Cat Zeiltochten Wad & Zee

avontuurlijke zeilvakanties  met de kajuitcatamaran "Zeevonk"
ontdek de kleurrijke Carieb
 
 

 

e-mail: info@catzeiltochten.nl

onze vertegenwoordigster Margje in Nederland: 0647130930

Henk en Joke Bijl a/b Zeevonk: 00870 764020057

 

Reis naar de zon deel 20

St. Maarten-Anguilla-British Virgin Islands-St. Maarten

zaterdag 12 maart

Om zeven uur haalt Jelka me op om de hond van de "Synergy" uit te laten op het strand en meteen lekker hard te lopen. Een belevenis om door een autochtonenwijkje te lopen met kakelende kippen, volle waslijnen, honden loslopend of aan een ketting. De mensen wonen aan het strand en worden bij elke hurricane in hun bestaan bedreigd. Dan komt een hotel/villa deel met betonnen muren en stalen damwanden, maximale bescherming tegen de hoge golven van een hurricane. Het laatste stuk van dit strand loopt langs de landingsbaan van het vliegveld waar om zeven uur de eerste vliegtuigbewegingen zijn. Een duik in de branding als afsluiting van de ochtendtraining en met de planerende dinghy de hond weer terugbrengen en afgeleverd worden op de "Zeevonk" waar het ontbijt en de koffie staan te wachten.

Het bezoek aan Budget Marine, een van de grote shipchandlers, staat al maanden op de agenda. Op ons verlanglijstje staan wieken voor de windmolen die tijdens een heftige bui op de oceaan zo jammerlijk in aanraking kwam met de antenne van de kortegolf radio; een Nederlandse vlag want de gaten beginnen in de oude te vallen; een boek over vissen vangen/klaarmaken en zelfs recepten en nog wat van dat soort spullen.

Geen tijd meer voor het inslaan van etenswaren dus door naar het strand waar de vliegtuigen op grijpafstand over je heen komen. Het vliegtuig uit Nederland had een flinke vertraging dus tijd genoeg op het strand om aan een barretje de dorst te lessen. toen de KLM er eindelijk aankwam gefilmd, naar het vliegveld gerend om daar onze gast op te halen; we waren royaal op tijd. Ze had de "Zeevonk" trouwens al uit de lucht zien liggen. Om te wennen aan de inlandse dranken nuttigden we eerst een planteur op het terras voor we terug voeren naar de "Zeevonk".

de KLM scheert over het strand van St. Maarten

zondag 13 maart

Na het hardlopen koffie op het Explorer eiland samen met de bemanning van de "Aeson". Tijdloos genieten, boodschappen doen, tot het tijd werd voor de aankomst van de Air France uit Parijs. Ook deze was vertraagd dus maar weer naar het strand waar we nog net getuige konden zijn van de start van een groot vliegtuig: wapperende kleren, wegvliegende petjes en dus grote hilariteit onder de omstanders. Dit keer een drankje gehaald bij de grote bar waar trouwens dames die topless bestelden hun drankje gratis kregen. Was het daarom wat drukker dan aan de andere kant van de landingsbaan? De Air France zorgde voor een totale verrassing: terwijl ik met de drankjes in de hand een zitplaats zocht kwam hij al over ons hoofd scheren, nu ineens een half uur vroeger dan aangekondigd!

Onze gast had een probleem met de douane. Hoewel hij ons schip had zien liggen kon hij de vrouwelijke douanebeambte niet overtuigen en moest hij eerst - zonder paspoort - iemand van de bemanning erbij halen die kon vertellen waar het schip lag. Dit was vlot geregeld, de bagage duurde veel langer. In de regen (!) terug.

Het weerzien van onze trouwe gasten maar nu in de Carieb is hartverwarmend. De vliegreis blijkt niet onoverkomelijk en als je er eenmaal bent gaat een wereld voor je open. De jetlag speelt je aanvankelijk partern maar in de tropen is het snel donker en ga je meestal vroeg naar bed en vroeg uit de veren. Een ochtendduik maakt dan het wakker worden volmaakt.

maandag 14 maart

De buien van gisteren zijn weggetrokken. De zon was er weer met alle kracht. De gasten bleven zoveel mogelijk in de schaduw gewapend met factor 30. De nieuwe propellorbladen konden worden gemonteerd al was de klim in zo'n minimastje achterop niet ongevaarlijk. Er vielen wat moertjes (Amerikaanse maat) in het water. Snorkelend de begroeide bodem op 4 meter afzoeken had geen succes. Een zoektocht in de bouten en moeren kist leverde wonderwel de vervangende moeren. Wie wat bewaard heeft wat. Een Amerikaanse imbussleutel moest trouwens worden geleend, 4 en 5 mm kennen de Amerikanen niet, het is bij hun iets van 5/32", 3/16" en dergelijke.

