Reis
naar de zon deel 115
St.
Lucia-Bequia-Tobago Cays-Carriacou-Blanquilla-Bonaire
dinsdag 8 juni - woensdag 30 juni 2010
Snelle
oversteek naar St. Lucia
Na
afscheid te hebben genomen van Magalie en Marie-Gé
vertrekken we. De "Rebel" geven we bijna een uur
voorsprong, het is 21 mijl naar St. Lucia. We vertrekken met
een rif en op de fok. Vanwege de windkracht 4-5 halve wind
maken we af en toe al 7 knopen! Eenmaal de zuidpunt van Martinique
voorbij, krijgen we te maken met een hobbelige zee, precies
dwarsscheeps. Zelfs een catamaran houdt daar niet van. Als
de wind iets afzakt doen we een punt genua erbij, genoeg om
2 knopen sneller te varen. De "Rebel" halen we gestaag
in, op de catamaran die vlak na ons vertrok, lopen we langzaam
uit. St. Lucia is niet te zien, het zicht is hooguit een mijl
of tien. We passeren onze voorganger op 8 mijl van St. Lucia.
We zien zijn romp af en toe onder de golven verdwijnen. Na
precies 3 uur zijn we bij de punt van Pigeon Island. een keurig
gemiddelde van 7 knopen. Achter ons zijn de catamaran en de
"Rebel" al bijna niet meer te zien. Niet vreemd
want we lopen royaal 8 knopen met een maximum van 9,3. We
zeilen de baai binnen en gaan voor anker bij de Reduit beach.
Onderweg
kruisen we een groep vrij grote dolfijnen. Ze doen net of
ze ons niet als speelkameraad willen en schieten onder ons
door!
Goede
sfeer bij de douane/immigratie/kustwacht
Dit
keer geen grote drukte zoals voorheen toen ook de ARC in St.
Lucia arriveerde. Wel gaat het inklaren langzaam, doet de
eSeaclear het niet. Ze krijgen geen contact met de server.
De man van de douane blijkt een ware voetbalfan, weet een
zevental namen van spelers van het Nederlands elftal op te
noemen! Later zoek ik op het internet op wat er gaat gebeuren.
Het zijn de Wereldkampioenschappen voetbal in Zuid-Afrika
waaraan Nederland deelneemt en in een poule zit met Denemarken,
Japan en Cameroun. Van de namen van de spelers herken ik er
drie...
Een
zware wave trekt over
Je
moet je nu eenmaal aanpassen aan het weer als je op een boot
zit. De zware regen die door www.windfinder.com werd voorspeld
voor donderdag, komt een dag te vroeg. Ons plan om een bustocht
naar de oostkant van het eiland te maken, valt hierdoor in
het water. De waves - streepvormige depressies die van Afrika
komen - zijn vroeg dit jaar. Oppassen dus, want er kunnen
stormen en zelfs hurricanes bij ontstaan. Instituten als de
NOAA, Wunderground en Hurricanewarning1 houden ze goed in
de gaten. Zodra er iets begint te draaien is het alarm. Alsje
je abonneert op Hurricanewarning1 dan ontvang je gratis waarschuwingen
via de email. Deze wave blijkt een zware, veel regen, af en
toe een donderslag en zware windstoten. Wij meten tot 8 Bft
932 knopen), op Barbados was het nog veel heftiger.
Dagje
internetten
Wat
doe je zo'n dag? Via de wifi hebben we gratis internet van
een hotel waar we tegenover liggen. Skypen was matig, youtube
ging ook wat langzaam. Je kunt niet klagen...
Tweedekamer
verkiezingen in Nederland!
Via
het internet is het goed te volgen. De spanning stijgt als
de VVD en de PVDA beide 31 zetels lijken te halen. Op het
laatste moment zakt de PVDA weg en haalt 30 zetels tegen de
VVD 31. Laatstgenoemde wint de verkiezingen en mag een nieuwe
minister-president leveren. Balkenende is dan al van het politieke
toneel gestapt. We hebben spijt dat we niet onze dochters
hebben gevolmacht namens ons te stemmen....
Met
de dollarbus naar Castries
Na
regen komt zonneschijn en we stappen met onze vrienden in
een dollarbus naar de hoofdstad Castries. We verkennen de
stad, bezoeken de kathedraal en het park met zijn reuzenboom
en strijken neer op het miniterras van Shirley, een klein
ondeugend uit haar ogen kijkend zwart dametje dat ons herkent
van eerdere bezoeken en ons omhelst. Het kleine straatje op
de markt heeft aan weerszijden vele eetkeukens, je zit aan
een tafel ervoor en mag aanwijzen wat in de bakken zit. Het
is druk met passanten, bijna allen gekleurd. Dit is het ware
St. Lucia. Nagenoeg geen buitenlanders te zien. Het eten is
simpel en eigenlijk te veel. We maken kennis met onze Engelse
bootburen die naast ons komen zitten. De wereld is klein.

schitterende
kathedraal met houten dak

leeftijd
onbekend

weerzien
met Shirley

vertederend

mooie
avonden
Kennismaking
met Gros Islet
Vlakbij
en toch nooit geweest: het plaatsje Gros Islet net ten noorden
van de lagune. Het staat bekend om zijn straatfeest elke vrijdag!
We lopen er naarntoe, passeren de 'panyard' waar de instrumenten
voor de ketelmuziek staan opgeslagen en ook gemaakt worden.
Dan een paar scholen, je hoort de kinderstemmetjes al van
verre, en het politiebureau. We genieten van het straatleven,
de vervallen huizen. Na een bezoek aan het strand met mooi
uitzicht vanaf de observatietoren bij de visserssteiger en
een bezoek aan de kerk, strijken we neer op de hoek waar de
dollarbusjes keren en weer vertrekken naar Castries. We zien
oudere vrouwen waarvan een enkele in een mantelpakje, als
straatveger, een visverkoper komt met een soort handkarpal
voor ons vis verkopen. Er wordt driftig op de grote schelp
geblazen om zijn aanwezigheid aan te kondigen. Voor ons een
paar vrouwen die wat groenten proberen te verkopen. De busjes
rijden af en aan, auto's stoppen bij de visboer en mensen
met zwarte plastic zakken komen aanlopen om een kilo voor
EC 7 te kopen. Je raakt niet uitgekeken. Tegenover ons wijst
een oude straatklok twaalf uur aan als we uiteindelijk opstappen.

