Reis naar de zon deel 14
St. Lucia
vrijdag 31 december
Vanaf de ankerplek naast het Pigeon Island zo het water in en snorkelen tussen koraal en grote vissen: red snappers, een gespikkelde rog, etc. Het wordt tijd dat we een Engelstalig boek met inheemse vissen vinden. Op Martinique had de duikwinkel alleen Franstalige boeken, voor iemand met een paar jaar Frans niet te begrijpen. Het water is er niet zo helder als eerder, waarschijnlijk door de swell die de hoek om komt en dan een beetje branding veroorzaakt. We waren nog niet aan boord of een bootje met duikers arriveerde hetgeen iets zegt over de kwaliteit van de plek. Nu wordt het tijd om Pigeon Island te verkennen, vroeger was het de belangrijkste basis van de Britse navy in dit gebied. Het is in beheer van de St. Lucia National Trust en is zeker een bezoek waard. Ondanks de hitte werden de twee bergtoppen bewandeld met als beloning schitterende uitzichten zowel over de baai met Zeevonk als Martinique. Aan de voet van de steiger was een restaurant met verrukkelijke mixen en een pauze in de schaduw op stoelen gemaakt van oude karrewielen was zeer verdiend na al dat zwoegen. Tijd voor een laatste bezoek aan de lagune om te winkelen. Gelijk met ons kwam de Adagio binnen. De Vrijheid lag al in een box met de Franse vrouw van de schipper aan boord. Vlak voor sluitingstijd bezochten we de supermarkt en de shipchandler. Ook hier geen ankerlier op 24 volt te krijgen, wel kwamen we verder met keuzemogelijkheden en werd ons uitgelegd hoe hier bestellen in Europa in zijn werk gaat. Onderweg naar de Zeevonk kwam zowaar de Arpeggio binnen, een kort maar warm weerzien met George en Melanie die tijdens de oversteek ons per radio hadden gesupport.
We zeilden in de namiddag naar de door iedereen geprezen Marigot Bay, ook nog een beroemd hurricane hole - een veilige plaats om met je schip te liggen tijdens een hurricane. De kust van St. Lucia was net iets meer dan heuvelachtig met hier en daar een strand er voor. Overal verspreide huizen tussen het groen gaven het een wat rommelig aanzien. De ingang van de baai was verborgen tussen het groen maar ook hier bewezen uitvarende schepen ons een dienst zodat het al van verre duidelijk was waar we naar toe moesten koersen. Het lag in de ingang al vol met schepen en direkt kwamen er bootjes met de bekende boatboys op ons af. Als eerste dienst werd ons aangeboden ons naar een boei te brengen want het was zo vol... We gaven aan eerst zelf te willen kijken en zowaar aan de rand van de kom was voldoende ruimte om te ankeren, geen boei nodig. Joke wilde nog mango's hebben en er werd druk over onderhandeld. Nelson was onze boatboy maar volgens mij kocht ze het van een die aan de andere kant van de Zeevonk hing. In de toegang van de kom lagen drie Nederlandse schepen: de Passaat, de Caribean Kiss en een tweede schip van Berend Botje, alle drie Nederlandse kollega's. Hoewel druk en vol was de entourage voor de jaarwisseling heel bijzonder. Van drie kanten kwam muziek van de terrassen aan het water maar gelukkig van een kleiner volume dan we in Barbados gewend waren. De maan kwam ook nieuwsgierig boven de bomen en het wachten was nu op 2005. Om zeven uur getoeter, het was 2005 in Nederland, Duitsland, Noorwegen en Frankrijk.
Twaalf uur, het jaar 2005 licht aan onze voeten. Met het seinpistool vuren we lichtkogels af, met toeters en geknal van champagnekurk verdrijven we de kwade geesten. Daarna de Nieuwjaarsduik en een rondje zwemmen om de boot, voor naturisten een droomstart. Het vuurwerk om ons is van een goed niveau met een omvang die past bij dit dorp en zijn restaurants. Van een enkel schip wordt een oranje handstakellicht ontstoken, parachutefakkels of lichtkogels blijven zuinig bewaard. Met de bijboot naar de andere Nederlanders, niemand thuis. Dan naar het terras met de meeste live muziek. Dansende schimmen blijken ook nog Nederlands te spreken. De bemanningen van de schepen van Berend Botje vieren uitbundig hun feest, over een paar dagen is hun vakantie ten einde.
zaterdag 1 januari
Langzaam maar zeker ontwaakte de Marigot Bay. Een grote ijsvogel bekeek alles rustig vanaf een hoge positie. We kregen bezoek van boatboys die espektievelijk brood, vruchten en halskettingen verkochten. Een waar spel tussen de boatboys die duidelijk territorium gedrag vertoonden.
