St.
Maarten-St. Barth-St. Kitts-Nevis-St. Eustatius-Saba-St.
Maarten.

de
route (aanklikken kaart voor een vergroting)
De
ontdekking van St. Kitts en Nevis!
Na
een weekje in de Simpson Bay Lagoon waarin we ten volle
profiteerden van Skype - gratis of heel goedkoop bellen
via het internet - en enkele reparaties lieten uitvoeren,
arriveerden onze nieuwe gasten zaterdagmiddag op Juliana
airport: er moet weer gevaren worden. De Franse douane
legde ons geen stroobreed in de weg dat terwijl er nu
hele andere namen op onze crewlijst stonden. Met weinig
wind om de noord naar Oriënt Bay. Hier hebben we
heerlijk kunnen snorkelen en weer een paar nieuwe vissoorten
op de foto gezet. We kwamen er trouwens aan in de regen
met Hollandse luchten. We aten bij Club Oriënt waar
ze ons al een beetje kennen.

Met
wederom weinig wind niet naar Tintemare maar naar een
nieuw eiland voor ons: Ile Fourchue,
een halvemaan vormig eiland, dat deel uitmaakt van het
beschermde marine park horend bij St. Barts. We maakten
vast aan een mooring, daar neergelegd om schade aan het
koraal door ankeren te voorkomen. Het is een onbewoond
eiland maar wel privé bezit. De geiten hebben al
het eetbare groen stelselmatig opgegeten met gevolg dat
er nu geen geiten meer zijn. Vrij recent is gestart met
jonge aanplant van palmbomen. Het strandje in de baai
is van zwart zand met hier en daar een rond gat waar landkrabben
hun onderkomen hebben. Een soort wingerd kronkelt over
het strand met hier en daar een roze kelk.



Ile
Fourchue
Het
snorkelgebied loopt langs de randen van de baai maar voor
Joke zover was had ze al een ontmoeting met een haai.
Tja, ... Wetend dat haaien je met rust laten zolang jij
ze niet bedreigd ging ik met camera op zoek maar kwam
geen haaien meer tegen. Spannende momenten. Later zaten
er vrij forse vissen onder de boot en met hulp van wat
voedselresten kwamen ze net als karpers in een vijver
boven. Er zat ook een grote donkere vis bij, toch weer
de haai? Tegen de avond kregen we gezelschap van twee
andere zeiljachten. Een had een muzikale bemanning met
geluidsinstallatie maar ook live muziek met djembees en
zang stond op het programma.
In
de vroege ochtend bezochten we het strandje ook al stond
op de rotsen gekalkt dat het privé was en "no
trespassing". Een van de toppen werd beklommen en
leverde prachtige vergezichten op. De rust die in deze
natuurlijke omgeving ons verwendde was buitengewoon.
Omdat
de baai Anse du Colombier aan de NW zijde
van St. Barth een excellente snorkelplek had, was dat
ons volgende doel. Hier lag het vol schepen en was nog
een enkele mooring over. Toen binnen een paar uur twee
catamarans met te luiddruchtig gezelschap in onze direkte
omgeving kwamen liggen vreesden we voor onze nachtrust
en besloten we naar Gustavia te varen.
De
haven van Gustavia was vrij leeg: de
megajachten waren vast naar de regatta van Antigua, een
van de buureilanden op 80 mijl afstand. Ook de "Ranger"
een van de grootste klassiekers - de J-klasse - die we
hier een paar weken geleden konden bewonderen was natuurlijk
vertrokken. De bemanning was gekleed in prachtige witte
pakjes toen het prachtige schip de haven uitgleed. Heerlijk
die oude kulturen!
Gustavia
is een echt mondain badplaatsje waar tegen de avond de
voornamelijk witte strandgangers hun mooie en bruine lijven
in luchtige kledij komen showen, lopend, met een fourwheel
of op een scooter. Zittend op een terras met een wijntje
laat je al dat schoons voorbij trekken.
De
volgende morgen was net een schip van de Franse marine/kustwacht
aan het afmeren, de heren allemaal in wit uitgaanstenue:
korte broek en overhemd met hoofddeksels varierend van
een matrozenpet met rood balletje erop tot goudgerande
petten. Op de maat van een fluitje werden de handelingen
verricht, indrukwekkende discipline. Toen we later op
de ochtend weer langs voeren hadden ze blauwe overalls
aan en waren ze druk aan het kwasten...
De
scheepswinkel is een waar paradijs voor de bootjesbezitter,
Joke kwam me ophalen want het ijs wat ze gekocht hadden
in de supermarkt dreigde voortijdig te smelten. Tijd voor
vertrek naar een andere wereld, die van St. Kitts en Nevis.
Ciguatera
We
zeilden met 8-10 knopen met bijna halve wind naar St.
Kitts. Aanvankelijk kon je de eilanden niet zien tot op
zo'n 15 mijl de vage omtrekken van de vulkanen zich begonnen
af te tekenen. Onderweg geen walvissen dit keer - was
het seizoen al voorbij? - wel ter hoogte van St.
Kitts een enorme kabeljauwachtige - een King
mackerel - van 92 cm aan de lijn. Hij vocht voor zijn
leven maar ik kreeg hem aan de trap. Toen ik hem met de
haak wilde binnenhalen brak de haak af. Gelukkig ging
het zonder ook en kreeg hij zijn verlossende scheutje
rum in de kieuwen. We maakten foto's en net toen ik de
lijn wilde binnenhalen bleek hij achter een boeitje van
een van de plaatselijke vissers te zitten en sleepten
we de boei met alles wat er onder hing mee. Ik moest de
lijn loslaten en de vis schoot overboord! Bij het binnenhalen
van de lijn was de vis met haak en lure en staaldraad
weg...

