Reis
naar de zon deel 30
Curaçao
Bon Bini
22
september-8 oktober 2005
De
laatste etappe
We
lieten Bonaire met pijn in het hart achter ons. De weergoden
deden ook een duit in het zakje: een zware bui gepaard met donderslagen
geselde de baai van Bonaire waar we een half uur eerder vertrokken.
Het duurde even voor we wind kregen. Deze kwam voor de afwisseling
uit het zuiden. Door de hurricane aktiviteit in het noorden,
"Rita" neemt nog steeds in kracht toe en is al categorie
5 en de derde zwaarste ooit, zou hier de wind 'op' zijn volgens
de experts. Na enkele uren zakte de wind in en moest een van
de motoren het werk overnemen. De zee was glad, dolfijnen of
schildpadden lieten zich niet zien, alleen uit het water springende
vliegende vissen vergezelden ons om na een tiental meters toch
weer het water in te duiken. De vislijnen bleven onberoerd.
De Tafelberg (380 m) en andere bergen kwamen als eerste boven
de horizon, gevolgd door de vuurtoren van Klein Curaçao
aan bakboord. De kust van Curaçao is ruig met lagunes
en opvallend is dat er geen huizen te zien zijn. Ineens een
zoevend geluid boven ons: een helicopter van de kustwacht maakte
op zo'n 20 m hoogte een rondje om ons. Heet dat verwelkomen,
is het onnodig machtsvertoon of serieus in kaart brengen van
de schepen die in de wateren van Curaçao varen, dit in
verband met de nogal intensieve drugssmokkel uit Venezuela?
Het
Spaanse Water
De
verborgen ingang van het Spaanse Water was al op afstand makkelijk
te vinden: er voeren vissersbootjes in en uit. We volgden een
motorcat die vlak voor ons naar binnen schoot, zich weinig aantrekkend
van de snelheidsbeperking van 10 km/uur. De boeien op onze kaart
waren voor zeker een kwart aanwezig en zonder kleerscheuren
bereikten we de ankerplek waar - natuurlijk - vele bekende schepen
lagen. Tegen vijven, terwijl met een glas ti-punch onze aankomst
op het voordek vierden, zagen we tientallen dinghies om een
hoek verdwijnen. Wat gebeurt daar? Wij ook die kant op en ja
hoor, een terras op en aan het water gevuld met yachties. We
ontmoetten er vele bekenden.
Thuisbasis
Curaçao
Tot
het einde van het hurricaneseizoen is Curaçao Bon Bini
onze thuisbasis. Benieuw wat het ons zal brengen. Het is ook
het verste punt van onze reis. Wij hebben niet de behoefte de
wereld rond te zeilen mede denkend aan onze bereikbaarheid voor
onze vrienden en toekomstige gasten. We blijven dus in de Carieb
waar de zon altijd schijnt, de mensen altijd opgewekt zijn,
de tropische natuur heel rijk is, het glasheldere turkooise
water een schitterende onderwaterwereld verbergt.
Hevig
onweer
Het
weer is van slag hetgeen nog steeds wordt toegeschreven aan
de hurricane "Rita". Vroeg in de ochtend begon het
fors te flitsen en donderen en zag je de buien naderbij komen.
De eerste stortbuien daalden op ons neer en de tijd tussen flits
en klap werd wel erg kort. De computers en losse elektronica
de oven in die hiermee fungeerde als een soort kooi van Faraday.
Eén klap sloeg zeer nabij in: een Nederlander (liggend
150 m van ons af) vertelde ons later dat hij een kleine aftakking
van een flits bij hem de antenne in zag gaan, schade gelukkig
nihil. Het schijnt elk jaar een paar keer te gebeuren dat een
jacht vol geraakt wordt met als gevolg dat alle elektronica
kapot is. Het overkwam o.a. de Nederlandse jachten "Deneb"
en "Synergy".
Op
naar Willemstad
De
reguliere busdienst heeft haltes aan de westkant van de baai.
De dinghysteiger van restaurant "De Kleine Wereld"
zou perfekt zijn. En Nederlandse stagiaire, Daniëlle, wees
ons de weg. Al eerder waren we trouwens door een stagiair van
CIOS Heerenveen aangeschoten die hier werkte bij een zeilschool:
hij had ons nog in Harlingen zien liggen. Over kleine wereld
gesproken... Met een drankje op het schitterende terras overbrugden
we de wachttijd. Naar een bushalte lopend stopte een luxe auto
bestuurd door een Antilliaanse vrouw die het veel te heet vond
om te lopen: we mochten instappen en ze bracht ons rechtstreeks
naar het gebouw van de customs. We werden geholpen door een
allerbehulpzaamste Ixxx douane officier (een kolonel?) en vervolgens
met het pontje (de pontjesbrug is in reparatie) naar de immigratie
in Otrobanda aan de overkant van de St. Annabaai. Dit bleek
onvindbaar en in de namiddag met de bus terug.