keerpunt
van de dollarbusjes

visverkoper
blaast op de schelp ten teken cdat hij handel heeft

aanvoer
verse vis

werken
in de schaduw
Ontmoetingen
met andere jachtbewoners
Natuurlijk
kom je ze vooral bij de dinghysteiger van de marina tegen.
De eersten zijn de vier Duitsers van een catamaran die we
ook al ontmoetten in Le Marin. Later als we een lunch verorberen
bij de marina komt een Amerikaans stel naast ons zitten. Zij
varen met een trawler, de "Bay Pelican", in de Carieb.
Ze attenderen ons op het "Coconet", een dagelijks
terugkerend radionetje waarop je kan melden waar je zit en
waar je naartoe wilt. Ideaal om buddy-boten te vinden zodat
je 'samen sterk' bent. Het is op 4060.0 USB met als alternatief
4039.0 USB, dagelijks om 8.00 uur AST.
Om
16.30 uur is trouwens het 'cocktailnet' op 7086 (alleen voor
ham-radio) waarop ook het weer wordt besproken. We gaan eens
luisteren als we eraan denken.

Jon
en Carol van de Aldebaran II zijn ook weer gearriveerd
Jambe
du Bois en het fort op Pigeon Island
Wat
is er mooier dan de ondergaande zon vanaf het fort bekijken
met een wijntje in je hand. Eindelijk is het helder dus wij
met Ivo en Fenneke naar Pigeon Island. Na vijven is het park
gesloten dus gratis richting fort. Opvallend is het meubilair:
het is gemaakt van oude karren. Binnen in het restaurant een
ware kunstkollektie, tot in het toilet toe.
Helaas,
een bewaakster van het park houdt ons tegen. Een van de dames
van het restaurant Jambe du Bois, adviseert even te wachten
tot de bewaakster is vertrokken. Maar we hebben pech, het
duurt lang en vervolgens gaat ze op een paar honderd meter
afstand zitten. We gaan aan een mango daikari en zien het
langzaam donker worden.
Aan
een grote tafel naast ons is een groep Duitsers neergestreke.
Voor hun staan flesjes Heineken. We zijn ze al een aantal
keren tegengekomen en zijn welkom bij hun aan boord. Wie weet.
Op de oever zien we beweging: het zijn mongoses, ooit ingevoerd
om de muizenplaag tegen te gaan.

onze
Cerberus

het
wat oncomfotabele meubilair

kunst
tot in het toilet!
We
gaan weer verder, doel Bequia, ruim 60 mijl
Ankerop
omstreeks zes, weinig wind. We zien voor ons twee jachten
en gelijk met ons vertrekt een monohull, de Nemo. Met de zeilen
erbij halen we 6 knopen. We passeren Castries en Marigotbay.
Dit keer laten we ze links liggen. We willen verder! Het vissersplaatsje
Anse La Raye, bekend van zijn vrijdagvisfeest is nog in diepe
rust. Als we de duikschool en het strand op de noordpunt van
de baai van Soufriere naderen, draait de wind en krijgen we
flinke stroom tegen. Met moeite halen we nog de 4 knopen.
De Pitons steken al hoog boven ons uit en de zon maakt er
een boeiend plaatje van. Er liggen maar weinig boten voor
Soufriere. Wel ruiken we de bekende zwavelgeur van de vulkaan.
Het seizoen is duidelijk voorbij. Een rugvin van een dolfijn
glinstert in het zonlicht.
Tussen
de Pitons komt een regenbui te voorschijn en lijkt op ons
af te dalen. We hebben geluk, slechts een licht buitje blijft
over. Pas als we de zw-punt voorbij zijn trekt de wind aan
en kunnen eindelijk de motoren uit. Intussen is de Nemo al
fors op ons uitgelopen. Een catamaran die bij de Pitons lag
motert voor ons uit. De zee is rustig, wat een verschil met
de oversteek van Martinique naar St. Lucia! Dan naderen we
een groep springende dolfijnen die parallel met ons naar het
zuiden gaan. Ook zij willen ons niet als speelkameraad. Ineens
ziet Joke het spuiten van een walvis. Kijker erbij maar hij
laat zich niet zien al kunnen we het spuiten een tijdje volgen.
We zien dan weer een groep dolfijnen, maar dit keer op grotere
afstand. Wat een rijkdom.

