St.
Maarten-Anguilla-British Virgin Islands-St. Maarten
zaterdag
12 maart
Om
zeven uur haalt Jelka me op om de hond van de "Synergy"
uit te laten op het strand en meteen lekker hard te lopen.
Een belevenis om door een autochtonenwijkje te lopen met
kakelende kippen, volle waslijnen, honden loslopend of
aan een ketting. De mensen wonen aan het strand en worden
bij elke hurricane in hun bestaan bedreigd. Dan komt een
hotel/villa deel met betonnen muren en stalen damwanden,
maximale bescherming tegen de hoge golven van een hurricane.
Het laatste stuk van dit strand loopt langs de landingsbaan
van het vliegveld waar om zeven uur de eerste vliegtuigbewegingen
zijn. Een duik in de branding als afsluiting van de ochtendtraining
en met de planerende dinghy de hond weer terugbrengen
en afgeleverd worden op de "Zeevonk" waar het
ontbijt en de koffie staan te wachten.
Het
bezoek aan Budget Marine, een van de grote shipchandlers,
staat al maanden op de agenda. Op ons verlanglijstje staan
wieken voor de windmolen die tijdens een heftige bui op
de oceaan zo jammerlijk in aanraking kwam met de antenne
van de kortegolf radio; een Nederlandse vlag want de gaten
beginnen in de oude te vallen; een boek over vissen vangen/klaarmaken
en zelfs recepten en nog wat van dat soort spullen.
Geen
tijd meer voor het inslaan van etenswaren dus door naar
het strand waar de vliegtuigen op grijpafstand over je
heen komen. Het vliegtuig uit Nederland had een flinke
vertraging dus tijd genoeg op het strand om aan een barretje
de dorst te lessen. toen de KLM er eindelijk aankwam gefilmd,
naar het vliegveld gerend om daar onze gast op te halen;
we waren royaal op tijd. Ze had de "Zeevonk"
trouwens al uit de lucht zien liggen. Om te wennen aan
de inlandse dranken nuttigden we eerst een planteur op
het terras voor we terug voeren naar de "Zeevonk".

de
KLM scheert over het strand van St. Maarten
zondag
13 maart
Na
het hardlopen koffie op het Explorer eiland samen met
de bemanning van de "Aeson". Tijdloos genieten,
boodschappen doen, tot het tijd werd voor de aankomst
van de Air France uit Parijs. Ook deze was vertraagd dus
maar weer naar het strand waar we nog net getuige konden
zijn van de start van een groot vliegtuig: wapperende
kleren, wegvliegende petjes en dus grote hilariteit onder
de omstanders. Dit keer een drankje gehaald bij de grote
bar waar trouwens dames die topless bestelden hun drankje
gratis kregen. Was het daarom wat drukker dan aan de andere
kant van de landingsbaan? De Air France zorgde voor een
totale verrassing: terwijl ik met de drankjes in de hand
een zitplaats zocht kwam hij al over ons hoofd scheren,
nu ineens een half uur vroeger dan aangekondigd!
Onze
gast had een probleem met de douane. Hoewel hij ons schip
had zien liggen kon hij de vrouwelijke douanebeambte niet
overtuigen en moest hij eerst - zonder paspoort - iemand
van de bemanning erbij halen die kon vertellen waar het
schip lag. Dit was vlot geregeld, de bagage duurde veel
langer. In de regen (!) terug.

Het
weerzien van onze trouwe gasten maar nu in de Carieb is
hartverwarmend. De vliegreis blijkt niet onoverkomelijk
en als je er eenmaal bent gaat een wereld voor je open.
De jetlag speelt je aanvankelijk partern maar in de tropen
is het snel donker en ga je meestal vroeg naar bed en
vroeg uit de veren. Een ochtendduik maakt dan het wakker
worden volmaakt.
maandag
14 maart
De
buien van gisteren zijn weggetrokken. De zon was er weer
met alle kracht. De gasten bleven zoveel mogelijk in de
schaduw gewapend met factor 30. De nieuwe propellorbladen
konden worden gemonteerd al was de klim in zo'n minimastje
achterop niet ongevaarlijk. Er vielen wat moertjes (Amerikaanse
maat) in het water. Snorkelend de begroeide bodem op 4
meter afzoeken had geen succes. Een zoektocht in de bouten
en moeren kist leverde wonderwel de vervangende moeren.
Wie wat bewaard heeft wat. Een Amerikaanse imbussleutel
moest trouwens worden geleend, 4 en 5 mm kennen de Amerikanen
niet, het is bij hun iets van 5/32", 3/16" en
dergelijke.
De
brug in Marigot - de hoofdstad van het Franse deel van
St. Maarten - gaat om half drie dus haast hadden we niet
totdat ik me realiseerde dat diesel en benzine bij het
tankstation voor de brug moeten worden gehaald. Alles
vlug vlug en met volle tanks konden we direkt door de
brug om voor anker te gaan in de drukbezette baai van
Marigot.