de
king makreel vlak voor hij het water werd ingesleurd
Later
las Joke in ons handboek dat deze vissoort in dit gebied
bijna zeker besmet is met ciguatera, een giftige 'benthic
dinoflagellate'. Vissen die aan het eind van de voedselketen
zitten zoals ook de barracuda, met name volwassen exemplaren,
zitten vol toxinen en moet je beslist niet eten. Heb je
verschijnselen als buikpijn, braken, jeuk, diarree, tintelen
rond de mond en van de ledematen dan is het een lichte
vorm. Het kan uren uren duren maar in zwaardere gevallen
kan het maanden duren voor de verschijnselen zijn verdwenen.
Echter coma, verlammingen en de dood er op volgend zijn
beschreven. Er is geen antitoxine, wel zou een infuus
met mannitol effektief zijn. De lichte gevallen kunnen
worden behandeld met veel braken en veel drinken om zo
het gif te verwijderen. Hebben we geluk gehad?
St.
Kitts en Nevis
Langs
de westkust van St. Kitts kregen we tegenwind
en kruisten we tot aan de hoofdstad Basseterre. Hier ankerden
we in de Deep Water Harbour met hulp van de kustwacht.
Er stond een forse swell die het leven niet echt makkelijk
maakte, 's nachts lagen we af en toe bijna te rollen in
bed. Het verplichte bezoek aan de douane was weer van
een hoog formuliergehalte, zelfs met de carbonnetjes ertussen.
Het kostte 20 EC (Eastern Caribbean dollar). Vandaar naar
het tegenoverliggende havenkantoor waar we tot onze verbazing
nog eens 30 EC mochten betalen en dat voor een haven zonder
faciliteiten waar we voor anker lagen. De laatste hobbel
was een bezoek aan de immigratie in het stadje zelf, 3
km verderop. Gelukkig reed een taxi ons achterop zodat
we zonder al te veel zweetdruppels bij de immigratie arriveerden.
Hier vroeg Joke af het mogelijk was dat onze paspoorten
niet werden gestempeld omdat ze anders snel vol zouden
zijn. Het besliste antwoord was 'nee'. Groot was onze
(verborgen) hilariteit en de wanhoop van de beambte toen
het stempeltje niet aanwezig bleek, het was waarschijnlijk
door een kollega meegenomen naar het vliegveld. Misschien
konden we even de stad in en over een uurtje weer terugkomen?
Een uur later was wel een zware man in uniform gearriveerd,
maar nog geen stempeltje. Ik stelde voor op haar kosten
naar een restaurant te gaan om wat te drinken, ze kon
de humor er niet van inzien. Een uur later bij mijn derde
en zeker laatste poging bleek het stempeltje aanwezig
en stempelde ze op een bijna volle pagina, tel uit je
winst!

