Reis
naar de zon deel 109
Britse
Maagden Eilanden
zondag 21 februari 2010 - heden
Zondag
regendag?
Niet
alleen dreigende luchten overal, er valt ook nog regen uit.
De rubberboot staat halfvol, de tank drijft nog net niet.
Later gaat de regen over in fijne motregen, dat zien we hier
zelden. Tegen het middaguur is het zwakke frontje voorbij
en neem ik de motoren onderhanden: olie bijvullen, kabels
invetten. Prima weer om te klussen: weinig zon, geen wind
en geen golven.
Aankomst
gasten
Het
vliegtuig uit San Juan is keurig op tijd: 22.00 uur. We leggen
de rubberboot aan de veerbootsteiger en lopen naar het vliegveld.
Behoorlijk wat plassen en modder onderweg. De afstand is kort:
slechts een paar honderd meter en we staan voor het stationsgebouw.
Bij de 'arrivals' staan al een paar taxi's en zowaar er staan
ook tuinbanken. Bij de meeste vliegvelden sta je te wachten,
hier kan je komfortabel zitten. Langzaam druppelen de eerste
passagiers naar buiten en ook de bemanning is snel. Onze groep
is duidelijk herkenbaar, ze zien er wat vermoeid uit. Geen
wonder als blijkt dat ze al 26 uur onderweg zijn: eerst met
de auto naar Düsseldorf, dan vliegen naar Madrid, overstappen
naar San Juan en overstappen naar Tortola, dat gaat je niet
in de koude kleren zitten. Ze hebben er wel honderden euro's
per persoon mee kunnen verdienen, de KLM/Air France was veel
duurder en de vliegreis vanaf St. Maarten na de regatta was
al vol geboekt.
Ze
hebben allen tassen op wieltjes en we wandelen naar de waterkant
met al zijn restaurantjes. We passeren we een paar modderplassen,
maar a la. In drie keer naar de Zeevonk zodat we allemaal
droog overkomen. Koffie, thee en een biertje en pas tegen
enen zoeken we de kooi op. De jeugd kiest voor de VIP hut:
1 dubbelbed en 2 boven elkaar, eigen douche en toilet.
Trellis
bay geneugden
Vanaf
zeven uur 's morgens beginnen de eerste vliegtuigbewegingen.
Een argeloze schildpad komt kijken, gevolgd door een familielid
vlak achter ons. Een parlevinker komt eten, drinken en t-shirts
aanbieden maar dan is een afvaardiging van ons al bij de bakker
geweest. Wel verteld hij twee belangrijke dingen: 1. op 28
februari is het volle maan en wordt in deze baai een feest
gehouden met brandende kunstvoorwerpen en nog veel meer, ook
geschikt voor kinderen. 2. vanaf 5 maart is hier aan de baai
een week durende happening van kunstenaars uit de hele Carieb
met de mogelijkheid om kursussen te volgen.
Na
de koffie komen de snorkels en duikbrillen te voorschijn en
gaan we per kano en per rubberboot naar de rotsen bij de ingang
van de baai voor een eerste kennismaking met de onderwaterwereld.
De dolfijnen die zich hier eerder lieten zien, hadden een
vrije dag.
Dan
wordt het tijd om te gaan varen, eerst maar op de motor naar
de Lee bay, slechts een paar mijl verder. De route gaat tussen
eilanden door met riffen een beide kanten. Een forse deining
van de oceaan komt binnenrollen maar eenmaal in de buurt van
het strand is daar niets meer van te merken. We zijn aanvankelijk
de enige bezoekers. Snorkelend naar het strand, onderweg een
paar roggen en twee enorme en gelukkig ongevaarlijke tarpons
tegen gekomen. Joke snorkelt met een ploegje langs de rotsen,
ik ga met een ploegje de kant op voor een wandeling naar de
Cam bay aan de andere kant van het eiland.
We
volgen een afrastering waarlangs het enige pad loopt. Veel
heremietkreeften, waaronder een paar zeer forse, liggen op
ons pad. Als je ze oppakt maken ze leuke klokkende geluiden.
