Reis
naar de zon deel 29
Blanquilla-Los
Roques-Les Aves-Bonaire
eind
augustus-half sept 2005
Vertrek
uit Porlamar
De
dag voor vertrek moesten we afscheid nemen van de vele vrienden,
geleende spullen terugbrengen en -halen, uitklaren, de Zeevonk
zeilklaar maken. 's Avonds waren we uitgenodigd voor het
diner op de "One way wind" van Gerard en Gina,
'dan hadden we geen afwas'. Eva kwam daar nog de geleende
muziek terugbrengen. Na het verrukkelijke veel gangen diner
met vers gefrituurde frites (hoezo zeilen primitief?) zochten
we de Zeevonk op na nog eenmaal de lichten van Porlamar
te hebben aanschouwd.
De
volgende ochtend kwam de dieselboot op afspraak om even
over vijven en met alle tanks vol ging om 6 uur het anker
op en tuften we dwars door het veld van schepen langs de
Albatros waar Eva aan dek ons uitzwaaide. De zon kwam op
en van verre zag je de mensen over de kustweg lopen, zich
afvragend waar ik bleef? Geen lopen meer, geen wifi, geen
internet, geen boodschappen met de bus of taxi, geen radionet
op de marifoon, geen druk dinghie verkeer om je heen, geen
bezoekjes over en weer. Waarom gaan we hier weg?
Met
motorhulp naar de zuidoostpunt van Margarita. Wind E 2-3,
golfhoogte minder dan 1 m. Langs de oostkust metzijn befaamde
stranden omhoog. De wind viel weg en de zeilen omlaag vanwege
het geklapper. Toen eindelijk de wind terugkwam kon de halfwinder
omhoog. Na nog een paar maal motoren omdat de snelheid onder
de 4 knopen kwam zette de wind door tot zo'n 15 knopen en
waren we vlak voor zonsondergang in het zuidelijke baaitje
van Blanquilla. We waren de enige. De plek was niet ideaal
vanwege deining (SE wind) en een generator bovenwinds. De
elektronische kaart plaatste ons een kwart mijl naar het
SE. Gevaarlijk als je in het donker zou binnenlopen! De
ti-punch smaakte voortreffelijk en al snel na het diner
doken we vermoeid maar tevreden de kooi in.
Blanquilla
In
de vroege ochtend zagen we een enkeling bij het generatorgebouw,
de rest van de gebouwen was verlaten. Het strandje lag er
uitnodigend bij, er stond zelfs een groot bord op met de
naam. Het geheel was duidelijk een militaire basis en zonder
eerst de wal op te gaan zeilden we op de genua naar de westkant
waar prima ankerplaatsen zouden zijn. We passeerden enkele
rotspunten dichterbij dan de elektronische kaart aanwees.
Bij het strand met de palmbomen lagen acht jachten, even
verder bij de ruines lag niemand en wij daar voor anker.
Schitterende plek met eigen strand, lagune, palmboom en
een altaartje. Als eerste pasten we de gps aan met de kaart
zodat de positie op de kaart klopte met de werkelijkheid.
Op het strand een vervallen vissersonderkomen, om ons heen
koraal. Joke als eerste te water met camera, eindelijk konden
we weer snorkelen. In de namiddag kwamen enkele kleine vissersbootjes
bij ons liggen, ieder met drie man aan boord. Zij kwamen
duidelijk overnachten maar eerst verwenden ze ons met de
lucht van gebakken vis. Geen kontakt met ze gehad, wij hadden
Indiase kip op het menu.

Nadat
ze 's morgens waren vertrokken werd het tijd om het eiland
te verkennen. Gewapend met fototoestel, de koffie en een
handdoek naar de vervallen vissershut toe. Op het strand
tientallen gaten met hier en daar een zich snel verschuilende
strandkrab. Tussen de giftige machineel bomen liggen groene
vruchtjes waartussen zwarte hagedissen wegschieten. De lagune
heeft een rosepaarse rand met zoutkristallen, kennelijk
stroomt hij bij storm vol waarna het water verdampt. Ook
liggen er uitwerpselen van waarschijnlijk ezels, we hebben
ze echter niet gehoord of gezien. Een met stenen afgebakend
pad voert naar het altaar en de twee ruïnes. Het altaar
is nog in gebruik, maar door wie?
Snorkelen
Een
paar maal daags gewapend met camera de omgeving onder water
verkennen levert prachtige beelden die niet makkelijk zijn
vast te leggen. Gelukkig kan je met een digitale camera
maar raak schieten en later achter je computer de mislukte
opnamen zonder pijn verwijderen. Het blijkt hier fantastisch
te snorkelen: vele soorten koraal, grillige bodem en veel
vis, groot en klein. Die ene schitterende grote Queen Angelfish
liet zich niet fotograferen. Af en toe benam een wolk ansjovis
het zicht, toch viel de barracuda eronder direkt op. Joke
zag weer nieuwe soorten en zit met boek achter de computer
om de namen van de vissen te achterhalen: honeycomb cowfish,
sunshinefish, glassy sweeper, spotted soapfish, orange spotted
filefish om een paar te noemen. Wij heeft ze in zijn aquarium?