Wij gingen niet aan land en zeilden naar het zuiden, op relatief korte afstand liggen de Pitons, twee rustende vulkanen bij het plaatsje Soufriere. Onderweg mooie stranden en kleine baaien. Een gemotoriseerde boatboy - met 60 pk Yamaha achter zijn snelle slanke in primaire kleuren beschilderde boot - kwam ons al vroeg vertellen dat de boeien bij Souffriere bezet waren en dat wij hem moesten volgen. Met de verrekijker de oever afzoekend zag ik lege boeien ten zuiden van het plaatsje maar kon niet onderscheiden of ze wit met een blauwe rand waren, de verplichte boeien alhier. We volgden en kwamen aan de boei tussen andere schepen, een andere boatboy nam onze achtertros - 5 lijnen aan elkaar - en knoopte die aan een palmboom. Hij bood ons bruine en groene kokosnoten aan, de laatste wilde hij wel uit een boom snijden. Hoeveel moet het kosten vroegen wij. Wacht maar was zijn antwoord en hij klom blootsvoets tegen een stam omhoog en we konden een voor een de ckokosnoten uit de boom zien ploffen. Op zijn surfplankje kwam hij met machete en de kokosnoten gewapend terug. Hij hakte een bruine open, liet ons ervan drinken en maakte het witte vruchtvlees los. Heerlijk. Toen de groene: hierin zat alleen vocht, dat zou een reinigende werking hebben op de nieren, het smaakte goed. Het vocht van de bruine was goed voor het geheugen, werkte op de hersenen volgens hem. Verkooppraatje of niet, we moesten er aan geloven. De andere boatboy drong ons een drie urige tocht met bezoek aan een waterval met zwemmen aan de voet ervan, een bezoek aan de bodem van een vulkaan met hete modderpoelen en een bezoek aan de botanische tuin op. Joke zocht alles op in de boeken en kwam tot advies: morgenochternd doen! De afspraak werd: we worden om 8 uur met een bootje afgehaald en maken een rondrit met een busje langs bovengenoemde doelen waarbij de toegangsprijzen inclusief zijn, dit alles voor US$ 25 p.p.
Bij de Kleine Piton was een duik- en snorkelplaats waar we probeerden onze viskennis verder uit te breiden en inderdaad, er kwamen weer nieuwe soorten bij. Tegen zonsondergang kregen we bezoek van een schildpad doch deze verdween schielijk toen een van ons het water in dook en hem tegemoet zwom. De boatboy die voor ons kokosnoten uit de palm had gehaald bleef kamperen op het strand en zat te dommelen. Tussen de palmbomen had hij een zeiltje gespannen en je zag hem daar rondscharrelen. Tegen de avond maakte hij een vuurtje. Was dit zijn leven?
zondag 2 januari
We stonden op tijd klaar gewapend met camera's, zwemspullen, water en een banaan. De taxi bleek een zeer oud busje, de chauffeur overlegde met ons over onze wensen en daar gingen we, de berg op naar de waterval. Deze bleek niet ver en nadat de schoonmaker klaar was konden we afdalen langs een keurig betonnen pad dat overging in een prima onderhouden grintpad. Bij de waterval waren betonnen basins, iets wat je helemaal niet verwacht. Onze chauffeur had geen bezwaar tegen ons adam- en eva kostuums, hij zou wel opletten. Het water dat van de rotsen kwam was heerlijk warm en kletterde op je bast, om uren onder te zitten. Een fantastisch begin van de dag.
Opgetogen stapten we weer in de taxi die ons nu naar de bodem van de vulkaan bracht. Hier was zelfs een slagboom en nadat de chauffeur had betaald ging deze open en kregen we een gids. Deze gidsen zouden een speciale scholing hebben moeten doen om de toeristen goed te kunnen informeren. Simon deed zijn werk goed: de opborrelende modder bleek 170 graden, het gebied er omheen zat vol met allerlei zwavelkristallen in allerlei kleuren. Nadat er iemand door een korst was gezakt en half verbrand er uit kwam is er een omheining geplaatst en mag je alleen op afstand kijken. In een basin met zwavelhoudend modderwater waren een paar mensen aan het baden, het werd ons niet aangeboden en gezien de toeristische drukte hadden we geen grote behoefte.