De brug in Marigot - de hoofdstad van het Franse deel van St. Maarten - gaat om half drie dus haast hadden we niet totdat ik me realiseerde dat diesel en benzine bij het tankstation voor de brug moeten worden gehaald. Alles vlug vlug en met volle tanks konden we direkt door de brug om voor anker te gaan in de drukbezette baai van Marigot.

Een forse swell maakte daar het leven van de monohullers wat ongemakkelijk, het schip dat het meest rolde was een grote cruiser-viermaster die heel statig zeker 30 graden naar beide zijden rolde. De douane was weer alleraardigst: geen kopieermachine en geen carbon dus alles twee keer opschrijven om uit te klaren. Een verkennend rondje Marigot met als afsluiting een terrasje was goed te doen, de ergste hitte was voorbij. De marktkraampjes met souveniers werden al opgeruimd toen we nog probeerden een pet maat 70 te vinden. Alleen gangbare maten bleken beschikbaar.

Na een meer dan verrukkelijk diner: geflambeerde bananen-papaya-kip-kokos-rum met couscous en koffie op terras/kuip togen we aan de dvd "Pirates of the Caribbean", een verplicht nummer als je hier zeilt dachten we. Maar ja dan slaat het restje jetlag toe...

dinsdag 15 maart

Geen wind in de haven, een enkel schildpadje begroet de vroege vogels. Om acht uur na het ontbijt anker op en met 2-4 knopen snelheid op naar Anguilla. Halverwege zagen we vinnen boven water en een paar maal spuiten: waarschijnlijk een kleine walvissoort. Bij Anguilla moesten we motoren want 0,0 knopen op de teller schiet niet op. Voorbij de westpunt was wind, maar NE zodat we slagen moesten maken. Het overstag gaan met de geheel uitgerolde genua gaat nog steeds niet goed, ik wilde hem binnenhalen en zeil en schoot slaan bij windkracht 3-4 al met zoveel kracht dat het moeite kost om het in bedwang te houden. Dan slaat de schoot onder de lierhendel en wipt hem vervolgens met een stuitertje over het dek overboord! De blokkering van de hendel werkte op dat moment niet goed of de kracht was te groot. Druk bezig om de genua in te rollen realiseerde ik me niet dat het water er hooguit acht meter diep was en glashelder. Je kunt hem zo opduiken? Had ik de MOB-knop ingedrukt dan hadden we de exacte plaats geweten. Gelukkig wordt de gevaren route continue vastgelegd en heb ik een kruisje op de vermoedelijke plaats gezet. De plek is net te ver van de haven waar we moesten inklaren anders kon je met de rubberboot en duikspullen terug. Misschien morgen? Misschien op de terugreis?

In de Road Bay ankerden we vlakbij een Nederlands schip dat we niet kenden. Na een duik in het water van 29 graden togen we naar de douane/immigratie waar we drie dames in uniform achter grote bureaus vonden. De papieren moesten in vijfvoud worden ingevuld, ze hadden geen carbon beschikbaar en de kopieermachine was niet voor ons bestemd. Joke had uit voorzorg al 4 exemplaren uit de prinrter laten komen.Vervolgens wilden ze het tonnage weten. We hebben een keer de vergissing begaan om het bruto tonnage op te geven wat ons een fors bedrag kostte dus het papier waar dat op staat 'hebben we niet meer'. Het netto tonnage is volgens de werfbrief 9000 kg, 9 ton. Een ideale maat om nergens extra te hoeven betalen. Maar er ontstond een discussie of dat wel klopte. Ik moest terug naar de boot om het papier met het gewicht erop te halen. Het kadaster heeft keurig bruto tonnage 29 en netto tonnage 8 onder elkaar staan. 'Kwaadwillende' beambten kiezen voor bruto maar dat is het laadvermogen van een schip, onzin voor een zeilboot. Maar het levert ze wel meer geld op. Een man in overall werd gevraagd wat hij dacht. Hij zag de Zeevonk liggen maar met het gegeven dat het schip van foam sandwich was gebouwd zei hij dat met catamarans - die geen ballastkiel hebben - de schepen inderdaad niet zwaar zijn. De oudste douanelady ging akkoord en we hoefden nu niets te betalen! Anders hadden we 50 $EC inklaring moeten betalen en 4x 3 $EC uitklaring. Ze maken het nog bonter door alle andere ankerplaatsen tot 'marine park' te verklaren waar we per dag 38 $US zouden moeten betalen en bij een overnachting 2x omdat de dag ophoudt bij middernacht 24 uur! (1 $US=2,70 $EC). Een ankerplek kost dan dus $US 76!