Boodschappen
Elke
dag om tien uur vertrekt een luxe bus van de jachthaven die
de koopgrage yachties naar een grote supermarkt gekombineerd
met Budget Marine (de grote watersportwinkelketen in de Carieb)
brengt. Je krijgt een uur de tijd om te winkelen. Twee winkelwagens
bleken tenauwernood voldoende voor onze boodschappen voor zes
personen voor een aantal dagen. Het lukte! Bij terugkomst zaten
de eerste gasten al aan boord, gebracht door een vriendelijk
iemand van de zeilschool. De koelkast en de diepvries kwamen
tot aan de rand vol, dat was weer even wennen. De laatste gasten
stuurden een email met de mededeling dat hun vliegtuig kapot
was en hun vlucht een dag later zou plaatsvinden.

Oude
buren gevonden!
We
wisten dat Dick en Irene, buren uit het Westerdok te Amsterdam
zich omstreeks 1978 definitief op Curaçao hadden gevestigd,
zij als huisarts, hij als psychiater? In Medisch Contact - een
weekblad voor artsen - kwam je regelmatig een column van Irene
Braakman-Bonder tegen. Tijd om ze op te zoeken. De apotheek
in Willemstad kon ons telefoonnummer en huisadres geven en wat
bleek: ze moesten in de buurt van het Spaansche Water wonen.
Op de fiets op zoek en ja hoor, ze woonden op 200 meter van
de jachthaven. We werden door beiden herkend en dronken op een
van hun prachtige terrassen op het weerzien. Zodra we terug
zijn op Curaçao gaan we samen varen...

Kompleet
dus op naar Klein Curaçao
De
laatste gasten waren uren vroeger gearriveerd en hadden zich
op het terras van Sari Fundy's marina weten te amuseren. Ze
hadden me wel in de rubberboot met fiets voorbij zien komen
maar wisten geen kontakt te maken. Vertrek op de volgende dag
maar eerst moesten weer per bus de douane en de immigratie in
Willemstad bezocht worden. In lunchtijd vertrokken we met als
doel Klein Curaçao op een mijl of twaalf. De wind was
oost 2-3(4) en we kropen hoog aan de wind naar de zuidoostpunt
van Curaçao. Daar voorbij werd de invloed van de naar
het zuiden gerichte stroom duidelijk en na een paar slagen waren
we één uur voor zonsondergang op 4 mijl genaderd.
Op de motor verder vanwege de wegzakkende wind die ook steeds
ongunstiger van richting werd. We meerden af aan de enorme mooring
van de "Insulinde", een charterschip uit Willemstad.




