Cat Zeiltochten Wad & Zee

avontuurlijke zeilvakanties  met de kajuitcatamaran "Zeevonk"
ontdek de kleurrijke Carieb
 
 

 

e-mail: info@catzeiltochten.nl

onze vertegenwoordigster Margje in Nederland: 0647130930

Henk en Joke Bijl a/b Zeevonk: 00870 764020057

 

Reis naar de zon deel 22

St. Maarten-St. Barth-St. Kitts-Nevis-St. Eustatius-Saba-St. Maarten.

de route (aanklikken kaart voor een vergroting)

De ontdekking van St. Kitts en Nevis!

Na een weekje in de Simpson Bay Lagoon waarin we ten volle profiteerden van Skype - gratis of heel goedkoop bellen via het internet - en enkele reparaties lieten uitvoeren, arriveerden onze nieuwe gasten zaterdagmiddag op Juliana airport: er moet weer gevaren worden. De Franse douane legde ons geen stroobreed in de weg dat terwijl er nu hele andere namen op onze crewlijst stonden. Met weinig wind om de noord naar Oriënt Bay. Hier hebben we heerlijk kunnen snorkelen en weer een paar nieuwe vissoorten op de foto gezet. We kwamen er trouwens aan in de regen met Hollandse luchten. We aten bij Club Oriënt waar ze ons al een beetje kennen.

vakliteratuur uit Nederland

Met wederom weinig wind niet naar Tintemare maar naar een nieuw eiland voor ons: Ile Fourchue, een halvemaan vormig eiland, dat deel uitmaakt van het beschermde marine park horend bij St. Barts. We maakten vast aan een mooring, daar neergelegd om schade aan het koraal door ankeren te voorkomen. Het is een onbewoond eiland maar wel privé bezit. De geiten hebben al het eetbare groen stelselmatig opgegeten met gevolg dat er nu geen geiten meer zijn. Vrij recent is gestart met jonge aanplant van palmbomen. Het strandje in de baai is van zwart zand met hier en daar een rond gat waar landkrabben hun onderkomen hebben. Een soort wingerd kronkelt over het strand met hier en daar een roze kelk.

avondzon zonsondergang ontbijt op het strand 

 droge bedding

uitzicht op St. Barth 

Ile Fourchue

Het snorkelgebied loopt langs de randen van de baai maar voor Joke zover was had ze al een ontmoeting met een haai. Tja, ... Wetend dat haaien je met rust laten zolang jij ze niet bedreigd ging ik met camera op zoek maar kwam geen haaien meer tegen. Spannende momenten. Later zaten er vrij forse vissen onder de boot en met hulp van wat voedselresten kwamen ze net als karpers in een vijver boven. Er zat ook een grote donkere vis bij, toch weer de haai? Tegen de avond kregen we gezelschap van twee andere zeiljachten. Een had een muzikale bemanning met geluidsinstallatie maar ook live muziek met djembees en zang stond op het programma.

In de vroege ochtend bezochten we het strandje ook al stond op de rotsen gekalkt dat het privé was en "no trespassing". Een van de toppen werd beklommen en leverde prachtige vergezichten op. De rust die in deze natuurlijke omgeving ons verwendde was buitengewoon.

Omdat de baai Anse du Colombier aan de NW zijde van St. Barth een excellente snorkelplek had, was dat ons volgende doel. Hier lag het vol schepen en was nog een enkele mooring over. Toen binnen een paar uur twee catamarans met te luiddruchtig gezelschap in onze direkte omgeving kwamen liggen vreesden we voor onze nachtrust en besloten we naar Gustavia te varen.

De haven van Gustavia was vrij leeg: de megajachten waren vast naar de regatta van Antigua, een van de buureilanden op 80 mijl afstand. Ook de "Ranger" een van de grootste klassiekers - de J-klasse - die we hier een paar weken geleden konden bewonderen was natuurlijk vertrokken. De bemanning was gekleed in prachtige witte pakjes toen het prachtige schip de haven uitgleed. Heerlijk die oude kulturen!

Gustavia is een echt mondain badplaatsje waar tegen de avond de voornamelijk witte strandgangers hun mooie en bruine lijven in luchtige kledij komen showen, lopend, met een fourwheel of op een scooter. Zittend op een terras met een wijntje laat je al dat schoons voorbij trekken.

De volgende morgen was net een schip van de Franse marine/kustwacht aan het afmeren, de heren allemaal in wit uitgaanstenue: korte broek en overhemd met hoofddeksels varierend van een matrozenpet met rood balletje erop tot goudgerande petten. Op de maat van een fluitje werden de handelingen verricht, indrukwekkende discipline. Toen we later op de ochtend weer langs voeren hadden ze blauwe overalls aan en waren ze druk aan het kwasten...