Bij ons zitten ze gewoon in het zwembad!
Sterrenhemel
Nu
het nagenoeg nieuwe maan is denk je dat de nacht aardedonker
is. Klopt in zekere zin, ook omdat er op het land geen lichtje
te zien is. Het eerste wat je ziet aan de westelijke sterrenhemel
zijn Jupiter en Venus die vlak boven elkaar staan. Naarmate
de duisternis toeneemt verschijnen de sterren... en de melkweg
in volle glorie. Een schitterend gezicht zoveel sterren,
wat is het heelal dan oneindig groot. De stilte om je heen
geeft een extra tintje aan dit indrukwekkende schouwspel.
Meteen achter de laptop om met hulp van een sterrenprogramma
de hemel te verkennen: veel te moeilijk met zoveel sterren!
Vissers
De
vissers weten precies waar de rustigste plekken zijn en
ja hoor, daar komen weer vlak voor zonsondergang een drietal
bootjes aan. Ze ankeren vlakbij het strand en even later
worden onze reukorganen gestreeld door de lucht van vers
gebakken vis. Een uurtje later gaat het licht uit en vouwen
de drie heren zich rond de bun onder het vaste afdak. De
volgende ochtend zijn ze voor zevenen weer vertrokken. Onduidelijk
is hoe ze vissen, waarop ze vissen en waar de vangst naartoe
gaat.
Vandaag
kwam er een grotere vissersboot vlak achter ons liggen.
De hoofdmotor lieten ze nog uren lopen. Behalve zwaaien
geen kontakt. Vier man aan boord waarvan twee wegvoeren
met de bijboot en een uur later weer terugkwamen. Weer later
ging de motor uit en bleven ze aan dek knikkebollen. Nachtvissers?
De
Angelique weer in zicht
At
en Dia kwamen in de loop van de volgende ochtend om de hoek
en stevenden recht op ons af: anker omlaag en herenigd!
Het weerzien (na 2 dagen) vierden we met koffie en chocoladekoekjes.
Een van de vissers kwam bij hun langs om twee batterijen
doch bood (nog) geen vis als ruilmiddel. Veel later kwam
hij weer maar nu met een barracuda voor een fles cola. Wetende
dat deze vissen niet te versmaden zijn was de koop snel
gesloten. Tegen de avond, terwijl wij in de kuip aan het
borrelen waren, kwamen achter elkaar kleine vissersbootjes
hun lading lossen bij de grote die naast ons lag. We kregen
zo aardig inzicht in wat er werd gevangen. Joke ook met
een fles cola erheen voor een barracuda. Het bleek dat ze
werkten met een lijn met levend aas aan de haken. De vissen
werden gewogen en genoteerd, het was net een varende mini-visafslag.
Na onze trekzakmuziek en zang demonstreerde Ad hoe je zo'n
vis moet fileren en het lag voor de hand dat we hem met
zijn vieren soldaat zouden maken. Een fles witte wijn, groene
groente cristophene en aardappelpuree met gegrilde barracuda.
Een blauwe gelei (berry bleu) als toetje, en dat allemaal
op een onbewoond eiland!
Elke
keer leverde het snorkelen weer nieuwe vissen op. Wat te
zeggen van een midnight parrotfish van dik 50 cm of een
honeycomb cowfish die doorschijnend lichtblauw verkleurt
als hij achterna wordt gezeten. Ook opvallend zijn de wolken
kleine visjes van een cm of vier, waarschijnlijk sardientjes.
Ze gaan keurig voor je opzij maar benemen wel je uitzicht
naar beneden of naar voren. De bemanningen van de zeilboten
liggend op de grote ankerplaats met de twee palmbomen komen
stuk voor stuk met de dinghy naar 'ons' rifje om te snorkelen.
Het is dan ook niet verbazend dat Joke een licht verbrande
rug er aan overhoudt na weer een snorkelsessie van dik een
uur en pas weer boven komt als de akku van haar camera leeg
is.
Eén
jaar onderweg
Dan
is het 4 september, de dag van vertrek uit Harlingen. We
vertelden At en Dia eerder dat we er een feestdag van zouden
maken en tijdens de koffie na het snorkelen bij hun aan
boord begonnen At zijn ogen te glinsteren. Dia zei nog:
"nu nog niet", maar daar kwam At met een fles
champagne!!! Een fantastisch cadeau. Wat hebben we genoten,
geen wonder dat het koffiedrinken uitliep tot zonsondergang.

Het
jaar is omgevlogen en toch is het erg lang geleden dat we
losmaakten van de "klipper Anna". We hebben sindsdien
ontstellend veel meegemaakt, gezien, mensen ontmoet en in
een totaal andere wereld geleefd dan we gewend waren. Door
het ontbreken van de jaargetijden is het nog steeds zomer.
