Reis
naar de zon deel 25
Bequia-Grenada-Los
Testigos-Isla de Margarita
zondag
29 mei-zondag 12 juni.
Het
zeer heldere water van de Admiralty Bay nodigde uit tot
weer eens schoonmaken van het onderwaterschip met plamuurmes,
duikbril en snorkel. Na een uur in het zoute water gelegen
te hebben hadden we de koffie wel verdiend. Kort daarna
verscheen een dinghy langszij: onze Amerikaanse buurman
die accentloos nederlands blijkt te spreken. Het is Adriaan
van de "Petit Fleur" die komt kennismaken en ons
uitnodigt voor een bezoek.
De
"Tigger" met Peter en Tony is ook weer in de buurt,
we kennen ze van Antigua, St. Maarten, Nevis en van vorige
week St. Lucia.
Er
blijkt nog een nederlands schip te liggen, de "Esperanza".
De schipper herkent ons direkt als van de Zeevonk zonder
dat we elkaar echt eerder hebben ontmoet. Het zijn Han en
Carla die zich graag laten uitnodigen voor een borrel bij
ons aan boord.
De
"Passaat" ligt trouwens ook hier voor anker, benieuwd
wanneer we die schipper eens spreken.
In
het dorp stonden de kerkdeuren en -ramen wijd open en was
er geen gelovige te zien. Even verder onder twee grote bomen
aan het strand zagen we zingende gelovigen. Weer opvallend
is het grote aantal vrouwen tov het aantal mannen.
Het
internetcafe met terras op de eerste verdieping was nodig
om de gewone emails te lezen en na een sapje weer naar de
boot.
De
Tigger-bemanning zagen we onderweg snorkelen en we waren
nog niet aan boord of ze verschenen druipend en wel om ons
te begroeten. Toen een kwartier later Han en Carla verschenen
konden zij hun Venezuelaanse avonturen aan vier liefhebbers
kwijt. Ze waren een jaar geleden met muilezels de Andes
ingeweest en vertelden ons hoe je dat kon realiseren. Het
werd een geanimeerd gesprek, dat begrijp je.

uitleg
tocht in de Venezolaanse bergen
Eierleggende
schildpad op het strand
Met
Carla de volgende ochtend hardlopen viel niet mee: helling
op en af bij temperaturen omstreeks de 30 graden. Wel onderweg
veel gezien, wat dat betreft heeft een jogger/hardloper
veel voor op gewone stervelingen. 's Middags een wandeling
naar Hope Bay aan de Atlantische kant. Het laatste stuk
ging over keien en de bergschoenen van Joke kwamen goed
te pas. Op het verlaten strand aangekomen bleek het alles
behalve verlaten: er stond een groepje mensen - bleken van
de "Attitude"- te fotograferen en te filmen. Alras
werd duidelijk wat het onderwerp was: een kolossale schildpad
die eieren aan het leggen was! Deze zogenaamde Leatherback
van bijna twee meter en dik 500 kg begroef haar eieren en
verdween weer in zee. We maakten iets unieks mee, anderen
moeten daar nachten voor waken, in hutjes aan het strand
slapen (Grenada) en wij krijgen het op een presenteerblaadje.
Nu
was wel iemand op de "Passaat" te zien en Pieter
Bakker nodigde ons meteen uit om aan boord te komen.
De
Tigger bemanning kwam ons uitnodigen voor een "expeditie"
naar de schildpadden crêche (turtlesanctuary), samen
met de Engelse bemanningen van de Ngoma en de "Triumfant".
Om negen uur met de taxi er naar toe. Zij hadden trouwens
met snorkelen zeepaardjes gezien.
Na
de ochtend training op het strand en snorkelen achter het
schip naar de wal om daar in een soort taxihuifkar te stappen.
Het turtle gebeuren bleek prachtig aan de kust te liggen
en er waren vele schildpadden van allerlei leeftijden te
zien. De performance van de rondleider was matig, je moest
eigenlijk te veel aan hem trekken om iets te weten te komen.
Het bleek dat de leatherback die wij op het strand zagen
een werkelijk uniek gebeuren voor daar was en hij wilde
graag foto- en filmmateriaal zien. Joke bood aan dit te
verzamelen en op CD te zetten en hij ging graag op de uitnodiging
in om in de namiddag het aan boord te komen ophalen.