De scheepswinkel is een waar paradijs voor de bootjesbezitter, Joke kwam me ophalen want het ijs wat ze gekocht hadden in de supermarkt dreigde voortijdig te smelten. Tijd voor vertrek naar een andere wereld, die van St. Kitts en Nevis.

Ciguatera

We zeilden met 8-10 knopen met bijna halve wind naar St. Kitts. Aanvankelijk kon je de eilanden niet zien tot op zo'n 15 mijl de vage omtrekken van de vulkanen zich begonnen af te tekenen. Onderweg geen walvissen dit keer - was het seizoen al voorbij? - wel ter hoogte van St. Kitts een enorme kabeljauwachtige - een King mackerel - van 92 cm aan de lijn. Hij vocht voor zijn leven maar ik kreeg hem aan de trap. Toen ik hem met de haak wilde binnenhalen brak de haak af. Gelukkig ging het zonder ook en kreeg hij zijn verlossende scheutje rum in de kieuwen. We maakten foto's en net toen ik de lijn wilde binnenhalen bleek hij achter een boeitje van een van de plaatselijke vissers te zitten en sleepten we de boei met alles wat er onder hing mee. Ik moest de lijn loslaten en de vis schoot overboord! Bij het binnenhalen van de lijn was de vis met haak en lure en staaldraad weg...

de king makreel vlak voor hij het water werd ingesleurd

Later las Joke in ons handboek dat deze vissoort in dit gebied bijna zeker besmet is met ciguatera, een giftige 'benthic dinoflagellate'. Vissen die aan het eind van de voedselketen zitten zoals ook de barracuda, met name volwassen exemplaren, zitten vol toxinen en moet je beslist niet eten. Heb je verschijnselen als buikpijn, braken, jeuk, diarree, tintelen rond de mond en van de ledematen dan is het een lichte vorm. Het kan uren uren duren maar in zwaardere gevallen kan het maanden duren voor de verschijnselen zijn verdwenen. Echter coma, verlammingen en de dood er op volgend zijn beschreven. Er is geen antitoxine, wel zou een infuus met mannitol effektief zijn. De lichte gevallen kunnen worden behandeld met veel braken en veel drinken om zo het gif te verwijderen. Hebben we geluk gehad?

St. Kitts en Nevis

Langs de westkust van St. Kitts kregen we tegenwind en kruisten we tot aan de hoofdstad Basseterre. Hier ankerden we in de Deep Water Harbour met hulp van de kustwacht. Er stond een forse swell die het leven niet echt makkelijk maakte, 's nachts lagen we af en toe bijna te rollen in bed. Het verplichte bezoek aan de douane was weer van een hoog formuliergehalte, zelfs met de carbonnetjes ertussen. Het kostte 20 EC (Eastern Caribbean dollar). Vandaar naar het tegenoverliggende havenkantoor waar we tot onze verbazing nog eens 30 EC mochten betalen en dat voor een haven zonder faciliteiten waar we voor anker lagen. De laatste hobbel was een bezoek aan de immigratie in het stadje zelf, 3 km verderop. Gelukkig reed een taxi ons achterop zodat we zonder al te veel zweetdruppels bij de immigratie arriveerden. Hier vroeg Joke af het mogelijk was dat onze paspoorten niet werden gestempeld omdat ze anders snel vol zouden zijn. Het besliste antwoord was 'nee'. Groot was onze (verborgen) hilariteit en de wanhoop van de beambte toen het stempeltje niet aanwezig bleek, het was waarschijnlijk door een kollega meegenomen naar het vliegveld. Misschien konden we even de stad in en over een uurtje weer terugkomen? Een uur later was wel een zware man in uniform gearriveerd, maar nog geen stempeltje. Ik stelde voor op haar kosten naar een restaurant te gaan om wat te drinken, ze kon de humor er niet van inzien. Een uur later bij mijn derde en zeker laatste poging bleek het stempeltje aanwezig en stempelde ze op een bijna volle pagina, tel uit je winst!