de
Pitons
Er
komt wat meer wind en we komen regelmatig boven de 7 knopen.
De catamaran voor ons halen we langzaam maar zeker in. Het
blijkt een Dean 400, een Fransman met de naam Afrodite of
zoiets. We maken in het voorbijgaan over en weer een paar
foto's. Intussen is de monohull dichterbij en bij nadering
van St. Vincent lopen we af en toe al 10 knopen. Dan komen
we in de luwte en moet er zelfs even worden gemoterd. Echter
niet lang en we passeren Chateuabelair - nog steeds gevaarlijk
om daar te overnachten? - Cumberland bay (slechts 1 boot te
zien) en Wallilleboo met drie boten. Maar ondanks de goede
herinneringen aan deze plekken, gaan we verder. Intussen is
Bequia al zichtbaar aan de horizon en even voorbij de tunnel
van Buccament bay krijgen we weer wind, de laatste etappe!
Achter ons komt een catamaran die langzaam op ons inloopt.
Dat laten we niet gebeuren en met een paar kleine veranderingen
aan de zeilstand lopen we zowaar weer op hem uit. Weer dolfijnen
onderweg trouwens!
Aankomst
te Bequia
Na
de schitterende zeiltocht van ruim 70 mijl in precies 12 uur
varen we de Admiralty baai binnen en zien zowaar de "Koolau"
aan bakboord liggen. Als we op ze af varen komt Rik al naar
ons toe gescheurd. We ankeren naast ze op slechte grond en
worden opgehaald voor een welkomsdrankje op de Koolau. Annet
schenkt cider! We hebben veel bij te praten, we zagen elkaar
ruim een jaar geleden voor het laatst.
Inklaren
op zondagochtend
De
beambten van Bequia staan niet zo hoog aangeschreven bij ons.
Ze doen hun reputatie eer aan: een minikruisverhoor is ons
deel. We moeten ook nog bewijzen dat de boot van ons is, dat
lukt gelukkig met een creditkaart. We hadden anders EC 150
extra moeten betalen begrepen we. Nu kost ons verblijf toch
ook nog EC 130, omgerekend US$ 48 omdat we buiten hun (krappe)
kantooruren komen.
Zware
buien teisteren de baai
We
verkassen nog tijdens mooi weer naar de zuidkant van de baai
om wat minder drukte om ons heen te hebben en vanwege de matige
ankergrond aan de noordkant. We liggen nu ook in de buurt
van de catamaran "Atlantis II" van Frits en Marianne.
Binnen het uur betrekt de lucht en komt een dikke bui met
zeer zware windstoten over ons heen! We liggen als een huis
op zandgrond.
De
eerste hurricane in wording dient zich aan
Natuurlijk
volgen we de weerberichten, het hurricane seizoen - start
1 juli - nadert. We liggen 0,4 mijl noord van 13° NB,
onze verzekering houdt 13 graden als ondergrens en 1 juli
als begin aan. Komt er een "named storm" dan zijn
we na 1 juli verzekerd onder de 13 graden. Op Bequia is geen
goede schuilplek, mensen van hier vluchten met hun boot naar
Grenada.
We
zien op de atlantische oceaan een depressie ontstaan aan een
wave. Een computermodel voorspelt een route tussen Martinique
en St. Lucia! Als we hem een paar dagen volgen zien we dat
het gevaar is geweken: hij zwakt af. Ook zien we dat de eventuele
route volgens computermodellen nu niet meer tussen St. Lucia
en Martinique ligt.

gevaar
geweken
Goedkope
brandstof op St. Lucia maar zeker ook op Bequia!
De
detaxe diesel van Le Marin kost 0,72 euro/l. Volgens Harm
is St. Lucia goodkoper: de haven invaren, dan rechtdoor tot
de werf waar ook de replica van een tweemaster ligt. In Bequia
is een olieboot achterin de haven links. Het tankstation op
de wal hanteert de volgende prijzen: 11,80 EC/gallon benzine,
0,98 EC per gallon diesel.
Verrassend
bezoek
Niet
alleen Frits en Marianne kwamen op de borrel, maar ook Jules
van Barbados met een vriend uit Wales. De laatste twee maken
een vakantiezeiltochtje vanuit St. Vincent. Toevallig dat
we Jules vorig jaar ook in Bequia ontmoetten?
Mango's
plukken
Joke
en Annet gaan gewapend met pikhaken en tassen naar de kant
waar een verlaten resort is. De mangobomen hebben we daar
vorig ook al geplukt, nu zijn de lage mango's al door anderen
gekaapt, Gelukkig komt er een eilander 'Bugsy' langs, met
een lange stok met een vorkje dat hij om een hoge mango draait
en hen presenteert. Hij klimt zelfs hoog de boom in en de
tassen zijn snel vol! Zelf is hij tevreden met 1 rijpe mango.
Onze oogst moet narijpen. Van de ca 15 stuks (2,5 kilo fruit!)
die nu al zacht zijn maakt Joke mango chutney. De gespaarde
glazen potjes (4) zijn lang niet genoeg en de hele voorraad
ijsbakjes moet er aan geloven (6). Dat wordt de komende weken
als de oogst rijpt mango sorbet, mango pie, mango fool met
slagroom...

veel
van de mango's reeds verwerkt
Diner
aan boord van de Koolau
We
gaan graag op hun uitnodiging in, wat een verrassing als er
heerlijk mals lamsvlees, geurige rijst, diverse groentes en
sauzen dampend op tafel verschijnen! En toe verse ananas met
slagroom... we genieten na met meditatie muziek en we hebben
heerlijk kunnen bijkletsen.
Snorkelen
suksesvol
Ooit
zagen we in deze baai onze eerste zeepaardjes. Nu zoeken we
het hele gebied af maar vinden geen. De onderwaterstruiken
waar ze vaak zijn te vinden, zijn begroeid met groen en afgestorven.
Geen zeepaardjes maar dan een 30 cm gestreepte vis die we
niet kennen. Daarnaast veel slakken, een paar puntmutskrabben,
een jonge hogfish en wat flamingotongen. Het water is trouwens
opvallend warm. Weer aan boord het grote vissenboek erbij
en wie schetst onze verbazing als we de onbekende vis niet
kunnen vinden. Hij lijkt het meest op een kruising van een
Vieja en een sea bass en een mutton hamlet....
De
tweede snorkelpartij is het rif aan de westkant van Princess
Margaret beach. Hier ziet het er een stuk gezonder uit, veel
koraal, weing begroeid met groene algen. Veel vis en als bijzonderheden
een dikke murene, enorme puddingwives, een groepje inktvissen
en een zich snel verstoppende tigergrouper. Een kleine kreeft
ligt dood voor een hol, niet de moeite waard om mee te nemen?
Een prima snorkelplek.

grot
aan westkant Margaret beach

bord
aan de boom Margaret beach

giftige
vrucht van de manchineel
Weerzien
met de Present
's
Morgens vroeg schuift een bekende boot de baai binnen, herkenbaar
aan de gele streep op een donkerblauwe ondergrond: de "Present"
met Len en Janna, die we trouwens hier vorig jaar ook ontmoetten.
We brengen een potje verse mangochutney als welkomstgeschenk.
Ze hebben de hele nacht doorgezeild, het stuk vanaf St. Vincent
viel de wind weg en moesten ze motoren. Ze komen van Deshaies,
Guadeloupe!
Naar
het paradijs!
De
Tobago Cays gelden als een van de mooiste stukjes Carieb en
met recht. De vier eilandjes Petit Rameau, Petit Bateau, Jamesby
en Baradal zijn onbewoond en liggen beschut achter het Horse
Shoe rif. Vanaf de ankerplek bij Baradal kijk je uit op Petit
Tabac, een karakteristiek Caribisch eiland: drijvend in groenblauw
water, helder geelwit strand en palmbomen. Het ligt echter
buiten het rif maar heeft wel beschermende riffen voor zich.
Soms overnachten er een paar zeilboten. Wij zijn er nog nooit
geweest.
Na
wat boodschappen, o.a. een benzinetank van 19 liter die we
laten vullen bij het enige tankstation voor 11,80 EC per gallon
(1US$=2,60 EC)
Ook
nog een belofte waarmaken: foto's van Molissa en haar baby.
Ze was hem net borstvoeding aan het geven maar dat hoefde
van haar niet op de foto.