Op onze nieuwsbrief speciaal voor deze gelegenheid kregen
we al direkt fijne reakties. Dan is Nederland toch weer
even heel dichtbij. Natuurlijk bekeken we de dvd van het
afscheid (Michiel, Vlieland) en draaiden we de cd "The
Game of Change" van Nanne en Ankie. We vonden trouwens
dat At en Dia daar ook wel recht op hadden.
Vertrek
naar Los Roques
Tijd
om de oversteek naar Los Roques (114 mijl) te maken. Los
Roques is een eilandengroep voor een deel omzoomd door riffen,
een fantastisch beschut zeilgebied van 25x15 mijl met onbewoonde
eilanden met schitterende baaitjes en spierwitte stranden.
Als Friesland te vol wordt... Het is een nationaal park
en volgens de pilots moet je voor een maximaal verblijf
van twee weken voor ons schip met twee personen ongeveer
$100 betalen. Iedereen heeft zo zijn trucs om deze fee te
omzeilen - tenslotte ben je goed in zeilen - en is dus "in
transit", onderweg naar Bonaire. Wij anker op om half
vijf uur 's middags om tegen het middaguur in Los Roques
aan te komen. Je kunt dan bij een hoogstaande zon het beste
de riffen zien waar je tussendoor moet.
Helaas,
nagenoeg geen wind dus eerst een stukje motoren. Al snel
viel de duisternis in en liet een ijselijk dun nieuw maantje
zich zien, samen met Jupiter en de zeer heldere Venus die
nog steeds gebroederlijk naast elkaar staan. We zagen wat
lichten, op de radar zaten ze op 9 mijl en we hoorden de
conversatie tussen vissers en een vrachtschip. Ze vroegen
wat voor vracht hij had. Het klonk een beetje van heb je
wat voor ons. Net zo als de vissers die ons elke dag een
barracuda of stukken tonijn aanboden in ruil voor een fles
rum of een fles cola. We hielden ons toplicht uit, wetende
dat ze geen radar hadden om ons te zien. Als dieven in de
nacht zeilden we verder. Middernacht passeerde een vissersboot
met veel lichten en even later een vrachtschip op een mijl
of vier. Voor het vrachtschip deden we ons driekleurenlicht
aan. Het water werd verlicht door de melkweg, de zeer heldere
roodoranje planeet Mars pronkte hoog aan de nachtelijke
hemel. Er was - hoe kan het anders - wat zeevonk te zien,
maar helaas geen sprankelende kielzoggen. We voeren met
uitgeboomde genua bak en het grootzeil vast met de bulletalie.
Windkracht 3-4 pal achter. De snelheid was niet veel groter
dan 6 knopen. Om ons heen onweersbuien in de verte. Een
mijl of tien voor ons de "Angelique" die we langzaam
inliepen. In de vroege ochtend werden we ingehaald door
een klein containerschip, de "Holland Batave Maas"
uit Harlingen(!). At vroeg om een weerbericht en werd tot
zijn verbazing in het Nederlands te woord gestaan. We voeren
onder het verboden eiland Orchilla (militair gebied) door
en niet lang daarna kwamen Los Roques in het zicht. Met
een klein buitje naast ons liftten we een stukje mee, zodat
we de "Angelique" tot 1,5 mijl naderden. Intussen
hadden we genua en grootzeil al geruild voor de halfwinder,
dit vanwege winddraaingen. Het vuurtorentje op de zuidoostpunt
was goed herkenbaar, daar was de ingang van het rif. Het
wrak van de trawler hoog op het rif was een duidelijke waarschuwing.
De kleuren van het water werden met de minuut mooier en
varieerden van diepblauw tot heel licht blauwgroen. Op het
rif was een zandplaat met heuse parasols, een paar bootjes
en wat mensen, waarvandaan mag Joost weten. Wel heel idyllisch
in deze verlaten hoek. Op de ankerplek achter het beboste
eilandje op het rif lag welgeteld ëën jacht. Wij
op respectabele afstand ook het anker uit in 11 meter diep
water.
Met
de koeltas met chocoladeijs en bier naar At en Dia om deze
prachtige overtocht (verder dan IJmuiden-Lowestoft) te vieren.
Vlak voor het donker werd kwam nog een catamaran aanvaren,
de kleurverschillen in het water waren bijna niet meer te
zien, een gevaarlijke situatie.

Op
verkenning naar het eiland. Het wrak van de trawler lag
een stuk naar het noorden, te ver weg om daar op onderzoek
te gaan. We kwamen bij een paar ministranden bezaaid met
prachtige schelpen en natuurlijk het onvermijdelijke afval:
plastic flessen, een dikke scheepstros en zowaar een trapper
van een fiets. Interessanter waren de bamboepalen van 3
m en ruim 7 m. Misschien geschikt als spinnakerboom? Een
paar kleine gele vogeltjes kwamen nieuwsgierig kijken, in
de lucht verder een paar zwaluwen en kleine sterns. Onder
de mangrove stond een soort reiger te vissen. Voor snorkelen
zagen we geen geschikte plek.
