|
programma
2005-
last minutes-
Zeevonk-
naturisme-
referenties-
gastenboek-
verslagen 2005-
info Carieb
|
Isla
de Margarita-Isla Coche-Golfe de Cariaco-Cubagua-Porlamar
13 juni-27
juni 2005


-----
onze route
Maandagochtend
scheurden om een uur of zes een flink aantal vissersboten voor en
achter ons langs, sommige met een groot kruis voorop (hospitaalkerkschip?).
Daarna was het even weer rustig in de baai totdat een bootje langs
kwam dat dieselolie verkocht. Helaas hadden we nog geen geld. Na
de koffie op bezoek op de Amazone nadat Helmuth en zijn vrouw Birgit
eerst bij ons waren kijken. Zij is degene die voor haar gezin met
drie opgroeinde kinderen een catamaran van 17 m door haar echtgenoot
en vriend wil laten bouwen. De ruimte in ons schip vindt ze enorm
en Joke geeft haar de overweging een wat minder groot schip te verlangen.
Ze bieden verder aan ons geld voor het inklaren voor te schieten,
ongeveer 170.000 bolivar. Dat lijkt een heleboel geld en inderdaad
is het inklaren hier duur. Helmuth bouwde hun stalen schip eigenhandig
en deed daar 10 jaar over naast zijn baan als chirurg! Ze willen
zich nu blijvend vestigen op Isla Coche, hebben daar al grond voor
een werf en hebben naast hun engelse vriend Steve (catamaran bewoner)
een Venezolaanse mede-eigenaar voor hun bedrijf gevonden.

gezicht
op Porlamar
Dan de eerste stappen op Margarita. We werden ontvangen
door Juan die daar zijn kantoor met eigen (bewaakte) dinghysteiger
heeft. Hij zorgt tegen betaling voor inklaring, iets wat een onmogelijke
zaak lijkt als je dat zelf wilt doen. Verder kan hij alles regelen
en staat er altijd wel een taxi, zowel een oude als een nieuwe,
voor zijn deur. De jongen die de dinghies bewaakt wordt door giften
in een potje betaald, krijgt van hem geen salaris vertelt hij nadrukkelijk.
Dan met de taxi naar het vliegveld, 25 km retourtje 30.000 bolivar
(het went snel). De taxi is een oude Lada, van Russische afkomst
vertelt de trotse eigenaar. Veel is doorgeroest en niet alle portieren
kunnen open. Ook lijkt een lager iets te veel te zijn versleten.
Joke vraagt nog voorzichtig of er terug ook vier personen met bagage
mee kunnen... De huizen en gebouwen langs de weg ogen niet fraai:
overal hekken voor de ramen en zelfs om de balkons. Wel logisch
als je je realiseert dat er geen ruiten in zitten en verder zou
het een overblijfsel zijn uit de tijd dat de indianen zich moesten
beschermen tegen de Spanjaarden. Het landschap is gortdroog, bruin
en de bomen en bosjes zijn niet overvloedig aanwezig. Vlak voor
het vliegveld is een politieafzetting maar wij mogen door zonder
controle. Het vliegveld is van moderne makelij en hoewel de vlucht
van Martinair geen vertraging had moesten we toch wel even wachten.
Een tafel naast ons stond een drietal dames gekleed als hostess
en nederlands sprekend. Een vroeg in het Engels aan ons of er nog
een stoel vrij was, het moment om in het nederlands kennis te maken:
zij waren van de reisorganisatie van Martinair: Qxxl en van een
Duitse reisorganisatie. Ze werkten respektievelijk 7 jaar, drie
maanden en 11 jaar op Margarita. De laatste had een Venezolaanse
moeder en sprak beter Spaans dan Nederlands. Ze gaven ons een aantal
tips en maakten het wachten wel heel plezierig.
bootbewaking
Porlamar
Onze
gasten waren redelijk afgemat en kregen ook nog eens te maken met
de warme avondlucht die als een hete deken op ze neerdaalde. Ze
waren blij dat de taxi voor de deur stond en onze chauffeur Pablo
met redelijk hoge snelheid richting Porlamar suisde. Ondanks de
duisternis werd de Zeevonk snel door ze herkend en konden ze kennismaken
met hun nieuwe verblijf: wiegend op het water tussen allemaal boten
met lichtjes onder een volmaakte sterrenhemel. Dan smaakt een welkomstdrankje
toch wel heel bijzonder. De slaap sloeg snel toe (Nederlandse tijd
2 uur 's nachts), reden om de kooien op te zoeken.