leatherback
Hope beach, Bequia

terug
voor het laatste ei

het
laatste ei

strandhut
Hope beach

schildpaddenopvang
's
Avonds naar de "Petite fleur" en kennisgemaakt
met Adriaan en Paula. Het was al pikkedonker toen we huiswaarts
keerden, nadat Paula ons op Unox rookworst en op een gedicht
had getrakteerd.
In
de daarop volgende dagen zuidwaarts met als eerste doel
de Tobago Cays, het mooiste en meest karakteristieke
gebied van de Grenadines, nee van heel de Carieb. Hier onbewoonde
eilandjes met palmbomen en zandstranden, riffen met prachtig
koraal en haaien! En wat bleek, de Sun-Ra met Willy, Ria
en dochter Sonja lag er. We wisten dat ze in de buurt waren,
maar ja er waren zoveel mogelijkheden. Het weerzien - zes
maanden na onze avonturen op Barbados - was hartverwarmend.

Zeevonk
bij de Tobago Cays
We
troffen het er minder goed met het weer, er kwam net een
tropical wave over en we zagen twee dagen geen zon. Grijze
luchten met stevige buien waarin we soms 7 Bft konden meten
waren ons deel. Het snorkelen werd daardoor ook bemoeilijkt,
tegen de stroom in op zoek naar haaien viel niet mee. De
volgende dag toch nog een haai gezien maar deze wilde niet
op de foto.

op
haaienjacht
Union
Island lag een paar mijl verder en hier gingen
we voor een gezamenlijk Creools vijfgangen diner met ketelmuziek
de wal op. De eigenaar van het restaurant was een zeer zware
zwarte man die hartelijk iedereen persoonlijk de hand schudde.
We waren de eersten zelfs de ketelmuziek was nog niet gearriveerd.
We werden vlot geholpen en de tafel was al snel te klein
voor alle schalen met inheemse gerechten. We hadden niet
voldoende fut om daarna nog te dansen (oorzaak de ti-punchjes
die we al aan boord hadden gedronken?) maar gelukkig was
er een frans gezelschap dat er lol in had.
Veel
dood koraal (door de laatste hurricanes), buiten de kom
zou het mooier zijn. Op zondag veel geluierd, een knipbeurt
gekregen en 's avonds naar "Happy Island", een
miniatuur eiland dat is omgetoverd tot terras en bar. De
kade is gemetseld van grote schelpen, de zwarte eigenaar
voorziet je gaarne van rum-punch die overheerlijk smaakte.
Hier maakten we kennis met de bemanning van de "Atlantis",
een 54 ft stalen monohull waarop Frits en Marianne al 14
jaar in de Carieb charteren. Hun gasten zijn vooral Amerikanen
die met onze prijzen vergeleken ongeveer een dubbele dagprijs
betalen.
De
ochtend regende het en de knipbeurt van Willy en Joke moest
overdekt plaatsvinden. Het maakte voor Ria weinig verschil,
beiden kunnen er weer maanden tegen.