Circus
(á la Londen) - Independence plantsoen waar vroeger
de slaven werden verhandeld - kokosnotenverkoper
Basseterre
is een heerlijk oud koloniaal Engels plaatsje,
een beetje lijkend op de hoofdstad van Barbados, Bridgetown.
Veel mensen op straat, voornamelijk zwart. Overal aktiviteiten
zoals op het circus - een kleine replica van Piccadilly
circus in Londen - waar je uit kokosnoten kon drinken
en waar elke taxichauffeur je aanschoot. Op het balkon
van het restaurant op deze drukte neerkijkend realiseer
je je dat je in een andere wereld bent: de Carieb ten
voeten uit! Een taxichauffeur had succes bij ons en met
zijn "Authentic Tours". Hij zal ons naar Brimstone
Hill Fortress National Park brengen, een 'world
heritage site'. Het fort ligt op een geisoleerde bergtop
aan de kust en lijkt op afstand een tempel van de Maya's.
Onderweg spuwde hij de hele geschiedenis van St. Kitts
uit, stopte bij belangrijke plekken, gaf de gelegenheid
om foto's te maken. Hij werd ook gebeld, het bleek familie
ergens op de hoek van een straat die naar huis gebracht
wilden worden. Alles lag op de route en even later stapten
moeder, grote dochter en kleine zoon in. Hij ging onverstoorbaar
door met zijn historische uitleg tot we bij het huis van
zijn dochter aankwamen. Hier juichte een grote (klein-)kinderschare
opa toe. Wij weer verder. We kwamen langs de plaats waar
de eerste Engelse en Franse bezetters in 1629 2000 Caribbeans
afslachtten, Bloody Point. Afgrijselijk wrede handelingen,
doch lezend in het boek van James A. Michener "Caribbean"
blijkt dit vermoorden van volksstammen niet op zichzelf
te staan. Wat is er in de Carieb door alle betrokken landen
vreselijk huisgehouden.Dit eigenlijk verplichte boek voor
de bezoeker van dit gebied geeft veel historische achtergrondinformatie
en samen met een moderne reisgids als Footprint Caribbean
Islands ben je al aardig op de hoogte als je voet aan
wal zet. Een bezoek aan het plaatselijke touristenbureau
zorgt voor kaarten en aanvullende gegevens om een bezoek
tot een hoogtepunt te maken.
Via
een kronkelweg met smalle poorten kwamen we boven op het
fort aan. De chauffeur liet ons gewapend met een draagbare
elektronische guide het fort verkennen en ging zelf aan
de bar tot we hiermee klaar waren. Het fort is fors gerestaureerd
en ligt op een schitterende plek: een minibergtop vanwaar
St. Eustatius, Saba en Montserrat zichtbaar zijn. De kanonnen
staan helaas op betonnen karren met idem wielen, wel slim
wat betreft onderhoud maar niet oorspronkelijk. Met een
video in een koel zaaltje raak je op de hoogte van de
historie, alles bij elkaar zeer de moeite waard voor een
bezoek.


plaatje
van ons bezoek aan Brimstone Hill Fortress National Park
De
terugreis naar Basseterre ging deels over een andere route
en de gids/chauffeur bleef ons overladen met zijn kennis.
Basseterre was nog drukker op straat en op de markt, zaterdagmiddag
heeft bijna iedereen vrij. De taxi mocht niet het haventerrein
op om voor ons onduidelijke reden. De macht van uniformen
is duidelijk.
Aan
boord van de nog immer rollende Zeevonk anker op en naar
de beschutte White Horse Bay in het zuiden.
Hier lag welgeteld een schip. Het wrak dat op de kaart
stond aangegeven lag niet op zijn plaats en snel werd
duidelijk waarom: het lag nu in delen op de kant! De kracht
van stormen leer je zo wel kennen. Aan het strand ook
de resten van een pier en een gebouw, waarschijnlijk ook
door watergeweld ten onder gegaan. De zoutpannen maakten
een verlaten indruk, op het heetst van de dag was er geen
steltloper te zien.

restanten
steiger en doorkijk ketel van een wrak in de White Horse
Bay

zoutpan
zuid St. Kitts
Nevis
De
volgende etappe was naar Nevis met een
redelijke tegenwind. Heerlijk zeilen en dan aankomen bij
de befaamde Pinney's Beach: kilometers strand met palmbomen
en een leuke branding. Een rondje Charlestown,
de hoofdstad van het eiland, bracht veel verbazende taferelen.
Allereerst echter een bezoekje aan een van de weinige
benzinestations waar een zwarte norse lady ons aan brandstof
hielp. Dan langs de kustweg, we passeerden vier lege appartementengebouwen
met tennisbanen en al. Geen ramen en deuren, zou dit allemaal
door het water vernield zijn? Dan een hele serie kerken,
volgens de gids 88 op 9000 inwoners. Het 'culture' gebouw
stond leeg met gesloten hek. Bij de aanlegsteiger van
de veerboten was het druk, veel muziek en een 'patat'
tent. Door de straten van het stadje weer voornamelijk
4-wheeldrives en veel glimmend spul met grote spoilers.
De zwarte mensen kijken je aan van wat doet deze toerist
hier. Een Indische winkelier had zijn zaak nog laat open
en wist zowaar tweetakt olie voor de buitenboordmotor
te voorschijn te toveren. De groentemarkt liep duidelijk
op zijn eind en utigeput zakten we neer op een bank voor
een café. Intussen bleken er ook huisartsen al
dan niet gespecialiseerd in kindergeneeskunde op het eiland
te werken, in totaal volgens de gids vijf stuks.