Een enkel salemandertje springt weg. Even verder poreus hout,
volledig door mieren of andere schepsels verteert en dan een
paar enorme termieten nesten in de bomen. Op de terugweg later
ook nog een zwarte dunne slang. Maar eerst naar de baai, niet
ver lopen eigenlijk. Een prachtig strand met een blauwgroene
zee is ons deel. We snorkelen langs de roten.
Ineens
een zeilboot om de hoek, een Island Packet. Verhip, het is
de Lizzy!. Ze draaien de baai in en eenmaal het rif voorbij
zoeken ze een plek. Marijke op het voordek speurend naar ondiepten.
Als ze vlakbij zijn vraag ik haar of ze het kan vinden. Groot
is haar verbazing, dat begrijp je!
Terug
bij ons eigen strand een paar roggen aan de waterlijn die
op onze voeten afkomen. Gevaarlijk? Ook nu weer laten de reuze
tarpons zich zien maar het water is door de branding niet
erg helder en ze zijn snel verdwenen.
We
gaan verder, nu om de noord van Great Camanoe naar de Cam
bay. We passeren schitterende rotsformaties waar de deining
tegenop probeert te klimmen. Wat een natuurschoon! Eenmaal
om de noordpunt komt Scrub island in het zicht en varen we
richting Marine cay totdat we bij de nauwe doorgang van het
rif van Cam bay komen en daar voorzichtig naar binnen gaan.
Intussen liggen er nu drie botern maar er is plaats genoeg.
Natuurlijk weer met snorkels en kano op pad voor de middagzon
achter de bergen verdwijnt. Rudi komt een praatje maken maar
durft niet aan boord te komen.
De
nacht is toch wat onrustig al liggen we achter een hoog rif:
de wind draait naar het zuiden waardoor de kleine golfjes
ons precies dwars treffen.
Met
schitterende wind zeilen naar Road Town
Het
is een dikke 4 Bft en natuurlijk pal tegen. We motoren door
de smalle passage bij Scrub Island en komen zowaar een paar
dolfijnen tegen. Onze eerste slag gaat halverwege Virgin Gorda
en vervolgens stuiven we met 8-9 knopen naar het oosten. Toch
worden we nog ingehaald door een grote catamaran en een paar
snelle veerboten. Een snelvarend groot motorjacht op tegenkoers
geeft ons weinig ruimte en we maken forse klappen, op de trampolines
houden ze het niet droog. Binnen hoor ik net geen brekend
glas of iets dergelijks. Beseffen ze het niet op dat soort
boten of is het een vorm van pesten?
We
zeilen de Road Harbour binnen, een groot cruiseship ligt er
aan de pier. Buiten liggen een paar zeiljachten te stuiteren,
geen wonder ze liggen bij deze zuidenwind aan lagerwal. Voor
ons reden om richting marinate varen en daar op een plekje
achter de havendam te ankeren. Het feest is van korte duur:
een man in een wit uniform op de steiger aan de overkant gebaart
dat we daar wegmoeten. We maken kontakt via de marifoon: we
liggen in het toegangskanaal van de marina, als we niet weggaan
haalt hij de cops erbij. We zoeken een nieuwe plek en worden
daarbij geassisteerd door Walter van de Seherazade die hier
toevallig ook ligt.
Passagieren
in Road Town
De
hoofdstad van de BVI's en dus ook van Tortola is een boeiend
samenraapsel van moderne gebouwen - vooral banken - en oudere
huizen en winkels. Onze eerste gang is naar het gouvernementsgebouw
voor een visvergunning. Dit imposante gebouw heeft verschillende
ingangen, alle zwaar beveiligd. Uiteindelijk bij de derde
ingang mogen we naar binnen en komen in een hal met Elisabeth
II aan de wand achter de balie. We zijn dan een poort met
metaaldetector gepasseerd. De vislustigen moeten naar de eerste
verdieping en worden daar binnen het half uur geholpen. Intussen
helpen wij ons met een papieren puntbekertje water en vragen
we vast naar de 'pharmacy'.