Opgelucht naar het strand/jazzcafe voor een koele drank. Wat heerlijk als je blauwe ogen hebt... Toevallig had Joke een shirtje aan van Yosemity met op de voorkant: "I made it!" (de beklimming van de Half Dome, een granieten berg met steile wanden) en op de achterkant: "I am lying!"...

Het dorpje is klein en biedt geen hoogtepunten. Het zoutmeer erachter had interessante bewoners voor vogelaars, een paar bijzondere eenden en steltlopers die we in Nederland niet kennen. Aan het strand staan huizen, kippen op het erf, wasgoed aan de lijn, pannen op een rek. Een grote gasfles naast de deur. Op tv-antennes heb ik niet gelet. Heerlijk eenvoudig allemaal, de muren zijn van hout, het dak van golfplaten het geheel liefst in pastelkleuren.

De weg door het dorp heeft moderne verkeersremmers: een waarschuwingsbord toont de hobbel in de weg met een bord eronder: "hump", de humor zit hem hierin dat het niet een bult is maar een kunstmatige kuil! Op het strand ligt een redelijk gaaf houten wrak van een vissersboot in de branding. Duidelijk opgegeven en er wordt niets meer mee gedaan. Je moet eigenlijk de geschiedenis erachter weten.

We lopen op de steiger naar de dinghies - dinghy dock - als we een tweede Nederlands zeiljacht zien arriveren, een schip met wat bekende trekjes. Het is de "Arpeggio" met George, Melanie en hun twee kleine kinderen! We kennen ze al van Porto Santo, Madeira, Las Palmas en Rodney Bay op St. Lucia. Zij namen deel aan de ARC - de georganiseerde oceaanoversteek - en vertrokken twee dagen eerder van de Canarische eilanden dan wij. Onderweg hadden we regelmatig radiokontakt via de kortegolf. Zij hadden veel vaker gunstige wind en maakten een snellere overtocht. We konden ze dus niet inhalen hetgeen ons een fles wijn kostte. Die konden we nu dus persoonlijk overhandigen. Het weerzien was goed, en werd besloten met gezamenlijk koken (George en Joke) in de ruime Zeevonk kombuis.

woensdag 16 maart

Om zes uur vertrokken voor de 80 mijls oversteek naar de British Virgin Eilanden (BVI). De wind was goed, NE 3-4, helaas was de zee ruw en kwamen de golven dwars in. We maakten snelheden tot 9,5 knoop, geen wonder dat we al snel twee dartelende walvissen in het vizier kregen die werkelijk geheel boven water uit sprongen. Het was een prachtig schouwspel, wat een kracht, wat een souplesse! De videocamera was niet van plan dit op te nemen, liep vast, de fotocamera was bereidwilliger maar digitale cameras hebben een vertraging tussen indrukken en vastleggen dus meestal ben je iets te laat voor het goede moment.

dartelende walvis

dartelende walvis met St. Maarten op de achtergrond

Om voor het donker te arriveren op Virgin Gorda - Columbus noemde dit eiland de dikke maagd, als je van verre naderde leek het profiel wel een beetje op een liggende vrouw met een dikke buik - moesten we flink doorvaren want om half zeven zou de zon ondergaan.

Met Virgin Gorda in zicht besloot ik het boek "The cruiser's handbook of fishing" er bij te pakken want de drie vislijnen bleven leeg. Voor ik een bladzij kon opslaan was het echter raak: iets blauws begon aan de lijn te trekken en zijwaarts weg te zwemmen. Het leek een flinke dorade dus handschoenen en haak erbij en voorzichtig binnenhalen. En jawel, meneer was 1.15 m lang en leverde 3,4 kg filets!

dorade

dorade van 1.15 m

De eerste indruk die we kregen van de BVI was ruwe schoonheid: een strand met palmbomen omgeven door grote rotsblokken. Wel kwamen de beperkingen ook direkt in zicht: grote borden op elk strand met de mededeling dat je de dinghy niet op het strand mocht achterlaten. De ankerplaatsen lagen vol moorings, echt ankeren mag je maar op enkele plekken om beschadiging van het koraal te voorkomen. Je koopt een pas waarmee je de moorings mag gebruiken.