  

Circus (á la Londen) - Independence plantsoen waar vroeger de slaven werden verhandeld - kokosnotenverkoper

Basseterre is een heerlijk oud koloniaal Engels plaatsje, een beetje lijkend op de hoofdstad van Barbados, Bridgetown. Veel mensen op straat, voornamelijk zwart. Overal aktiviteiten zoals op het circus - een kleine replica van Piccadilly circus in Londen - waar je uit kokosnoten kon drinken en waar elke taxichauffeur je aanschoot. Op het balkon van het restaurant op deze drukte neerkijkend realiseer je je dat je in een andere wereld bent: de Carieb ten voeten uit! Een taxichauffeur had succes bij ons en met zijn "Authentic Tours". Hij zal ons naar Brimstone Hill Fortress National Park brengen, een 'world heritage site'. Het fort ligt op een geisoleerde bergtop aan de kust en lijkt op afstand een tempel van de Maya's. Onderweg spuwde hij de hele geschiedenis van St. Kitts uit, stopte bij belangrijke plekken, gaf de gelegenheid om foto's te maken. Hij werd ook gebeld, het bleek familie ergens op de hoek van een straat die naar huis gebracht wilden worden. Alles lag op de route en even later stapten moeder, grote dochter en kleine zoon in. Hij ging onverstoorbaar door met zijn historische uitleg tot we bij het huis van zijn dochter aankwamen. Hier juichte een grote (klein-)kinderschare opa toe. Wij weer verder. We kwamen langs de plaats waar de eerste Engelse en Franse bezetters in 1629 2000 Caribbeans afslachtten, Bloody Point. Afgrijselijk wrede handelingen, doch lezend in het boek van James A. Michener "Caribbean" blijkt dit vermoorden van volksstammen niet op zichzelf te staan. Wat is er in de Carieb door alle betrokken landen vreselijk huisgehouden.Dit eigenlijk verplichte boek voor de bezoeker van dit gebied geeft veel historische achtergrondinformatie en samen met een moderne reisgids als Footprint Caribbean Islands ben je al aardig op de hoogte als je voet aan wal zet. Een bezoek aan het plaatselijke touristenbureau zorgt voor kaarten en aanvullende gegevens om een bezoek tot een hoogtepunt te maken.

Via een kronkelweg met smalle poorten kwamen we boven op het fort aan. De chauffeur liet ons gewapend met een draagbare elektronische guide het fort verkennen en ging zelf aan de bar tot we hiermee klaar waren. Het fort is fors gerestaureerd en ligt op een schitterende plek: een minibergtop vanwaar St. Eustatius, Saba en Montserrat zichtbaar zijn. De kanonnen staan helaas op betonnen karren met idem wielen, wel slim wat betreft onderhoud maar niet oorspronkelijk. Met een video in een koel zaaltje raak je op de hoogte van de historie, alles bij elkaar zeer de moeite waard voor een bezoek.

  

  

 

  

plaatje van ons bezoek aan Brimstone Hill Fortress National Park

De terugreis naar Basseterre ging deels over een andere route en de gids/chauffeur bleef ons overladen met zijn kennis. Basseterre was nog drukker op straat en op de markt, zaterdagmiddag heeft bijna iedereen vrij. De taxi mocht niet het haventerrein op om voor ons onduidelijke reden. De macht van uniformen is duidelijk.

Aan boord van de nog immer rollende Zeevonk anker op en naar de beschutte White Horse Bay in het zuiden. Hier lag welgeteld een schip. Het wrak dat op de kaart stond aangegeven lag niet op zijn plaats en snel werd duidelijk waarom: het lag nu in delen op de kant! De kracht van stormen leer je zo wel kennen. Aan het strand ook de resten van een pier en een gebouw, waarschijnlijk ook door watergeweld ten onder gegaan. De zoutpannen maakten een verlaten indruk, op het heetst van de dag was er geen steltloper te zien.

 

restanten steiger en doorkijk ketel van een wrak in de White Horse Bay

zoutpan zuid St. Kitts

Nevis

De volgende etappe was naar Nevis met een redelijke tegenwind. Heerlijk zeilen en dan aankomen bij de befaamde Pinney's Beach: kilometers strand met palmbomen en een leuke branding. Een rondje Charlestown, de hoofdstad van het eiland, bracht veel verbazende taferelen. Allereerst echter een bezoekje aan een van de weinige benzinestations waar een zwarte norse lady ons aan brandstof hielp. Dan langs de kustweg, we passeerden vier lege appartementengebouwen met tennisbanen en al. Geen ramen en deuren, zou dit allemaal door het water vernield zijn? Dan een hele serie kerken, volgens de gids 88 op 9000 inwoners. Het 'culture' gebouw stond leeg met gesloten hek. Bij de aanlegsteiger van de veerboten was het druk, veel muziek en een 'patat' tent. Door de straten van het stadje weer voornamelijk 4-wheeldrives en veel glimmend spul met grote spoilers. De zwarte mensen kijken je aan van wat doet deze toerist hier. Een Indische winkelier had zijn zaak nog laat open en wist zowaar tweetakt olie voor de buitenboordmotor te voorschijn te toveren. De groentemarkt liep duidelijk op zijn eind en utigeput zakten we neer op een bank voor een café. Intussen bleken er ook huisartsen al dan niet gespecialiseerd in kindergeneeskunde op het eiland te werken, in totaal volgens de gids vijf stuks.