Vroeg
in de middag anker op, althans dat dachten we. Ankerlier
en ketting kwamen luid knarsend tot stiltstand en wat we
deden, de ketting zat moervast. Te water met de snorkelset
en ja hoor, de ketting was onder een koraalblok terecht
gekomen, hij zat er schuin onder. Even vieren en naar stuurboord
varen en hij was los. Op een 3/4 genua met 6 knopen langs
het middenrif(!) tot het vijfde eilandje aan bakboord. Daar
op de motor haaks naar stuurboord bijna zigzaggend tussen
de koraalbanken door richting zee. Voor anker in 15 m diep
water in een prachtig door het buitenrif beschermde kom.
Buiten in de branding een door midden gebroken wrak. Vlakbij
een bijna ronde kom waar het excellent snorkelen zou zijn.
Het water bleek er glashelder en de eerste die we tegenkwamen
was een barracuda van ruim een meter die zich waarschijnlijk
afvroeg wat wij kwamen doen in zijn territorium.

In
de nacht woei het flink, zo tussen de 15 en 20 knopen. In
ons kommetje achter het rif waar de branding op stond bleef
het rustig. Stel je voor dat je in de stikdonkere nacht
tussen de riffen moet varen om een betere plek te zoeken.
De wind had ook een voordeel: voor het eerst konden onze
windmolens de accu's vol laden, een ongekende luxe. Al snel
werden in de ochtendzon de riffen door hun lichtgroene kleuren
zichtbaar en gingen wij weer met camera, duikbril en snorkel
op pad om de onderwaterwereld te verkennen.
El
Gran Roque
Vroeg
in de middag rolden we de genua uit en koersten we tussen
de riffen door naar El Gran Roque, het hoofdeiland van Los
Roques met het enige dorpje en een airstrip. We wisten niet
wat we zagen toen we dichterbij kwamen: de oever bij het
dorp was bezaaid met motorbootjes, er lagen drie grote chartercatamarans
aan moorings, een paar vissersboten en wat Venezolaanse
zeiljachten. We waren de enige buitenlanders. Langs de oever,
bestaande uit een mooi breed strand allerlei huizen, het
gebouw van de kustwacht, een duikschool en een soort tankstation.
We ankerden tegen vieren in glashelder, drie meter diep
water en vonden het geschikter om een biertje te nuttigen
om deze terugkeer in de bewoonde wereld te vieren dan om
meteen de kustwacht (Guardacosta), Guardia Nacional, Inparques
en Autoridad Unica te bezoeken. De laastste hoeft niet als
je 'in transit' bent. Overal aktiviteiten met bootjes om
ons heen en ook het luchtruim kende enige drukte: het ene
vliegtuig was nog niet gestart of de volgende kwam er al
aan. Kennelijk moest al het luchtverkeer voor het donker
zijn afgehandeld. Ook een oude Dakota was nog van de partij,
zo'n toestel waarmee al voor de W.O.II werd gevlogen. Een
andere bijzonderheid was dat er een wifi-station in de lucht
was met een sterk signaal. Helaas konden we geen kontakt
krijgen.
Tegen
zessen trokken we voor het eerst sinds dagen ons waltenue
aan. We trokken de rubberboot op het strand, hij lag daar
tussen moderne grote rubberboten met meestal twee grote
motoren. Logisch dat hij hier niet werd gestolen. De straten
zijn van merendeel onverhard zand er er bleek een heus dorp
met zijstraten, steegjes en pleinen achter het strand te
liggen. De huizen zagen er tamelijk welvarend uit met versieringen
op de gevel, dakterrassen, grote binnenplaatsen. In tegenstelling
tot wat de gids (1997) meldt zien we tientallen herbergen
(posada's) en restaurants. Het is trouwens feest op het
eiland, gisteren werden de drie maagden binnengehaald en
het grote plein - met buste van vrijheidsheld Simon Bolivar
- was omgetoverd tot een openlucht dancing. We zijn er niet
achter gekomen of de grootte van de boxen evenredig of omgekeerd
evenredig met de kwaliteit van de muziek was. Overal vlaggetjes
en wit/roze/blauwe balonnen over de straten en hier en daar
een soort altaartje voor een huis. Ook werden we op onregelmatige
tijden opgeschrikt door harde knallen, we dachten eerst
dat het was om de vogels op het vliegveld te verjagen maar
het ging gewoon door in het donker. De verkeerstoren op
het vliegveld bestond uit een soort container en stond op
een truck en werd hydraulisch een aantal meters omhoog gebracht.
Trouwens, dit was de enige echte auto die we zagen. Wel
waren er enkele golfkarrretjes, wat aanhangers en zagen
we de jeugd op crossfietsen. De hoofdstraat was "opgebroken",
op regelmatige afstanden was een put geplaatst waarvan de
deksel hoger leek dan het zand van de straat. Hopenlijk
niet een voorteken van asfaltering ofzo. Hier en daar zaten
groepen mensen voor hun huizen en speelden kinderen op straat,
natuurlijk bezig met de nationale sport honkbal.