De weg naar de botanische tuin was recent geasfalteerd en verbreed. We mochten onderweg nog even van het schitterend uitzicht over de baai van Soufriere genieten. We kochten bij een stalletje aldaar een cacaostick om chocolade van te koken. In Souffriere reden we langs een volle kerk, het merendeel van de mensen hier is godsdienstig merken we. In hun beste kleren gaan ze naar de kerk. Heel tegenstrijdig als je ze hiermee in de achterbak van een pickup ziet zitten. Bij de ingang van de botanische tuin, alweer een slagboom waarachter op een veranda twee dames zaten waar we konden betalen. De gids was niet komen opdagen volgens hen en we moesten maar op eigen gelegenheid rondkijken. De tuin, park maar eigenlijk nog natuurlijker dan dat was schitterend. Overal de mooiste bloemen, bomen en struiken met hier en daar een bord met toelichting. Het geheel was goed onderhouden en echt een lust voor het oog. Verspreid over het terrein zitjes, prieeltjes en een slingerend pad dat ons naar baden met zwavelhoudend water voerde en vervolgens naar watervallen waarin je niet mocht baden. We waren ietwat teleurgesteld vanwege onze eerdere ervaring die ochtend maar de omgeving hier was zo overweldigend dat we er snel over heen waren. De terugtocht ging weer over Soufriere waar we even ansichtkaarten konden posten. Het uitstapje was een succes.
De oversteek naar St. Vincent in de middag werd geteisterd door weinig wind en een loszittende zeillat zodat we besloten de kust van St. Lucia te volgen tot de zuidelijkste haven, Vieux Fort. Aangeprezen door de boeken als niet door toeristen ontdekt en een bijzondere eetgelegenheid bezittend ankerden we naast een strandje naast twee Canadese jachten. We snorkelden naar het verlaten strand waar we de geneugden van de middagzon over ons heen lieten komen. Opvallend was dat het er vol lag met skeletten van zeeegels en grote conch schelpen. Helaas mogen beide niet worden geimporteerd in Nederland. Onderweg kregen we trouwens een lijn van een visboeitje in de schroef waarop de motor akuut stopte. Heerlijk om dan de motor hydraulisch uit het water te heffen en tijdens het varen de schroef weer vrij te maken. Daarna gingen we ten anker bij de vissershaven en gingen we aan land. Meteen kwamen inheemsen op ons af met adviezen en aanbiedingen, een daarvan bleek achteraf aan te bieden om op onze rubberboot te passen. We verkenden het stadje gelegen aan de internationale luchthaven. Ons zoeken naar het betreffende eethuis werd niet gehonoreerd: gesloten. Uiteindelijk kwamen we terecht bij een soort eetcafe waar we aan de kip gingen. Een oud baasje van 72 kwam ons zijn levensverhaal vertellen: tien jaar in Londen gewoond, gewerkt en gestudeerd (?). Iedereen kende hem: mister James. Hij bracht ons nog een stukje naar de boot, dwars door een sloppenachtige buurt waar we zonder geleide niet snel in zouden gaan. Bij de vissershaven zat een van de aanbieders eenzaam op een bolder. Op dat moment was het niet duidelijk of hij al die tijd op ons bootje had gepast. Joke maakte een praatje en pas nadat we vertrokken bleek uit zijn gedrag dat hij een tegenprestatie had verwacht, een vervelende situatie waarbij hij duidelijk kwaad weg liep.