Een
forse swell maakte daar het leven van de monohullers wat
ongemakkelijk, het schip dat het meest rolde was een grote
cruiser-viermaster die heel statig zeker 30 graden naar
beide zijden rolde. De douane was weer alleraardigst:
geen kopieermachine en geen carbon dus alles twee keer
opschrijven om uit te klaren. Een verkennend rondje Marigot
met als afsluiting een terrasje was goed te doen, de ergste
hitte was voorbij. De marktkraampjes met souveniers werden
al opgeruimd toen we nog probeerden een pet maat 70 te
vinden. Alleen gangbare maten bleken beschikbaar.
Na
een meer dan verrukkelijk diner: geflambeerde bananen-papaya-kip-kokos-rum
met couscous en koffie op terras/kuip togen we aan de
dvd "Pirates of the Caribbean", een verplicht
nummer als je hier zeilt dachten we. Maar ja dan slaat
het restje jetlag toe...
dinsdag
15 maart
Geen
wind in de haven, een enkel schildpadje begroet de vroege
vogels. Om acht uur na het ontbijt anker op en met 2-4
knopen snelheid op naar Anguilla. Halverwege zagen we
vinnen boven water en een paar maal spuiten: waarschijnlijk
een kleine walvissoort. Bij Anguilla moesten we motoren
want 0,0 knopen op de teller schiet niet op. Voorbij de
westpunt was wind, maar NE zodat we slagen moesten maken.
Het overstag gaan met de geheel uitgerolde genua gaat
nog steeds niet goed, ik wilde hem binnenhalen en zeil
en schoot slaan bij windkracht 3-4 al met zoveel kracht
dat het moeite kost om het in bedwang te houden. Dan slaat
de schoot onder de lierhendel en wipt hem vervolgens met
een stuitertje over het dek overboord! De blokkering van
de hendel werkte op dat moment niet goed of de kracht
was te groot. Druk bezig om de genua in te rollen realiseerde
ik me niet dat het water er hooguit acht meter diep was
en glashelder. Je kunt hem zo opduiken? Had ik de MOB-knop
ingedrukt dan hadden we de exacte plaats geweten. Gelukkig
wordt de gevaren route continue vastgelegd en heb ik een
kruisje op de vermoedelijke plaats gezet. De plek is net
te ver van de haven waar we moesten inklaren anders kon
je met de rubberboot en duikspullen terug. Misschien morgen?
Misschien op de terugreis?
In
de Road Bay ankerden we vlakbij een Nederlands schip dat
we niet kenden. Na een duik in het water van 29 graden
togen we naar de douane/immigratie waar we drie dames
in uniform achter grote bureaus vonden. De papieren moesten
in vijfvoud worden ingevuld, ze hadden geen carbon beschikbaar
en de kopieermachine was niet voor ons bestemd. Joke had
uit voorzorg al 4 exemplaren uit de prinrter laten komen.Vervolgens
wilden ze het tonnage weten. We hebben een keer de vergissing
begaan om het bruto tonnage op te geven wat ons een fors
bedrag kostte dus het papier waar dat op staat 'hebben
we niet meer'. Het netto tonnage is volgens de werfbrief
9000 kg, 9 ton. Een ideale maat om nergens extra te hoeven
betalen. Maar er ontstond een discussie of dat wel klopte.
Ik moest terug naar de boot om het papier met het gewicht
erop te halen. Het kadaster heeft keurig bruto tonnage
29 en netto tonnage 8 onder elkaar staan. 'Kwaadwillende'
beambten kiezen voor bruto maar dat is het laadvermogen
van een schip, onzin voor een zeilboot. Maar het levert
ze wel meer geld op. Een man in overall werd gevraagd
wat hij dacht. Hij zag de Zeevonk liggen maar met het
gegeven dat het schip van foam sandwich was gebouwd zei
hij dat met catamarans - die geen ballastkiel hebben -
de schepen inderdaad niet zwaar zijn. De oudste douanelady
ging akkoord en we hoefden nu niets te betalen! Anders
hadden we 50 $EC inklaring moeten betalen en 4x 3 $EC
uitklaring. Ze maken het nog bonter door alle andere ankerplaatsen
tot 'marine park' te verklaren waar we per dag 38 $US
zouden moeten betalen en bij een overnachting 2x omdat
de dag ophoudt bij middernacht 24 uur! (1 $US=2,70 $EC).
Een ankerplek kost dan dus $US 76!
Opgelucht
naar het strand/jazzcafe voor een koele drank. Wat heerlijk
als je blauwe ogen hebt... Toevallig had Joke een shirtje
aan van Yosemity met op de voorkant: "I made it!"
(de beklimming van de Half Dome, een granieten berg met
steile wanden) en op de achterkant: "I am lying!"...
Het
dorpje is klein en biedt geen hoogtepunten. Het zoutmeer
erachter had interessante bewoners voor vogelaars, een
paar bijzondere eenden en steltlopers die we in Nederland
niet kennen. Aan het strand staan huizen, kippen op het
erf, wasgoed aan de lijn, pannen op een rek. Een grote
gasfles naast de deur. Op tv-antennes heb ik niet gelet.
Heerlijk eenvoudig allemaal, de muren zijn van hout, het
dak van golfplaten het geheel liefst in pastelkleuren.


