Reis naar de zon deel 19
Îles des Saintes-Antigua-Barbuda-St. Barth-St. Maarten
vrijdag 4 maart
Bij het schoonmaken van het onderwaterschip werd ik verrast door een vijftigtal kleine inktvissen cie van geen wijken wisten. Ze lieten zich dan ook makkelijker fotograferen dan hun volwassen familieleden.
inktvissen op 50 cm!
Het koeren van franse tropische duiven lieten we al vroeg achter ons. We zetten koers naar de vuurtoren die gisteravond al naarf ons knipoogde: de zuidwest punt van Guadeloupe. De 3-4 Bft pal achter zorgde dat we de oversteek heerlijk genietend van de koffie, de koele bries en het uitzicht op de trampolines doorbrachten. Langs de westkust bleef het nog even waaien tot we teveel in de windschaduw van de vulkanen kwamen. De wind viel weg, draaide, zodat we de genua bak zetten met de boom erin. Dit duurde nog geen halfuur, de wind viel weg en kwam toen net als de vorige dag uit N-NW!
Het laatste stuk naar Pigeon Island met het Jean Costeau Marine Park moest een motor erbij: pal in de wind, kracht 2 Bft. Pigeon Island heeft een klein kommetje met boeien voor duikschepen, deze waren alle vrij dus...vastmaken en te water! Het glasheldere water zat vol met vis, ook grotere dan we gewend waren. Een kleine barracuda wilde niet op de foto, de meeste vissen gelukkig wel.
snorkelvis
Zeevonk bij Pigeon Island
onderwaterlandschap
doktersvis met gele stekel bij de staartvin
Net toen we het water uitgingen kwamen een boot met duikers, een paar glassbottom boten en nog een bootje om de hoek. Tros los en wij verder naar de baai van Deshaies in het noorden van Guadeloupe. De NW hielp een heel stuk, zodra hij inzakte rolden we de genua in, lieten we het grootzeil zakken om komplikaties te voorkomen. Er kwam namelijk een zeilboot uit het noorden met oostenwind. Na een ti-punch op het voordek de wal op, allereerst naar de douane. Hier werden we uitermate vriendelijk ontvangen door een heer in burger terwijl het al bijna zes uur was. De ondergaande zon zagen we dit keer van een moderne aluminium boogbrug. Na een bezoek aan de plaatselijke Spar in het donker terug. Het glaasje witte wijn in de kuip smaakte voortreffelijk. weer een prachtige zeildag achter de rug.
zaterdag 5 maart
Regenwolken boven de bergen, geen ochtendzon vandaag. Het water is niet zo helder als we gewend zijn, snorkelen maar een andere keer. We hijsen het anker voor de overtocht - ten oosten van Montserrat over de Atlantische Oceaan - naar Antigua, het eiland waar de Engelsen onder Nelson hun thuishaven hadden. De overtocht is ongeveer 40 mijl en met de passaatwind uit het oosten doen we er minstens vier uur over. Als we Guadeloupe een paar mijl achter ons hebben zie je het daar regenen, wij krijgen geen spatje. Vissers zijn bezig hun kooien te legen. Overal zie je hun boeitjes. De wind is maar zwak achter het eiland en een Amerikaan neemt niet eens de moeite om zijn zeilen te hijsen. Een fanatieke Engelsman zeilt wel totdat de wind afzakt tot onder de 5 knopen. We doen ongeveer gelijktijdig de motor aan in afwachting van meer wind. Inderdaad komt de wind even terug tot 10 knopen, motor uit en weer een kwartier zeilen. Dan geeft de wind definitief de geest! Nagenoeg windstil op de oceaan. Ineens vinnen boven water, lui bewegende walvissen? Geen spuiten dit keer maar wel groter dan dolfijnen en een heel ander gedrag. Ze komen tot vrij dichtbij. Een tijdje later springen grote dorades - blauwe flitsen van minstens een meter - uit het water: een prachtig gezicht. Worden ze opgejaagd? Uren later nog een groepje kleine walvissen en een schildpad met jong.