een van de vele ruïnes an de kust

Terug naar de rubberboot die onbewaakt en onaangeroerd op het strand lag. Door de branding ging prima. Tegen de avond togen we naar de Sunshine's Beach Bar & Grill, beroemd om zijn "Killer Bee", een drank waarvan ze het recept niet prijs willen geven. Na twee Killer Bee's viel ik bijna achterover van de bank. Volgens Samantha, die ons van alle heerlijke spijzen voorzag, begon het pas na het drinken van 10 stuks levensgevaarlijk te worden. Een oude auto liep vast in het mulle zand en pas nadat een van onze gasten zich ermee bemoeide kwam het vehikel met hulp van een man of acht los. Naast ons enkele tafels met sieraden en sculpturen, later werd duidelijk waarom: het strandterras werd overspoeld met Amerikaanse toeristen van het naastgelegen hotel. Onze sfeerverlichting onder het palmendak werkte niet: "het is april, dan hoeft de kerstverlichting niet meer aan". De al afgekoelde satéstokken met bbq garnaal werden op ons verzoek nogmaals opgewarmd en alles met elkaar was de Sunshine een geslaagde onderneming. We pakten de rubberboot en trokken hem naar het water. Tijdens het instappen zorgde een paar forse rollers voor enig ongemak, uiteindelijk stonden de heren tot hun middel in het water om de zaak in de goede richting te krijgen. Nat stapten we aan boord van de Zeevonk om 's nachts nog lang van de muziekvan Sunshine's Bar te kunnen genieten.

  

na twee "killer-bee's"zie je niet meer zo scherp maar heb je wel de kracht om een auto op te tillen!

Zondag was het eilanddag en liepen we naar Charlestown voor een goedkoop busje die ons naar het binnenland zou moeten vervoeren. De predikant die net zijn kerk verliet gaf ons weinig kans, de busjes werden op zondag ingeschakeld voor kerkgangers en reden verder onregelmatig. In het stadje bleek zijn gelijk maar we hoefden niet lang op een oplossing te wachten: een vader met zoontje stopte, hoorde onze wensen, belde wat en haalde een folder bij een nabijgelegen adres. Vervolgens bood hij ons aan ons naar Gingerland te brengen waar wij een oude plantage wilden bezoeken. De auto kreunde bijna toen we instapten en lurkend aan een Heineken bracht hij ons naar Gingerland. Onderweg haalde een vrouw ons in en wees naar zijn auto waarop onze chauffeur vroeg om de achterportier goed te sluiten. Toen we enige hobbels in de weg moesten nemen kwam hij met zijn achterbumper op het wegdek hetgeen achteloos werd weggewuifd. Toen echter met een knal de achterste demper onder de auto vandaan brak waren we al ter plekek en was hij nog immer niet verontrust. We boden hem een drankje aan op de Zeevonk in de namiddag hetgeen hij graag aanvaardde.

 

De Golden Rock Plantation in Gingerland was grandioos. We werden verwelkomd door de Engelse Pam Berry die hier al dertig jaar de estate runt. Ze voorzag ons na een heerlijke dorstlesser met perensap van kaartjes die ons naar de bronnen hoog in de berg moeten brengen, een wandeling van 4 uur. We volgden een pijplijn tot waarschijnlijk nog een kwartier gaans van de bron. Het tropische regenwoud bleef echter vrij droog en toen het pad nog steiler werd besloten we om te keren. De hond die ons was gevolgd maakte geen bezwaar en hobbelde braaf met ons mee. Eenmaal terug waren we nog net op tijd voor de lunch op het prachtige terras met uitzicht op Antigua, Montserrat en Redonda. Tijdens het wachten op de taxi werden we nog verwend door een drietal apen en klopten de gegevens van onze pilot. Achterop de taxi stond:"Too blessed to be stressed" en bij het afrekenen maakte hij zich niet druk toen wij $15 betaalden waarvoor een andere taxichauffeur ons wilde brengen, hij zelf wou eigenlijk $18. Onderweg had hij regelmatig telefonisch kontakt, handsfree kennen ze hier nog niet en terugschakelen voor een scherpe bocht was echt geen probleem.