Wij
zagen iets heel bijzonders door de openstaande deuren van
een bar/restaurant: zitzakken op het strand! Wat is er komfortabeler
dan te zitten op iets dat precies de vorm van je rug aanneemt?
De vruchtendranken van de dames en de biertjes van de heren
smaakten dan ook voortreffelijk! Het leek een heerlijke
plek voor pasgehuwden vond At. Twee dames die opstapten
zeiden "dag" in het voorbijgaan, ze hadden al
gemerkt dat we Nederlanders waren. Marije en Charlotte waren
die dag net geslaagd voor hun Padi Scuba Diver, je mag daarmee
onder begeleiding van een Padi porfessional tot 12 m duiken.
Ze waren met de duikboot achter ons langs gevaren en hadden
de Nederlandse vlaggen gezien, ze wisten dus dat er Nederlanders
in het dorp rondliepen. En wij denken dat we de enige buitenlanders
waren... Ze waren ook al boven de 5000 m in de Andes geweest
- vervoer met bus en paard - en hadden de Angel Falls bezocht.
Het staat wel op ons verlanglijstje... We nodigden ze uit
voor de koffie aan boord en een zeiltochtje naar Sarqui
en Espenqui. Terug zouden ze dan met een van de vele watertaxi's
moeten want wij gaan verder naar het westen richting Los
Aves en Bonaire.
Het
werd tijd voor het diner. Op de Plaza Bolivar werd het al
drukker en was de muziek nog steeds niet live hoewel er
wel tien microfoons op het podium stonden. Nog erg veel
kleine kinderen op straat. De temperatuur was heerlijk met
een licht briesje dat voor voldoende afkoeling zorgde. Kortom
de sfeer in het dorp was buitengewoon, nog nooit zoiets
moois en boeiends meegemaakt. Het restaurant waar we op
het terrasje neerstreken bleek van een Italiaan. Hij had
maar een soort rode en een soort witte wijn ($15 per fles)
en serveerde pasta met vis in wijnsaus en rozemarijn. De
prijzen bleken op een veel hoger niveau - meer dan dubbel
- dan we in Porlamar waren gewend, het werd bijna afwassen.
De wijn, de muziek, de baño met een boom in het midden
en de sfeer op straat waren van een dusdanig gehalte dat
je je in een andere wereld waande. Wat een genot!
Joke
ging allereerst de wal op voor een bezoek aan de verschillende
instanties die ons zo graag in hun grote boek schrijven.
Computers zijn nog uit den boze. Het duurde lang voor Joke
terugkwam, een van de instanties had moeilijk gedaan, waarschijnlijk
puur uit onwetendheid want binnen 48 uur van Margarita naar
Bonaire varen is niet gebruikelijk, zeker als in Margarita
bij het uitklaren wordt verteld dat je er 14 dagen over
mag doen. Marije en Charlotte stonden op de afgesproken
tijd op de steiger van de duikschool met een zak lekkers
voor bij de koffie. Ze hadden vreselijk veel zin in zeilen,
bleken beiden ervaring te hebben: Marije zeilde van Nederland
naar Gibraltar en van daar de hele Middellandse Zee over
naar Turkije, Charlotte zeilde door heel Friesland met als
uitvalsbasis Grou waar haar familie een huis heeft waar
ze zelfs een jaar heeft gewoond, schuin tegenover onze Johanna
Hendrika!
Eerst
wilden we het dorp nog even bij daglicht zien en een bezoek
brengen aan het internetcafé. Er was zelfs Wifi beschikbaar
al bleek het soms erg traag.
Espenqui
Na
een korte instruktie en een blik op de elektronische kaart
haalden we het anker omhoog en zeilden we met een bakstagwindje
ESE 4 naar het westen op de genua, doel: Espenqui en Sarqui
waar een prachtige lagune zou zijn. Onderweg passeerden
we riffen, herkenbaar aan de heel lichte kleur met iets
donkers - koraal - dat soms boven water uitstak. Ineens
zaten we midden in een grote school geelblauw gestreepte
grunts van 25-30 cm. Waarom ze aan de oppervlakte kwamen
bleef onduidelijk. Weer later kwamen wolken minivisjes uit
het water, die werden waarschijnlijk achterna gezeten. De
dolfijnen die hier ook zouden zitten lieten zich niet zien.