een
van de vele ruïnes an de kust
Terug
naar de rubberboot die onbewaakt en onaangeroerd op het
strand lag. Door de branding ging prima. Tegen de avond
togen we naar de Sunshine's Beach Bar & Grill, beroemd
om zijn "Killer Bee", een drank waarvan ze het
recept niet prijs willen geven. Na twee Killer Bee's viel
ik bijna achterover van de bank. Volgens Samantha, die
ons van alle heerlijke spijzen voorzag, begon het pas
na het drinken van 10 stuks levensgevaarlijk te worden.
Een oude auto liep vast in het mulle zand en pas nadat
een van onze gasten zich ermee bemoeide kwam het vehikel
met hulp van een man of acht los. Naast ons enkele tafels
met sieraden en sculpturen, later werd duidelijk waarom:
het strandterras werd overspoeld met Amerikaanse toeristen
van het naastgelegen hotel. Onze sfeerverlichting onder
het palmendak werkte niet: "het is april, dan hoeft
de kerstverlichting niet meer aan". De al afgekoelde
satéstokken met bbq garnaal werden op ons verzoek
nogmaals opgewarmd en alles met elkaar was de Sunshine
een geslaagde onderneming. We pakten de rubberboot en
trokken hem naar het water. Tijdens het instappen zorgde
een paar forse rollers voor enig ongemak, uiteindelijk
stonden de heren tot hun middel in het water om de zaak
in de goede richting te krijgen. Nat stapten we aan boord
van de Zeevonk om 's nachts nog lang van de muziekvan
Sunshine's Bar te kunnen genieten.

na
twee "killer-bee's"zie je niet meer zo scherp
maar heb je wel de kracht om een auto op te tillen!
Zondag
was het eilanddag en liepen we naar Charlestown voor een
goedkoop busje die ons naar het binnenland zou moeten
vervoeren. De predikant die net zijn kerk verliet gaf
ons weinig kans, de busjes werden op zondag ingeschakeld
voor kerkgangers en reden verder onregelmatig. In het
stadje bleek zijn gelijk maar we hoefden niet lang op
een oplossing te wachten: een vader met zoontje stopte,
hoorde onze wensen, belde wat en haalde een folder bij
een nabijgelegen adres. Vervolgens bood hij ons aan ons
naar Gingerland te brengen waar wij een
oude plantage wilden bezoeken. De auto kreunde bijna toen
we instapten en lurkend aan een Heineken bracht hij ons
naar Gingerland. Onderweg haalde een vrouw ons in en wees
naar zijn auto waarop onze chauffeur vroeg om de achterportier
goed te sluiten. Toen we enige hobbels in de weg moesten
nemen kwam hij met zijn achterbumper op het wegdek hetgeen
achteloos werd weggewuifd. Toen echter met een knal de
achterste demper onder de auto vandaan brak waren we al
ter plekek en was hij nog immer niet verontrust. We boden
hem een drankje aan op de Zeevonk in de namiddag hetgeen
hij graag aanvaardde.


De
Golden Rock Plantation in Gingerland
was grandioos. We werden verwelkomd door de Engelse Pam
Berry die hier al dertig jaar de estate runt. Ze voorzag
ons na een heerlijke dorstlesser met perensap van kaartjes
die ons naar de bronnen hoog in de berg moeten brengen,
een wandeling van 4 uur. We volgden een pijplijn tot waarschijnlijk
nog een kwartier gaans van de bron. Het tropische regenwoud
bleef echter vrij droog en toen het pad nog steiler werd
besloten we om te keren. De hond die ons was gevolgd maakte
geen bezwaar en hobbelde braaf met ons mee. Eenmaal terug
waren we nog net op tijd voor de lunch op het prachtige
terras met uitzicht op Antigua, Montserrat en Redonda.
Tijdens het wachten op de taxi werden we nog verwend door
een drietal apen en klopten de gegevens van onze pilot.
Achterop de taxi stond:"Too blessed to be stressed"
en bij het afrekenen maakte hij zich niet druk toen wij
$15 betaalden waarvoor een andere taxichauffeur ons wilde
brengen, hij zelf wou eigenlijk $18. Onderweg had hij
regelmatig telefonisch kontakt, handsfree kennen ze hier
nog niet en terugschakelen voor een scherpe bocht was
echt geen probleem.
Boodschappen
en uitklaren op maandagochtend en kort na het middaguur
anker op voor de 30 mijl naar St. Eustatius. Het was nog
even spannend want na een flinke bui was de wind eerst
weg en vervolgens uit het noordwesten, pal tegen. Na een
paar mijl draaide hij langzaam naar de vertrouwde ESE
en konden we op de halfwinder nog even 8 knopen halen.
Het fort op St. Kitts passeerden we op korte afstand en
had een vertrouwde aanblik. Tussen St. Kitts en St. Eustatius
viel de wind weg en hobbelden we achter een bui aan op
de motoren naar Statia. Ineens achter me het geratel van
de vislijn, "pzzt" en pang! Weg was onze dure
lure met staaldraad voorloop uit Madeira. Achteraf blij
dat de lijn brak, stel je voor een gevecht met een vis
van 100 kilo. Wel sterk dat we op de heenreis hier ook
een lure verloren...