Intussen varen we nog steeds op de motor in de brandende zon. De Engelsman vaart een paar honderd meter voor ons. De bimini op het voordek biedt ons wat koelte en een prachtig uitzicht op Montserrat. Grote rookwolken boven de nog werkende vulkaan maar veel minder dan vorig jaar toen we Montserrat bezochten en er net een periode van grotere aktiviteit was. Antigua wordt steeds duidelijker aan de horizon. Met nog tien mijl te gaan komen er rimpeltjes op het water en langzaam maar zeker tien knopen wind. We kunnen weer zeilen. Hij komt uit het zuidoosten, dus tijd om de halfwinder te voorschijn te halen, kan die worden gelucht. De halfwinder met zijn littekens van de oversteek staat er goed bij. Langzaam maar zeker lopen we in op de "Ripple", we hebben waarschijnlijk hetzelfde waypoint want onze koersen zijn nagenoeg identiek. De ingangen van English Harbour en Falmouth Harbour zijn nu goed zichtbaar. Ook zien we meer bootbewegingen nu we het eiland naderen. We kiezen voor Falmouth Harbour om aan het strand te kunnen liggen en om niet tussen de megajachten terecht te komen.
Voor we binnen varen trakteert Joke op ijs: een nieuw eiland voor ons! De baai oogt wat rommelig maar bij het strand is ruim plaats. In de verte zien we Montserrat liggen, wat een uitzicht. Met de rubberboot naar de kant, laverend tussen de megajachten die hier met bosjes aan de steigers liggen. De restaurantjes maken zich al op voor het diner, de lichtjes gaan aan. Bij een terras boven het water is het een drukte en lawwai van belang. Op dit voorheen Engelse eiland kennen ze weer het "happy hour", Fransen willen daar niets van weten. Er ligt een aantal rubberboten aan de steiger, opgewonden bootjesmensen dus. We komen bij een slagboom en vragen naar de douane. Natuurlijk al gesloten maar de slagboom gaat voor ons bootjesmensen gratis omhoog en we betreden de "Dockyard", de oude werf waar de beroemde admiraal Nelson ooit verbleef. Prachtige al dan niet gerestaureerde gebouwen van honderden jaren oud. Een genot om op deze historische plek te lopen. Het echte museum is gesloten, proberen we morgen wel. Na een rondje de sfeer van deze plek te hebben opgesnoven gaan we door een poortje met daarachter een prachtig gelegen terras. De cider die we hier dachten te drinken werd witte wijn, "sir, we zijn hier niet in Engeland maar in de Carieb!" Terug langs de nu lege stalletjes waar overdag de T-shirts worden verkocht aan bezoekende toeristen. Nu weer uitkijken voor de enkele passerende auto die plotseling links blijkt te rijden. In het donker terug naar onze ankerplek. De maximum snelheid van 5 knopen overschrijden we ruimschoots nadat we steeds meer planerende dinghies om ons heen zagen.
Het internetten is nu weer een probleem. Via AT&T Wireless kunnen we geen verbinding krijgen. Wel flitst steeds een Wifi verbinding aan met de naam "Athena", "Galbeach" of gewoon "wireless". Hoe kunnen we de verbinding realiseren?
zondag 6 maart
Met de rubberboot nu naar het havenkommetje waaraan een klein winkelcentrum en het grote kantoor van de yachtclub. De afstand naat de Dockyard is iets meer dan een kilometer, lopend langs allerlei restaurantjes.
De toegang tot de Dockyard is inbegrepen in het havengeld en voelt als gratis. Zeker als je bij de ingang zegt dat je van een boot bent en je zo mag doorlopen. In het eerste gebouw staan meer dan tien T-shirt verkoopsters maar wat bijzonderder is er staat een rij totempalen met beschilderingen passend bij de vroegere bewoners van hier. Het maakt een kleurig geheel van deze galerij.
Joke naar douane en havendienst. De douane kon triomfantelijk aan Joke vragen waarom we bij binnenkomst gisteren de gele vlag zo laat hesen, ook wist hij al dat de Zeevonk geel was.
Bij het bezoek aan het internetcafe op de Dockyard schreven we in voor I-roam, het systeem waarmee je lokaal kunt inbellen op een aantal Caribische eilanden (www.iroam.nl), kosten 60 euro per jaar + lokale belkosten.
Na de boodschappen aan boord te hebben gebracht besloten we te verkassen naar English Harbour zelf, een mijl naar het oosten. Boven op de rotsen aan de oostkant van de English Harbour is het uitkijkpunt "Shirley point", hier speelt een ketelband op zondag vanaf 4 uur.