Ook de vislijnen van Joke bleven leeg. Het zeilen op zich
ging heerlijk al was het even slikken dat een monohull op
de genua voor de wind sneller was dan wij. We draaiden om
het eiland en vlak voor de ingang van de lagune, te herkennen
aan de iets donkerder kleur gingen we voorzichtig verder
op de motoren, de minst geloodde diepte was 2.20 m zodat
we zonder problemen naar binnen voeren. Tijd voor een welverdiend
drankje op het voordek. Helaas, de tijd haalde ons in: om
half vijf zou een taxibootje onze gasten ophalen van het
strandje, we hadden nog vijf minuten om er te komen. De
buitenboordmotor die 's morgens wat haperde begreep het
belang en zonder een misslag scheurden we naar het strand
waar de taxi aan het vertrekken was. Een moderne vrouw kan
fluiten als eenbouwvakker en verschrikt kwam de taxichauffeur
weer terug: gelukt! Door tijdgebrek bleef het gastenboek
oningevuld maar ze beloofden te emailen.

Cayo
de Aqua
Nog
voor zonsopkomst zwommen we naar het strand om daar weer
onze looptraining op te pakken. Overal vluchtende strandkrabben,
een paar ongeruste pelikanen en wat sterns. Op het strand
veel aangespoeld hertshoorn koraal en grote schelpen. Dit
was genieten. Tegen het middaguur vertrokken we naar het
volgende en laatste eiland van Los Roques: Cayo de Agua
waar je drinkwater kan vinden waar vroeger al de Amerindianen
van wisten. Samen met een paar eilanden vormt het een grote
ronde baai en heeft het een prima beschutte ankerplaats.
We zagen al van verre een tiental masten: we kwamen weer
onder de mensen. We zaten koud aan het bier toen een Amerikaan
langs kwam om te vragen of wij een 6 mm tap hadden. Ook
zagen we en paar maal een schildpad om zich heen kijken.

Het
ochtendloopje was hier interessant: Een lang strand maakte
het mogelijk om via een soort verbindingszandbank West Cay
- het eiland met de vuurtoren - te bereiken. Daar bleken
vele kleine sterns en boobies te wonen die wat onrustig
van je aanwezigheid werden. Joke verzorgde een gezamenlijk
zondagsontbijt met gebakken eieren en spek, (At had al enkele
keren gezegd dat hij dat zo miste op zondag) müesli
en vruchtensap en na de koffie gingen we de wal op om aan
de zuidoever te snorkelen. Dat bleek niet eenvoudig: eerst
door gras met venijnige stekelbolletjes, dan ondiep water
met stenen en koraal doorwaden voor we op de snorkelplek
aankwamen. Het water was glashelder, de vissen groter dan
anders waren minder schuw. Dit was hoe we ons het duiken
bij Bonaire herinnerden! Bij terugkomst bleek een taxibootje
met een achttal mensen te zijn gearriveerd. De kleurige
parasols met daaronder ligstoelen en koelboxen waren al
geïnstalleerd. Wat een lol om bij de middaghitte op
een ver verlaten strand te bivakkeren. Een stel ging wat
afzijdig zitten en ging uit de kleren: nog meer naturisme
op Cayo de Aqua! Om half drie vertrokken ze weer...



Tijd
om het binnenrif te bezoeken. De rubberboot geankerd en
wij te water. Een fantastisch schouwspel: glashelder water
met enorme koraalformaties met daartussen veel soorten en
vooral grote vissen. Spaanse makreel, puddingwife, queen
triggerfish en de kampioen: een midnight parrotfish van
ruim 70 cm, een donkerblauwe kanjer met een opvallende tekening
om de bek.

De
witte sterns om ons heen worden van onderen door het reflekterende
licht van het water voorzien van een blauwgroene kleur.
De pelikanen zijn hier mooi bruin in de hals, de boobies
lijken ook feller van kleur. Bij het binnenrif zie je ze
tegen de avond alsmaar duiken voor een laatste maal voor
de duisternis invalt. Dan zie je ook dinghies met een vislijn
rondvaren. Tegen het donker is de ideale tijd om te proberen
een vis te verschalken.
Historische
drinkwatergaten
De
volgende morgen vroeg op pad gewapend met camera om de drinkwatergaten
te vinden. Eerst naar de eenzame palmboom op de duintop
voor het uitzicht rondom. Achter het duin bleek een ondiep
meer te liggen. Er stonden verschillende waadvogels, ondermeer
een kleine reigersoort met groene poten, een ralreiger?
Afdalend door het tropische helmgras leverde een serie klitten
met scherpe stekeltjess in mijn voeten op, behoorlijk pijnlijk.
Ze waren moeilijk te verwijderen. Bij de oever van het meer
waren gaten in de grond lijkend op konijnenholen. Geen sporen
van konijnen te zien dus moeten dit de watergaten zijn waar
de Amerianen hun drinkwater betrokken. Het water stond erg
laag. Aan de westzijde van het eiland waren een paar intieme
strandjes en een soort dammen van dood koraal. De natuur
wordt hier niet door mensenhanden beïnvloed dus door
golven opgeworpen. Binnendijks een groenstrookje waar boobies
zaten te broeden. Aan het strand aan de oostkant een aantal
versteende lagen niet lijkend op koraal. Al met al een schitterende
wandeling over een prachtig mini-eiland.