Molissa
met haar baby en haar 'winkel'
Schitterende
tocht naar de Tobago Cays (22 mijl)
We
vertrekken na het middaguur wetende dat het niet ver is. Van
Frits hoorden we dat hij altijd tussen de eilandjes doorgaat
bij de westpunt van Bequia. Op de zeekaart ziet de eerste
doorgang er redelijk uit met 3 m, de tweede doorgang is onduidelijk.
Ter plekke zien we dat de eerste doorvaart rustiger lijkt.
Als we de hoek om zijn zien we een cat met plaatselijke bekendheid
ook door dat gat varen.

blauw
onze route buitenom, rood: onze route volgende keer
Dit
keer staat de dwarsstroom naar het oosten, wat een luxe. We
varen met nog ruimere wind over een vrij gladde zee en maken
dus 7-8 knopen. Ideale zeilomstandigheden, dat is duidelijk.
Canouan komt snel dichterbij. We zien er een tiental jachten
liggen, de meeste waarschijnlijk van de chartermaatschappij
wachtend op klanten. Dan verschijnen de Tobago Cays om de
hoek. Via de Baleine de Mayreau, een boven water uitstekende
rots met ernaast een doorgang door het rif, gaan we richting
Petit Bateau. We bergen bij het kanaaltje tussen de eilanden
de zeilen op, worden begroet door een 'local' in zijn bootje
op de hoek. We zijn er. We ankeren vooraan naast Barradal
en hebben een mooi uitzicht op het Horseshoe rif en het eilandje
Petit Tabac. Er liggen in totaal 25 boten, waarvan 11 catamarans.
Bezoek
Een
local met snuisterijen komt langszij, weet wat krassen op
onze boot te brengen. Hij heeft een tekort aan benzine om
thuis te komen en wil graag een paar litertjes. Tja, wat doe
je als Nederlander en hulpverlener? We hebben twee volle reservetanks
aan boord en dus mag hij tappen. Benieuwd wat hij er tegenover
gaat stellen (niets dus).
Jules
en Toni komen ineens langszij, hebben gesnorkeld en een grote
haai gezien. Ze liggen een stukje verderop en zijn verbaasd
ons hier te zien, op de heenweg (naar een snorkelboei bij
het rif) lagen we er nog niet.
Iets
naar het zuiden ligt trouwens een bekende: de "Ngoma"
met Sandra en Robin. Sandra was vorig jaar op het strand van
St. Anne een vaste deelneemster aan de Yoga. Wij er naartoe,
een hartelijk waarzien met een drankje. Hun zoon en schoondochter
zijn bij hun op huwelijksreis en komen even later met de dinghy
aanvaren na een bezoekje aan Jamesby, het eilandje met de
scheve palmboom.
Draaiende
wind, ontmoeting met een koraalbank?
Wat
we hier nog niet hebben meegemaakt is dat er geen wind is
of wind vanuit een andere richting. Er staat altijd een oostelijke
4-6 Bft, de windgenerators vieren hier altijd volop feest.
Omdat we achter en naast een paar koraalbanken liggen die
hooguit 50 cm onder water zitten kijk ik 's avonds voor het
slapen behalve naar de schitterende sterrenhemel ook naar
onze positie. We liggen met de boegen naar het noorden! De
koraalbank ligt nu vlak achter ons ipv royaal aan de zijkant.
Dat gaat goed maar als we doordraaien naar het westen ...
Enfin, we hebben een prima nacht, er gebeurt niets.
Met
kano en koffie naar het strandje van Baradal
Dit
keer geen groene flits bij de opkomende zon, wat wolkenpartijen
zijn spelbreker. De zon straalt al vroeg, het is nog rustig
om ons heen. Ideaal om met de kano op verkenning te gaan.
We nemen de thermoskan koffie mee en strijken neer in de duintjes
van Baradal met uitzicht op de vijf palmbomen en de geankerde
boten. Vervolgens klimmen we omhoog via een bospaadje en worden
verwend met geritsel en wegvluchtende leguanen terwijl duiven
en andere vogels ook hun aanwezigheid laten horen. Een vriendelijke
landschildpad kruist onze weg, altijd goed voor een foto.
Exotische bomen en struiken, cactussen en aloe-achtigen kleuren
groen in de ochtendzon We wandelen naar de top en hebben een
mooi uitzicht op Canouan en Bequia in de verte. Dan zakken
we weer af , nu naar het strandje aan de oostkant waar ik
de vorige keer de blauwe blaas van een portugees oorlogschip
- de giftige kwal - vond. Dit keer geen bijzonderheden. Wel
misschien voortaan een vuilniszak mee om wat plastic flessen
en zo te verzamelen.
We
zoeken de kano weer op en blijken niet meer de enige bezoekers.
Met de snorkels en camera te water om de daar wonende schildpadden
te begroeten. Het valt ons op dat ze zoveel groter zijn dan
voorheen. Het water is wat troebel en we houden het verder
voor gezien. De spullen weer in de kano en terug naar de Zeevonk
voor het ontbijt.
De
ontdekking van Petit Tabac
We
halen Jules en Toni op en motoren via de dinghy pass naar
buiten, de open zee op. Het is zeer rustig weer en met een
volle tank en een marifoon voor noodgevallen lijkt het een
ongevaarlijke expeditie. We hebben in de ondiepe doorgang
weinig water onder de schroef, overal dreigende koraalformaties.
We redden het zonder iets te raken. Terwijl we richting Petit
Tabac varen zien we er ook een catamaran naar toe snellen
die ankert voor de ingang van de beschutte baai. Vlak voor
het beschermende rif ligt een boeitje, waarschijnlijk voor
boten met duikers. We trekken de rubberboot op het strand
en gaan op pad.
Aan
de noordzijde is het een prima strand met een lagune achter
een rif, aan de zuidkant is het strand onbegaa nbaar voor
blote voeten, koraalbrokken in alle maten en soorten maken
er een ruw gebeuren van. Een enorme aangespoelde boomstam
is een prima zitplaats met uitzicht op de eilanden in het
zuiden, met name Petit Martinique en Petit St. Vincent met
op de achtergrond Carriacou. Meer rechts Palm Island en natuurlijk
de toppen van Union Island. Ben ik er een vergeten? Jules
biedt ons een versnapering aan in de vorm van een vetplantje.
De smaak is anders dan die van zeekraal, onze Waddenversnapering.
Na de strandwandeling en het fotograren van mooie doorkijkjes
richting Zeevonk, pakken we de snorkels en gaan bij de westpunt
te water.