Het
ochtendprogramma was behoorlijk gevuld: om 9.30 uur stond een luxe
bus klaar die ons naar een modern winkelkomplex bracht. We kregen
een VIP-pasje om de hals en konden gratis koffie en sterke drank
nuttigen in de VIP-room van het komplex, daar was ook de mogelijkheid
om te internetten. In de bus maakten we kennis met Maarten en Yvonne
van de catamaran "Sea of Time". Zij konden ons vele tips
geven, ondermeer om de Golfo de Cariaco te bezoeken. Om geld te
wisselen moesten we naar een kantoortje in de parkeergarage waar
we voor $1 US 2400 bolivar kregen. De winkel was goed voorzien,
een soort V&D concept maar met de nadruk op etenswaren. Bij
de kassa veel personeel, onze spulletjes werden in dozen verpakt
en met een speciaal autootje achter de bus aan naar de steiger gebracht.
Hier werden de dozen op een steekwagen gezet en naar de dinghie
gebracht. Een genot om zo moeiteloos boodschappen te doen. Juan
kreeg voor zijn bemoeienissen wel een bedrag in handen gestopt door
de winkelier, duidelijk een win-win-win situatie. De inpakkers hadden
een fooienpotje.

Onze
Nederlandse bleekhuiden trotseerden de eerste zonnestralen - gewapend
met sterkte 30 - en waren zich er nauwelijks van bewust dat de zon
hier om twaalf uur in het noorden staat. We zitten op zo'n 11 graden
noorderbreedte en de zon is al aardig op weg naar de kreeftskeerkring
- 23,5 graad NB - waar hij boven staat bij het begin van de zomer.
Maarten en Yvonne kwamen voor de borrel, de Ti-punch van Joke krijgt
steeds meer aanhangers. Het werd zeer geanimeerd. Toen hij ook nog
computerfreak bleek en net een aantal programma's van de russische
Blagofest had gekregen was een laat avondbezoek aan hun snel geregeld.
Onze gasten waren na het diner al snel uitgeteld. Victor van de
Salina Due kwam nog even langs en had weer een schitterend verhaal
over kauwgom in zijn oor, zijn vrouw had dat per ongeluk naast zijn
oorwax gelegd.
In
de vroege ochtend maakten we nu wel gebruik van de olieboot: 1 l
diesel voor 150 bolivar - €1=2700 bolivar - dus € 0,05
per liter. De diesel werd met een handpomp overgepompt, de benzine
werd uit een vat gegoten. Voor we vertrokken kwamen Dries en Else
nog even gedag zeggen en informeren naar onze verdere reisplannen.
Daarna zeilden we met 4 Bft achter naar Isla Coche waar een groot
strand ons wachtte. Het nieuw geïnstalleerde navigatieprogramma
bleek behoorlijk ouderwets, de kaart was echter plezieriger en iets
uitgebreider dan c-map.

Isla
Coche. De wandeling naar de noordpunt leverde veel schelpen
en andere organische resten op, intussen kreeg ik de watermaker
weer even aan de praat. De whispergen had weer een volgende serie
storingen, er gaat eigenlijk geen dag voorbij of er is wat mee.
In de namiddag kwam de Sea of Time naast ons liggen en besloten
we gezamenlijk op de wal te gaan eten, zij wisten een terras aan
het water waar ze heerlijk vlees opdienden. We maakten er nog net
zonsondergang met prachtiggekleurde wolken mee, daarna kregen we
ons vlees opgediend: taai en niet echt lekker, volgens Yvonne was
de kwaliteit niet een schaduw van die van een paar maanden geleden.
De hoogzwangere van toen was nu trouwens de trotse moeder van nr?,
een leuk detail.


samen
met de Nederlandse cat "Sea of Time" bij Coche - vissers
op het strand

avondlicht terras
San Pedro
Hoewel
de Sea of Time vroeg zou vertrekken voor hun oversteek naar Tortuga
(59 mijl) duurde het even voor we alle digitale foto's en ander
digitaal materiaal hadden uitgewisseld. O.a. maakte Joke foto's
met beide schepen erop, om naar een gezamenlijke vriend te sturen
voor de redactie van het CTC blad (Catamaran en Trimaran Club).