bemanning
Sun-Ra

kapper
aan boord

Tobago
Cays

oerwoud

haaienjacht

Zeevonk
met Grenada op achtergrond
Carriacou
Nog
een laatste bezoek aan het dorpje van Union Island, zo kenmerkend
door al zijn houten bordjes met opschrift waardoor een geheel
eigen sfeer. Een internetcafé was zo ook snel gevonden.
Joke klaarde uit - de immigratie zit op het kleine vliegveldje
een stukje verder op - en we zeilden met een briesje op
de genua naar Carriacou, een eilandje horend bij Grenada.
We passeerden een onbewoond eiland - luisterend naar de
naam Jack a Dan - met een prachtig strand (en goede duik-
en snorkelmogelijkheden volgens de gids) en voeren tot aan
het dorpje waar we bij de veerbootsteiger ankerden. De volgende
dag naar douane, immigratie, havendienst, kassa havendienst
($50 EC) voordat we het werkelijk heel bijzondere dorpje
Hillsborough in mochten. De winkelstraat is een bonte verzameling
van 'rommelwinkeltjes' met een breed assortiment waarbij
de een neigt naar huishoudelijke artikelen, de ander meer
naar kleding en weer een ander meer gereedschap heeft. Toch
heeft de klerenwinkel ook gereedschap en ook snuisterijen.
Kortom, je bent bijna verplicht om al deze winkels met hun
antieke en zeer simpele meubilair te bezoeken. Opvallend
is dat het tourisme hier nog onderontwikkeld is.
Communicatieperikelen
De
moderne telefoonwinkels met verkoop van GSM telefoons en
abonnementen hebben het druk. Toen wij met onze vraag naar
een internetverbinding via GPRS kwamen konden ze ons niet
helpen. De Amerikaanse provider gebruikt weer een andere
frekwentie (850 Hz) dan die onze triband aan kan. Het probleem
is ook dat op de Franse eilanden weer andere providers zitten
zodat je zowel een Frans als een Engels abonnement moet
bezitten om op alle eilanden lokaal te kunnen communiceren.
Dan praten we nog niet over Venezuela en de ABC-eilanden
waar we de komende zomer gaan genieten. Onverrichter zake
terug, we konden zo snel geen besluit nemen nu we ook nog
moesten kiezen tussen AT&T, Cable and Wireless en Digicel.
De
route van de oversteek naar Grenada loopt langs Tyrrelbay
- volgens de pilot was het daar zo rustig dat je de vogels
kon horen. Wat wij op afstand zagen was een druk bezette
baai met werkschepen voor anker en behoorlijk wat bebouwing
op de kant. Misschien de volgende keer proberen? Door een
enkel regenbuitje geplaagd naderden de enkele eilanden ten
noorden van Grenada en zowaar een grote schildpad kwam even
boven water om ons te begroeten. De vislijnen bleven echter
leeg. Interessant was de "exclusionzone" op de
zeekaart: hier is een onderwatervulkaan genaamd Kick 'em
Jenny nog vrij recent actief geweest. De laatste twee jaar
is hij slapende en dus konden we zonder probleem er recht
overheen varen, diepte 500 m.
Grenada
Onze
volgende stap is naar dit laatste windward eiland dat september
j.l. zo kolossaal werd getroffen door de hurricane "Ivan".
Er was in de laatste vijftig jaar geen hurricane geweest
en Grenada gold als een veilige plaats om het hurricaneseizoen
door te brengen. Dat hebben de botenverzekeringen geweten!
Honderden op de kant staande boten gingen om als dominostenen
waarbij de masten en stagen onvoldoende sterk bleken om
vallende boten tegen te houden. Catamarans gingen de lucht
in, daken en muren werden weggeblazen. Nu negen maanden
later zou veel zijn hersteld maar zijn nog legio huizen,
gebouwen en vooral kerken zonder ramen en/of dak. In de
hoofdstad St. George's bestaat de mogelijkheid om in de
lagoon, een zeer beschutte baai, te liggen. Met de verhalen
over diefstal in het achterhoofd, het drukke autoverkeer
langs een van de oevers en hutjes en kapotte steigers aan
de andere oever vonden we hier ankeren niet echt aantrekkelijk