De
weg door het dorp heeft moderne verkeersremmers: een waarschuwingsbord
toont de hobbel in de weg met een bord eronder: "hump",
de humor zit hem hierin dat het niet een bult is maar
een kunstmatige kuil! Op het strand ligt een redelijk
gaaf houten wrak van een vissersboot in de branding. Duidelijk
opgegeven en er wordt niets meer mee gedaan. Je moet eigenlijk
de geschiedenis erachter weten.

We
lopen op de steiger naar de dinghies - dinghy dock - als
we een tweede Nederlands zeiljacht zien arriveren, een
schip met wat bekende trekjes. Het is de "Arpeggio"
met George, Melanie en hun twee kleine kinderen! We kennen
ze al van Porto Santo, Madeira, Las Palmas en Rodney Bay
op St. Lucia. Zij namen deel aan de ARC - de georganiseerde
oceaanoversteek - en vertrokken twee dagen eerder van
de Canarische eilanden dan wij. Onderweg hadden we regelmatig
radiokontakt via de kortegolf. Zij hadden veel vaker gunstige
wind en maakten een snellere overtocht. We konden ze dus
niet inhalen hetgeen ons een fles wijn kostte. Die konden
we nu dus persoonlijk overhandigen. Het weerzien was goed,
en werd besloten met gezamenlijk koken (George en Joke)
in de ruime Zeevonk kombuis.


woensdag
16 maart
Om
zes uur vertrokken voor de 80 mijls oversteek naar de
British Virgin Eilanden (BVI). De wind was goed, NE 3-4,
helaas was de zee ruw en kwamen de golven dwars in. We
maakten snelheden tot 9,5 knoop, geen wonder dat we al
snel twee dartelende walvissen in het vizier kregen die
werkelijk geheel boven water uit sprongen. Het was een
prachtig schouwspel, wat een kracht, wat een souplesse!
De videocamera was niet van plan dit op te nemen, liep
vast, de fotocamera was bereidwilliger maar digitale cameras
hebben een vertraging tussen indrukken en vastleggen dus
meestal ben je iets te laat voor het goede moment.

dartelende
walvis met St. Maarten op de achtergrond
Om
voor het donker te arriveren op Virgin Gorda - Columbus
noemde dit eiland de dikke maagd, als je van verre naderde
leek het profiel wel een beetje op een liggende vrouw
met een dikke buik - moesten we flink doorvaren want om
half zeven zou de zon ondergaan.
Met
Virgin Gorda in zicht besloot ik het boek "The cruiser's
handbook of fishing" er bij te pakken want de drie
vislijnen bleven leeg. Voor ik een bladzij kon opslaan
was het echter raak: iets blauws begon aan de lijn te
trekken en zijwaarts weg te zwemmen. Het leek een flinke
dorade dus handschoenen en haak erbij en voorzichtig binnenhalen.
En jawel, meneer was 1.15 m lang en leverde 3,4 kg filets!

dorade
van 1.15 m
De
eerste indruk die we kregen van de BVI was ruwe schoonheid:
een strand met palmbomen omgeven door grote rotsblokken.
Wel kwamen de beperkingen ook direkt in zicht: grote borden
op elk strand met de mededeling dat je de dinghy niet
op het strand mocht achterlaten. De ankerplaatsen lagen
vol moorings, echt ankeren mag je maar op enkele plekken
om beschadiging van het koraal te voorkomen. Je koopt
een pas waarmee je de moorings mag gebruiken.