Daarna ging hun spinnaker omhoog, reden voor ons om met onze halfwinder
het goede voorbeeld te volgen. Met snelheden van omstreeks vier
knopen (dankzij een meegaande stroom) schoof het landschap voorbij.
Bij dorpjes aan de kust op het schiereiland van Araya
waren kleine bootjes aan het vissen en zagen we ze ook met snorkel
en zwemvliezen onderduiken, toch nog parels? Dit is het gebied waar
de Spanjaarden vroeger de indianen naar parels lieten duiken. Dit
zou veel meer opgebracht hebben dan het goud! We rondden het schiereiland
de Araya en niet lang daarna kwam de oudste stad van Zuid Amerika,
Cumana, in zicht. Wetende dat ankeren bij deze stad niet echt veilig
is voeren we de Golfo de Cariaco in om bij een
van de eerste vissersnederzettingen aan de noordkant in een baaitje
voor anker te gaan. Onderweg leek het te sneeuwen: geelwitte vlinders
in grote getale dwarrelden over het water.
Puerto
Real. We werden uitbundig zwaaiend door de jeugd zittend
op een rots verwelkomd. Aan de waterkant vissersboten waaraan gewerkt
werd. Onder afdakjes van golfplaten zaten mensen te schemeren. Het
gehucht zelf was gebouwd tussen heuvels van roodgeel gesteente op
het puntje van een schiereiland. Op een van de toppen stond een
klein wit kapelletje. Voor het echt donker werd met de rubberboot
naar de wal waar nieuwsgierige blikken ons begeleidden. Even later
kwam een kruising tussen een herder en een eskimohond ons begroeten
en bleef tegen ons opspringen tot hij tot orde werd geroepen. De
straat was deels van beton, deels hard gesteente met een dun laagje
specie/gele modder. Er was een school met een viertal klassen en
een drietal winkels met levensmiddelen. Een paar felle lampen zorgden
voor de straatverlichting. Geheel onder de indruk van wat we zagen
liepen we door het dorpje. Dit was duidelijk Venezuela, Zuid Amerika:
arm, eenvoudig en vriendelijke mensen.
Na
een duik in het koele water - het is echt een paar graden kouder
dan in het noorden bij Martinique - weer de wal op, nu om brood
te kopen en foto's te maken. Door een visser werden we gewenkt:
hij had twee porcupines in opgeblazen toestand van forse afmetingen
liggen. Door een paar vrouwen werd ons even later duidelijk gemaakt
dat onze vrouwen waren doorgelopen. We bestegen de trap naar het
kapelletje, het interieur was zeer eenvoudig met een opvallend iets:
een plank met bekers en andere prijzen. Had het wat te maken met
het basketbalveld aan de punt van het dorp? De school was druk bevolkt,
je kon de klas via de deuropening inkijken en de kinderen in uniform
zien. Onder een groot afdak werd een soort openbare vergadering
gehouden waarbij een man druk aan het redeneren was en allerlei
dingen opschreef. Af en toe zag je iemand naar voren komen om iets
te vertellen. We stelden geen vragen, wel werd naar ons gekeken
toen we er even stilstonden. Opgetogen stapten we weer aan boord
om weg te varen naar ons volgende doel: Laguna Grande.
Met
de pilot in de hand varen we de laguna in. De wanden zijn van rood
gesteente met mangrovebos aan de oevers en cactussen en struikgewas
op grotere hoogte. Alles maakt een woestijnachtige indruk. De lagune
kronkelt tussen de berghellingen met hier en daar een eilandje en
prachtige minibaaien. Op sommige plaatsen mondt een nu droogstaand
riviertje uit in de vorm van een delta. Op een modderbank staat
een groep pelikanen. Fregatvogels, pelikanen en een soort gieren
maken de lucht onveilig. We ankeren als enige helemaal aan het eind.