onderweg
naar Statia
St.
Eustatius
Tegen
de avond bereikten we Oranjestad en vlak na het ankeren
klonken de zes slagen van de bel op het fort en werden
de vlaggen gestreken. De wal op naar het Golden Era hotel,
nog onze bevriende serveerster Joan, nog de eigenaar David
waren aanwezig om ons te verwelkomen. Wel streken we neer
naast twee jongedames die Nederlands bleken te spreken
en hier stage voor gymlerares gingen lopen. De nacht was
onrustig door de pilotboot in de haven die zijn marifoon
voluit had staan en ook nog regelmatig mensen van en naar
de kant bracht, een en ander gepaard gaand met veel geschreeuw.

ingang
fort Oranje - gezicht op Saba
Vroeg
op om de Quill te bestijgen. Onderweg
slangen, heremietkreeften die de berg afrolden en een
enkele leguaan. De beloofde bananenbomen in het tropische
regenwoud in de krater. De andere helft ging snorkelen
en ik vond eindelijk de kanonnen die hier speciaal voor
snorkelaars door een van de duikwinkels waren gedropt,
echter pas nadat ik had kennisgemaakt met Willem, een
barracuda van dik een meter die ze kennelijk moest bewaken.
Bij terugkomst was Joke in gesprek met twee mensen in
een rubberboot met opschrift 'marine park'. Of we maar
$10 per nacht wilden betalen, geld nodig om de moorings
te onderhouden. Saillant detail: er waren geen moorings!
Als we willen duiken kan dat alleen als we een daartoe
bevoegd duiker van het eiland inschakelen plus de kosten
van $3 per duik. Snorkelen kan ook voor dezelfde prijs.
Het
bezoek aan de douane/havenkantoor verliep spannend: de
aardige vrouw in uniform vroeg $15 havengeld - vorige
keer (twee weken geleden) $10. Vergissing volgens haar.
Het komt erop neer dat we dubbel betalen terwijl we op
eigen anker liggen. Het bedrag totaal - $25 - is hoger
dan in een marina met stroom, water en andere voorzieningen!
Logisch dat hier maar een enkel jacht komt, je wordt niet
graag bedonderd.
De
historische winkel bood naast kopieën van oude gravures
wat primitieve kunst/prullaria. We kochten een kaart voor
25 dollarcent voor vrienden die een paar jaar hier hebben
gewoond. Het kantoor van het marine park was bevolkt met
een Engelse die ook Nederlands sprak. Zij vertelt ons
dat snorkelen zonder begeleiding mogelijk is bij boei
A, B en C en voorziet ons van de nodige kaartjes. Op haar
aanbod een weerbericht te zien gaat ze naar achter en
maakt een print van de bekendste weersite in de Carieb.
Een zinvol bezoek maar waarom moet elke stap in het water
geld kosten?
De
slavenweg naar boven nadat we nog even
Joan van het Golden Era hotel gedag zeiden. Het stadje
is bijkans in ruste, slechts een enkeling zien we op straat.
Het koffiehuis Intermezzo had al wat klandizie en Devon
de eigenaar vond ons er bekend uitzien. We hoefden slechts
even zijn geheugen op te frissen en hij wist weer dat
we een paar weken geleden naar Maaike, zijn Nederlandse
partner, hadden gevraagd. De hazelnoot ijskoffie en de
sandwich - groot of klein? - smaakten uitstekend. We werden
gewezen op een prachtige halo om de zon, ijskristallen
in de hogere luchtlagen, maar met welke betekenis?
Tijd
voor een bezoek aan het internetcafé: een houten
barak met binnen een soort ouderwetse loketjes. Redelijk
koel, wat onpersoonlijk kontakt mogelijk vanwege de drukte.
Onze provider maakte het even niet mogelijk om foto's
te sturen. Afrekenen bij een vrouw met een baby met fles
op de arm. Het bezoek aan het museum is nog steeds gratis
vanwege herschikking van de verzameling. De drie dames
aan de ingang zijn ongewijzigd aanwezig. Opvallend is
de grote foto aan de muur links van de ingang: het jonge
gezin Van Beatrix en Claus met hun zonen. De tijd gaat
snel.
Fort
Oranje ligt er verlaten bij maar binnen in de
met airco gekoelde expositieruimte zit een enthousiaste
vrouw die ons de folders wijst en ons het gastenboek wil
laten tekenen. Het blijkt dat we dat ook in maart 2004
deden. Via het klippenpaadje, goed onderhouden door vrijwilligers
van het marine park daalden we af na eerst het geweldige
uitzicht over de baai te hebben bewonderd. Je kan goed
zien dat alle pakhuizen langzaam maar zeker in het water
verdwijnen. Alleen nog fundamenten aan de oever en half
in het water zijn over van de gouden eeuw op de Golden
Rock, eens het grootste handelscentrum van de Carieb waar
ooit honderden schepen voor anker lagen. Je kunt nu snorkelen
tussen de resten die langzaam in het zand verdwijnen en
begroeien met koraal.