Zeven
vrolijke dames
Een
groot Venezolaans motorjacht de "Destiny III"
naast ons had een bijzondere bemanning: drie mannen in identieke
bootkledij en zeven jonge vrouwen gehuld in bikini. Uit
het gedrag viel op te maken dat de mannen een ondergeschikte
rol hadden. Zij zorgden voor het transport van en naar het
strand, verplaatsten een anker en deden waarschijnlijk wat
onderhoud en het bereiden van de hapjes, drankjes en maaltijden.
Bij het passeren werd uitbundig naar ons gezwaaid en volgens
At maakten ze ook foto's van naturisten in hun buurt. Wij
gissen: hadden ze het jacht een weekend van pa te leen,
hadden ze het gewoon gehuurd, was de dochter van Chavez
met haar vriendinnen op stap?
Op
naar Ave de Barlevento
Ons
volgende doel waren de oostelijke Aves eilanden, onbewoond
door mensen maar overbevolkt door vogels. De wind ESE 5-6
pal achter, flinke golven en een heldere lucht maakten het
leven van een zeiler tot een groot genoegen. Soms een beetje
surfend kwamen we tot een hoogste snelheid van 12,7 knopen,
23,5 km/uur. In Nederland heb je voor snelheden >20 km/uur
een vaarbewijs nodig. Joke vond de halfwinder erbij niet
nodig... Barlevento kwam laat in het zicht, er zijn geen
bergen of hoge duinen, alleen mangrovebossen tot zo'n twintig
meter hoog. De golven beukten op de lage wal en zodra we
de westelijke punt met de vuurtoren rondden werd het rustig.
We ankerden in de eerste kom prachtig gelegen tussen een
strand, riffen en een mangrovebos vol met nesten van boobies,
o.a. de redfooted booby. De vogels op de nesten waren voornamelijk
wit en samen met hun fel oranje poten staken ze prachtig
af tegen het groen. Met de rubberboot op verkenning: ze
bleven rustig zitten hoewel een enkel dreigend mannetje
soms even kwam kijken. Het geluid van de vogels was nu ook
duidelijk, onderweg hoorde je ze zelden. Joke dacht eerst
zelfs dat het een buitenboordmotortje was maar er was verder
niemand te zien. Ook werd er aan nesten gebouwd en kwam
er een met een takje in zijn snavel voorbij. Wanneer is
hier eigenlijk het broedseizoen? Op deze plek was het snorkelen
minder indrukwekkend, maar ja we waren verwend. Een wandeling
over het strand naar de westpunt leverde mooie beelden:
de vuurtoren met de oude vuurtoren ernaast liggend, van
zijn sokkel gewaaid?





Verder
de overblijfselen van een stenen huisje, er stonden nog
drie muren en een opgelapt houten frame. Ervoor een altaar
met twee kruizen met inscripties: "QEPD" en "Eladio",
voor ons onbekende termen.
Kanonnen
De
kanonnen van een Frans schip achter het rif in het noorden
lieten we liggen voor de volgende keer. De kans dat er nu
nog goud is te vinden is voor ons minder ervaren duikers
te gering.
Aves
de Sotovento
De
volgende eilandengroep is de westelijke Aves, het laatste
tussenstation voor Bonaire. Wij koersten op de halfwinder
om de noord wetende dat daar veel baracuda's bij het rif
zitten. Vier lijnen uit en vlak na Barlevento waren er al
twee haken met een flinke ruk verdwenen, Joke zag nog wel
iets bruins... Laten At en Dia nu wel met één
lijn vlak voor de bestemming een baracuda van 70 cm vangen!
We ankerden achter het noordelijkste puntje, het vuurtoreneiland:
Saki saki. De vuurtoren deed het, had zelfs een zwaaiendelichtbundel.
Het bleek gevoed te worden door een zestal zonnepanelen
aan de voet op een rek met een losse kabel omhoog. (kan
dat ook in Nederland?) Onderweg passeerden we het wrak van
de gastanker die hoog en droog op het rif ligt. Deze eilandengroep
is Nederlands bezit geweest, van belang waren het drinkwater
dat hier vlak onder de oppervlakte zit en de guano, vogelpoep.
Hebben we het weggegeven of geruild?

Vissers
kwamen langs om te vragen of we batterijen voor ze hadden.
Ze wilden graag ruilen voor vis, in dit geval twee kreeften.
At en Dia waren de gelukkigen. Een bezoek aan het vuurtoreneiland
Saki Saki leverde op: erg droog, een groene duinvlakte voor
broedende vogels, kaktusveldjes, geen tekenen van bewoning,
alleen de vuurtoren met zijn zonnepanelen bewees dat er
mensen geweest waren. Het prachtige uitzicht naar het westen
vroeg om een groene flits maar de zon smoorde vroegtijdig.
Bonaire
Op
naar Bonaire, het dichtstbijzijnde Nederlandse eiland. De
wind was weer pal achter en voor ons voeren een Belg en
de Angelique. Snel de halfwinder omhoog om ze in te halen.
