch te slippen. Alle hens aan dek en anker op. Gelukkig weinig wind die nu wel uit het oosten komt. Weer een aantal pogingen nodig voor ons anker houdt. Voor de zekerheid het achteranker ook maar voor, dat slaapt beter. Een uurtje later denkt Joke dat we weer slippen. Dit keer kan ik haar geruststellen, er is gewoon niet meer ruimte tussen ons, de ondiepte en de motorboot. De volgende ochtend, na een prima slaap, liggen we nog keurig op onze plek.

 

 


index

top

laatste wijziging: 22-apr-10