Tijd om dit indrukwekkende landschap op ons te laten inwerken. Geen
tekenen van menselijk ingrijpen in de natuur. Het meest overweldigend
zijn de roodkleurige berghellingen met diepe groeven veroorzaakt
door hevige regenval. Het beeld van een rode woestijn. In de middag
begint de wind te vlagen, typisch voor een vallei die als een tunnel
werkt. Elke paar minuten neemt de wind toe, bereikt windkracht 5,
neemt af tot 1 en begint dan weer opnieuw aan te zwellen. In het
strijklicht van de avondzon zie je de grillige vormen van de bergruggen
nog beter en een eerste korte wandeling voor het eten was al voldoende
om een top te bereiken waarvanuit een schitterend uitzicht. Aan
de noordzijde verheft zich een nog hogere bergrug met daartussen
een prachtig groen dal, aan de zuidkant ligt de Zeevonk in de diepte
met donkerrode bergen op de achtergrond. De avond brengt donkere
tinten tegen een lichte lucht. We horen krekels, gekwetter van vogels(?)
en af en toe de schreeuw van een roofvogel. De maan kijkt dit glimlachend
aan. In de verte weerlicht het af en toe.
Om
zes uur staan we op, ontbijten snel, trekken de bergschoenen aan
en varen we naar een strandje. In de rugzak water om niet uitgedroogd
de top te moeten halen. We banen ons een weg door de cactussen en
struiken met scherpe stekels. Enkele stukken met los roodkleurig
gesteente lijken op leisteen: dunne laagjes brokkelig materiaal.
Je moet oppassen niet naar beneden te glijden. Een dunne slang van
60 cm kruist ons pad, een uiltje verschuilt zich doch wordt gezien.
Gele vogeltjes, waarschijnlijk kanaries vliegen van boom tot boom.
Lokroepen van vogels galmen over het dal. Na een pittige klim bereiken
we de top. We worden beloond met een schitterend uitzicht rondom.
In het zuiden de golf met aan de overkant drie lagen bergruggen.
In het noorden de meest westelijke uitloper van de lagune met midden
in de Zeevonk. Je kijkt tegen een hoge rug aan met daarachter Isla
Coche en Margarita. In het westen strekt zich de lagune zelf uit
met een paar zeilschepen in de diepte. In het oosten worden de bergen
groener, valt er duidelijk meer regen dan in deze woestenij. We
blijven lang genieten voor we aan de afdaling beginnen. We komen
zonder kleerscheuren beneden al hangt er af en toe wel een cactusblad
met vlijmscherpe stekels aan je kleren of zitten de stekels enkele
millimeters in je vel en moet je ze voorzichtig eruit trekken. De
koelte van ons privé zwembad is verrassend. Het heeft een
aardige aanslag op onze conditie gepleegd.
bergwandeling
Laguna Grande - voorzichtig met cactussen!
In
de middag nemen de vlagen weer toe en besluiten we een andere, meer
beschutte baai in de lagune op te zoeken. Weer een rustige nacht
is ons deel. Wel takelden we ook hier voor de zekerheid de rubberboot
uit het water.
De
zondagochtend begon weer met uitstekend weer en we voeren na de
traditionele bacon and eggs de lagune uit richting oosten. Onderweg
tot tweemaal toe door een aantal dolfijnen geëscorteerd. De
oostenwind probeerde ons tegen te houden hetgeen na enkele slagen
over de volle breedte bijna lukte toen bij een bui met iets meer
wind de genuaval het begaf en de genua een meter naar beneden kwam.
We rolden het zaakje op en zeilden op de fok verder. Het werd buiïger
en de fok bewees goede diensten, anders hadden we de genua toch
moeten inrollen. We bereikten ons doel, Medregal Village,
vrij vlot en ankerden voor de dinghy-pier. Er lag een vijftal zeilboten
voor anker, aan de oever was weinig aktiviteit zichtbaar. Het complex
zag er verzorgd uit en we werden verwelkomd door Jean Marc en zijn
vrouw. Als bootbewoners mag je gebruik maken van het zwembad, toiletten
en douches, de tafeltennistafel, het biljart, de (ruil-)bibliotheek
en tegen aangepast tarief van de bar en het restaurant. Er lopen
ook een paar buitenlanders rond die naar later bleek al een plek
hadden in het grote geheel: lassen van pontons en de opbouw van
werf en jachthaven. De opening ervan is gepland in september. Het
diner met vlees was prima, de wijn koppig en de bediening door Venezulanen
zeer vriendelijk. Opvallend was dat we de enige gasten waren waarvoor
alles was gedekt, alle lichten brandden en het personeel in touw
was.