Virgin Gorda

Virgin Gorda

We ankerden na een prachtige tocht waarbij we nog meer walvissen in de verte zagen, de wind meer naar het oosten draaide, de halfwinder uitstekende diensten bewees, de 80 mijl binnen 12 uur werd afgelegd, voor het douanekantoor dat om half vijf al was gesloten. De zelfgemaakte ti-punch smaakte nog lekkerder dan anders. Het diner was: gebakken verse dorade!

klaarmaken voor de nacht

klaarmaken voor de nacht

We kwamen tot de konklusie dat het leven op de BVI's - waar zijn al die maagden? - niet zo slecht is.

donderdag 17 maart

Na het ochtendbad en ontbijt naar de wal om in te klaren en Spanish town te bekijken. De douane ambtenares was streng en wilde met de hand ingevulde formulieren ipv de uitgeprintte kopieen van Joke. Ook moesten we inklaringsgeld betalen hoewel daarvan niets in de pilot stond. De immigratiebeambte in het loket ernaast wilde ook ingevulde kaarten van ons, zoiets als je in het vliegtuig krijgt (nu moesten we ze zelf eerst kopen voor 0,40 US $). Hij liet ons daarna een tijd wachten, was even een klusje aan het doen? Het marinadorpje met allerlei winkels en een bank was redelijk volledig. Alleen geldautomaat in de muur van de bank had geen trek in onze VISA-creditkaarten. Dan maar in de rij binnen waar het ijselijk langzaam en onpraktisch toeging. De giropassen werden resoluut geweigerd. Het was al middagpauze toen we weer aan boord stapten. In de zeer goed voorziene duikwinkel ontdekten we twee boeken die op onze verlanglijst stonden: "Reef Fish Identification Florida Caribbean Bahamas" van Paul Humann en Ned DeLoach en "The Nature of the Islands" van Virginia Barlow. Beide boeken zijn eigenlijk verplicht voor diegenen die hier rondzeilen. Ze staan vol met geheimen van de natuur, zowel onder als boven water, een natuur die wij totaal niet kennen.

We zeilden onder ideale omstandigheden naar de Gorda baai, omsloten door bergen en koraalriffen. Het bleek nogal toeristisch maar er waren voldoende ankermogelijkheden. We voeren net richting koraal om daar te gaan snorkelen toen in de verte de vlag en contouren van een Nederlandse Bavaria zichtbaar werden: de "Laga" die we op St. Maarten waren kwijtgeraakt. We hadden onderweg tussen Barbuda en St. Barth foto's van elkaar gemaakt, die konden we nu uitwisselen met behulp van het geheugenstickje.

De snorkelplek bij de Drake's Bay bij Musquito Island bood in de namiddag minder kleurig koraal en waterbewoners dan we eerder elders ervaren hadden en verdiende niet het predikaat 'excellent' dat de pilot er aan gaf. We raken al aardig verwend! Het Musquito Island is rondom voorzien van bordjes waarop wordt gemeld dat diegenen die aan land gaan worden vervolgd volgens de wet. Op hetr hele eiland - met aanlegsteiger voor een watervliegtuig is niemand te zien.

vrijdag 18 maart

Eerst maar een zwemmend bezoekje aan het verboden Musquito eiland met zijn prachtige cactussen. Joke intussen aan het Nederlandse Caribische net om de laatste nieuwtjes te horen en door te spreken. De gasten vermaken zich in het glasheldere turkooise water en zonnen op de trampolines.

We besluiten naar Anegada te zeilen, de wind is gunstig: SE 2-3. Je kunt het eiland niet aan de horizon zien liggen, het hoogste punt ligt slechts 8 m boven de zeespiegel, een soort verdronken eiland. Enthousiast vertelt de pilot dat er meer dan 300 wrakken op de riffen liggen, de zeevarenden zagen het eiland met zijn grote rif kennelijk ook wel eens over het hoofd. Ze hebben er flamingo's uitgezet - de zoutmeren zijn daar ideaal voor - en er wonen leguanen. De riffen aan de zuidoostkant zouden prachtige snorkel- en duikmogelijkheden bieden. Hoewel het toegangskanaaltje tussen de koralen goed beboeid zou zijn verbieden chartermaatschappijen een bezoek aan dit eiland.

De 18 mijl zeilen naar Anegada verliep moeiteloos. Wel waren bimini en parasol nodig om ons te beschutten tegen de ergste zonnestraling. We ankerden op zand voor een aantal restaurants ieder met eigen steiger waaraan minstens een drijvend basin met een tiental kreeften zat. Een spraakzame eigenaresse kon ons vertellen dat lopend naar de andere kant 3 uur zou kosten, dat de taxi voor een retour $8 wil hebben, dat er een levensmiddelen winkel en een souviniershop even verderop waren. Of ze verder iets voor ons kon doen? Daar stonden we dan met onze snorkelspullen... Het was al kwart voor vier, om nu nog met een taxi op pad te gaan trok ons niet aan.