fundamenten
van oude pakhuizen - een kanon opgedoken
De
duikshop waar we tegenover liggen blijkt door een Nederlander
te worden gerund. Hij maakte ons niet blij met zijn aanbod
van $85 voor een proefles voor een van onze gasten. Hij
gaf ons de tip bij het Marine Park centrum naar de mogelijkheid
te informeren om leatherback schildpadden die in de nacht
het strand opkomen aan de Atlantische kust te observeren.
We mogen met maximaal twee personen de nacht bij hun doorbrengen
mits we voor eigen vervoer zorgen. Zij blijven tot vier
uur 's morgens... Toch maar niet.
Weer
aan boord besloten we eerste te gaan snorkelen bij boei
B, de dichtsbijzijnde. Hier was het zicht matig en behalve
een grote barracuda niet veel te zien. We zagen af van
de schildpadden expeditie omdat de kans klein leek zo
vroeg in het seizoen. We werden verwend met een prachtige
avondluchten en na het diner in de kuip bleven we nog
lang na tafelen. Saba lonkte van verre met zijn witte
flikkerlicht op de top, af en toe goed zichtbaar om dan
weer in de wolken te verdwijnen.
In
de ochtend werden we weer gewekt door de zes slagen van
de bel op Fort Oranje, deze slaat alleen 's morgens en
's avonds om deze tijd waarbij de drie vlaggen van respektievelijk
Statia, de Nederlandse Antillen en Nederland worden gehesen
of gestreken. Heerlijk romantisch! Toch eens onderzoeken
wanneer Beatrix hier voor 't laatst is geweest, het valt
op dat nergens een foto van een koninklijk bezoek te zien
is.
Omdat
we eigenlijk nog willen duiken vroeg naar de duikshops.
De groep bij het Golden Era hotel was vol, men verwees
ons naar de volgende. Hier was nog plaats en konden we
voor $35 p.p. mee. Het plan was een soort archeologische
duik te maken, veel zand en kijken of er resten van muren
e.d. gevonden konden worden. Niet erg stimulerend. Toen
we vertelden dat we van de Zeevonk waren werd de eigenaar
enthousiast: ""from Harlingen!" Hij legde
uit dat hij daar op school was geweest en de duikopleiding
had gedaan: Harlingen, Texas. Hij tekende voor ons waar
het lag, zo'n 30 mijl uit de kust in het zuidelijkste
puntje. Bush komt uit een ander deel van Texas. Hoewel
beide duikshops ons de prijs van $35 boden vandaag geen
succes.

de
Texaan uit Harlingen (Texas)
Aan
boord stonden de pannenkoeken klaar en was het tijd voor
het Nederlandse net op 8100 kHz. Geen response echter
dus tijd om te snorkelen en het onderwaterschip weer een
stuk schoon te krabben met de nieuwe kunststof plamuurmessen
uit Gustavia.
We
vertrekken om een uur of twaalf met weinig wind richting
Saba. De halfwinder bewijst weer zijn nut en halverwege,
terwijl een bui achter ons langs gaat, laten we zelfs
het grootzeil zakken om optimaal te profiteren van het
geelblauwe gevaarte. Vijf mijl voor Saba is het gedaan
met de wind en hobbelen we op de moter verder. De vislijn
blijft leeg.
Saba
We
maken vast aan een gele boei en bezoeken eerst de havenmeester
die gelijktijdig ook voor douane speelt. Het kantoor van
het nature park is weer gesloten zodat we daar geen zaken
kunnen doen: folders, kaarten etc. en onze afdracht voor
het liggen aan een boei. De man die ons hielp bij het
aanleggen bleek taxichauffeur en voor $3 p.p. bracht hij
ons via de steile weg naar Bottom naar Windward. Bottom
is de hoofdstad van Saba, hier is het gemeentehuis, de
medical school (Amerikaans), het bejaarden tehuis. De
weg van Bottom naar Windward loopt langs de bergrand en
biedt schitterende uitzichten over zee. De betonnen weg
is niet breed maar snelheden van soms 70 km/uur worden
gehaald. We reden langs de Saba University School of Medicine
en het studentenhuis, langs St. Johns een soort bergtopje/uitbouwsel
waar de gewone scholen staan. In Windward stapten we uit
en waanden ons in een soort kabouterdorp: kleine witte
huisjes met rode daken. Een minikerk, miniwinkels, kortom
een popperig geheel.
betonnen
begraafplaats en kerkje Windward