maandag 3 januari
Het grootzeil werd zo goed mogelijk met de naaimachine op dak gerepareerd, een hele klus met dat stugge materiaal. Na een poging tot snorkelen in troebel water vertrokken we naar St. Vincent. Onderweg dikke windkracht vijf achter zodat we vrij snel de oversteek maakten. We werden bij St. Vincent verwelkomd door een paar buien met laaghangende regenbogen getooid. Pas halverwege het eiland konden we de Wallilabou Baai invaren. De boatboys komen hier roeiend naar je toe. Een schip met een Noorse vlag ankerde als eerste, daarna draaiden wij met de kop naar de zee en konden de aan elkaar geknoopte lijnen aan de wal worden vastgemaakt. Intussen was de Noor al weer een stuk van de kant. We lagen aan de decors van de "Pirates of the Caribbean", althans wat er van over was. Een prachtige plek maar behalve een restaurant een een douanekantoor was er niets. Even later kwam een van de Noren vragen of iemand van ons kon duiken: hun anker was met de totale ketting overboord gegaan, de stalen ring waar de borg aan zat was afgebroken. Een plaatselijke duiker had al even gezocht maar had onvoldoende lucht in zijn duikfles en moest opgeven. De plaats was redelijk bekend, de diepte was er 22-24 meter. Er bleek een Nederlandse inval-schipper aan boord en we spraken af dat hij voor een volle duikfles zou zorgen en voor het duiken zou betalen, ongeacht of het succesvol was. Gelukkig hadden we een duiklamp aan boord en met hulp van ons kleine ankertje konden we de plaats ongeveer bepalen. Beneden was het al redelijk duister doch na een kwartier zoeken op de onderzeese helling zag ik iets blinken: een gloednieuwe ankerketting. Deze een aantal slagen om het kleine anker gewonden zodat hij daarmee omhoog konden worden getrokken. Vanuit hun rubberboot lukte dat een heel eind maar het geheel was veel te zwaar. Het uiteinde kregen we boven water zodat we deze weer via de ankerlier naar binnen konden draaien. Aktie geslaagd! De duikwinkel ter plekke bleek opgeheven zodat we elders maar moeten kijken. De Noren waren erg dankbaar dat het anker letterlijk weer boven water was en naast de betaling kregen we nog 50 EC$ fooi. Ieder tevreden.
dinsdag 4 januari
De schipper van de Noren Rafael bood zich meteen aan als maat op de Zeevonk nadat hij onze folder had bestudeerd. Na het ontbijt met gebakken ei en spek, in plaats van de zelfgemaakte yoghurt die zuur was geworden, op snorkelexpeditie. We sleepten de Noren die ook al een gammele buitenboordmotor bleken te hebben. Redelijk veel vis gezien maar ook het koraal was niet exceptioneel. We raken al aardig verwend. Op de genua naar het zuiden maar het betrok en werd vlagerig. Young Island en de Blue Lagoon lagen te veel in de wind, reden om het plan bij te stellen: op naar Bequia, Admiralty Bay, Port Elisabeth. Grootzeil omhoog, genua eerst iets ingerold doch al snel verwisseld met de fok. Gemiddelde snelheid tussen 9 en 10 knopen. De baai lag vol, we herkenden de Stentor uit Sneek waar we onderweg radiokontakt mee hadden. Ons ankeren ging niet voorspoedig: hij bleef ergens achter hangen. Dus weer de duikspullen uit de kast en ja hoor, hij zat achter een betonblok met een ketting. De grijze lucht begon te lekken en een Nederlands regentje daalde op ons neer. Tijd voor soep! Een goede gelegenheid om touwwerk te vlechten, knopen en splitsen onder muzikale begeleiding van de trekzak. We besloten aan de wal te dineren en gingen op zoek naar een geschikte gelegenheid. Op het balkon van een internetcafe streken we neer en wie schetst onze verbazing toen bleek dat de Noren van de Seaqueen III er ook zaten. Zij vertelden dat ze studeerden voor ingenieur in Trondheim en de donkerste dagen aldaar waren ontvlucht maar hun semester begon al weer snel. Zij waren in het decor van de Pirates gaan kijken en ontdekten dat veel stenen muren, bruggen, etc. van plastic waren. Na een geanimeerd gesprek togen we naar een echt restaurant voor het diner. Hier hing een soort clubsfeer. De kip smaakte uitstekend. De koffie als afsluiting was ronduit een slappe bak en gezien de kwaliteit van de rest van het eten hoort het hier misschien zo. Tussen de buien door kwamen we weer aan boord.
woensdag 5 januari
Murphey dag. In het internetcafe geen succes met de aansluiting van de laptop. Na een uur proberen de instellingen zo te krijgen dat er een LAN-verbinding tot stand kwam, mede geholpen door enkele semi-deskundigen was ik nog geen stap verder.
De duiktank vullen was een klus van 10 minuten tegen betaling van 18 EC$, ongeveer € 6. De bemanning van de Stentor vertelde dat zij in Harlingen bij ons aan boord zijn geweest en hun opstapper heeft zelfs jarenlang met zijn jacht in de Noorderhaven gelegen.