In de levensmiddelenwinkel deden we de hoognodige boodschappen. De prijzen waren hoog: voor 18 kleine bananen betaalden we $15! De souvenierwinkel vroeg $25 voor een T-shirt en $5 voor een kwartier internetten. Geen aanlokkelijke prijzen.

Met de rubberboot naar het rif aan de westkant. Redelijk veel grotere vissen gezien. Het koraal was niet indrukwekkend.

We dineerden in het hotel: kip op de bbq, een specialiteit van hun keuken. We kregen veel kip nadat we eerst een tijdje aan de bar zaten en zo een indruk kregen van onze voornamelijk Amerikaanse medezeilers. De rum-punch ging er prima in. Als nagerecht cake met lekkers erop. De koffie kon je onbeperkt zelf schenken. De sfeer was er prima, een aanrader als je op Anegada bent.

zaterdag 19 maart

Plan A was fietsen huren en op de fiets naar de oceaan kant van het eiland om daar te snorkelen. Er bleek nog een kapotte fiets beschikbaar. Het internetten lukte beter, voor $5 alles op het internet kunnen zetten en de post kunnen binnenhalen. Dan maar plan B: met de open pendelbus naar het strand.

Onderweg zagen we heel in de verte flamingo's in het zoutmeer. Het landschap was dor en droog, veel cactussen en aloë. De betonweg ging halverwege over in een verharde zandweg met kuilen en gaten. Onderweg passeerden we een andere open taxi waarvan een stuurstang los onder de auto hing. Het komt allemaal erg primitief over, maar ja er is ook maar een rondweg met een paar zanderige zijtakken. En... er is een rotonde en een brug! We moesten de tijd opgeven waarop we weer terug wilden. Het strand was verlaten, de riffen uitgebreid, het water weer alle prachtige kleuren uit de folder. Voor het snorkelen een nieuwe uitdaging: forse onderstromen door de geweldige branding op het buitenrif.

Een wandeling langs het strand gaf een heel ander beeld dan bijvoorbeeld Terschelling. Hier steken koraalpartijen boven het zand uit in grillige patronen afgesleten. Schelpen zijn al fijn gemalen en zelden kompleet. Helaas is hier ook zwerfvuil, vooral bestaand uit plastic flessen en touwwerk. Een aparte vondst was een paneel van een schip, sandwichkonstruktie van koolstof en schuim. De kapotte lenspomp lag verderop. Een stukje verder nog zo'n paneel, nu met een rond gat waar waarschijnlijk een gasfles in hoorde. Wat is de geschiedenis hierachter?

De flora bestaat uit vetplanten, cactusachtigen en een soort klitten maar dan met heel gemene stekeltjes die je voetzool doorboren. In de duinen palmbomen. Het ziet er allemaal erg droog uit. Geen sporen van leguanen gezien.

Voor de lunch togen we naar het restaurant aan het strand. Hier was het heerlijk koel in de schaduw en het kleine beetje wind. De seagrape bomen met hun grillig gekronkelde takken vormden een soort speeltuin met hangmatten erin. Aan de wand hingen veel foto's van vooral mensen - ook jonge kinderen - met een toga en zo'n vierkant ding met een kwastje op hun hoofd, duidelijk het einde van een school/studie. In deze entourage een opvallend iets, waarom hier en niet in een familie album? Het Creoolse eten met veel groente en rijst smaakte weer uitstekend. De rum-punch met ijs na de maaltijd was een prima koffievervanger.

Om drie uur precies kwam de open taxi voorrijden. Er stonden nog meer mensen op het lijstje maar die kwamen niet opdagen. De chauffeur wachtte niet lang. Onderweg woei mijn hoed af en de chauffeur was zo aardig om te stoppen en reed zelfs achteruit terug. Bij aankomst bij het hotel werd niet over een fooi gesproken. Hij stevende recht op de bar af zonder om te kijken. Wij pakten de fietsen (die we vergeten waren op slot te zetten!) en tuften naar de "Zeevonk". De Royal sterns - koningssterns - op de pier keken ons verwonderd na.

Het was 35 graden aan boord, reden te meer om het anker te hijsen en terug te varen naar Spanish Town. De wind was ENE 2 dus eerst motoren tot halverwege de zeilen konden worden gehesen en we bij het laatste middaglicht en een prachtig rode ondergaande zon ons doel bereikten.