In
het donker bleek de bewaking regelmatig met een schijnwerper de
schepen te beschijnen. Een veilig gevoel voor de nacht, niet wetend
hoe aktief hier de botendieven zijn.
Voor
vertrek naar de oostpunt van de baai testten we het biljart, lieten
we ons rondleiden over het terrein van de in aanbouw zijnde werf
door de Zwitserse ingenieur die er de leiding over heeft.
Naar
de riviermonding was niet ver en prima bezeild. De dolfijnen haakten
weer aan maar het was slechts van korte duur. De baai werd naar
het oosten toe steeds ondieper, een bank van slechts 1 meter diepte
lag voor het allerlaatste stuk naar de riviermonding. We ankerden
op twee meter in de modder en met de dinghy voeren we de rivier
op. Als eerste werden we ingehaald door een vlucht helderrode ibissen,
een fantastisch gezicht. De papegaaien maakten een enorme herrie,
de grote witte reigers vlogen er af en aan, kleine reigers, ijsvogels,
spechten en veel klein spul bevolkte het mangrovebos aan weerszijden.
Allerlei vreemde en soms harde geluiden kwamen uit het bos: "plonk",
"tok", niet echt thuis te brengen als horend bij een dier.
Men had ons wel verteld dat er alligators zaten, we hebben ze niet
gezien. Het was een rijkdom aan vogels en de Indian River van Dominica
was hierbij vergeleken veel minder indrukwekkend. Met de stroom
mee terug roeiend lukte ten dele, de vloedstroom begon door te zetten
en we kregen stroom tegen! De ralreigers aan het begin bleven rusdtig
zitten toen we op tien meter onbewegelijk langs dobberden. De sterns
(?) die met open snavel door het wateroppervlak scheerden en aldus
de visjes naar binnen werkten maakten een soort zoekslagen rondom
ons. De rode ibissen hadden hun bomen gevonden en maakten er een
contrastrijk rood-groen van terwijl de aalscholvers hetzelfde deden
maar dan zwart-lichtgroen. De bomen van de laatste groep zijn altijd
te herkennen aan witbescheten takken en bladeren als die er nog
aan zitten.
rivier
met rode ibissen, witte reigers en blauwe papegaaien en mangroves
In
het schemerdonker voeren we naar het nabij gelegen dorpje Muelle
de Cariaco, ooit een drukke handelshaven geweest, dat nu
op afstand niet eens meer een steiger had. Wel wat aktiviteit van
vissers op de kant en wat lawaaïerige jeugd. Het werkte niet
mee aan onze veiligheidsgevoelens en dit keer ging zelfs de ketting
om de omhooggetakelde rubberboot. Geen cafeetje aan de waterkant te
herkennen trouwens. De
nacht werd geteisterd door hondengeblaf en later hanengekraai terwijl
om ons heen de stemmen van nachtelijke vissers te horen waren. Het
maakte het allemaal heel onrustig voor onze waakzame bemanning die
op scherp stond. De twee alarms die we in de kajuit hadden staan gingen
een keer af: toen de navtex piepte dat er een weerbericht binnenkwam
dacht een van de gasten dat het een alarm was waarop een ander naar
boven liep en de echte alarms afgingen.
Al
vroeg met de rubberboot naar de kant waar een paar jongens wenkten
dat deze bij hen kon worden vastgemaakt. Een van hen maakte het
gebaar van ik hou wel een oogje in het zeil hetgeen we maar vertrouwden.
Leuk detail: midden in de verder lege overdekte ruimte stond een
draagbaar zwartwit tveetje met een grote tang op de plaats waar
een knop hoorde te zitten. Het beeld was slecht zichtbaar maar,
het was tv! In het dorpje armoe troef. Oude grote chevrolets en
dergelijke stonden met de motorkap open. Op straat stond een oude
ambulance met gat in de voorruit, kapotte wielen en een vernield
interieur. Het hopital municipal was duidelijk open, er zaten
mensen op een bank buiten te wachten, een van hen in een wit uniform.