Virgin
Gorda
We
ankerden na een prachtige tocht waarbij we nog meer walvissen
in de verte zagen, de wind meer naar het oosten draaide,
de halfwinder uitstekende diensten bewees, de 80 mijl
binnen 12 uur werd afgelegd, voor het douanekantoor dat
om half vijf al was gesloten. De zelfgemaakte ti-punch
smaakte nog lekkerder dan anders. Het diner was: gebakken
verse dorade!

klaarmaken
voor de nacht
We
kwamen tot de konklusie dat het leven op de BVI's - waar
zijn al die maagden? - niet zo slecht is.
donderdag
17 maart
Na
het ochtendbad en ontbijt naar de wal om in te klaren
en Spanish town te bekijken. De douane ambtenares was
streng en wilde met de hand ingevulde formulieren ipv
de uitgeprintte kopieen van Joke. Ook moesten we inklaringsgeld
betalen hoewel daarvan niets in de pilot stond. De immigratiebeambte
in het loket ernaast wilde ook ingevulde kaarten van ons,
zoiets als je in het vliegtuig krijgt (nu moesten we ze
zelf eerst kopen voor 0,40 US $). Hij liet ons daarna
een tijd wachten, was even een klusje aan het doen? Het
marinadorpje met allerlei winkels en een bank was redelijk
volledig. Alleen geldautomaat in de muur van de bank had
geen trek in onze VISA-creditkaarten. Dan maar in de rij
binnen waar het ijselijk langzaam en onpraktisch toeging.
De giropassen werden resoluut geweigerd. Het was al middagpauze
toen we weer aan boord stapten. In de zeer goed voorziene
duikwinkel ontdekten we twee boeken die op onze verlanglijst
stonden: "Reef Fish Identification Florida Caribbean
Bahamas" van Paul Humann en Ned DeLoach en "The
Nature of the Islands" van Virginia Barlow. Beide
boeken zijn eigenlijk verplicht voor diegenen die hier
rondzeilen. Ze staan vol met geheimen van de natuur, zowel
onder als boven water, een natuur die wij totaal niet
kennen.

We
zeilden onder ideale omstandigheden naar de Gorda baai,
omsloten door bergen en koraalriffen. Het bleek nogal
toeristisch maar er waren voldoende ankermogelijkheden.
We voeren net richting koraal om daar te gaan snorkelen
toen in de verte de vlag en contouren van een Nederlandse
Bavaria zichtbaar werden: de "Laga" die we op
St. Maarten waren kwijtgeraakt. We hadden onderweg tussen
Barbuda en St. Barth foto's van elkaar gemaakt, die konden
we nu uitwisselen met behulp van het geheugenstickje.


De
snorkelplek bij de Drake's Bay bij Musquito Island bood
in de namiddag minder kleurig koraal en waterbewoners
dan we eerder elders ervaren hadden en verdiende niet
het predikaat 'excellent' dat de pilot er aan gaf. We
raken al aardig verwend! Het Musquito Island is rondom
voorzien van bordjes waarop wordt gemeld dat diegenen
die aan land gaan worden vervolgd volgens de wet. Op hetr
hele eiland - met aanlegsteiger voor een watervliegtuig
is niemand te zien.

vrijdag
18 maart
Eerst
maar een zwemmend bezoekje aan het verboden Musquito eiland
met zijn prachtige cactussen. Joke intussen aan het Nederlandse
Caribische net om de laatste nieuwtjes te horen en door
te spreken. De gasten vermaken zich in het glasheldere
turkooise water en zonnen op de trampolines.
We
besluiten naar Anegada te zeilen, de wind is gunstig:
SE 2-3. Je kunt het eiland niet aan de horizon zien liggen,
het hoogste punt ligt slechts 8 m boven de zeespiegel,
een soort verdronken eiland. Enthousiast vertelt de pilot
dat er meer dan 300 wrakken op de riffen liggen, de zeevarenden
zagen het eiland met zijn grote rif kennelijk ook wel
eens over het hoofd. Ze hebben er flamingo's uitgezet
- de zoutmeren zijn daar ideaal voor - en er wonen leguanen.
De riffen aan de zuidoostkant zouden prachtige snorkel-
en duikmogelijkheden bieden. Hoewel het toegangskanaaltje
tussen de koralen goed beboeid zou zijn verbieden chartermaatschappijen
een bezoek aan dit eiland.
De
18 mijl zeilen naar Anegada verliep moeiteloos. Wel waren
bimini en parasol nodig om ons te beschutten tegen de
ergste zonnestraling. We ankerden op zand voor een aantal
restaurants ieder met eigen steiger waaraan minstens een
drijvend basin met een tiental kreeften zat. Een spraakzame
eigenaresse kon ons vertellen dat lopend naar de andere
kant 3 uur zou kosten, dat de taxi voor een retour $8
wil hebben, dat er een levensmiddelen winkel en een souviniershop
even verderop waren. Of ze verder iets voor ons kon doen?
Daar stonden we dan met onze snorkelspullen... Het was
al kwart voor vier, om nu nog met een taxi op pad te gaan
trok ons niet aan.
In
de levensmiddelenwinkel deden we de hoognodige boodschappen.
De prijzen waren hoog: voor 18 kleine bananen betaalden
we $15! De souvenierwinkel vroeg $25 voor een T-shirt
en $5 voor een kwartier internetten. Geen aanlokkelijke
prijzen.
Met
de rubberboot naar het rif aan de westkant. Redelijk veel
grotere vissen gezien. Het koraal was niet indrukwekkend.
We
dineerden in het hotel: kip op de bbq, een specialiteit
van hun keuken. We kregen veel kip nadat we eerst een
tijdje aan de bar zaten en zo een indruk kregen van onze
voornamelijk Amerikaanse medezeilers. De rum-punch ging
er prima in. Als nagerecht cake met lekkers erop. De koffie
kon je onbeperkt zelf schenken. De sfeer was er prima,
een aanrader als je op Anegada bent.
zaterdag
19 maart
Plan
A was fietsen huren en op de fiets naar de oceaan kant
van het eiland om daar te snorkelen. Er bleek nog een
kapotte fiets beschikbaar. Het internetten lukte beter,
voor $5 alles op het internet kunnen zetten en de post
kunnen binnenhalen. Dan maar plan B: met de open pendelbus
naar het strand.