en besloten we buiten - samen met een tiental andere schepen
- tegenover het strand met vissershutten en -bootjes te
ankeren. In het donker hadden we een prachtig uitzicht op
het stadje en konden we ook de melkweg zien met af en toe
een vallende ster als extra.
Onze
eerste gang was naar de Yachtclub waarheen we onze nieuwe
creditcards hadden laten sturen. Helaas, er was geen aangetekend
briefje bij, ook navraag op het kantoor leverde niets op.
Het postkantoor een kilometer verder richting centrum had
ook nog niets ontvangen. Je wist trouwens niet wat je zag,
is in Nederland het postkantoor het voorbeeld van degelijkheid
en efficiëntie, hier was het een bijna totale chaos
waar de medewerkers wel veilloos hun weg in konden vinden.
Er stond geen ontvangst uit Nederland in het grote boek
dus afwachten...
De
yachtclub was natuurlijk voorzien van een groot overdekt
terras waar een heerlijk verkoelende bries doorheen waaide.
Een fles coca cola - 500 cc - met ijs kost drie East Caribbean
dollars, ongeveer €1. Internetten was $5 EC voor 15
minuten. Met een voor de poort staande taxi naar ENZA marine
aan de Prickly bay waar een nieuwe pomp (garantie!) voor
de watermaker was gearriveerd. Achter de nieuwe loods van
Budget Marine lag nog een stapel gekreukelde masten en rolreven
met de stagen erom heen, overblijfselen van de terreur van
"Ivan". Het monteren van de nieuwe waterpomp liep
niet geheel volgens plan en met een nog steeds niet werkende
watermaker moesten we verder. Ook de volgende dag was er
geen post voor ons en na een tweede bezoek aan Island Waterworld
(een van de grote winkels in scheepsbenodigdheden) liepen
we naar het centrum langs de kade. Het was al na vieren
en de weg raakte bijna verstopt met taxibusjes (max. 18
pers.). Zittend op het enige terras aan de kade kreeg je
een aardige indruk van de dynamiek van de Grenadiaan(?).
Op een oude veerboot stond nog "Bodó te lezen,
het was ook een duidelijk Skandinavisch schip. Toen ik werd
lastig gevallen door een verwaarloosde bedelaar die zonder
te spreken mij een geldstuk voorhield kwam een pittige zwarte
vrouw van een tafel naast ons in het geweer, riep de man
en gaf hem een briefje van $5 EC. "Zo doen we dat op
Barbados, je moet touristen niet lastig vallen, dan komen
ze niet meer (terug)."
Oversteek
Grenada-Los Testigos
Na
een laatste bezoek aan het terras van de Yachtclub vertrokken
we om zeven uur 's avonds richting Los Testigos (Venezuela).
Zodra we uit de windschaduw van Grenada waren hadden we
halve tot bakstag wind 4-6 Bft. De te overbruggen afstand
was zo'n 88 mijl, we vertrokken in het donker om bij daglicht
aan te komen. Al snel haalden we enkele andere zeilboten
in, wat wil je met snelheden van 8-10 knopen! De zee was
in het begin rommelig, waarschijnlijk door een aantal riffen
en de stroom van 1,5 knoop mee. Doordat de hel tocht stroom
mee was hoefde je in feite maar een dikke 60 mijl te zeilen
en al snel merkten we dat we voor zonsopgang zouden aankomen
als we zo doorgingen. De oplossing was een rif en de genua
een stuk indraaien. We bleven zo ook nog redelijk in de
buurt van andere zeilschepen. Mocht er onverwachts een piraat
opduiken dan was je niet alleen. Nadat het nog prille maantje
onder de horizon was verdwenen liet de melkweg zich in volle
glorie zien. Hij gaf zoveel licht dat je het idee had erbij
te kunnen lezen. In het water trokken we een bulderend spoor
met zowaar zeevonkjes!
Los
Testigos
Tegen
de ochtendgloren zaten we op de hoogte van Los Testigos,
om zeven uur meerden we af voor de kustwachtpost, een rondgebouwtje
lijkend op een paddestoel. Een jonge man in overall schreef
ons in een groot boek en wenste ons "mucho gusto"(veel