Als beloning zagen we een paar dolfijnen, de eerste sinds lange tijd. We ankerden in de voorhaven. Het was nog heet dus met de rubberboot op pad om te snorkelen aan de buitenkant van het fort aan de ingang van de haven. Joke zag een schildpad en een baracuda, haar dag was weer goed. Op de terugtocht naar de Zeevonk zagen we een bekend Engels schip en toen we dichterbij kwamen lag er een Nederlands schip achter! Het bleken oude bekenden: Anja en Bob van de "Evolution". Het weerzien vierden we met enkele heerlijke planteurs door Anja samengesteld. We besloten met zijn vieren op de wal te gaan eten. Vervolgens kwam er nog een Nederlands schip de haven binnen: alweer een bekende, de "Laga" van Beer en Carola met hun vier kinderen. Door de invallende duisternis konden we niet zien waar ze uiteindelijk gingen liggen.
Het dineren was gezellig, eigenlijk alleen yachties om ons heen. Onze sunday roast werd opgediend door een gezellige negerin die het zwaar leek te hebben en behalve haar lachsalvo's zo nu en dan stevig zuchtte. Haar collega, met balpen tussen haar borsten geklemd, kwam vragen of alles naar wens was. De muziek van onder andere Nina Simone beviel uitstekend, het eten was goed en toen ook nog een paar jonge danstijgerinnen een waarschijnlijk jarige en al wat kalende yachtie bedansten werd de sfeer alleen maar beter. Het was na tienen toen Bob ons afzette bij de Zeevonk. Meestal liggen we op dat tijdstip al in de kooi.
maandag 7 maart
In de "Compass", het maandblad voor yachties in de Carieb, stond weer veel informatie. Zo moet je de Simpsonbaai van St. Maarten vanaf de Franse kant inklaren: kost niets. Gele koorts in Venezuela: kans dat je het oploopt aldaar: 1:1000. Cocosnoten 'vlees' niet slecht voor je gezondheid. Souffriere op St. Lucia ankeren bij Hummingbird alleen tussen 6 PM en 6 AM. Trinidad is prima mits je de normale voorzorgen neemt. In Porlamar wel 's nachts je rubberboot ophijsen en overdag aan de ponton met slot anders een grote kans dat hij een andere eigenaar krijgt, etc.
Om 7 uur kwam de "Laga" al voorbij, richting Barbuda. Om 8 uur kwam Anja langs, net toen ik aan het zwemmen was en vroeg of ze ook voor ons een broodje zou meenemen. Ze kwam terug met brood en breadpudding voor bij de koffie!
Met geheugenstick en laptop naar de kant. Natuurlijk even binnen kijken bij een leuk klerenwinkeltje waar een aardige zwarte dame Joke aan een leuk jurkje hielp.
Vandaar de kortste weg naar een internetcafe om de site bij te werken. De laptop aan de kabel en ... na bijna een uur met instellingen te hebben gepuzzeld, af en toe geholpen door de shopkeeper die moest bekennen dat hij het Nederlands niet begreep, nog geen succes. Hij adviseerde ons naar een ander internetcafe te gaan waar ze ons misschien wel konden helpen. Wij naar het gebouwtje op de punt van de haven. In een soort souterain was hier de "Image Locker" gevestigd. We konden kiezen: LAN of wireless. We kozen voor LAN, dat kon per onderdelen van een uur, wireless kon alleen voor een aantal uren. Maar helaas, de vrouw, Gay, die er toch redelijk verstand van had kon niet de juiste instelling vinden. Dan maar wireless proberen, maar ook dit lukte niet. Ze belde naar iemand die al onderweg was dus even wachten. Uiteindelijk kwam haar man, Arnold, die enthousiast een aantal zetten herhaalde. Hij gaf het op maar zei nog wel dat bij andere laptops de "brug" niet werd gebruikt. Ik schakelde de brug uit en... hij deed het! We kregen een kaart voor 30 minuten testen mee om te zien of hij het op het schip ook deed. Intussen was het bijna vier uur en hadden we nog niet geluncht.
Het echtpaar woont trouwens op een reddingsboot die vlak bij ons voor anker lag. Ze vertelden dat hij van een Nederlands Holland Amerika Lijn schip kwam. De vorige eigenaar maakte hem zeilend en volbracht twee keer de oversteek Zuid Afrika-Verenigde Staten. Er zou zelfs op gewoond zijn met een gezin met twee kinderen. De huidige eigenaren konden hem voor een prikje kopen wegens stormschade. Bij mij een misverstand om welke boot het ging, er lag namelijk een echte blauwe reddingsboot in de buurt van het strand. Hun scheepje was inderdaad een reddinggssloep van een groot schip.