Het anker op gaat steeds geroutineerder maar toen bleek dat de SB buitenboordmotor niet goed in zijn achteruit kon. Hij had dit eerder vertoond, toen bleek de kabel te stroef. Vervolgens bleef het roer rechuit staan - ook eerder gebeurd, de koppeling met de hydraulische cylinder BB los. Gelukkig geen wind op de ankerplaats want manoevreren op één motor is wat lastig. Nadat alles geklaard was achter de Stentor aan richting Wallilabou Baai. Een paar mijl voor St. Vincent liet de wind het afweten en weer verder kwam hij zelfs uit het NW. Op de weerkaarten niets bijzonders te zien maar om aan lager wal in een baai te liggen was geen prettig vooruitzicht. Ook de Stentor dacht er zo over en we bogen af naar Young Island met daar achter Blue Lagoon. In de laatste regen arriveerden op deze schitterende plek. Met het bootje naar het uitnodigende strand van Young Island, gewapend met beach volleybal. De konditie bleek aardig achteruit gegaan. Een van de gasten was gewapend met kijker en fototoestel de trappen naar de top opgegaan doch halverwege glipte de camera uit zijn zak. Zoeken tot de duisternis in viel, voorlopig zonder resultaat.
donderdag 6 januari
Voor vertrek eerst terug naar Young Island op zoek naar de fotocamera. Het lot was ons gunstig gezind: hij lag bij de receptie en deed het nog. Even snorkelen om te zien of we geen wonderschone koralen zouden missen, maar het water was troebel. Om uit te klaren naar de hoofdstad van St. Vincent: Kingstown. In de lelijke haven lagen wat roestige coasters en een vijf mast klipper voor anker. Aan de veerboot steiger lagen een paar ferries te piepen en werd druk gebikt. Een uurtje aan de kant liggen was vanwege de swell geen pleziertje dus tijdens Joke's bezoek aan de doaune maar standby in de haven gedraaid.
Tegen twaalven konden we eindelijk vertrekken en zeilden we langs de westkust van St. Vincent. De windrichting was niet echt gunstig met als gevolg dat de oversteek naar St. Lucia ons een kleine 15 mijl uit koers bracht. Het zeegat tussen de eilanden was ruw en zowaar de eerste zeezieke meldde zich. Tegen de duisternis zagen we grote regenwolken boven St. Lucia Omdat de wind steeds ongunstiger werd en ook nog afnam terwijl de golven bleven besloten we tot een experiment: recht tegen de wind en golven naar de Pitons, de kenmerkende bergen aan de zuidpunt. Het duurde uren maar het lukte, de lichten van Soufriere werden steeds duidelijker en zowaar de eerste boatboy dook op uit de duisternis. We moesten maar het licht van zijn mobieltje volgen! We wilden ankeren bij het strand en met een keurige draai parkeerdenc we de Zeevonk tussen de andere jachten, anker ervoor en achter een lijn aan een palmboom. Onze Franse buren begonnen vrij snel te mekkeren dat we te dichtbij lagen en omdat de ander buur ook wat makkelijk heen en weer zwiepte toch maar anker op, maar nu in de stromende regen. Achter de volgende boatboy aan naar ankerboeien bij de vleermuizengrot doch alles vol. Toen naar de haven bij het dorp zelf. De regen was nu zo dicht dat het zicht minimaal was. Tegen de wind in draaiden we met de achterkant naar de steiger en we lagen te plek, weliswaar ingeklemd tussen de bootjes maar daar zijn stootwillen voor. Verschillende boatboys kwamen hun geld ophalen omdat ze toch wel erg hard in de stromende regen aan de lijnen hadden getrokken terwijl hun eten stond koud te worden...Ook mensen van het Marinepark kwamen een donatie ophalen, de boei waaraan we waren afgemeerd werd door hen onderhouden.
vrijdag 7 januari
De dag begon met regen. Om een uur of tien kwam de douane vragen wanneer we langs kwamen want we lagen er toch al een tijd, net toen wij twijfelden of we ons wel moesten melden of maar gewoon moesten vertrekken (zonder te betalen uiteraard). Joke met de papieren de wal op, de gasten het dorp in. Aan de haven was het een aparte bedrijvigheid: boten werden in het water getrokken, motorbootjes vertrokken en op de wal overal groepjes mensen, vooral mannen die kennelijk niets te doen hadden. De deuren van de kantoortjes van politie, douane en van een zeilcharter stonden uitnodigend open. Om elf uur zouden de grote chartercatamarans uit het noorden arriveren.