Het
eiland heeft een vuurtoren met twee bakstenen huizen, alles
verlaten en een paar vrijetijdsnederzettingen waarschijnlijk
door dag charteraars opgericht en onderhouden. Aan de oostkant
ligt een groot roestig wrak van een vrachtschip en de wrakken
van een paar houten vissersboten. Het hagelwitte strand aan
de westkant is smal, met snorkelen ontmoetten we tientallen
soorten vis, weinig koraal maar wel drie schildpadden waarmee
je samen op kon zwemmen. We hadden een soort Robinson Crusoë
gevoel daar we de enige mensen waren.
Van
Klein Curaçao naar Klein Bonaire
Voldaan klommen we weer aan boord, "hesen de zeilen"
en konden hoog aan de wind (ESE4-5) in een paar uur Klein Bonaire
ronden. Onderweg veel vliegende vissen maar niets aan de haken
van onze sleeplijnen. Klein Bonaire ligt prachtig beschut in
de baai van het 'moedereiland' Bonaire. Het is er kaal en gortdroog
met een paar zandstrandjes en rondom gele boeitjes die schitterende
duiklokaties markeren. Er is een watertaxi die je er kan brengen
voor $10, je kunt dan op het strand gaan zitten (parasol en
ligbed mee) of lekker met de stroom mee snorkelen. Elke ochtend
zie je een paar boten met sportduikers oversteken: de onderwaterwereld
hier biedt de meest fantastische koraalstrukturen, de vissen
en schildpadden doen net of het zo hoort en gedijen er prima:
hun afmetingen getuigen ervan. De volgende dag tankten we eerst
voor we de oversteek met de dinghy maakten van onze mooring
in Bonaire naar Klein Bonaire en daar zwevend in het warme water
alles beneden ons in ogenschouw namen. De meest opvallende vis
is hier de donkerblauwe black durgon, een triggervis met lange
vinnen achter het midden die met een felblauwe bies zijn afgezet.
Ze hebben daardoor een opvallende manier van voortbewegen.
Hoogtijdagen
op Bonaire
Huur
een auto en je kunt in een paar dagen een uitstekende indruk
van het eiland krijgen. Het Nationale Park in het noorden met
flamingo's, papegaaien en enorme leguanen en niet te vergeten
de Brandaris (hoogste berg met 460 m) mag je alleen met een
fourwheeldrive berijden. Het vlakke landschap in het zuiden
met de zoutpannen met flamingo's en de spierwitte zoutbergen,
de slavenhutjes en de vuurtoren is prachtig te overzien vanaf
de kustweg. Ga je terug door het binnenland dan rij je in een
soort steppengebied met cactussen en dorre struiken die opleven
bij een stevige regenbui. Happy hour vieren op de pier van Karels
bar/terras waar Celina en haar Columbiaanse kollega je verwenden
door alles dubbel voor je neer te zetten, dineren bij het visrestaurant
waar de Nederlandse afgestudeerden en stageaires Frouke en Derk
je op hun onnavolgbare bedienen: ze kwamen met exakt dezelfde
rekening van beide kanten aanzetten! En wat te zeggen van het
Mexicaanse Rib restaurant, éénhoog tegenover Kareltje:
per persoon krijgt je een kunststof warmhouddoos met tortilla's.


Naar
Islas de Aves is niet niks!
We
wilden naar de onbewoonde eilanden 30 mijl naar het oosten.
Hier is niets, geen mensen dus geen bar, terras, souvenierwinkel
of zelfbedieningzaak. Er zwerven wat vissers rond die in ruil
voor bijvoorbeeld een fles rum of cola of batterijen vis aanbieden.
Islas Sotovento bestaat uit een groot rif met een paar eilandjes
aan de rand: Saki Saki met een heuse vuurtoren die nog werkt
ook, verder alleen ondiep water in de meest mooie kleuren en
prachtige koraalriffen waar je prima kunt snorkelen. We vertrokken
om 7 uur met zuidoostenwind kracht 4. Dit betekende hoog aan
de wind Bonaire een stuk voorbij om niet door de tegenstroom
bij de vuurtoren op de zuidpunt op de kust te lopen. We werden
opgemerkt door de kustwacht die weer een rondje met de helikopter
aan ons wijdde. We gingen overstag en bleven vrij van Bonaire.
De tegenstroom van zo'n 2 knopen zorgde dat we samen met de
afnemende wind en de vrij stevige golven hooguit 4 knopen over
de grond maakten en dat ook nog 30 graden teveel naar het noorden.
Het leven aan boord was zeer onrustig door het gestuiter en
op een afstand van 23 mijl van Sotovento na een worstelpartij
van 7 uur besloten we om te keren. Nog dik 10 uur zo verder
was te gortig, zeilen doe je immers voor je plezier. Met snelheden
tussen 7 en 9 knopen vlogen we weer op Bonaire af. Tijdens de
lunch stuurde de autopilot ons precies op de zuidpunt af. Gelukkig
merkte een van de gasten dat de kant zo dichtbij was...