Boodschappen en uitklaren op maandagochtend en kort na het middaguur anker op voor de 30 mijl naar St. Eustatius. Het was nog even spannend want na een flinke bui was de wind eerst weg en vervolgens uit het noordwesten, pal tegen. Na een paar mijl draaide hij langzaam naar de vertrouwde ESE en konden we op de halfwinder nog even 8 knopen halen. Het fort op St. Kitts passeerden we op korte afstand en had een vertrouwde aanblik. Tussen St. Kitts en St. Eustatius viel de wind weg en hobbelden we achter een bui aan op de motoren naar Statia. Ineens achter me het geratel van de vislijn, "pzzt" en pang! Weg was onze dure lure met staaldraad voorloop uit Madeira. Achteraf blij dat de lijn brak, stel je voor een gevecht met een vis van 100 kilo. Wel sterk dat we op de heenreis hier ook een lure verloren...

onderweg naar Statia

St. Eustatius

Tegen de avond bereikten we Oranjestad en vlak na het ankeren klonken de zes slagen van de bel op het fort en werden de vlaggen gestreken. De wal op naar het Golden Era hotel, nog onze bevriende serveerster Joan, nog de eigenaar David waren aanwezig om ons te verwelkomen. Wel streken we neer naast twee jongedames die Nederlands bleken te spreken en hier stage voor gymlerares gingen lopen. De nacht was onrustig door de pilotboot in de haven die zijn marifoon voluit had staan en ook nog regelmatig mensen van en naar de kant bracht, een en ander gepaard gaand met veel geschreeuw.

 

ingang fort Oranje - gezicht op Saba

 

Vroeg op om de Quill te bestijgen. Onderweg slangen, heremietkreeften die de berg afrolden en een enkele leguaan. De beloofde bananenbomen in het tropische regenwoud in de krater. De andere helft ging snorkelen en ik vond eindelijk de kanonnen die hier speciaal voor snorkelaars door een van de duikwinkels waren gedropt, echter pas nadat ik had kennisgemaakt met Willem, een barracuda van dik een meter die ze kennelijk moest bewaken. Bij terugkomst was Joke in gesprek met twee mensen in een rubberboot met opschrift 'marine park'. Of we maar $10 per nacht wilden betalen, geld nodig om de moorings te onderhouden. Saillant detail: er waren geen moorings! Als we willen duiken kan dat alleen als we een daartoe bevoegd duiker van het eiland inschakelen plus de kosten van $3 per duik. Snorkelen kan ook voor dezelfde prijs.

Het bezoek aan de douane/havenkantoor verliep spannend: de aardige vrouw in uniform vroeg $15 havengeld - vorige keer (twee weken geleden) $10. Vergissing volgens haar. Het komt erop neer dat we dubbel betalen terwijl we op eigen anker liggen. Het bedrag totaal - $25 - is hoger dan in een marina met stroom, water en andere voorzieningen! Logisch dat hier maar een enkel jacht komt, je wordt niet graag bedonderd.

De historische winkel bood naast kopieën van oude gravures wat primitieve kunst/prullaria. We kochten een kaart voor 25 dollarcent voor vrienden die een paar jaar hier hebben gewoond. Het kantoor van het marine park was bevolkt met een Engelse die ook Nederlands sprak. Zij vertelt ons dat snorkelen zonder begeleiding mogelijk is bij boei A, B en C en voorziet ons van de nodige kaartjes. Op haar aanbod een weerbericht te zien gaat ze naar achter en maakt een print van de bekendste weersite in de Carieb. Een zinvol bezoek maar waarom moet elke stap in het water geld kosten?

De slavenweg naar boven nadat we nog even Joan van het Golden Era hotel gedag zeiden. Het stadje is bijkans in ruste, slechts een enkeling zien we op straat. Het koffiehuis Intermezzo had al wat klandizie en Devon de eigenaar vond ons er bekend uitzien. We hoefden slechts even zijn geheugen op te frissen en hij wist weer dat we een paar weken geleden naar Maaike, zijn Nederlandse partner, hadden gevraagd. De hazelnoot ijskoffie en de sandwich - groot of klein? - smaakten uitstekend. We werden gewezen op een prachtige halo om de zon, ijskristallen in de hogere luchtlagen, maar met welke betekenis?

Tijd voor een bezoek aan het internetcafé: een houten barak met binnen een soort ouderwetse loketjes. Redelijk koel, wat onpersoonlijk kontakt mogelijk vanwege de drukte. Onze provider maakte het even niet mogelijk om foto's te sturen. Afrekenen bij een vrouw met een baby met fles op de arm. Het bezoek aan het museum is nog steeds gratis vanwege herschikking van de verzameling. De drie dames aan de ingang zijn ongewijzigd aanwezig. Opvallend is de grote foto aan de muur links van de ingang: het jonge gezin Van Beatrix en Claus met hun zonen. De tijd gaat snel.