Onderweg
zagen we heel in de verte flamingo's in het zoutmeer.
Het landschap was dor en droog, veel cactussen en aloë.
De betonweg ging halverwege over in een verharde zandweg
met kuilen en gaten. Onderweg passeerden we een andere
open taxi waarvan een stuurstang los onder de auto hing.
Het komt allemaal erg primitief over, maar ja er is ook
maar een rondweg met een paar zanderige zijtakken. En...
er is een rotonde en een brug! We moesten de tijd opgeven
waarop we weer terug wilden. Het strand was verlaten,
de riffen uitgebreid, het water weer alle prachtige kleuren
uit de folder. Voor het snorkelen een nieuwe uitdaging:
forse onderstromen door de geweldige branding op het buitenrif.
Een
wandeling langs het strand gaf een heel ander beeld dan
bijvoorbeeld Terschelling. Hier steken koraalpartijen
boven het zand uit in grillige patronen afgesleten. Schelpen
zijn al fijn gemalen en zelden kompleet. Helaas is hier
ook zwerfvuil, vooral bestaand uit plastic flessen en
touwwerk. Een aparte vondst was een paneel van een schip,
sandwichkonstruktie van koolstof en schuim. De kapotte
lenspomp lag verderop. Een stukje verder nog zo'n paneel,
nu met een rond gat waar waarschijnlijk een gasfles in
hoorde. Wat is de geschiedenis hierachter?
De
flora bestaat uit vetplanten, cactusachtigen en een soort
klitten maar dan met heel gemene stekeltjes die je voetzool
doorboren. In de duinen palmbomen. Het ziet er allemaal
erg droog uit. Geen sporen van leguanen gezien.
Voor
de lunch togen we naar het restaurant aan het strand.
Hier was het heerlijk koel in de schaduw en het kleine
beetje wind. De seagrape bomen met hun grillig gekronkelde
takken vormden een soort speeltuin met hangmatten erin.
Aan de wand hingen veel foto's van vooral mensen - ook
jonge kinderen - met een toga en zo'n vierkant ding met
een kwastje op hun hoofd, duidelijk het einde van een
school/studie. In deze entourage een opvallend iets, waarom
hier en niet in een familie album? Het Creoolse eten met
veel groente en rijst smaakte weer uitstekend. De rum-punch
met ijs na de maaltijd was een prima koffievervanger.
Om
drie uur precies kwam de open taxi voorrijden. Er stonden
nog meer mensen op het lijstje maar die kwamen niet opdagen.
De chauffeur wachtte niet lang. Onderweg woei mijn hoed
af en de chauffeur was zo aardig om te stoppen en reed
zelfs achteruit terug. Bij aankomst bij het hotel werd
niet over een fooi gesproken. Hij stevende recht op de
bar af zonder om te kijken. Wij pakten de fietsen (die
we vergeten waren op slot te zetten!) en tuften naar de
"Zeevonk". De Royal sterns - koningssterns -
op de pier keken ons verwonderd na.
Het
was 35 graden aan boord, reden te meer om het anker te
hijsen en terug te varen naar Spanish Town. De wind was
ENE 2 dus eerst motoren tot halverwege de zeilen konden
worden gehesen en we bij het laatste middaglicht en een
prachtig rode ondergaande zon ons doel bereikten.
Aan
de pier voor het douanekantoor lag een veerboot met een
muziekinstallatie die ons voorzag van de laatste hits,
helaas weinig authentiek. Toen hij na een paar uur wegvoer
werd het aangenaam rustig. Geen wind en een heldere maan
waarvan het licht de contouren van de zeebodem duidelijk
zichtbaar maakte.
zondag
20 maart
Uitslapen,
ontbijt in de kuip en 1 mijl varen naar de Baths en de
Devil's Bay waar prachtige rotsformaties moeten zijn,
volgens de tourist guide van de BVI's: "There are
few places on earth that are quite so stunningly beautiful,
quite so awe inspiring as The Baths on Virgin Gorda's
south-west point."
We
dachten als een van de eersten aan te komen maar toen
we om de hoek kwamen bleek het er al vol te liggen. Er
waren nog vier van de tientallen moorings vrij en een
kwartier later waren ook die aan een schip gekoppeld!
Om de schepen zien we vele pijpjes, hoofden en achterwerken
boven water uitsteken. Het water is hier vreselijk dun
en doorzichtig. Je gaat met je dinghy naar het strand,
laat de passagiers tussen twee golven uitstappen en maakt
hem dan vast op 50 m van de kant aan de blauwe dinghy
boei. Vervolgens zwem je naar de kant en het gezelschap
is gereed om op pad te gaan. De man in het hokje van het
BVI National Park Trust kan ons niet aan een permit helpen
(op zondag), we mogen wel van hem aan een mooring overnachten
- op eigen risiko - en hij toont zich zeer verheugd met
onze donatie van $10. We duiken de Devil's trail in, een
spleet tussen de grote granieten keien. Oorspronkelijk
zaten deze ingebed in lava maar dat is door erosie er
tussen uit gesleten zodat alleen het graniet over is.