De
pleister op de wonde: Klein Curaçao
De
zee was nog steeds onrustig maar wind achter en een redelijke
snelheid zorgden voor een komfortabel ritje. Klein Curaçao
was verlaten dus weer aan de mooring van de Insulinde vastgemaakt.
Tijd voor een uitgebreid bezoek aan de unieke vuurtoren met
zijn twee aangebouwde woningen en het grote wrak aan de oostkust.
Jutten is hier dankbaar werk: schoenen, honderden petflessen,
tandenborstels, wrakhout en een paar wrakken van houten vissersboten,
kokosnoten. Hier en daar scharrelde een klein drieteen strandlopertje
die mopperend opvloog als je te dicht naderde. Ook de strandkrabben
lieten zich niet onbetuigd en doken in volle vaart het water
in, hun ogen op steeltjes hielden je konstant in de gaten. De
salemanders vormen een wereld apart: zwart, bruin, groen, met
of zonder vlekken. Ze bereiken hoge snelheden als ze voor je
uit schieten naar een gat onder een stuk koraal of iets dergelijks.

Het
wrak
Een
roestig wrak van een kleine vrachtvaarder (ont-)siert de horizon.
Het schip ligt op het randje van de kust en is in tweëen
gebroken waarbij het middenstuk is verdwenen. Verspreid op de
kust liggen roestige stukken staal, de boeg beweegt als er een
golf tegenaan klapt
.


Wanneer
wordt de vuurtoren een monument?
Van
verre is het trotse gebouw te zien, eerst alleen de toren zelf,
dichterbij komend ook de twee vuurtorenwachtershuizen aan weerszijden
aan de toren vastgeklonken. De kleuren van het geheel zijn opvallend:
zachtrose huizen met oranje dakpannen en een grijswitte toren.
Aan beide zijden is een grote stenen trap met aan de oostkant
een rond paviljoen en een klein hokje aan de voet van de trap.
Eerste gedachte: zeker een toilet hoewel er geen leidingen of
restanten van een toiletpot te vinden zijn. We klimmen de trap
op en moeten dan uitkijken want het bordes mist een aantal planken
en de balken zien er ook wat gammel uit. In de huizen liggen
de houten vloeren nog redelijk volledig en kan je zien waar
de keuken was omdat daar nog een gemetselde oven stond. De kamers
hebben grote ramen gehad met een schitterend uitzicht. De stalen
deur naar de toren is geforceerd, ketting en hangslot hangen
er werkloos bij. De houten trap is wonder boven wonder in een
goede konditie en zonder levensgevaar kom te tot onder de lichtstand.
Dan mist er een trap en hangt een dikke tros uitdagend in het
trapgat. Met enige moeite wordt deze horde genomen met als beloning
een schitterend uitzicht rondom door karakteristieke vuurtoren
ruiten die helaas hier en daar zijn gesneuveld. Het licht blijkt
een moderne Fresnellamp vast gemonteerd op een oude sokkel met
tandwielen en hefbomen die geen draaifunktie meer hebben. Aan
de voet van de lamp staat een kist zonder sloten waarin een
prima uitziende akku die weer verbonden is aan een zonnepaneel
dat helaas wat slordig aan de buitenkant hangt. De bevestiging
is gecorrodeerd, mogelijk is dat de reden dat het licht niet
werkt.