Fort Oranje ligt er verlaten bij maar binnen in de met airco gekoelde expositieruimte zit een enthousiaste vrouw die ons de folders wijst en ons het gastenboek wil laten tekenen. Het blijkt dat we dat ook in maart 2004 deden. Via het klippenpaadje, goed onderhouden door vrijwilligers van het marine park daalden we af na eerst het geweldige uitzicht over de baai te hebben bewonderd. Je kan goed zien dat alle pakhuizen langzaam maar zeker in het water verdwijnen. Alleen nog fundamenten aan de oever en half in het water zijn over van de gouden eeuw op de Golden Rock, eens het grootste handelscentrum van de Carieb waar ooit honderden schepen voor anker lagen. Je kunt nu snorkelen tussen de resten die langzaam in het zand verdwijnen en begroeien met koraal.

 

fundamenten van oude pakhuizen - een kanon opgedoken

De duikshop waar we tegenover liggen blijkt door een Nederlander te worden gerund. Hij maakte ons niet blij met zijn aanbod van $85 voor een proefles voor een van onze gasten. Hij gaf ons de tip bij het Marine Park centrum naar de mogelijkheid te informeren om leatherback schildpadden die in de nacht het strand opkomen aan de Atlantische kust te observeren. We mogen met maximaal twee personen de nacht bij hun doorbrengen mits we voor eigen vervoer zorgen. Zij blijven tot vier uur 's morgens... Toch maar niet.

Weer aan boord besloten we eerste te gaan snorkelen bij boei B, de dichtsbijzijnde. Hier was het zicht matig en behalve een grote barracuda niet veel te zien. We zagen af van de schildpadden expeditie omdat de kans klein leek zo vroeg in het seizoen. We werden verwend met een prachtige avondluchten en na het diner in de kuip bleven we nog lang na tafelen. Saba lonkte van verre met zijn witte flikkerlicht op de top, af en toe goed zichtbaar om dan weer in de wolken te verdwijnen.

In de ochtend werden we weer gewekt door de zes slagen van de bel op Fort Oranje, deze slaat alleen 's morgens en 's avonds om deze tijd waarbij de drie vlaggen van respektievelijk Statia, de Nederlandse Antillen en Nederland worden gehesen of gestreken. Heerlijk romantisch! Toch eens onderzoeken wanneer Beatrix hier voor 't laatst is geweest, het valt op dat nergens een foto van een koninklijk bezoek te zien is.

Omdat we eigenlijk nog willen duiken vroeg naar de duikshops. De groep bij het Golden Era hotel was vol, men verwees ons naar de volgende. Hier was nog plaats en konden we voor $35 p.p. mee. Het plan was een soort archeologische duik te maken, veel zand en kijken of er resten van muren e.d. gevonden konden worden. Niet erg stimulerend. Toen we vertelden dat we van de Zeevonk waren werd de eigenaar enthousiast: ""from Harlingen!" Hij legde uit dat hij daar op school was geweest en de duikopleiding had gedaan: Harlingen, Texas. Hij tekende voor ons waar het lag, zo'n 30 mijl uit de kust in het zuidelijkste puntje. Bush komt uit een ander deel van Texas. Hoewel beide duikshops ons de prijs van $35 boden vandaag geen succes.

de Texaan uit Harlingen (Texas)

Aan boord stonden de pannenkoeken klaar en was het tijd voor het Nederlandse net op 8100 kHz. Geen response echter dus tijd om te snorkelen en het onderwaterschip weer een stuk schoon te krabben met de nieuwe kunststof plamuurmessen uit Gustavia.

We vertrekken om een uur of twaalf met weinig wind richting Saba. De halfwinder bewijst weer zijn nut en halverwege, terwijl een bui achter ons langs gaat, laten we zelfs het grootzeil zakken om optimaal te profiteren van het geelblauwe gevaarte. Vijf mijl voor Saba is het gedaan met de wind en hobbelen we op de moter verder. De vislijn blijft leeg.