We vroegen of zij ons wilde rondleiden en zowaar, we mochten alles
zien tot en met de dokterskamer, de apotheek en de kamer waar
de bevallingen plaatsvonden. Helaas sprak ze alleen spaans, voor
ons nog onbegrijpelijk. Het geheel maakte een schone, degelijke
en eenvoudige indruk. Bij de prefektuur dezelfde eenvoud, we kregen
nu een hand van een agent (?). Het gebouw zag er van buiten fris
geschilderd uit. De kerk leek van verre heel wat echter je zocht
vergeefs naar rijkdom: alles heel simpel. Winkels met levensmiddelen
en een soort getralied loket, aan "zelfbediening" hebben
ze hier een hekel. We werden door mensen op straat af en toe begroet
met "buenes diaz" en "hola". De woonhuizen
waren aan de straatkant weinig etalerend, als de deur open stond
keek je in een lange gang met vaak een blinkende vloer. Terug
bij de rubberboot was alles in orde, gaf Joke de jongen een fooi
ter waarde van twee bier en nadat een engels sprekende jongen
nog een aantal vragen over onze herkomst stelde vertrokken we.

de
ambulance van Muelle de Cariaco lijkt niet meer in gebruik
Komfortabel
zeilend naar het westen voor een baai nabij de Laguna Grande werden
we door het weer verrast: de dreigende wolken schuin achter ons
werden donkerder en de wind viel weg. Ons doel was nog 14 mijl,
Medregal Village nog maar twee. De oplossing was eenvoudig: naar
Medregal om daar hetweer af te wachten. Het begon voor ons al snel
te onweren, het leek even of er ook windhozen aan de donkere rand
van de wolken zouden ontstaan maar het bleef bij een aantal korte
uitstulpingen naar beneden. De regen was overal om ons heen maar
vooral voor ons, een geluk dat we gestopt waren. We probeerden de
trip naar de caves met de vetvogels te regelen maar Jean Marc was
niet aanwezig. Het werd biljarten en tafeltennis en diner aan boord.
bookswap
Medregal - eigen zwembad?
De
volgende ochtend stonden we om zeven uur bepakt en bezakt op de
kant maar aldra werd het misverstand duidelijk: Jean Marc kon ons
die dag niet naar de caves begeleiden en andere mogelijkheden waren
er ook niet. Plan B: we moteren (windstilte) naar het westen naar
Cangrejo waar een paar prachtige baaitjes zeer gerschikt zijn om
te snorkelen. Onderweg kwamen we drie andere zeiljachten tegen.
Merkwaardig hoe weinig schepen je hier ziet, verkeerde seizoen?,
hebben Venezolanen geen zeiljachten?, gevaarlijk gebied?
De baai van Los Platinos was klein met helder water en koraal rondom!
We parkeerden de Zeevonk achter het eilandje en verdwenen allen
met snorkel onder water. Het hertshoornkoraal was in overvloed aanwezig,
bezet met prachtige zeeanemonen in rood, wit en paars. Wat betreft
de vissen viel op dat niet het hele scala ons al bekende koraalvissen
aanwezig was. Uitpuffen onder de bimini op het voordek.

kleurrijke
onderwaterwereld bij snorkelen Los Platitos
In de namiddag
anker op naar het volgende baaitje waar een restaurantje is en
een "yachtclub". Hier voer net een bootje weg en was
een man een buitenboordmotor aan het repareren. Het restaurant
leek verder verlaten. De man kon ons vertellen dat we er konden
eten zodra het bootje terug was. En zowaar, de eigenaar, de kok
en manus van alles en een aardig meisje ontplooiden direkt toen
ze terug waren allerlei aktiviteiten om het ons naar het zin te
maken. We konden zelfs kiezen uit drie vissoorten. Het eerste
biertje was gratis omdat het nog niet koud was. Wat bleek, ze
hadden net inkopen gedaan voor de komende dagen want de dag erop
was het een nationaal feest in Venezuela.

keuken
"yachtclub" Cangrejo
Ook
deze eigenaar van een minirestaurant/hotel/strandje/zwembadje was
een echte pionier: vroeger gevaren, een jaar of tien geleden hier
neergestreken en aan het bouwen gegaan. Hij had het geheel maar
een yachtclub genoemd, geen beschermde titel, maar wel voor buitenlanders
een pre. Voor de gasten voor het komend weekend moest het zwembad
worden gevuld. Dit was een boonvormig bassin van een meter of tien
met trap rondom zodat gasten hier heerlijk in het water zittend
hun drankje kunnen gebruiken. Helaas was het zwembad wat hoger gelegen
en moest het water uit de baai worden gepompt met een klein benzine
motortje als aandrijving. Het geluid laat zich raden in de avondstilte.