We waren net aan boord en bezig de eerste boterham te verslinden toen een gele rubberboot stopte en de inzittenden vroegen of dit een "Kurt Hughes" was. Joke nodigde ze verbaasd uit om aan boord te komen. Het bleken de Engelse bezitters van een PDQ catamaran van 38 voet even verderop. We wisselden veel items uit met name over de bouw van de boot. We werden uitgenodigd voor een tegenbezoek.
Intussen probeerde ik de wireless verbinding: het ging fantastisch. Het kaartje was voor dertig minuten maar na drie en een half uur internetten stopte hij er pas mee. In die tijd konden we een hele serie relevante sites bekijken. Het email versturen lukte nog niet, dat komt nog wel. Bij de binnengekomen email zat trouwens wel de bevestiging van het I-roam abonnement. We kunnen nu lokaal inbellen bij een aantal eilanden, echter niet op Antigua dus we moeten nog even geduld hebben.
dinsdag 8 maart
Een laatste bezoek aan de Dockyard. Brood-museum-internetten-havendienst. Het volk van de grote witblauwe vijfmaster stroomde ook net het museum binnen, een en al aktiviteit ineens. Het versturen van e-mails bleek alleen mogelijk via hun smtp-server. De drop die Joke hun als bedankje gaf werd met enthousiasme begroet. In het museum op de eerste etage is een Nelsonkamer en een overzicht van het garnizoen wat er ooit gelegen heeft. Duizenden Engelsen zijn hier in die tijd aan de gele koorts gestorven.
We zeilden de haven uit richting St. Johns, de hoofdstad van Antigua. Prachtige tocht langs de kust. Het water werd steeds lichtgroener-turkooiser. Een enkele schildpad koos het hazenpad bij onze nadering. We passeerden de Five Islands en kregen toen de noordooster op kop. Kruisend naderden we Sandy Island met daarop een wrak. Voorbij Deep Bay de inham in van St. John. De kust was hier weinig mooi. Van verre zag je al twee grote cruiseschepen in de haven liggen. De als pittoresque omschreven kade was wel kleurig maar alles was dicht en er lag slechts een jacht voor anker. Weinig aantrekkelijk om hier de nacht door te brengen dus omgekeerd en op de genua naar Deep Bay. Hier ligt het wrak van de "Andes", een stalen driemast bark waarvan de lading teer was gaan branden en men in 1905 het schip op de zandbank zette. In de brede ingang van de baai zie je een stomp mast en de boeg. Het strand achter in de baai is groot en boven op de rotsen die de baai aan de noordzijde begrenzen staat de ruine van een fort. Je ziet van verre geiten over de rotsen klimmen, kortom een interessante baai nietwaar? We voeren naar binnen en het achterste schip van de tien die er lagen bleek... de "Evolution" van Anja en Bob.
woensdag 9 maart: Barbuda
Vroeg in de ochtend al hardgelopen op hetr strand, de ruine beklommen en het wrak van de "Andes"bekeken. Het water was niet helder genoeg om te snorkelen door de deining die nogal branding veroorzaakte op het strand. Even voor achten op pad met als doel het onbekende Barbuda 25 mijl ten noorden van Antigua, omgeven door riffen. De wind werkte optimaal mee: zuidoost 4. We liepen konstant 7,5-8 knopen.
Om negen uur kontakt met het Nederlandse net op 8100 kHz. De "Laga" bleek nog op Barbuda te liggen en Joke kreeg nog wat vaaraanwijzingen van schipper Beer. Voor twaalven verscheen het lage eiland boven de horizon en tegen enen zeilden we langs spierwitte stranden met pelikanen en om ons heen in het blauwgroene water wegduikende schildpadden. In de verte lagen een vijftal zeiljachten. Wat een rust.
We snorkelden op het rif waar we onze eerste stingray konden bewonderen. Toen jutten op het strand. Het landschap erachter had een bijzondere vegetatie: struiken die overwoekert waren met roestbruine draden, het leken op afstand wel oude visnetten. We zagen er geen dieren, hoorden slechts een enkel vogeltje. Een visstaak hebben we meegenomen, kan altijd te pas komen. Op het strand zelf harde brokken met kleine rose schelpjes erin, ook de branding was daardoor licht rose.