Iets
verderop is een aantal kleurige houten souvenierwinkeltjes,
handig, alls bij elkaar. Een uitzichtpunt geschonken door
de plaatselijke Lions geeft zicht op de enorme cruiseliner
en natuurlijk de baai. We strijken neer bij een tweetal winkeltjes
waarvan de ene twee biertjes voor $4 biedt, de ander twee
voor $3,99. De vrouw van het winkeltje dat koraal kunst verkoopt
komt een praatje maken als we op onze rumpunch wachten. Ze
is een echte Tortoliaanse(?) en wil het weten ook.
Na
een bezoek aan een prachtige moderne pharmacy/drogist nog
naar de supermarkt en de watersportwinkel in een oude molen.
Dan is het tijd om op het terras aan het water neer te strijken.
Stelselmatig verzamelen we tien stoelen en worden de tafels
om ons heen stoelloos. We dineren aan het water voor we huiswaarts
keren.
Naar
de schatten van Norman island
De
wind is nu zuidwest! Als we de baai uitvaren ligt daar notabene
de Zeezot. Wij maar denken dat ze allang op St. Maarten zijn.
Ze geven geen antwoord op onze marifoon oproep, zeker boodschappen
aan het doen. In een paar slagen bereiken we Norman Island
en gaan daar op zoek naar een ankerplek tussen de tientallen
moorings - $25 per nacht . Pas bij de derde plek houdt het
anker en kunnen we met snorkels te water. Heerlijk helder
water is ons deel, veel vis en natuurlijk roggen onder de
boot. Van zeer nabij maken we de ankercapriolen van een Amerikaan
mee die eerst rondjes om ons heen draait, de snorkelaars in
de weg zit, voor hij twee achterlijnen naar de struiken op
de kant brengt. Wat een energieverspilling! Maar goed, hij
weet dat als de wind draait hij daar geen last van heeft.
De
wal op voor een eilandverkenning. Het wordt een schitterende
wandeling over de heuvelkam met uitzichten waar je van smult.
Onder ons baaien met slechts een enkele boot. Opvallend is
het helikopterplatform boven. Dan de afdaling naar de Pirates,
het bar/restaurant met de dinghysteiger. Hier wordt om vijf
uur een minikanon afgeschoten: happy hour? Het is een gezellige
drukte, de rum vloeit.
Intussen
draait de wind en is ons achteranker gaan slippen weliswaar
zonder vervelende gevolgen. Als we het willen ophalen blijkt
hij onder een grote ketting te zijn vastgelopen. Dat wordt
snorkelen naar 8 meter diepte. Het lukt de jeugd niet, ze
komen nog niet tot halverwege. In hetschemerdonker ook nieteenvoudig,
zo'n klus. Met veel moeite trek ik het anker onder de zware
ketting vandaan, we zijn vrij en de Zeevonk draait met de
kop op de nu zuidoosten wind.De achterbuurman ligt op voldoende
afstand, zeker als de wind in de loop van de avond naar het
oosten draait. De maan ziet alles geduldig aan, de krekels
maken hun muziek.
Na
het ontbijt anker op en naar de ingang van de baai. We ankeren
bij Treasure Point en met de rubberboot gaan we het hoekje
om naar de befaamde 'caves'. We zijn niet de eersten maar
er is ruimte genoeg. Een Fransman lapt de regelsaan zijn laars
en voert de vissen met gevolg dat de snorkelaars omgeven worden
door sergeant majoors, de geelzwart gestreepte. Een dikke
barracuda blijft op de achtergrond. Na een half uur zijn onze
snorkelaars nog niet uitgekeken, zoveel is er te zien.
Eenmaal
weer aan boord snorkel ik bij de punt, krijg nog een paar
mee en zien een octopus die rustig in zijn holletje blijft
zitten. Het anker zit goed in de steenachtigebodem maar heeft
wel eerst moeten zoeken: een fraai spoor is te zien.