Aan de pier voor het douanekantoor lag een veerboot met een muziekinstallatie die ons voorzag van de laatste hits, helaas weinig authentiek. Toen hij na een paar uur wegvoer werd het aangenaam rustig. Geen wind en een heldere maan waarvan het licht de contouren van de zeebodem duidelijk zichtbaar maakte.

zondag 20 maart

Uitslapen, ontbijt in de kuip en 1 mijl varen naar de Baths en de Devil's Bay waar prachtige rotsformaties moeten zijn, volgens de tourist guide van de BVI's: "There are few places on earth that are quite so stunningly beautiful, quite so awe inspiring as The Baths on Virgin Gorda's south-west point."

We dachten als een van de eersten aan te komen maar toen we om de hoek kwamen bleek het er al vol te liggen. Er waren nog vier van de tientallen moorings vrij en een kwartier later waren ook die aan een schip gekoppeld! Om de schepen zien we vele pijpjes, hoofden en achterwerken boven water uitsteken. Het water is hier vreselijk dun en doorzichtig. Je gaat met je dinghy naar het strand, laat de passagiers tussen twee golven uitstappen en maakt hem dan vast op 50 m van de kant aan de blauwe dinghy boei. Vervolgens zwem je naar de kant en het gezelschap is gereed om op pad te gaan. De man in het hokje van het BVI National Park Trust kan ons niet aan een permit helpen (op zondag), we mogen wel van hem aan een mooring overnachten - op eigen risiko - en hij toont zich zeer verheugd met onze donatie van $10. We duiken de Devil's trail in, een spleet tussen de grote granieten keien. Oorspronkelijk zaten deze ingebed in lava maar dat is door erosie er tussen uit gesleten zodat alleen het graniet over is.

ingang Devil's trail

ingang Devil's trail

Wat we vervolgens zien is in een woord fantastisch en uniek. Je kunt overal tussen de gigantische keien door kruipen. Af en toe staat een houten trap tot je beschikking, een enkele keer een touw als reling. Het zeewater komt met de deining door openingen de meertjes en grotten in. Het ene meertje is nog groter dan de andere. We lopen over het strandje aan de rand van zo'n meertje - bath - in een grot, klimmen een trap op, kruipen door een brede spleet en staan voor het volgende meertje dat nu niet door een groot rotsblok wordt afgedekt. Overal zie je mensen klimmen en kruipen.

 

 

 

Geweldig! Uiteindelijk komen we bij een tweede strand uit met ook weer dinghy boeien. Het pad voert verder richting palmbomen en cactussen en een eenzaam mini-strandje. De granieten kolossen liggen nu her en de verspreid en niet meer op elkaar.

Terug op de "Zeevonk" tijd voor een hap - Joke had 's morgens voor de koffie al heerlijke taartjes gebakken - , een siësta en een snorkeltrip vanaf de boot. Onder de boot ziet Joke een rog zwemmen, verder zien we redelijk wat vissen in het glasheldere water. De deining sleurt je samen met de vissen heen en weer tussen de rotsen en de koralen. Een aparte ervaring, tegen de stroom inzwemmen heeft weinig zin. Een uur voor zonsondergang nog een keer naar de kant om de Baths te fotograferen bij avondlicht. In de grotten moet je kiezen tussen tijdopname of flits. Bij dit licht en zonder alle mensen om je heen is het geheel nog imposanter. Als ik weer word opgehaald is de zon onder en zijn er nog drie schepen over die hier blijven overnachten: een Franse cat met de gele douanevlag in het want, dus net aangekomen van St. Maarten(?), een grote motorboot met de vlag van Porto Rico en wij.

maandag 21 maart: lente!

Om half acht 's morgens komen er al van alle kanten schepen aanvaren om een plekje aan een mooring te veroveren om een bezoek te kunnen brengen aan de Baths en de Devil's trail. Er stond tijdens de nacht een flinke swell met daarbij horende branding op het strand. Wij vertrekken om tien uur, varen de Sir Francis Drake Channel naar het westen. De wind is ESE 2-3, in rustig tempo zien we een aantal eilanden voorbij glijden waarvan we enkele op de terugweg wilen bezoeken: Cooper Island, Salt Island, Peter Island, Pelican Island aan bakboord, het veel grotere Tortola aan stuurboord. Maar nu eerst naar Jost van Dyke Island genoemd naar een Hollandse zeerover.

Ten oosten ervan ligt Sandy Cay, een miniatuur eiland met een prachtig strand dat door een Rockefeller omstreeks 1960 voorzien is van een botanisch pad. We ankerden in de luwte, snorkelden en liepen het pad met enkele fraaie uitzichten vanaf de klippen.