strandwandeling
Petit Tabac met Jules en Toni

Jules
bij een mannetje

op
wachtv in de brandende zon

Jules
laat ons kennismaken/proeven; familie van de zeekraal

doorkijkje
naar Baradal
Het
zicht is matig en we zijn gauw bereid een betere plek te zoeken.
We varen naar het boeitje aan de punt van het rif en zijn
in een schitterend aquarium met zandplekken en koraaltorens.
Grote wuivende waaiers, veel vis, mooie kleuren. Geen wonder
dat in deze betoverende omgeving ook de ontmoeting met een
moderne zeemeerrmin gehuld in een miniscuul slipje en getooid
met zwemvliezen en een snorkelset past. Dat haar buddy met
duikhandschoenen zich overal aan het koraal vastgrijpt zien
we maar door de vingers. Als een boot met duikers arriveert
zijn wij al klaar en hebben een prima gevoel omtrent deze
expeditie.
We
boksen tegen een ruwe zee in terug naar de dinghy pass waar
nu een aantal rubberboten en en motorboot aan de boeien liggen.
Met enige moeite vinden we de doorgang, tikken een keer met
de schroef het koraal aan, gelukkig zonder beschadiging.
We
pakken op verzoek van Jules nog een binnenboei achter het
Horseshoe rif en weten niet wat we zien, zo glashelder is
het water hier! Het lijkt een doolhof tussen de koraalbanken,
de vissen zijn totaal niet schuw, komen zelfs op je af zwemmen.
De Tobago Cays krijgen er weer een ster bij!
's
Middags komt Jules de onderwatercamera lenen en pas uren later
komen ze terug, de akku is leeg en net gaat een grote spotted
eagle ray van ruim twee meter onder onze boot door. In de
namiddag testen we bij hun aan boord de Mount Gay rum van
Barbados, aangelengd met vruchtensap. Een mooie zonsondergang
met paarse en lila stralen sluit het daggebeuren af.
Officials
We
krijgen in de middag bezoek van de parkrangers die hun 10
EC pppn komen ophalen . Ze geloven niet dat we met ons tweeen
zijn en ik moet de immigratiepapieren van Bequia laten zien.
Teleurgesteld druipen ze met hun 20 EC af.
In
de namiddag komt een douaneboot naar ons toe, zes man bemanning
en twee motoren van 250 PK erachter. Ze houden keurig een
stootwil tussen de boten. Ze zijn snel klaar als ze zien dat
we ingeklaard hebben in Bequia.
Met
de kano op haaienjacht
Het
wordt tijd dat we weer eens een haai tegenkomen. We pakken
de kano en peddelen naar de dinghy pass in het Horseshoe rif.
Er staat forse tegenstroom en we besluiten een driftsnorkel
te maken: naar buiten met de kano en dan ons door de stroom
naar binnen laten drijven. Groot sukses: er ligt een haai
bijna onder de buitenboei!
We
drijven vervolgens langs de binnenkant van het rif naar het
zuiden, de kano gewoon op sleeptouw. Het mooiste was een flying
gurnard onder de boot!

snorkelen
met veel tegenstroom
Naar
Carriacou via Union Island om uit te klaren
We
nemen de meest oostelijke doorvaart door het rif , met eyeball
navigation makkelijk te doen. In het zeegat tussen de Tobago
Cays en Union Island staat weer een pittige dwarsstroom naar
binnen, op het elektronische kaartje goed te zien hoe we worden
weggezet. Bij de tweede lichtopstand komt al een boatboy naar
buiten die ons vergeefs een mooring aanbiedt. We ankeren op
11 meter voor de yachtclub, hebben daar goede wifi.
Joke
en haar schermutseling met de officials in Clinton
Volgens
de Pilot gaat de customs om 16.30 uur dicht, daarna dus overtime
betalen. We ankeren en ik (Joke) spoed me naar het kantoortje,
word echter doorverwezen naar het vliegveldje door een beambte
in uniform. Jammer, een lange wandeling en het is midden op
de dag dus heet!Ongeveer half een, alles ingevuld en ingeleverd.
Klaar ,ik moet 1,45 EC betalen versta ik. Nee, 45 EC! Ik sta
paf, en zeg " ik heb toch al betaald bij het inklaren,
het hoeft nooit bij uitklaren!" Jawel, want het is tussen
12 en 2 uur... Ik zeg dat ik niet bereid ben zoveel te betalen,
dan hadden ze me dat bij het andere kantoor moeten zeggen?
Ik wil wel even wachten. Ik houd voet bij stuk en hij eerst
ook want hij heeft de tijd al ingevuld, maar uiteindelijk
mag ik om 1 uur terugkomen. Opnieuw alle formulieren invullen
en klaar! In 20 minuten wachten bijna 20 US verdiend! Wat
een flauw spelletje....
Motorzeilend
naar Carriacou ( 6 mijl)
De
afstand is te kort om het grootzeil te hijsen, te meer daar
onder het eiland de wind wegvalt. De douane in Hillsborough
sluit om 15.45 uur, dus we moeten uitkijken dat we niet te
laat komen. Het lukt, omstreeks drie uur laten we het anker
zakken en weer snelt Joke naar de wal. De schipper van een
grote dagcharter cat is haar voor maar uiteindelijk lukt het
net op tijd de zwaarlijvige douane beamte te passeren.
We
zeilen voorbij Sandy Island waar dit keer 7 jachten liggen,
Paradise beach aan de overkant is leeg, niemand te zien, logisch,
een zware regenbui haalt ons halverwege in. De hoek om, nog
een maagdelijk strand voorbij, weer de hoek om en Tyrrel baai
ligt recht vooruit. We ankeren ergens in het midden, de bemanning
van de Koolau staat al naar ons te wuiven.