plezier). Het gehucht bestond uit hooguit enkele tientallen
huizen met boten op de kant en een paar in het water. De
ankerplaats was in de baai bij het tegenoverliggende eiland.
Hier stonden nog geen tien huizen aan het strand en lagen
er vijf visboten voor anker, alles zeer kleinschalig. Het
zoutmeer achter de huizen lag droog, er stonden aan de rand
wat geiten te grazen. We hadden al onderweg contact met
de Saline due, een Proud catamaran onder Oostenrijkse vlag.
Het nederlandse schip Thetis (zie griekse mythologie) arriveerde
ook. Het werd een gezellig borreluurtje met Victor en Waltraud
en Dries en Else. De laatste staat met een interview in
het januarinummer van Zeilen als ARC-deelneemster. Tegen
het donker ging er op de kant een aggregaat aan waarop de
huizen elektrisch licht hadden. Die nacht kregen we te maken
met een kort onweer.
Het
snorkelen leverde weer nieuwe vissen op, o.a. een elektrische
rog en hogfishes met drie grote stekels.
Een
autotochtoonse kwam met een bootje langs om ons voor een
diner op de wal te vragen. Er bleek redelijke belangstelling
en om zes uur 's avonds togen een aantal rubberboten naar
het strand waar de koude pils en de meegebrachte wijn verrukkelijk
smaakten. Joke speelde op de trekzak een aantal internationaal
bekende liederen en de Noren, Fransen, Schotten, Oostenrijkers
en Nederlanders kwamen langzaam maar zeker op gang. Het
eenvoudige maar smakelijke diner had als hoofdgerecht een
overheerlijke barracuda. Het koude bier raakte tijdens het
eten op, er was geen alternatief voorhanden. Bij het afrekenen
bleek de maaltijd $4,5 te kosten en het bier $1 voor een
tray van 12 blikjes...
's
Morgens vroeg al foto's uitgewisseld met de Oostenrijkers
waarbij een Italiaanse koffie heerlijk smaakte. Net toen
Victor omstreeks 7 uur de marifoon aanzette om hem met ons
te kunnen testen klnok: "Zeevonk, hier de Esperanza"
en bleken Han en Carla ten zuiden van Los Testigos te zitten.
Ze zeilden de hele nacht door vanaf Cariacou en waren nu
onderweg naar Isla de Margarita. Toen zagen ze in de verte
een witgele catamaran zagen liggen... Kort daarop vertrokken
wij en haalden bijna alle schepen in die voor ons waren
vertrokken. Toch wel een snel schip, de Zeevonk!
Isla
de Margarita
De
wind viel weg in de middag en de laatste 8 mijl moesten
op de motor worden bedwongen. In de baai van Porlamar
was het een hele drukte: veel voor ankerliggende schepen,
onder andere de Russische catamaran die we in Las Palmas
ènkele weken als buurman hadden (zie ook Zeilen,
jan 2005). Aan het strand leefden de Venezolanen zich uit
en klonk een ontspannen muziekje. In de havenmond lag een
groot jacht half gezonken. De vallen werden gebruikt om
slingeraap te spelen. Grote groepen pelikanen vlogen zich
een weg tussen de schepen. Enkele ongelukkige vissersschepen
waren er helemaal mee bezet en zullen wel lekker ruiken.
Het is een genot om een pelikaan te zien vliegen, heel sierlijk
en licht terwijl ze zo'n grote snavel hebben en wat plomp
aandoen. De vissersboten zien er slecht onderhouden uit
en maken samen met hun bemanning een armoedige indruk. Dat
komt heel tegenstrijdig over als je de achtergrond van de
baai ziet met veel hoge flatgebouwen waarvan enkele het
predikaat wolkenkrabber of mammoeth hotel verdienen.
We
werden al snel benaderd door twee dinghies: Steve en Helmuth
die bouwplannen hebben voor een 17 catamaran en graag de
Zeevonk wilden bekijken. Vlak voor het donker kregen we
nog de Esperanze in het vizier: de bemanning had niet veel
puf meer. Een gesamenlijk etentje zat er niet meer in.
Isla
de Margarita- Isla Coche-Golfo de Cariaco-Isla de Margarita
terug
naar verslagen
index
30/06/07