Het viersnarige muziekinstrument dat op de tafel naast ons lag kon
wegens snaarbreuk niet worden bespeeld, jammer.
Na
het snorkelen de volgende ochtend vertrokken we met hoornsignaal
en daggezwaai uit dit intieme baaitje richting het eiland Cubagua,
onder Isla de Margarita gelegen. We begonnen met een lichte wind
uit het zuidoosten die halverwege Cumana overging in een westenwind,
dus pal tegen! De halfwinder kon worden opgeborgen. Kruisend zeilden
we de Golfo de Cariaco uit en konden net voldoende hoogte houden
om langs de westkust van het schiereiland Araya te varen, een door
sommigen als gevaarlijk gebied betiteld. Hier halverwege draaide
de wind in een paar sekonden naar het oosten en nam geleidelijk
toe. Het baken op het eind van het ver in zee stekende rif haalden
we nog maar Cubagua lag veel te hoog in de wind. Weer kruisen en
dat met toenemende wind. Eerste aktie werd het gedeeltelijk inrollen
van de genua en de fok uitrollen om de overstagmanoevre te vergemakkelijken.
Weer later de genua weg en een rif in het grootzeil. Vlagen van
28 knopen zorgden wel voor snelheid maar ook voor golven die ons
probeerden tegen te houden. Een prachtige ondergaande zon - helaas
zonder groene flits - wenste ons succes en wij in het donker verder
kruisend tot in de baai van Cubagua. Het vuurtorentje op de noordoostpunt
vergaten ze helaas aan te steken maar een strandbewoner scheen met
een lamp op zijn huis om duidelijk te maken dat daar de zee ophield.
Volgens de pilot waren hier wiervelden afgewisseld met stukken zand
en onze eerste ankerpoging was meteen in het wier, slippen dus.
Kort daarop gingen we voldaan aan de ondereg bereidde warme maaltijd
na een tocht van uiteindelijk 57 mijl.
De
kant op om het eiland te verkennen. Vanaf het water zag je een
rijtje vissershuizen (dus was het niet echt onbewoond), een groot
boven het water uitstekend wrak, een zoutvlakte en een woestijnachtig
gebied met cactussen. Aan de zuidwest kant bergen. We legden de
rubberboot bij het huis van een oude man. Deze maakte duidelijk
dat er een tekort aan melk was... Joke deed een toezegging maar
eerst liepen we om de zoutvlakte heen naar de oostkant en volgden
de kust naar het zuiden. Het werd een ware ontdekkingsreis in
de sporen van Columbus. Op zijn derde reis zou hij Margarita en
het vasteland van Zuid Amerika hebben ontdekt. De oesterbanken
rijk aan parels werden in 1499 ontdekt waarop in 1500 een groep
van vijftig Spaanse avonturiers op Cubagua neerstreek en hier
de eerste Europeese/Spaanse nederzetting stichtte. De parels moesten
door indianen worden opgedoken, ze werden uitgebuit door de Spanjaarden.
De resten van de nederzetting zijn nog goed te zien. Merkwaardig
is het monument met de jaartallen 1492-1992, immers in 1492 wist
men nog van niets!




Cubagua,
het parel eiland met resten van bebouwing uit de 16e eeuw
Terug
bij de rubberboot kwam een jonge vrouw met kind op de arm en een
oudere vrouw naar ons toe. De jonge vrouw - Iris - bood ons een
zak gefileerde vis aan, dorade! Ze vroeg als tegenprestatie wondzalf,
melk en als het kon een duikbril. De oude vrouw kwam met een stukje
verpakking van paracetamol en maakte duidelijk dat ze pijn aan
haar schouder had, de oude man vroeg melk en AA-batterijen door
er een te laten zien. We hadden alles op voorraad dus...
ruilhandel
op Cubagua
We
laadden anker, snorkelspullen en onderwatercamera's in en zoefden
naar het wrak. De roestige boeg van het wrak van de afgebrande
veerboot (1970) steekt dreigend boven het water uit. Het zicht
is niet optimaal, door de wind en golven dwarrelt er veel in het
water en wordt het zicht ook bemoeilijkt door dichte scholen van
kleine visjes. Toch krijgen we een aardige indruk van de verwoestende
werking van vuur en water. Er blijkt naast het wrak nog een schip
te zijn afgezonken en zowaar er komen luchtbelletjes uit, een
teken dat er duikers binnenin bezig zijn. Inderdaad komen later
twee jongens boven met touw en hamer, kennelijk moest er een souvenier
mee naar boven.