ingang
Devil's trail
Wat
we vervolgens zien is in een woord fantastisch en uniek.
Je kunt overal tussen de gigantische keien door kruipen.
Af en toe staat een houten trap tot je beschikking, een
enkele keer een touw als reling. Het zeewater komt met
de deining door openingen de meertjes en grotten in. Het
ene meertje is nog groter dan de andere. We lopen over
het strandje aan de rand van zo'n meertje - bath - in
een grot, klimmen een trap op, kruipen door een brede
spleet en staan voor het volgende meertje dat nu niet
door een groot rotsblok wordt afgedekt. Overal zie je
mensen klimmen en kruipen.




Geweldig!
Uiteindelijk komen we bij een tweede strand uit met ook
weer dinghy boeien. Het pad voert verder richting palmbomen
en cactussen en een eenzaam mini-strandje. De granieten
kolossen liggen nu her en de verspreid en niet meer op
elkaar.
Terug
op de "Zeevonk" tijd voor een hap - Joke had
's morgens voor de koffie al heerlijke taartjes gebakken
- , een siësta en een snorkeltrip vanaf de boot.
Onder de boot ziet Joke een rog zwemmen, verder zien we
redelijk wat vissen in het glasheldere water. De deining
sleurt je samen met de vissen heen en weer tussen de rotsen
en de koralen. Een aparte ervaring, tegen de stroom inzwemmen
heeft weinig zin. Een uur voor zonsondergang nog een keer
naar de kant om de Baths te fotograferen bij avondlicht.
In de grotten moet je kiezen tussen tijdopname of flits.
Bij dit licht en zonder alle mensen om je heen is het
geheel nog imposanter. Als ik weer word opgehaald is de
zon onder en zijn er nog drie schepen over die hier blijven
overnachten: een Franse cat met de gele douanevlag in
het want, dus net aangekomen van St. Maarten(?), een grote
motorboot met de vlag van Porto Rico en wij.
maandag
21 maart: lente!
Om
half acht 's morgens komen er al van alle kanten schepen
aanvaren om een plekje aan een mooring te veroveren om
een bezoek te kunnen brengen aan de Baths en de Devil's
trail. Er stond tijdens de nacht een flinke swell met
daarbij horende branding op het strand. Wij vertrekken
om tien uur, varen de Sir Francis Drake Channel naar het
westen. De wind is ESE 2-3, in rustig tempo zien we een
aantal eilanden voorbij glijden waarvan we enkele op de
terugweg wilen bezoeken: Cooper Island, Salt Island, Peter
Island, Pelican Island aan bakboord, het veel grotere
Tortola aan stuurboord. Maar nu eerst naar Jost van Dyke
Island genoemd naar een Hollandse zeerover.
Ten
oosten ervan ligt Sandy Cay, een miniatuur eiland met
een prachtig strand dat door een Rockefeller omstreeks
1960 voorzien is van een botanisch pad. We ankerden in
de luwte, snorkelden en liepen het pad met enkele fraaie
uitzichten vanaf de klippen.
Vervolgens
naar Sandy Spit, een nog kleiner eiland met twee palmbomen
en strand rondom. Hier snorkelden we in ondiep water tussen
het koraal en zagen zowaar een paar nieuwe vissoorten
en een paar grote roggen onder de boot! Tegen de avond
vertrokken de dagbootjes en waren we bijna alleen. Het
maanlicht strooide een romantische saus over het geheel,
reden voor onze Ierse buren om een kampvuurtje aan te
leggen.
In
die sfeer was een Italiaanse film van Paulo Conti op zijn
plaats: Butti, Sportchi, E Cattivi, over een armoedige
familie in de sloppenwijken van Rome.
dinsdag
22 maart
Na
een paar rondjes hardlopen over het strand en genietend
van de ochtend zon - wat deed Robinson Crusoe al die tijd?
- terug gezwommen naar de Zeevonk.