Saba

We maken vast aan een gele boei en bezoeken eerst de havenmeester die gelijktijdig ook voor douane speelt. Het kantoor van het nature park is weer gesloten zodat we daar geen zaken kunnen doen: folders, kaarten etc. en onze afdracht voor het liggen aan een boei. De man die ons hielp bij het aanleggen bleek taxichauffeur en voor $3 p.p. bracht hij ons via de steile weg naar Bottom naar Windward. Bottom is de hoofdstad van Saba, hier is het gemeentehuis, de medical school (Amerikaans), het bejaarden tehuis. De weg van Bottom naar Windward loopt langs de bergrand en biedt schitterende uitzichten over zee. De betonnen weg is niet breed maar snelheden van soms 70 km/uur worden gehaald. We reden langs de Saba University School of Medicine en het studentenhuis, langs St. Johns een soort bergtopje/uitbouwsel waar de gewone scholen staan. In Windward stapten we uit en waanden ons in een soort kabouterdorp: kleine witte huisjes met rode daken. Een minikerk, miniwinkels, kortom een popperig geheel.

  

betonnen begraafplaats en kerkje Windward

 

de hoofdstad Bottom

We stapten eerst op de Tourist Information af. We verzamelden nuttige info, kregen een poster voor aan de wand en een kalender kado. Een van de duikwinkels zou een lezing geven om 17.30 uur maar dat werd te laat voor ons. Idem een kapster die mijn haar wel wilde kortwieken over een half uur voor $11. Het werd een bezoekje terras en liftend terug. Iedere auto stopt of om uit te leggen dat ze geen plaats hebben voor je of om je in- of op te laden (de achterbak van een pickup wordt zondags zelfs voor kerkgangers gebruikt!). Na drie liften waren we weer in de haven. Met de rubberboot naar de onrustig stuiterende Zeevonk. Op de moter naar de Ladder Bay waar we vastmaakten aan een van de zeven gele boeien. Er lagen slechts twee andere zeiljachten. In het laatste gouden zonlicht was de "Ladder" te zien. Tot 1925 was dit de route voor alle waar, daarna ging per ezel van de Fort Bay naar boven, Naar Bottom. In 1943 kwam de betonnen weg van Fort Bay naar Bottom klaar. Het wordt de 'impossible road' genoemd omdat men lang dacht dat het niet mogelijk was om zo'n steile weg te construeren. Een van de Sabanen(?) is daarop een schriftelijke cursus weg- en waterbouw gaan studeren en bewees het tegendeel. In 1947 arriveerde het eerste motor voertuig op Saba, een jeep. Pas in 1958 kwam de betonnen verbinding met de ander dorpen tot stand. Voor de historici: in 1959 landde het eerste vliegtuig op Saba.

vastmaken aan een mooring

Om zeven uur de volgende ochtend stond Billy (eigenlijk heet hij Marinus), onze chauffeur klaar bij de haven. Wij met de rubberboot tegen een beetje wind en golven in met gevolg dat we flink nat aankwamen. Onderweg dachten we in de verte het plonsen van walvissen te zien. Billy vertelde dat een paar weken geleden een vijftal bultrug walvissen bij de kust te zien was en keek er niet van op. We werden afgezet bij het begin van het pad/trap naar de Mount Scenery, de slapende vulkaan van Saba en het hoogste punt van Nederlands grondgebied: 875 m. De trap telde 1064 treden. Advies: vroeg in de ochtend, water mee, goede schoenen met voldoende grip, extra windjack voor boven in de wolken, eventueel wandelstok (te huur bij de tegenoverliggen trail shop voor $1), etc. Geschatte duur 2x 1 1/2 uur. We vonden zelf een paar wandelstokken en gingen vol goede moed op stap. De traptreden waren onregelmatig lang en hoog met stukken zonder treden. Wel was alles van beton en redelijk vlak. Onderweg een paar schuilhutjes en bijna boven een onverharde afslag met 'scenic view'. Het werd steeds vochtiger en aan de boomtakken was nu mos te zien: echt regenwoud dus. De plantengroei was overdadig met palmen en allerlei tropische gewassen. Om ons heen het geluid van boomkikkers, duiven en niet geidentificeerde vogels. Eerst naar de top langs de enorme radiomast met knipperlicht waarvan het topje in de wolken verdween. We werden niet echt beloond voor onze inspanningen: de wolken benamen het uitzicht naar beneden. Een paar struiken met wilde framboos nodigden ons uit tot een mini maal, een meegenomen bananencake en water zorgen dat we de inspanningen weer te boven kwamen. We liepen iets terug tot de afslag 'scenic view' en kwamen daar echt in het tropisch oerwoud terecht, in een woord schitterend. Toen we de daarbij horende top met hulp van een dik touw beklommen was de beloning nu wel aanwezig: het wolkendek brak en onder ons zagen we de dorpjes en het vliegveld. Voldaan begonnen we aan de terugtocht. Wat een verschil in zwaarte. Voorbij het midden kwamen we een Nederlands paar tegen dat een dagje Saba deed, met het vliegtuig overgekomen uit St. Maarten. Ze hadden nog een flink stuk voor de boeg en het werd steeds heter. Benieuwd of ze de top haalden. Beneden aangekomen (425 m) haalden we onze diploma's op bij de trail shop. Vervolgens naar een terrasje om bij te komen.