Vervolgens naar Sandy Spit, een nog kleiner eiland met twee palmbomen en strand rondom. Hier snorkelden we in ondiep water tussen het koraal en zagen zowaar een paar nieuwe vissoorten en een paar grote roggen onder de boot! Tegen de avond vertrokken de dagbootjes en waren we bijna alleen. Het maanlicht strooide een romantische saus over het geheel, reden voor onze Ierse buren om een kampvuurtje aan te leggen.

In die sfeer was een Italiaanse film van Paulo Conti op zijn plaats: Butti, Sportchi, E Cattivi, over een armoedige familie in de sloppenwijken van Rome.

dinsdag 22 maart

Na een paar rondjes hardlopen over het strand en genietend van de ochtend zon - wat deed Robinson Crusoe al die tijd? - terug gezwommen naar de Zeevonk.

Sandy spit

Op enkel de genua naar de hoofdstad van Jost van Dyke, Great Harbour. Het was er vrij druk door dagjestouristen die met grote catamarans vanuit de Amerikaanse Maagden eilanden hier werden losgelaten. Live muziek op terras, de lagere school ging net uit, alle zwarte kindertjes keurig in uniform. Naast de school was de huisartsenpost, de arts in groen operatiepak op sportschoenen en alle deuren en ramen open. De souvenierwinkel deed goede zaken, op het strand en aan de dinghysteigers overal genietende mensen. Een van onze opvarenden moest de vuilniszak met flessen in een speciale container gooien en niet in een vuilnisbak aan het strand.

bananen in  de tuin Methodisten kapel

We vertrekken op tijd naar Great Tobago, het meest westelijke punt van de BVI's. Het is een ongewoond eiland met een baai waar een enkel schip voor anker kan liggen. Met de snorkels overboord en zowaar de eerste haai gespot door Joke: een nursehaai van ongeveer anderhalve meter. Volgens ons grote vissenboek een ongevaarlijk typetje die pas bijt als hij gepest wordt. Onder het schip zagen we een snorkel liggen op 6.80 m diepte, toch maar even opgehaald. Een vislijn die we vergeten waren binnen te halen moest van de schroef worden afgewikkeld en bleek toen nog met de haak ergens achter de rotsen vast te zitten. Wat een gedoe en niet eens een vis gevangen.

mini strand Great Tobago

Het ministrandje van 10 m breed lonkte uitnodigend, een niet echt pad naar boven bracht je naar een kleine vallei, echter geen tekenen van menselijke bewoning tussen de cactussen en aloë. Misschien dat Jost van Dyke ooit hier zeeroversschatten heeft begraven maar door gebrek aan een metaaldetector zijn we niet aan het zoeken begonnen. In de verste verte geen schepen te zien, wat een uitgestorven gebied. Aan de horizon St. Thomas, maar daarvoor heb je een visum nodig begrepen we.

 

Anker op en kruisend naar het oosten. Bijna meteen zagen we iets donkers af en toe boven water met schuim erom heen. Walvissen! Merkwaardig was dat ze op dezelfde plaats bleven, we geen staarten of vinnen zagen en ook de fonteinen wegbleven. Rotsen die net boven water uitstaken? Op de elektronische kaart eigenlijk niets te zien, op de papieren kaart wel: "King Rock", dag walvissen...

Voor het donker naar Tortola, Soper's Hole, een drukke baai met scheepswerven e.d. Hier leek een mogelijkheid voor wifi, er kwamen vier zwakke zenders op het scherm. Het lukte echter ook niet buiten op de stuurstoel om langdurig kontakt te krijgen.

woensdag 23 maart

Om zeven uur kwamen de eerste veerboten uit de VS - St. John en St. Thomas - aan. De douane en immigratie ging veel later open. Wij per dinghy naar Soper's Marina, een winkelkomplex met veel oude houten gebouwen. Het geheel deed vriendelijk met een vleugje historisch aan. De geldautomaat bleek leeg, zelfs autochtonen kregen er geen geld uit. Ik had de laptop meegenomen om te zien of ik ergens een betere wifi-ontvangst kon krijgen. Dat lukte niet echt, alleen een onbekende was met sleutel te benaderen. De andere bleven te zwak.