Op
enkel de genua naar de hoofdstad van Jost van Dyke, Great
Harbour. Het was er vrij druk door dagjestouristen die
met grote catamarans vanuit de Amerikaanse Maagden eilanden
hier werden losgelaten. Live muziek op terras, de lagere
school ging net uit, alle zwarte kindertjes keurig in
uniform. Naast de school was de huisartsenpost, de arts
in groen operatiepak op sportschoenen en alle deuren en
ramen open. De souvenierwinkel deed goede zaken, op het
strand en aan de dinghysteigers overal genietende mensen.
Een van onze opvarenden moest de vuilniszak met flessen
in een speciale container gooien en niet in een vuilnisbak
aan het strand.

We
vertrekken op tijd naar Great Tobago, het meest westelijke
punt van de BVI's. Het is een ongewoond eiland met een
baai waar een enkel schip voor anker kan liggen. Met de
snorkels overboord en zowaar de eerste haai gespot door
Joke: een nursehaai van ongeveer anderhalve meter. Volgens
ons grote vissenboek een ongevaarlijk typetje die pas
bijt als hij gepest wordt. Onder het schip zagen we een
snorkel liggen op 6.80 m diepte, toch maar even opgehaald.
Een vislijn die we vergeten waren binnen te halen moest
van de schroef worden afgewikkeld en bleek toen nog met
de haak ergens achter de rotsen vast te zitten. Wat een
gedoe en niet eens een vis gevangen.

Het
ministrandje van 10 m breed lonkte uitnodigend, een niet
echt pad naar boven bracht je naar een kleine vallei,
echter geen tekenen van menselijke bewoning tussen de
cactussen en aloë. Misschien dat Jost van Dyke ooit
hier zeeroversschatten heeft begraven maar door gebrek
aan een metaaldetector zijn we niet aan het zoeken begonnen.
In de verste verte geen schepen te zien, wat een uitgestorven
gebied. Aan de horizon St. Thomas, maar daarvoor heb je
een visum nodig begrepen we.
Anker
op en kruisend naar het oosten. Bijna meteen zagen we
iets donkers af en toe boven water met schuim erom heen.
Walvissen! Merkwaardig was dat ze op dezelfde plaats bleven,
we geen staarten of vinnen zagen en ook de fonteinen wegbleven.
Rotsen die net boven water uitstaken? Op de elektronische
kaart eigenlijk niets te zien, op de papieren kaart wel:
"King Rock", dag walvissen...
Voor
het donker naar Tortola, Soper's Hole, een drukke baai
met scheepswerven e.d. Hier leek een mogelijkheid voor
wifi, er kwamen vier zwakke zenders op het scherm. Het
lukte echter ook niet buiten op de stuurstoel om langdurig
kontakt te krijgen.
woensdag
23 maart
Om
zeven uur kwamen de eerste veerboten uit de VS - St. John
en St. Thomas - aan. De douane en immigratie ging veel
later open. Wij per dinghy naar Soper's Marina, een winkelkomplex
met veel oude houten gebouwen. Het geheel deed vriendelijk
met een vleugje historisch aan. De geldautomaat bleek
leeg, zelfs autochtonen kregen er geen geld uit. Ik had
de laptop meegenomen om te zien of ik ergens een betere
wifi-ontvangst kon krijgen. Dat lukte niet echt, alleen
een onbekende was met sleutel te benaderen. De andere
bleven te zwak.

De
brandstofprijzen liggen hier laag: $0,31 per gallon! Onze
voorraad hoefde nog niet te worden aangevuld. Trouwens,
ESE 5 was voldoende wind om kruisend naar Norman Island
te komen. Flinke golven probeerden ons af te remmen, iets
dat we in het geheel niet meer waren gewend.