In
de namiddag anker op en met oost 5, dus pal tegen, naar Isla
Coche, een dikke tien mijl verder. Door het kruisen kreeg
je niet het gevoel op te schieten en pas na zonsondergang arriveerden
we op de ankerplek in de baai bij het resort. Van verre herkenden
we de Thetis en zagen dat Dries en Else in hun dinghy stapten en
naar ons toe kwamen. Eenmaal op gelijke hoogte bleek echter dat
hun motortje het niet deed en dat ze snel afdreven! Een oplettende
Fransman zag het en haalde ze op. 's Avonds vertelden we over onze
avonturen in de Golf van Cariaco onder het genot van een wijntje,
de volgende ochtend hielpen we met de reparatie van het motertje:
kapotte breekpen. En passant moest nog een in het water gevallen
onderdeel worden opgedoken voor alles weer in orde was. Voor de
zondagsdrukte op en om het strand hadden we weinig aandacht, temeer
daar de nachtelijke muziek enkelen uit de slaap had gehouden.
De laatste etappe
naar Porlamar ging weer tegen de wind in (E 4)
onder ideale omstandigheden. De genua hoefde net niet te worden
ingerold hoewel het even tot 24 knopen schijnbare wind kwam. Onderweg
kwam nog een nieuwsgierige vissersboot in de buurt waar we iets
voor moesten uitwijken. Voor de kust draaiden we de genua in voor
we de laatste slagen maakten en direkt daarop zagen we ons totaal
onverwacht afkoersen op een wrak half boven water: zowel de elektronische
als de papieren kaart waren niet op de hoogte! Even verder op
stak nog een stuk mast boven water, idem. Op de ankerplaats in
de baai bij Porlamar was het druk maar een plekje waar de wifi
kon worden ontvangen bleek nog wel mogelijk al dacht een Amerikaanse
achterbuurman daar anders over. Steve van de catamaran Popeya
was veel positiever en kwam zelfs even later langs om de eerder
beloofde CD's met een visprogramma te brengen. 's Avonds voor
het afscheidsdiner naar de marina waar het druk was op het terras
met vooral Venezolanen. De sfeervolle live-muziek was gezellig
maar niet indrukwekkend. Weer aan boord de wifi-ontvangst geprobeerd,
deze was slecht maar afdoende om 64 emailtjes met horten en stoten
binnen te halen. Grappig dat er toch weer een aanvrage bij was
voor een zeilweekend wadden!
Het
werd tijd om Margarita zelf te bekijken: met een grote (oude)
jeep taxi eerst naar de hoofdstad, Asunción.
Het bleek veel weg te hebben van een slaapstadje nu we het bruisend
geweld van Porlamar gezien hebben. We lunchten er eenvoudig na
een vergeefs bezoek aan banken te hebben gemaakt om in het bezit
van wat meer Bolivars te komen. Een paar mooie plekken op en om
het plein van Bolivar (elke stad heeft een Bolivarplein), een
kerk, een souvenierwinkelgalerij en een museum. Boven de stad
een oud fort in prima gerestaureerde staat. Het uitzicht was schitterend,
je zag de zee aan de westkant bij het vissersstadje Juangriego.
De taxi bracht ons daar en we konden er even rondkijken en het
schitterende witte kerkje bewonderen. De kade was volgebouwd met
schoenen- en badkleding zaken. Dit paste aardig bij een vakantiecentrum
met strand en het zal er in de vakanties ongetwijfeld erg druk
zijn..

lunch
in Asención

fort
Asunción


uitzichten
en kerk Juangriego
Over
de kustweg omhoog naar een volgend fort met dit keer een schitterend
uitzicht over de baai, het stadje en het binnenland met hotels
aan het water. Meer naar het noorden kwamen we langs een baai
vol vissersboten voor we bij de oostkust kwamen. Hier is het mooiste
strand van Margarita en dus vol met hotels en dergelijke. We kwamen
op tijd terug bij de Zeevonk om de bagage op te halen en met dezelfde
taxi naar het vliegveld af te reizen.
laatste
wijziging:
13/01/06
|