De genua bak met vaarboom (zo'n Friese die je op elke BM
tegenkomt!) tot de wind wat draaide en we de genua ruilden
voor het grootzeil. De halfwinder kreeg even te weinig lucht,
klapte een paar keer en scheurde vervolgens boven de scheur
die Joke op de oceaan had gerepareerd. Helaas. We kruisden
een beetje af hetgeen resulteerde in een afname van de achterstand.
Bij de vuurtoren van Bonaire voeren we vlak achter de Angelique,
deze had nog steeds de passaatzeilen en de bezaan staan.
Zodra we echter hoger aan de wind draaiden richting Kralendijk
voeren we in de eveneens toenemende wind (venturi effekt
net als bij de Canarische Eilanden?) gelijk 10 knopen en
raakte de Angelique zonder grootzeil snel achterop. De moorings
waren lang niet alle bezet, tegenover het visrestaurant
leek ons wel geschikt. Een Amerikaan met dinghy schoot ons
te hulp, niet realiserend dat wij met twee motoren perfekt
de kop op de wind kunnen houden. Waar we twee jaar geleden
nog op bezoek gingen bij Nederlanders met een jacht liggen
we nu zelf! Het cirkeltje is weer rond. De douane- en immigratieformaliteiten
verliepen zonder problemen, alleen met je rubberboot vastmaken
aan de pier voor de beroepsschepen was uit de boze kwam
in Boneriaan in uniform in het Nederlands op vriendelijke
doch besliste toon ons vertellen. Joke kocht en passant
het eerste verse fruit en om vijf uur waren we present voor
het happy hour bij de steiger van Karel. De rumcola etc.
smaakten best...
Duiken!
De
nacht verliep rumoerig want de dancing aan de boulevard
had gasten die niet van ophouden wilden weten. Ook waren
we nog niet echt gewend aan het gemoedelijke, vriendelijke
en beslist niet vervelende gedrag van de plaatselijke bevolking.
Je hoeft hier eigenlijk je rubberboot niet voor de nacht
op te takelen, wat een weelde. Tijd om aan duiken te gaan
denken. De eerste duik was achter de boot waar het koraal
prachtig bleek en de diepte snel toenam naarmate je verder
van de mooring kwam. Benieuwd hoe de andere 80 officiële
plekken er uit zien. De flessen lieten we vullen bij Great
Adventures juist ten noorden van de haveningang. Lionel
bleek een vriendelijke en behulpzame duikschoolpersoon en
vulde terwijl onze flessen in jaren niet geïnspekteerd
waren, een eis hier. Het werd een dagelijks terugkerend
ritueel en toen hij de flessen inspekteerde bleek de een
wat roestspikkels te hebben en de ander had zwarte aanslag,
derhalve niet goedgekeurd.
Schildpadden,
roggen en haaien
De
kleine witte haai die de buren met snorkelen zagen lijkt
onwaarschijnlijk. Roggen hebben we ook niet gezien maar
wel vrij kleine schildpadden die hier niet het vluchtgedrag
hebben wat we elders tegenkwamen.
Kralendijk
De
hoofdstad van bonaire is niet groot, wat wil je, het eiland
heeft maar 14.000 inwoners. De vrolijke kleuren van de geveltjes
zien er prachtig uit, zowel aan de boulevard als in de hoofdstraat.
De winkels zijn behoorlijk op touristen georiënteerd,
goud, dure horloges en duikspullen voorzien kennelijk in
een behoefte. Ook dit eiland wordt door cruiseschepen aangedaan,
zelfs door de Queen Mary 2 hebben we ons laten vertellen.
Avontuur
in de duisternis
We
waren koud aan boord van het happy hour (5-7) toen At op
kanaal 77 vroeg of we hem even wilden lostrekken: hij zat
vast bij de ingang van de haven bij van der Valk Plaza waar
ze vrienden zouden ophalen. We maakten de Zeevonk los van
de moorings en stoomden er naartoe, een detailkaart van
de haven hadden we niet maar de kust volgend kwam de haveningang
ten noorden van het vliegveld wel in het zicht. Er lagen
wat boeitjes waar we ternauwernood tussendoor konden en
ja daar lag de Angelique met de lampen aan, een anker naar
voren en twee trossen naar de kant. We meerden de Zeevonk
langszij (1.30 m water voor ons terwijl de A. 2 m nodig
heeft). Waarschijnlijk iets in de schroef dus te water met
lamp en ja hoor, een dikke lijn met een grote gescheurde
oranje boei/stootwil en een stuk ketting om de schroef.
Aan het geheel hingen twee emmers met beton als anker voor
de boei. Gewapend met duikmes bleek het touwwerk makkelijk
door te snijden, de boei te verwijderen en de ketting van
de schroef te draaien. Het geheel verdween in de donkere
diepte. At startte de motor, zette de schroef in het werk
en alles liep! Weer terug naar de moorings bij de boulevard
van Kralendijk. Laat At nog een fles champagne hebben staan
en daarmee zijn dankbaarheid graag willen tonen!