Norman
Island is het zeeroverseiland van "Treasure Island"
van Robert Stephenson, een boek dat op menig eindexamenlijst
prijkt. De schatten zouden al ergens in 1760 of zo opgegraven
zijn. Het eiland is nu een zeer populair vaardoel voor
vooral Amerikanen vanwege zijn grote beschutte ankerplaats
en zijn geweldige snorkelplek waar je zelfs in donkere
grotten kunt snorkelen. We zagen er grotere vissen dan
we gewend waren en een paar nieuwe soorten.

Terug
naar de Zeevonk die het moeilijk had met de enorme valwinden.
Een van de bridels (teugels) om het schip met de kop op
de wind te houden knalde kapot in een zware vlaag. Tegen
de avond een nieuwe plek opgezocht met mogelijk minder
valwinden. De hendel van de voorachteruit op de SB motor
begaf het terwijl we aan het manoeuvreren waren tussen
de aan moorings liggende schepen. Toen we eenmaal lagen
was de noodreparatie met een slangenklem snel uitgevoerd.
Het
"Pirates" restaurant kon ons pas om half negen
gebruiken, wij weer terug. Tijd voor de film "De
Tweeling". Halverwege weer naar het restaurant waar
het gezellig en lawaaiig druk was. Daar zit je dan als
nuchtere Hollander tussen vakantievierende Amerikanen.
donderdag
24 maart
Na
een fantastische snorkelpartij - Joke was het onderwaterschip
aan het schoonmaken terwijl er een kanjer van een barracuda
achter haar zat! - op zeil naar Tortola, de hoofdstad
Road Town. Hier lagen drie cruiseschepen, o.a. de Westerdam
van de Holland Amerik Lijn. Joke naam kontakt op via de
marifoon om te vragen of wij gebruik mochten maken van
hun wifi-net. Het antwoord was "nee, alleen voor
gasten". Het stadje zelf was een bonte verzameling
van souveniershops, arme touristen. De douane en immigratie
waren coulant, we hoefden maar $5 te betalen terwijl overal
staat $5 per persoon op een boot. Op de motor naar de
overkant van de Drake passage, Cooper Island om te ankeren
in de Manchioneel Bay. Het was moeilijk een plek te vinden
tussen de moorings en zodra we lagen kwam een man met
een bootje langs om te vertellen dat we buiten het mooringsgebied
moesten ankeren. Vervolgens haalde hij geld op bij de
schepen die wel aan een boei lagen, maar hoeveel? Bij
de ankerop manoeuvre bleek de tijdelijk gerepareerde hendel
van de SB buitenboordmotor alweer onklaar en was deze
motor niet te gebruiken. Leuk om zo tussen andere schepen
door te varen! Toen we eenmaal buiten het gebied waren
geankerd slipte het anker op de rotsachtige bodem en moesten
we weer verkassen. De reparatie aan de motor kreeg nu
een definitieve versie: een hendel gemaakt van aluminium
mastrail.
vrijdag
25 maart
De
dag van de oversteek naar St. Maarten. We vertrokken om
half zes, St. Maarten lag op zo'n 80 mijl, koers 98 graden.
De wind was ESE 2-3 dus pal tegenwind. Na zes uur varen
waren we hemelsbreed 16 mijl dichterbij St. Maarten. Logisch
dat we besloten het voorbeeld van een andere cat te volgen:
op de motoren recht in de wind. Onderweg een groepje walvissen
in de verte gezien, verder waren alle dolfijnen elders
op vakantie. We werden verwend met een prachtige zonsondergang
waar een klein groen lichtje in zat. De volle maan nam
het werk direkt over, echt donker werd het niet. De wind
nam toe tot windkracht 4, de snelheid op de motoren nam
af dus de zeilen op en weer kruisen. Om een uur of elf
knalde het grootzeil naar beneden, het oog waaraan de
val hoort te zitten finaal uitgescheurd. Op genua en fok
verder tot om een uur of drie bleek dat als we zo doorgingen
we pas om 15 uur 's middags zouden aankomen bij Marigot.
Niet op tijd om onze nieuwe gast op te halen en een andere
gast weg te brengen naar het vliegveld. Je raadt het,
alweer de motoren aan en recht in de wind. Met succes
trouwens, om 8.15 uur konden we door de brug naar Simpson
Bay Lagoon waar we een half uur later ankerden op onze
plek bij het Explorer eiland in Frans gebied, de Franse
vlag en de gele douanevlag in het want.
Er
stond nu 109 mijl op de teller in 27 uur (de heenreis
80 mijl op de halfwinder was in 11,5 uur). Weer een prachtige
twee weekse reis met veel hoogtepunten.