Klein
Curaçao zelf
Het
landschap ten noorden van de vuurtoren is grijs gesteente zonder
groen met hier en daar wat grote waterplassen. Aan de zuidzijde
zijn wat groenpartijen en natuurlijk de waarschijnlijk ingevoerde
palmbomen bij de dagrecreatieplekken horend bij de Mermaid en
een klein vissersgehuchtje waar voorheen duidelijk mensen hebben
gewoond. We hoorden van een catemaranzeiler dat er vroeger twee
juristen uit Curaçao met hun gezin waren neergestreken
en geleefd hebben van ruilhandel e.d. Van een Curaçao's
echtpaar van de Jomy hoorden we dat je niet in de noordkant
van de baai moet ankeren omdat daar nogal eens duistere praktijken
plaatsvinden waarbij pottekijkers niet worden gedoogd. Je ziet
er van verre kleine vissersbootjes rondvaren die er nogal onschuldig
uitzien. Maar ja, een gewaarschuwd mens telt voor twee en we
blijven lekker nabij de mooring van de Insulinde liggen. Zondagochtend
verschenen al vroeg enkele schepen aan de horizon die duidelijk
onze richting opvoeren. En ja hoor, de Insulinde, een 300 ton
zware tweemaster en de Mermaid, een omgebouwde vissersboot tot
een soort duik-passagiersschip zochten hun respektievelijke
moorings op en losten hun menselijke lading op het strand. Ineens
was ons Robinson Crusoe gevoel over. Parasols werden uitgeklapt,
ligbedden uitgestald. De bar en de keuken van het Mermaid paviljoen
gingen open. Nog later verschenen er grote witte motorboten
met veel hengels en antennes. Dinghies begonnen rondjes te varen,
duikers maakten zich klaar voor hun ochtendduik, kortom het
moderne tourisme was in 'no time' volop aanwezig. Natuurlijk
zag je groepjes zich naar de vuurtoren en het wrak begeven,
de twee atrakties van het eiland. In de namiddag verdwenen de
schepen weer en was het eiland voor ons totdat een zeilboot
verscheen met de naam "Jomy", die met onze hulp vastmaakte
aan de mooring van de "Mermaid". De volgende ochten
tegen zonsopgang een rondje om de zuidpunt gemaakt. Hier lagen
honderden petflessen tussen het aangespoelde hout. Het zou een
leuk objekt zijn om schoolkinderen in te zetten om deze overblijfselen
van de moderne kultuur te verwijderen. De wrakken van kleine
vissersboten zijn ontdaan van alle accessoires. De kleinste
is kompleet in de polyester gezet, de grote is van hout en komt
van Venezuela. Verderop lag nog een aluminium motorfundatie
met aangebouwde tank.
Dwars
over het eiland terug naar het strand. Stenige grond met een
soort vetplantjes maakten het lopen op blote voeten nog net
mogelijk. Het eiland bleek niet verlaten want op het strand
zat Myra van de "Jomy", ook vroeg opgestaan. De koffie
aan boord dronken we met de bemanning van de buurboot. Ze konden
ons vele tips geven voor de verdere tocht langs Curaçao.
Via
het Spaanse Water naar de St. Annabaai
We
voeren het Spaanse Water in en zie daar: de "Aeson"
met Piet en Jelka is weer terug. Ze hebben een maandje Europa
gedaan, op familiebezoek, kultuur slurpen, e.d. Ook vele andere
Nederlanders en ons bekende buitenlanders om ons heen. Omdat
er bruin water uit de leiding van Sarifundy kwam en de watermaker
gestopt was met de produktie besloten we vroeg naar Willemstad
te varen voor de formaliteiten, boodschappen en water. Het doet
je wat, de beroemde St. Annabaai in te varen. De oude forten,
de pastelkleurige oud-Hollandse geveltjes, het druk op en neer
varende pontje dat beide oevers verbindt nu de unieke bootjesbrug
in reparatie is. We meerden af achter de "Insulinde"
en Joke bedankte als eerste Phil, de eigenaar ervan, voor het
gebruik van zijn mooring bij Klein Curaçao. Deze bood
aan water van zijn tappunt te tanken, 6-800 liter voor NAF 20.-
We waren nog niet terug van de douane of daar stond iemand van
de havendienst - meneer H. - met een notitieboekje voor onze
neus. Het bleek dat we op kanaal 12 van de marifoon de controlepost
havendienst om toestemming hadden moeten vragen om de haven
binnen te varen. Vreemd dat ze niet antwoordden op kanaal 16.
Hij verzocht ons na 2 uur naar de immigratie, de veiligheid
haven en de havendienst te gaan i.v.m. het middageten. Samen
dus vier bezoeken aan instanties voor we ons vrijelijk konden
bewegen in Willemstad. Tijdens het watertanken knalde nog het
koppelstuk in het 6 m diepe water doch die bleek eenvoudig op
te duiken. Er was trouwens een duiker bezig de anoden van de
stalen damwand te kontroleren en schoon te maken. Hij vroeg
of hij gebruik mocht maken van onze zwemtrap, dan hoefde hij
niet honderden meters terug te zwemmen. Hij gaf duikinstruktie,
zou de enige op het eiland zijn die mocht opleiden voor duikinstrukteur.
Hij bleek Willem-Alexander en Maxima ook duikles te hebben gegeven.
Hij wilde weten hoe we water en stroom maakten want zijn ideaal
was zijn huis selfsupporting maken. Vernon nodigde ons uit om
naar Westpunt de komen, hij zou ons daar wel opvangen.