Via
Amerikaanse wateren naar Sandy Pit
We
varen met een licht briesje uit het zuidoosten langs de kust
van St. John. Bijna kunnen we de verleiding niet weerstaan
om ons favoriete Water Lemon island(leinster Bay) aan te doen
dat op slechts een paar mijl ligt. Het risiko lijkt klein
maar toch, zonder geldige papieren in Amerikaanse wateren
te vertoeven kan de nodige problemen geven.
We
zien onderweg veel uit het water springende vissen doch dolfijnen
laten zich dit keer niet zien.
Joke
pakt de trekzak en is verbaasd over de kennis van de Nederlandse
liedjes die ze speelt: er wordt driftig bij gezongen, een
feestelijk gebeuren zo op het wijde water. We passeren Soper's
Hole en met stroom mee gaan we de hoek om en koersen af op
Sandy Spit, het kleine eilandje aan de oostkant van Jost van
Dyke. Er ligt al een vijftal catamarans, geen wonder, dit
eilandje voldoet aan alle Caraïbische reklame: klein,
hagelwit strand en een paar palmbomen en omgeven door blauwgroen
water met branding op het rif aan de oostkant.
Het
anker is nauwelijks op de bodem als onze eerste snorkelaars
al te water gaan. Welk een enthousiasme! Ze moeten een aardige
afstand overbruggen, maar goed, je bent jong en je wilt wel
eens wat. Niet lang daarna zie je ze op het strand lopen en
het mini-eiland verkennen. Op de terugweg ontmoeten ze een
barracuda, veel kleiner dan die van Norman Island en een paar
inktvissen.
De
nacht is wat rollerig, we liggen tenslotte niet in de beschutting
van het eiland en de oceaandeining komt aan weerszijden er
om heen. Als de zon boven Tortola is uitgekomen liggen de
eerste snorkelaars van ons al in het water. Dit keer een ontmoeting
met een tarpon en er worden een paar zanddollars gevonden.
De
ontdekking van de Bubbly Pool
In
ons nieuwe boek van de Maagden Eilanden worden de mogelijkheden
van Manchioneel Bay aan de oostpunt van Jost van Dyke beschreven.
We ankeren in de Long Bay achter Diamond Cay en gaan aan land
bij Foxy's Taboo bar/restaurant. Een korte wandeling langs
het ondiepe zeegat waar prachtige rollers binnenkomen brengt
ons naar de rotsen waar de oceaan op stuk loopt. Een enkele
blowhole puft en kreunt als we bovenlangs westwaarts klimmen.
Dan ineens een groep mensen in een bassin waar de golven naar
binnen spoelen. Bij de hogere golven gaat dat met behoorlijk
wat geweld, kikken dus. Ons gezelschap begeeft zich ook in
dit natuurgebeuren en geniet met volle teugen. Een gebroken
Nederlands sprekend meisje komt naar ons toe en biedt aan
een groepsfoto te maken. Haar vriend is een Nederlander.
We
verbazen ons ook over een jongetje van een paar jaar die met
een duikbril gewapend aan onze voeten scharrelt. Zijn donkere
moeder staat in het minigeweld met een nog jonger kindje dat
het wisselend leuk en minder leuk vindt. Op de terugweg komen
we een oudere vrouw tegen in duikpak en op blote voeten. Gaat
zij in haar eentje genieten?

de
bubble pool druk bezocht
Om
in de sfeer te blijven blazen we onze drijvende bar op om
onze snorkelaars die nu rond Diamond Cay scharrelen van het
nodige vocht te voorzien. Dan is het tijd om een lunchplek
te zoeken. We varen een paar mijl langs de kust tot we Great
Harbour zien. We ankeren aan de oostkant. De wind zal in de
loop van de middag naar het oosten draaien, dus liggen we
heerlijk beschut.