Wij vertrokken in de regen en konden al vrij snel langs de westkust zeilen. We passeerden mooie duiklokaties, prachtige stranden en na een uur de ingang van Marigot Bay waar we oudejaarsavond vierden. Castries, de hoofdstad lieten we rechts liggen. Net daarvoor kwamen we alweer de witblauwe vijfmaster van de Starlines tegen, die het leek wel speciaal voor ons, alle zeilen bijzette en als een witte wolk op 100 meter voor ons langs voer.
Na Pigeon Island aan de noordwest punt van St. Lucia, werden de golven hoger en steiler. De genua rolden we een stuk in om de klappen te verminderen. Midden in het zeegat werden de golven langer en konden we weer vaart maken. De wind draaide ongunstig voor St. Anne meer in het oosten en we waren blij voor het donker Diamond Rock te kunnen halen, de eenzame rots waarop de Engelsen een minivesting hadden die zo lang stand hield tegen de Fransen.
De baai van Petit Anse d'Arlet op de zuidwestpunt van Martinique kozen we als ankerplaats, hier waren we tien dagen geleden zo onder de indruk van het oorspronkelijke dorpje en het glasheldere (snorkel-)water. Op het moment dat het anker viel daalden de eerste regendruppels op ons neer en tijdens het diner aan de wal goot het bakstenen. Dit is al de derde dag dat het weer van slag is. Achter ons ankerde de grote catamaran Akka die we vorig jaar op St. Maarten zagen en die dezelfde dieselbuitenboord motoren heeft, weer even praatje gemaakt. In verschillende havens vroegen de boatboys/vissers hoe de dieselbuitenboordmotoren bevielen, etc. Hun 60-75 pk benzine buitenboords zijn waarschijnlijk wat dorstig en meer storingsgevoelig.
zaterdag 8 januari, wisseldag
Gewekt door de regen en de kerkklokken van het dorp. De plaatselijke vissers waren rondom bezig met het uitzetten van hun netten, zodra de cirkel gesloten was trokken ze op de hand het hele zaakje weer naar binnen. Wij besloten te snorkelen op hetzelfde fantastische plekje als op de heenreis: hier was het prachtig helder water en waren er tussen het koraal vissen in overvloed. Weer konden we de mooiste plaatjes schieten met de onderwatercamera. Ieder enthousiast. Op de genua richting Fort de France voor het inklaren. Onderweg werden we nog ingehaald door een kleine zzesleper, de "Vlieland" onder Deense vlag.
Bij het fort lagen een tiental jachten, maar geen echte bekenden. Wel werden we vlak voor het ankeren over de marifoon opgeroepen door de Paseafic van Patrice en Annemaree die in Las Palmas onze achterburen waren. Ze hadden ons voorbij zien komen en wilden graag horen hoe de oversteek was. We zien ze maandag. Het was nog tijd om Fort de France te verkennen maar eenmaal op de wal kletterde een forse langdurige bui op ons neer zodat schuilen onder het afdak van de ferry de enige ware optie bleek. De watersportwinkel waar kon worden ingeklaard bleek gesloten op zaterdagmiddag dus tijd om de tegenoverliggende zelfbediening te plunderen. De bagage van de vertrekkende gasten opgehaald en ze naar de taxi gebracht.
Je gaat je dan goed realiseren wat een intensieve twee weken het waren en hoeveel we hebben meegemaakt. Als geheugensteun kregen ze drie cd-roms mee met foto's als souvenier van deze zeer geslaagde reis.
zondag 9 januari
Al vroeg de laatste gast met de taxi naar het vliegveld waar hij de bagage dropt en dan nog een dagje Martinique - rummuseum enzo - heeft. Wij hoorden een enthousiaste stem uit luidsprekers schallen en dachten aan een godsdienstoefeningen. Toen na een uur het luider en wisselender werd en we in de verte wielrenners voorbij zagen snellen viel het eurodubbeltje: een heuse wegwedstrijd met rondjes langs het water. Ook vandaag lieten de regenbuien niet verstek gaan. Vanwege de heftige zon hadden we de bimini gespannen en deze fungeerde nu als wateropvang zeil: in een mum drie grote flessen van 5 liter vol met hemelwater.
laatst gewijzigd: 25/02/06