de
hoofdstad Bottom
We
stapten eerst op de Tourist Information af. We verzamelden
nuttige info, kregen een poster voor aan de wand en een
kalender kado. Een van de duikwinkels zou een lezing geven
om 17.30 uur maar dat werd te laat voor ons. Idem een
kapster die mijn haar wel wilde kortwieken over een half
uur voor $11. Het werd een bezoekje terras en liftend
terug. Iedere auto stopt of om uit te leggen dat ze geen
plaats hebben voor je of om je in- of op te laden (de
achterbak van een pickup wordt zondags zelfs voor kerkgangers
gebruikt!). Na drie liften waren we weer in de haven.
Met de rubberboot naar de onrustig stuiterende Zeevonk.
Op de moter naar de Ladder Bay waar we vastmaakten aan
een van de zeven gele boeien. Er lagen slechts twee andere
zeiljachten. In het laatste gouden zonlicht was de "Ladder"
te zien. Tot 1925 was dit de route voor alle waar, daarna
ging per ezel van de Fort Bay naar boven, Naar Bottom.
In 1943 kwam de betonnen weg van Fort Bay naar Bottom
klaar. Het wordt de 'impossible road' genoemd omdat men
lang dacht dat het niet mogelijk was om zo'n steile weg
te construeren. Een van de Sabanen(?) is daarop een schriftelijke
cursus weg- en waterbouw gaan studeren en bewees het tegendeel.
In 1947 arriveerde het eerste motor voertuig op Saba,
een jeep. Pas in 1958 kwam de betonnen verbinding met
de ander dorpen tot stand. Voor de historici: in 1959
landde het eerste vliegtuig op Saba.

vastmaken
aan een mooring
Om
zeven uur de volgende ochtend stond Billy (eigenlijk heet
hij Marinus), onze chauffeur klaar bij de haven. Wij met
de rubberboot tegen een beetje wind en golven in met gevolg
dat we flink nat aankwamen. Onderweg dachten we in de
verte het plonsen van walvissen te zien. Billy vertelde
dat een paar weken geleden een vijftal bultrug walvissen
bij de kust te zien was en keek er niet van op. We werden
afgezet bij het begin van het pad/trap naar de Mount Scenery,
de slapende vulkaan van Saba en het hoogste punt van Nederlands
grondgebied: 875 m. De trap telde 1064 treden. Advies:
vroeg in de ochtend, water mee, goede schoenen met voldoende
grip, extra windjack voor boven in de wolken, eventueel
wandelstok (te huur bij de tegenoverliggen trail shop
voor $1), etc. Geschatte duur 2x 1 1/2 uur. We vonden
zelf een paar wandelstokken en gingen vol goede moed op
stap. De traptreden waren onregelmatig lang en hoog met
stukken zonder treden. Wel was alles van beton en redelijk
vlak. Onderweg een paar schuilhutjes en bijna boven een
onverharde afslag met 'scenic view'. Het werd steeds vochtiger
en aan de boomtakken was nu mos te zien: echt regenwoud
dus. De plantengroei was overdadig met palmen en allerlei
tropische gewassen. Om ons heen het geluid van boomkikkers,
duiven en niet geidentificeerde vogels. Eerst naar de
top langs de enorme radiomast met knipperlicht waarvan
het topje in de wolken verdween. We werden niet echt beloond
voor onze inspanningen: de wolken benamen het uitzicht
naar beneden. Een paar struiken met wilde framboos nodigden
ons uit tot een mini maal, een meegenomen bananencake
en water zorgen dat we de inspanningen weer te boven kwamen.
We liepen iets terug tot de afslag 'scenic view' en kwamen
daar echt in het tropisch oerwoud terecht, in een woord
schitterend. Toen we de daarbij horende top met hulp van
een dik touw beklommen was de beloning nu wel aanwezig:
het wolkendek brak en onder ons zagen we de dorpjes en
het vliegveld. Voldaan begonnen we aan de terugtocht.
Wat een verschil in zwaarte. Voorbij het midden kwamen
we een Nederlands paar tegen dat een dagje Saba deed,
met het vliegtuig overgekomen uit St. Maarten. Ze hadden
nog een flink stuk voor de boeg en het werd steeds heter.
Benieuwd of ze de top haalden. Beneden aangekomen (425
m) haalden we onze diploma's op bij de trail shop. Vervolgens
naar een terrasje om bij te komen.