Lunch
bij Foxy's Bar
Natuurlijk
is dit de plaats to be. Het plafond hangt vol met T-shirts,
slipjes en een enkele bh. Duidelijke tekenen dat hier veel
feestelijke dingen gebeuren. Het is nu nog te vroeg, lunchtijd,
en we kiezen uit de beperkte lijst doch beginnen met een bekertje
'painkiller'. Er zit voldoende alkohol in om inderdaad de
eventuele pijnen te vergeten. De warme lunch, o.a. met conch
balletjes bevalt goed en voldaan rekenen we af.
De
korste eilandtour ooit
Vanaf
het terras zagen we een paar maal een safari - de open taxibusjes
- stoppen om passagiers in- en uit te laten stappen. Wij er
naar toe om een ritje over het eiland te vragen. We stappen
in en nadat de chauffeur zijn lunch naar binnen had gewerkt
vertrekken we over de onverharde Mainstreet. De chauffeur
vertelt via zijn bijna onverstaanbare mini geluidsinstallatie
over de huizen en bomen die we in het achterste straatje passeren.
Dan klimmen we omhoog en kunnen we van een schitterend uitzicht
over de baai genieten. De weg heeft een paar haarspeldbochten
voor we bij de volgende baai komen: de White Bay. Ook deze
baai vol boten en eenmaal beneden worden we voor een pauze
bij de befaamde Soggy Dollar Bar afgezet. We komen terecht
te midden van modern strandleven: de bootjesmensen, al dan
niet van dagboten, genieten hier van hun painkillers aan tafeltjes
en op strandstoelen. Een beetje achteraf is een oudere vrouw
noten of zo aan het kraken met de bodem van een volle rumfles.
Zegt dat genoeg? We voelen ons een beetje outsiders en zonder
iets te gebruiken zoeken we onze safari weer op. De chauffeur
is net bezig om met een veger zijn tapijt in de bus van overtollig
zand te ontdoen.
We
klimmen weer omhoog en tot mijn grote verbazing zie ik alweer
de Zeezot liggen! Over de bergrug weer naar onze baai, nog
een enkel fotootje en we staan weer in de Mainstreet waar
we zijn ingestapt. De hele rit was maar een paar kilometer
heen en terug.
We
kijken rond in het dorpje, proberen een bezoek aan de bakkerij
(gesloten), doen wat boodschappen, voor we de Zeevonk weer
opzoeken. Onderweg zioen we een Nederlandse boot een plekje
zoeken, het is de Banjaard, een Najad met een gezin met twee
kinderen. Ze vertellen dat ze onderweg naar Cuba zijn.
Tegen
het donker, als de visvangst nog niets heeft opgeleverd terwijl
er als maar grote vinnen boven water komen en pelikanen hun
suksesvolle duiken voor ons maken, komt weer een Nederlandse
boot binnen. Het blijkt de Jan van Gent met twee oudere heren.
Terwijl ik een praatje met ze maak, begint de wind te draaien,
hun ankers lijken niet te pakken en in de verte zie ik de
Zeevonk erg dicht bij een motorboot draaien. Snel naar huis
waar onze crew de motorboot afhoudt. Anker op en een nieuw
plekje zoeken. Hoewel de wind nu uit het noordwesten lijkt
te komen toch rekening houden met draaien naar het oosten.
Pas de tweede of derde poging heeft sukses. Maar beter nu
dan midden in de nacht (zie verder...). We halen de roeren
op, het is hooguit 1,50 m diep.
Maar,
om middernacht, ze zou net naar bed gaan, slaat Joke alarm:
we bonkten tegen de motorboot die achter ons lag. Eerst met
een achteranker geprobeerd maar we lijken toch te slippen.
Alle hens aan dek en anker op. Gelukkig weinig wind die nu
wel uit het oosten komt. Weer een aantal pogingen nodig voor
ons anker houdt. Voor de zekerheid het achteranker ook maar
voor, dat slaapt beter. Een uurtje later denkt Joke dat we
weer slippen. Dit keer kan ik haar geruststellen, er is gewoon
niet meer ruimte tussen ons, de ondiepte en de motorboot.
De volgende ochtend, na een prima slaap, liggen we nog keurig
op onze plek.