welkom
"Koolau", Rik en Annet
zaterdag
19 juni: rustdag?
Nadat
we vernamen dat het Nederlands elftal magertjes met 1-0 van
Japan heeft gewonnen en Nederland denkt over een paars kabinet,
stappen we in de rubberboot. Achter ons drijft een kussen,
we halen het op maar kunnen niet direkt zien van welke boot
het afgewaaid is. De buren zijn niet thuis dus leggen we het
op ons dek te drogen.
We
varen naar de grote steiger waar ook een paar supermarkten
in de buurt zijn. We worden begroet door een Engelsman die
ons herkent. Hij blijkt van de "Nemo", de boot waarmee
we gelijk opvoeren van Roidney bay naar Bequia. Richard is
zijn naam en in een vluchtig kontakt blijken zij ook richting
Bonaire te gaan. Bij de supermarkt maken we ook kennis met
zijn vrouw, Elaine. We worden bij hun aan boord uitgenodigd
voor een verdere kennismaking.
De
"Nemo" is een grote Beneteau 50 voeter die als charterboot
gediend heeft. Elke hut zijn eigen toilet en douche. Ze hebben
hem nu ruim een jaar, daarvoor hadden ze een Prout catamaran,
de Bagheera waar ze 20 jaar mee voeren. Een grotere cat was
niet voor ze weggelegd. Ze komen van het Kanaaleiland Jersey
en hebben al twee keer de Amerikaanse oostkust gedaan en zijn
ook in Cuba geweest. Ze hebben ons op vele plaatsen gezien,
zijn notabene onze achterburen op Bonaire geweest. Ze duiken
graag en willen nu ook weer naar Bonaire. Wordt het onze 'buddy-boot'?
Tegen
vijven willen we eens kijken bij het drijvende barretje "Halleluja"
dat voor ons ligt. Het kussen kunnen we nog niet kwijt, op
de boot naast ons is niemand aanwezig. We gaan even langs
de "Koolau" en daarna naar de "Aldebaran II"
daar op het barbootje niemand aanwezig is. Jon is aardig hersteld
van zijn dengue. Trouwens, de crew van de "Nemo"
liepen een tijdje terug in Venezuela malaria op en kwamen
beiden in het ziekenhuis terecht.
Kennismaking
met de "Annie"
We
zien een Nederlandse vlag op een ankerende boot, het is de
"Annie". We worden direkt onthaald, krijgen een
vers gevangen tuna aangeboden. Schipper Addy is hem net aan
het schoonmkaen. Sabine schenkt een rum cola. Ze blijken beiden
in de Harlingse charterwereld te hebben gewerkt en ons daar
wel te hebben gezien. Addy is ook met de "Swan van Makkum"
de oceaan overgestoken en heeft ermee in de Carieb gevaren.

de
bemanning van de "Annie": beiden voor de bruine
vloot in Harlingen gewerkt

operatie
van een harde schijf die ondergedompeld is geweest; helaas
vergeefs
Mexican
train
We
hebben het vaak horen aankondigen: 'wie speelt er zondagmiddag
mee?'. Het is een favoriet spel van met name Amerikaanse zeilers.
We hebben ons altijd een beetje afzijdig gehouden, maar nu...
Onze
Engelse buren Richard en Elaine van de "Nemo" hebben
het spel aan boord. Het is een variatie van domino met stenen
tot en met twaalf. We kijken eens op het internet en vinden
daar verschillende spelregels. Als we omstreeks vier uur aan
boord stappen zijn we al met zijn zessen. Even later nog twee
en het spel kan beginnen. Het duurt lang, dertien rondes.
Wel goed om de medespelers een beetje te leren kennen. Af
en toe daalt ook een regenbui op de boot neer en moeten alle
luiken worden gesloten. Zodra de bui over is weer snel open
voor de nodige ventilatie. Al met al duurt het spel dik vier
uur. en het lijkt dat op intellectueel gebied niet veel nodig
is. Het leidt wel tot verbroedering zullen we maar zeggen.
Praatje
met bekenden
Naast
de fruitstalletjes gaan we ook langs de Arawak duikschool
waar een Duits tweetal de scepter zwaait. George is ook diegene
die wel tegen betaling een paar weken op je boot wil passen
en hem zonodig bij hurricanedreigingf in de lagune wil parkeren.
Venus,
de oude vrouw met haar onafscheidelijke rubberlaarzen, is
een gat in de grond aan het graven om daar een paal in te
zetten. Een enorme bende op haar erf en ook de toonbank staat
vol met oude kratten. Geen inkomsten dus. Joke wordt een paar
keer gestoken door muggen. Later blijkt met welke gevolgen...
Uitklaren in Hillsborough
Om
de zogenaamde overtime te ontlopen klaren we voor het weekend
uit ook al moet je binnen 24 uur het land uit zijn. Een busje
rijdt achteruit de steiger op om ons niet te missen. Een toeristisch
ritje naar de hoofdstad. We bezoeken ook nog de farmacy waar
de vrouw mij verteld dat ze bij de andere farmacy de gewenste
pillen veel goedkoper hebben! Het klopt, het scheelt bijna
een faktor drie. We lunchen op een terrasje aan het strand
voor we weer met een busje huiswaarts gaan.
Steelband
in Carriacou
Waarschijnlijk
elke vrijdag komt een kleine steelband spelen op het terras
van een van de restaurants. Twee dames stelen de show en gaan
soms als een wervelwind over de drums. Het rhytme werkt aanstekelijk
en de danslustigen komen in aktie. Heerlijk sfeertje, dit
moet je niet missen.