Soper's marina historisch aangekleed restaurant

De brandstofprijzen liggen hier laag: $0,31 per gallon! Onze voorraad hoefde nog niet te worden aangevuld. Trouwens, ESE 5 was voldoende wind om kruisend naar Norman Island te komen. Flinke golven probeerden ons af te remmen, iets dat we in het geheel niet meer waren gewend.

dieselprijs Soper's marina

Norman Island is het zeeroverseiland van "Treasure Island" van Robert Stephenson, een boek dat op menig eindexamenlijst prijkt. De schatten zouden al ergens in 1760 of zo opgegraven zijn. Het eiland is nu een zeer populair vaardoel voor vooral Amerikanen vanwege zijn grote beschutte ankerplaats en zijn geweldige snorkelplek waar je zelfs in donkere grotten kunt snorkelen. We zagen er grotere vissen dan we gewend waren en een paar nieuwe soorten.

Rock beauty French angelfish

Terug naar de Zeevonk die het moeilijk had met de enorme valwinden. Een van de bridels (teugels) om het schip met de kop op de wind te houden knalde kapot in een zware vlaag. Tegen de avond een nieuwe plek opgezocht met mogelijk minder valwinden. De hendel van de voorachteruit op de SB motor begaf het terwijl we aan het manoeuvreren waren tussen de aan moorings liggende schepen. Toen we eenmaal lagen was de noodreparatie met een slangenklem snel uitgevoerd.

Het "Pirates" restaurant kon ons pas om half negen gebruiken, wij weer terug. Tijd voor de film "De Tweeling". Halverwege weer naar het restaurant waar het gezellig en lawaaiig druk was. Daar zit je dan als nuchtere Hollander tussen vakantievierende Amerikanen.

donderdag 24 maart

Na een fantastische snorkelpartij - Joke was het onderwaterschip aan het schoonmaken terwijl er een kanjer van een barracuda achter haar zat! - op zeil naar Tortola, de hoofdstad Road Town. Hier lagen drie cruiseschepen, o.a. de Westerdam van de Holland Amerik Lijn. Joke naam kontakt op via de marifoon om te vragen of wij gebruik mochten maken van hun wifi-net. Het antwoord was "nee, alleen voor gasten". Het stadje zelf was een bonte verzameling van souveniershops, arme touristen. De douane en immigratie waren coulant, we hoefden maar $5 te betalen terwijl overal staat $5 per persoon op een boot. Op de motor naar de overkant van de Drake passage, Cooper Island om te ankeren in de Manchioneel Bay. Het was moeilijk een plek te vinden tussen de moorings en zodra we lagen kwam een man met een bootje langs om te vertellen dat we buiten het mooringsgebied moesten ankeren. Vervolgens haalde hij geld op bij de schepen die wel aan een boei lagen, maar hoeveel? Bij de ankerop manoeuvre bleek de tijdelijk gerepareerde hendel van de SB buitenboordmotor alweer onklaar en was deze motor niet te gebruiken. Leuk om zo tussen andere schepen door te varen! Toen we eenmaal buiten het gebied waren geankerd slipte het anker op de rotsachtige bodem en moesten we weer verkassen. De reparatie aan de motor kreeg nu een definitieve versie: een hendel gemaakt van aluminium mastrail.

vrijdag 25 maart

De dag van de oversteek naar St. Maarten. We vertrokken om half zes, St. Maarten lag op zo'n 80 mijl, koers 98 graden. De wind was ESE 2-3 dus pal tegenwind. Na zes uur varen waren we hemelsbreed 16 mijl dichterbij St. Maarten. Logisch dat we besloten het voorbeeld van een andere cat te volgen: op de motoren recht in de wind. Onderweg een groepje walvissen in de verte gezien, verder waren alle dolfijnen elders op vakantie. We werden verwend met een prachtige zonsondergang waar een klein groen lichtje in zat. De volle maan nam het werk direkt over, echt donker werd het niet. De wind nam toe tot windkracht 4, de snelheid op de motoren nam af dus de zeilen op en weer kruisen. Om een uur of elf knalde het grootzeil naar beneden, het oog waaraan de val hoort te zitten finaal uitgescheurd. Op genua en fok verder tot om een uur of drie bleek dat als we zo doorgingen we pas om 15 uur 's middags zouden aankomen bij Marigot. Niet op tijd om onze nieuwe gast op te halen en een andere gast weg te brengen naar het vliegveld. Je raadt het, alweer de motoren aan en recht in de wind. Met succes trouwens, om 8.15 uur konden we door de brug naar Simpson Bay Lagoon waar we een half uur later ankerden op onze plek bij het Explorer eiland in Frans gebied, de Franse vlag en de gele douanevlag in het want.

Er stond nu 109 mijl op de teller in 27 uur (de heenreis 80 mijl op de halfwinder was in 11,5 uur). Weer een prachtige twee weekse reis met veel hoogtepunten.

laatste wijziging: 25/06/09

 

index