de
trap van 1068 treden - de top bereikt

vliegveld
Saba
Onze
taxichauffeur passeerde een paar maal met volgeladen van:
dagtouristen van en naar het vliegveld waarschijnlijk.
We gingen weer liften en liftend en lopend kwamen we weer
beneden. De onmogelijke weg was naar beneden lopen ook
erg steil. Als goede daad verwijderden we onderweg een
aantal keien die op de weg waren gerold. We werden uitgezwaaid
door de havenmeester en kwamen op het heetst van de dag
bij de Zeevonk terug. Drinken zwemmen en slapen...

een
waterauto staat te tanken
Later
op de middag voeren we naar een excellente snorkelplek
aan de noordwestpunt in een minibaai omgeven door hoge
rotsen. We maakten daar de Zeevonk aan een witte boei
vast. Het water was glashelder alleen het duiken naar
de bodem op zeven meter om daar zwemmende vissen te fotograferen
viel wat tegen. Het werd alweer een prachtige zonsondergang,
diner buiten in het maanlicht. De avond werd besteed met
mah yong.

spotted
trunk fish
De
nacht was wat onrustig door het wegvallen van de wind,
gevolg: stuiterende mooring tegen de romp. Was ankeren
toch beter geweest? Zelfs in het maanlicht was het koraal
onder de boot te zien. Zodra de zon boven de berg uitkwam
was het tijd voor snorkelen. Dat een grote lobster dat
ook vond vinden we heel normaal. Om tien uur vertrek richting
St. Maarten. Bij het passeren van de NW-punt genietend
van de prachtige lavaformaties en wat verder op een indrukwekkende
view van de top die nu niet in de wolken was!
De
wind viel af en toe wat weg maar het grootste deel van
het trajekt konden we - rustig - zeilen. De vissen zaten
diep met dat mooie weer. Zelfs de meest aantrekkelijke
lures met afgrijselijke haken erin verstopt bleven leeg.
We werden opgeroepen op de marifoon, Nederlandse Coast
Guard "Puma" , of we naar kanaal 06 wilden gaan.
Een paar vragen: hoeveel personen, welke nationaliteiten,
de naam van de schipper en was hij tevens de eigenaar,
hadden we vracht aan boord, waren er vuurwapens aan boord?
Joke's antwoorden leverden een "bedankt voor de medewerking"
op en de Puma voer weer van ons weg. Vroeg in de middag
viel het anker voor de brug aan de Nederlandse kant. Nog
geen tien minuten later stond iemand van een Nederlands
jacht enthousiast naar ons te zwaaien, het was de "Gaia"
uit Marken, voor het laatst gezien in Las Palmas, Gran
Canaria. Ben en Sabrina zijn op wereldreis en genieten
met volle teugen van de Carieb. Gevolg: ze blijven hier
een jaar langer en gaan volgend jaar pas door het Panamakanaal.
Onze
vaste plek bij het explorer island was niet echt bezet
en de Aeson lag veel meer naar het oosten. Jelka kon ons
melden dat de wifi-spot van Hertz het niet meer deed.
We moeten nu internetten via het Caribserve.net. Onze
gasten brengen een bezoek aan Philipsburg met de dollarbus
en kunnen de verleiding niet weerstaan om een prima digitale
fotocamera voor weinig geld aan te schaffen. Ons digitaal
fotograferen werkt duidelijk stimulerend.
We
spraken af Indiaas te gaan eten tegenover het vliegveld.
Zodra we aangelegd hebben komt iemand op ons af om geld
op te halen want het kost voor deze dinghy steiger $3
p.p. bij ophalen en brengen, bagage $1 per stuk. Omdat
we gingen dineren kostte het echter niets... Het Indiaas
eten was prima, de halve kip tandoori was perfekt. Wel
moesten we voor het bakje rijst apart betalen.
In
de windstilte door de warme avondlucht naar de Zeevonk
terug. In de verte zien we onweer flitsen terwijl het
hier onbewolkt is en de maan helder schijnt.
Zaterdag
stond in het teken van het vertrek. Het weer was ineens
veranderd in grijs met regen, een vleugje Nederland? Tussen
de buien door naar Juliana airport, daar bleek dat we
geen tijd meer hadden voor een bezoekje aan het strand.