de
steelband in aktie op vrijdagavond


de
drumsters die de show stalen

de
eilandbewoners spelen graag domino

een
verlichte pier, prima beveiligd!
Afscheid
Koolau
Ze
gaan weer terug naar Nederland om daar een huis en een auto
te kopen. Einde zeilcarriere?
Zondag
27 juni Vertrek naar Blanquilla (190 mijl)
Om
zes uur 's morgens is het zover. Drie andere boten denken
er net zo over. Onder het wegvaren maken we de parasailor
gereed. Het hijsen geeft problemen, de versterking van de
val tegen het schavielen wil niet door het oog in de mast.
Pas bij de derde poging als hij bijgeknipt is en met ductape
is gestroomlijnd gaat hij door het oog. Nu kan de val boven
in de mast niet zo makkelijk doorschavielen. Intussen zijn
we zo'n drie mijl achter op onze buddyboot, de "Nemo".
De parasailor zetten we aan de loefzijde op de boegspriet
zodat we als het moet tot 90 graden aan de wind kunnen zeilen.

onze
'buddyboot' "Nemo"

wij
vanaf de Nemo: we komen er aan...

en
gaan ze voorbij!
Dolfijnen
tussen de boten
We
lopen langzaam in als de wind wat toeneemt maar pas tegen
zes uur 's avonds halen we ze in. We hebben dan net radiokontakt
gehad. Ineens schieten een paar vinnen naast ons boven water:
dolfijnen! Ze spelen om onze boegen, op onze buddyboot zien
ze ze ook, zo dichtbij zijn we op dat moment. Als de show
voorbij is wordt de afstand tussen ons en de Nemo langzaam
groter. Zij gaan een hogere koers varen om de wind gunstiger
te laten invallen. Het wordt donker en we blijvan hun toplicht
zien.
Gevaarlijke
ontmoeting
Op
de een of andere manier houden we toch dezelfde snelheid.
Tegen drie uur 's nachts wordt ik wakker van het AIS-alarm.
Joke heeft de wacht maar hoort het kennelijk niet. Als ik
kijk op het scherm zie ik dat een grote tanker op 0,95 mijl
voor ons langs zal passeren. Als ik buiten kijk zie ik de
Nemo op meer dan een halve mijl recht voor ons! Een gevaarlijke
situatie voor hun! Niets op de marifoon te horen. Dan zien
we dat de Nemo zijn motorlichten aandoet, ze zijn dus wakker.
De tanker gaat voorlangs bij hun, het gevaar is geweken. Zouden
ze op dat schip iets gemerkt hebben?
Blanquilla
nadert
Tegen
zessen liggen wij weer voor. De zon komt op, helaas zonder
groene flits, Een lekker bakstag windje drijft ons vooruit,
de zee is rustiger geworden.
Tijd
om naar onze huisbioscoop te gaan. Het wordt Zorba de Griek,
een klassieker uit 1964. Pas als we Blanquilla op zo'n tien
mijl zijn genaderd wordt het zichtbaar. De eilanden Los Hermanos
zijn veel hoger en zagen we uren eerder aan de horizon. We
gaan om de noord om de kustwacht niet wakker te maken. Het
duurt weer even voor we de branding op de kust zien. Intussne
ligt de Nemo op iets meer dan een mijl achter en dat na 190
mijl!
We
ronden de noordpunt, trekken de parasailor aan en proberen
zo met halve wind bij de ankerplaats te komen. Als het neit
echt lukt is het tijd om hem naar beneden te halen. Intussen
is de wind ook toegenomen en staan er witte kopjes op de golven.
Een probleem ontstaat als de gelukkig reeds in zijn condoom
gehulde parasailor niet naar beneden wil, Ook als we voor
de wind draaien om de druk wat te verminderen blijft hij halstarrig
boven vastzitten. Uiteindelijk wikkeln we het hijstouw een
beetje om de condoom en motoren we de laatste mijlen naar
de ankerplek bij de drie palmbomen. We zijn verbaasd als er
niemand blijkt te liggen! De Nemo is ons intussen al zeilend
gepasseerd en ankert een mintuur voor ons. We zijn op ons
tussenstation na ruim 190 mijl.
Met
een mes de mast in
Richard
biedt aan te helpen want het is duidelijk dat ik de mast in
moet. Mes, tang en een blok mee om te zien of daar plaats
voor is. Eenmaal boven blijkt de versterking van keflar om
de val de boosdoener, Ondanks de ductape was toch de rand
van het keflar blijven hangen in het oog aan de mast. Het
oog is dus te klein maar ruimte voor het blok is er ook niet.
Met een vlijmscherp zeilersmes de keflarkous ceraf gesneden.
Gelukkig lagen we niet erg te rollen.
De
bovenste ruit van de verstaging blijkt niet onder spanning
te staan. Vreemd, hij is indertijd op St. Maarten door specialisten
gespannen. Het heeft nu geen konsekwenties omdat we met de
parasailor de masttop niet belasten dus kan het wel even wachten.
Elaine
vertelt laconiek dat ze de tanker de afgelopen nacht verder
weg inschatte. Ze deed de navigatielichten aan omdat ze slechts
een wit toplicht aan hadden. Volgens haar ging de tanker meer
dan een mijl voorlangs ... Als ik eerder was gealarmeerd door
de AIS had ik beslist de tanker aangeroepen, stel je voor
een aanvaring midden op zee voor je ogen!
Na
het alkoholloze bezoekje aan de Nemo gaan we de kant op. We
denken de sporen van een schildpad te kunnen zien want er
staan wat stokken en een rood vlaggetje erbij. Het blijkt
een soort tuintje te zijn van iemand die zich daar heeft uitgeleefd.
We maken een strandwandeling langs de grillige koraalrotsen,
gaan iets landinwaards naar een paar zoutpannen. In de verte
horen we ezels balken en ook zien we hier en daar wat uitwerpselen.
Wilde ezels op een nagenoeg onbewoond eiland. We zijn nog
steeds verbaasd over het feit dat we alleen zijn in deze prachtige
natuur. Je gaat je afvragen of er iets gebeurd is of dat er
heel slecht weer aankomt. We maken mooie foto's van de namiddag
zon achter de twee boten, de twee palmbomen aan het strand
- in de pilot wordt nog over drie palbomen gesproken.