  

  

de trap van 1068 treden - de top bereikt

vliegveld Saba

 

Onze taxichauffeur passeerde een paar maal met volgeladen van: dagtouristen van en naar het vliegveld waarschijnlijk. We gingen weer liften en liftend en lopend kwamen we weer beneden. De onmogelijke weg was naar beneden lopen ook erg steil. Als goede daad verwijderden we onderweg een aantal keien die op de weg waren gerold. We werden uitgezwaaid door de havenmeester en kwamen op het heetst van de dag bij de Zeevonk terug. Drinken zwemmen en slapen...

een waterauto staat te tanken

Later op de middag voeren we naar een excellente snorkelplek aan de noordwestpunt in een minibaai omgeven door hoge rotsen. We maakten daar de Zeevonk aan een witte boei vast. Het water was glashelder alleen het duiken naar de bodem op zeven meter om daar zwemmende vissen te fotograferen viel wat tegen. Het werd alweer een prachtige zonsondergang, diner buiten in het maanlicht. De avond werd besteed met mah yong.

spotted trunk fish

De nacht was wat onrustig door het wegvallen van de wind, gevolg: stuiterende mooring tegen de romp. Was ankeren toch beter geweest? Zelfs in het maanlicht was het koraal onder de boot te zien. Zodra de zon boven de berg uitkwam was het tijd voor snorkelen. Dat een grote lobster dat ook vond vinden we heel normaal. Om tien uur vertrek richting St. Maarten. Bij het passeren van de NW-punt genietend van de prachtige lavaformaties en wat verder op een indrukwekkende view van de top die nu niet in de wolken was!

De wind viel af en toe wat weg maar het grootste deel van het trajekt konden we - rustig - zeilen. De vissen zaten diep met dat mooie weer. Zelfs de meest aantrekkelijke lures met afgrijselijke haken erin verstopt bleven leeg. We werden opgeroepen op de marifoon, Nederlandse Coast Guard "Puma" , of we naar kanaal 06 wilden gaan. Een paar vragen: hoeveel personen, welke nationaliteiten, de naam van de schipper en was hij tevens de eigenaar, hadden we vracht aan boord, waren er vuurwapens aan boord? Joke's antwoorden leverden een "bedankt voor de medewerking" op en de Puma voer weer van ons weg. Vroeg in de middag viel het anker voor de brug aan de Nederlandse kant. Nog geen tien minuten later stond iemand van een Nederlands jacht enthousiast naar ons te zwaaien, het was de "Gaia" uit Marken, voor het laatst gezien in Las Palmas, Gran Canaria. Ben en Sabrina zijn op wereldreis en genieten met volle teugen van de Carieb. Gevolg: ze blijven hier een jaar langer en gaan volgend jaar pas door het Panamakanaal.

Onze vaste plek bij het explorer island was niet echt bezet en de Aeson lag veel meer naar het oosten. Jelka kon ons melden dat de wifi-spot van Hertz het niet meer deed. We moeten nu internetten via het Caribserve.net. Onze gasten brengen een bezoek aan Philipsburg met de dollarbus en kunnen de verleiding niet weerstaan om een prima digitale fotocamera voor weinig geld aan te schaffen. Ons digitaal fotograferen werkt duidelijk stimulerend.

We spraken af Indiaas te gaan eten tegenover het vliegveld. Zodra we aangelegd hebben komt iemand op ons af om geld op te halen want het kost voor deze dinghy steiger $3 p.p. bij ophalen en brengen, bagage $1 per stuk. Omdat we gingen dineren kostte het echter niets... Het Indiaas eten was prima, de halve kip tandoori was perfekt. Wel moesten we voor het bakje rijst apart betalen.

In de windstilte door de warme avondlucht naar de Zeevonk terug. In de verte zien we onweer flitsen terwijl het hier onbewolkt is en de maan helder schijnt.

Zaterdag stond in het teken van het vertrek. Het weer was ineens veranderd in grijs met regen, een vleugje Nederland? Tussen de buien door naar Juliana airport, daar bleek dat we geen tijd meer hadden voor een bezoekje aan het strand.

terug

laatste wijziging: 22/05/06

 

index