De gang naar de douane om uit te klaren sloegen we mede op advies van Beer over: het was al voor bij vieren. We moesten dan eerst met de rubberboot een mijl varen. Daar moesten we hem over het strand naar de lagune tillen. Dan de lagune oiversteken naar de hoofdstad Codringtron. Tegen de tijd dat we daar zouden aankomen waren we waarschijnlijk al te laat en dan? Niemand zat er op ons te wachten, dus,,,
's Avonds op bezoek bij Beer en Carola. De witte wijn smaakte prima en we hadden heel wat te vertellen. Ze trakteerden ons op vers ingemaakte baracuda in olijfolie. Na de koffie om twaalf uur zochten we in het pikkedonker de Zeevonk op met de afspraak om 's morgens om zes uur te vertrekken naar St. Bartholomeus - St. Bart(h), een kleine 60 mijl verder.
donderdag 10 maart: oversteek naar St Bart
Klokslag zes uur gingen de ankers op. Wij voeren met eyeball navigation en elektronische kaart tussen de riffen door naar buiten, de "Laga" durfde dat niet aan en ging eerst helemaal terug langs de kust. Met een briesje uit het SE durfden we de halfwinder er op te zetten. En ja het bleef rustig weer, niet meer dan 12 knopen. Na een uurtje was de "Laga" nog niet op onze hoogte ondanks zijn passaatzeilen: een genua van 70 m2 uitgeboomd, fok en grootzeil. Beer had een truc, over de marifoon: "het is zo mooi licht, ik heb een professionele camera, zal ik foto's van de "Zeevonk" maken?". We minderden zeil zodat ze ons konden inhalen. We filmden en fotografeerden elkaar terwijl we zeker zes knopen voeren. Voor de close up foto's zaten we bijna op elkaar.
De camera's waren nog niet opgeborgen of de volgende verrassing stond ons te wachten: op enkele honderden meters een of meer walvissen die achter elkaar met de staarten boven water kwamen, wolken water spoten. Dit tafereel duurde minstens tien minuten, onduidelijk wat hij(ze?) aan het doen was(ren). Beer voer erop af, wij vervolgden onze koers richting St. Bart.
Later in de middag zagen we op afstand vele fontijnen tegelijk: een zwerm walvissen met daartussen veel gespetter. Even zakte de wind in en vroegen we ons af of St. Bart zeilend kon worden gehaald. Om vijf uur ging het anker omlaag bij Gustavia en stapten we naar ons vaste terras om daar mensen te kijken. St. Bart staat erom bekend vele gasten van de jetset te herbergen en in de hoofdstraten vindt je tientallen winkeltjes met de nieuwste (bad-)mode. Het hele wagenpark - meer dan 50% fourwheeldrives - komt in een uur wel drie keer voorbij. In de haven liggen kapitale moterjachten elk met vele personeelsleden. Daartussen enkele prachtige klassieke - meestal Amerikaanse - zeiljachten.
vrijdag 11 maart
Met windstilte moterden we naar St. Maarten, onze voorlopige uitvalsbasis. Voor anker voor de brug die drie keer per dag schepen inlaat. Het was de eerste brug sedert Harlingen op 4 september. We draaiden de Simpsonbaai lagoon in. Met de kijker zochten we naar de "Aeson" van Piet en Jelka. We hoefden niet lang te zoeken, ze kwamen recht op ons afvaren, naar bleek om water te halen. Ze zijn ook aangesloten bij Sailing Paradise, ons charterbureau voor de Carieb. Vorig jaar zeilden we met hen van St. Maarten naar Martinique en bezochten we de meeste tussenliggende eilanden. 's Middags kwamen ze op bezoek en vierden we onze 'thuiskomst' met een volle fles zelfgemaakte ti-punch op de trampoline. Daarna inklaren bij de douane in Marigot, de Franse hoofdstad van St. Maarten. We lagen voor anker op de grens tussen Nederland en Frankrijk binnen het bereik van enkele gratis WiFi-stations. Gratis onbeperkt internetten, waar heb je dat! Piet en Jelka nodigden ons uit voor een feestdiner op de wal. Na het heerlijke diner een afzakkertje op de oude vertrouwde "Aeson".
laatst gewijzigd: 19/02/07