herken
je de sneeuwman?

volgens
de pilot drie palmbomen
De
tweede etappe, naar Bonaire (210 mijl)
De
Nemo vertrekt al om half vijf, wij gaan om zes uur anker op,
maar ook dan is er nog geen wind...

dauw
op het dek
We
motoren urenlang, kijken intussen weer een een film, dit keer
"Beperkt houdbaar", een antireklame film over de
kosmetische industrie en de bizarre ingrepen van plastische
chirurgen om vrouwen een jonger uiterlijk te geven en zelfs
om hun uitwendige geslachtsorganen "mooier" te maken.
Pure business, zeer verwerpelijk in onze ogen.
Na
14 mijl motoren komt een zuchtje wind en kan de parasailor
het werk overnemen.
Om
een uur of elf komt een groep dolfijnen met zeer spitse snuiten
ons verblijden met hun capriolen voor de boeg. We fotograferen
en filmen dat het een lieve lust is. Dit is zeezeilen! Tegen
twaalven zakt de wind in en maken we met een aarzelende parasailor
nog geen drie knopen. Motoren dus. Een paar uur later haalt
een dreigende zwarte lucht ons in en worden we copgefrist
door een lichte bui. Als die over is weer een blauwe hemel,
maar geen wind. Tegen de tijd dat de bakboordmotor begint
te sputteren, het is dan a zeven uur 's avonds, steekt een
licht briesje de kop op en kan de parasailoor weer omhoog.
Wat een rust na al dat motorlawaai. Als om even over half
tien de maan opkomt verbleken de sterren.




lekker
spetteren!
Na
het verboden veiland Ochilla te zijn gepasseerd komt uren
later Los Roques in het zicht. Ook hier gaan we bovenlangs
en maken soms snelheden boven de zes knopen terwijl onze vriendjes
onderlangs in de windstilte motoren. We zijn omstreeks drie
uur bij Granb Roques en verleggen de koers iets zuidelijker
naar Aves de Barlovento, het vogeleiland. De boot wil niet
op koers blijven liggen, de stuurautomaat houdt het voor gezien.
Na vruchteloze pogingen maar met de hand blijven sturen, nog
een dikke 80 mijl. Een ouderwets genoegen? Barlovento komt
in het zicht als we er zo'n tien mijl vanaf zijn. Het maakt
het sturen wat makkelijker met een doel voor ogen. We herkennen
de oostpunt waar we vorig jaar zo genoten hebben. Ook hier
opvallend om geen masten van boten te zien, ook niet als we
de vuurtoren zijn gepasseerd en er zelfs geen Venezolaanse
vissers liggen.
Op
naar Sotovento, het duurt even voor het in zicht komt. Ook
hier passeren we de bekende oostpunt waar we heerlijk hebben
gewandeld over de koraaldijk, het strand en om de lagune.
Maar vreemd genoeg, geen spoor van boten, zelfs de Mabel die
we hier verwachten is er niet.
Weer
haalt een dreigende lucht ons in. Op de radar heeft de bui
een snelheid van ongeveer 20 knopen, voor de parasailor geen
punt. We loeven wat op om het centrum van de bui onder ons
langs te passeren. Het lukt prima, wel zitten we ongewild
dichtbij de kustwachtpost op het westpuntje van Isla Larga,
ooit Hollands bezit. We hebben de marifoon niet aanstaan,
zijn het af en toe opschrikken door de radde conversatie in
het Spaans van nabije vissers zat.
Het
allerlaatste stuk: Aves Sotovento naar Bonaire (33 mijl)
Het
valt niet mee tegen de zon in naar de zuidpunt van Bonaire
te sturen. Het water glinstert, een zonnebril is niet overbodig.
We scheren over een rustige zee naar ons einddoel. Eenmaal
Bonaire in zicht is het op het voordek proberen de zo bekende
kust langzaam maar zeker te zien verschijnen een bijzonder
genoegen. We sturen op de Willemstoren en de hoge radartoren
aan en even over zessen passeren we de zuidpunt!
Het
zonlicht wordt al wat geler. We zien de bekende slavenhutjes,
herkennen de kust. We halen de schoot aan en met 90-100 graden
aan de wind en snelheden tot net onder de tien knopen vliegen
we over een nagenoeg gladde zee richting Punt Vierkant. De
zon zakt verder en het tafereel is zeer fotogeniek. Als we
nog hoger moeten valt de parasailor in en is het tijd om hem
te bedanken dvoor de ongekende service de afgelopen vier dagen.
De zon gaat ook meteen onder en we motroten de laatste drie
mijl naar Kralendijk. Om nu nog de genua uit te rollen vinden
we te fanatiek, al had het gekund.

de
parasailor als halfwinder: met 9 knopen richting Punt Vierkant

in
bedwang!
Joke
maakt kontakt met de Nemo en zij hebben een plekje naast hun
vrij. Hun ankerlicht gaat aan en een paar mijl verder zien
we een rubberboot op ons afkomen. Ze gidsen ons naar de plek.
Dan klinkt vanaf het water: "welkom Zeevonk", we
herkennen de stem van Rudi van de Lizzy die ons vorige keer
bij de nachtelijke aankomst hier opving. We maken de lijnen
aan de mooringballen vast met hulp van Richard en Elaine in
hun rubberboot. We zijn er!
Later
haalt Rudi ons op en drinken we een glaasje aan boord van
de Lizzy: welkom thuis!