Met
de rubberboot naar de immigratie aan de overkant. Joke had het
formulier vooraf keurig ingevuld en het bleek geen onoverkomelijk
probleem. In de ruimte voor het loket was het koel en stond
een waterkraantje, heerlijk. Op onze vraag of de koningin recentelijk
ook voor dit loket had gestaan lachte de ambtenaar. Zij stuurde
ons vervolgens naar de Veiligheidsdienst van de haven. Hier
klaterde water in de hoek doch dit was een beeldhouwwerkje met
watervalletjes, geen drinkwater dus. We moesten aangeven waar
we naar toe wilden, dat werd dus Westpunt. De vrouw achter het
loket gaf aan dat als we weer naar het Spaanse Water wilden
we bij haar een nieuwe vergunning moesten halen. Gelukkig willigde
ze ons verzoek in om deze meteen af te geven. Dan naar de havendienst
waar we geen problemen tegenkwamen mogelijk door wat hulp van
bovengenoemde meneer H. We stoomden de haven uit en zetten koers
naar de Westpunt. Het duurde even voor de wind ons een handje
hielp en tegen donker naderden we de zeer beschutte baai. We
ankerden voor het strand naast vissersscheepjes. Geen spoor
van een ontvangstcommitee... behalve die helikopter die maar
schuin boven ons bleef hangen. De kustwacht vertrouwde de situatie
kennelijk niet maar ging toch na een keer op ons geschenen te
hebben weer naar het zuiden.
Westpunt,
Noordpunt en zijn dolfijn
In
de vroege ochtend vertrokken de vissersbootjes en lagen we te
midden van lege moorings. Op het terras boven op de klippen
zagen we de eerste tekenen van leven dus met het bootje naar
het strand, de trap op en naar het terras. Het hek was nog dicht
maar via een paadje langs de afgrond kwamen we toch bij het
terras waar een man zat met een beker koffie? Hij vertelde dat
hij net op zijn hoofd was gevallen op de tegelvloer. Zijn nek
deed pijn, hij moest naar de dokter om een foto te laten maken
want er was vast iets gebroken. Orienterend onderzoek gaf alleen
pijn naast de halswervels met een lichte uitstraling naar de
arm en bewegingsbeperking in de hals. Later kwam hij vertellen
dat hij pas de volgende dag op het spreekuur van de huisarts
terecht kon...





De
koffie bleek een bak Nescafe, niet echt waar we naar snakten.
Om ons heen vlogen de fel geelzwart gekleurde trupiaals, de
nationale vogel van Curacao, een soort ekster die zich vrij
schuw gedraagt. Het uitzicht vanaf het terras was geweldig.
De man vertelde nog dat de vorige eigenaar om vijf uur 's middags
vanaf de klippen haaien voederde. In het helblauwe water was
nu niets te zien. Het dorpje was uitgestorven het werd tijd
om naar de echte Westpunt en Noordpunt te varen. De golven werden
heftiger zodra we de hoek omgingen, aan de kust spoot het water
met fonteinen omhoog. In dat geweld voelden de vissers met hun
kleine scheepjes zich duidelijk thuis. Maar ook een enkele dolfijn
bleek hier te wonen en bleef zeker een half uur met ons mee
te zwemmen. We keerden om en zeilden naar de Grote Knipbaai
in de veronderstelling daar onze duiker te ontmoeten. Het was
er mooi en gezellig druk, we snorkelden langs de rotsen, maar
tegen de duisternis toen iedereen was vertrokken nog steeds
geen duiker. We bleven er overnachten en werden beloond met
een heerlijk rustige ochtend waarbij het strandje langzaam weer
vol liep.

Sunset
Waters, de enige naturistische bestemming op Curaçao
Op
de genua de volgende vijf mijl naar het zuidoosten. Hier is
de St. Marthabaai met zijn nauwe ingang die we voorzichtig op
de motor invoeren. De baai leek op de Laguna Grande in Venezuela
alleen de omliggende heuvels waren veel minder hoog en niet
rood gekleurd. Verbazend dat hier nog geen projektontwikkelaars
zijn neergestreken. We ankerden middenop voor een zwemduik (32,5
graden) en de lunch. De duikschool aan de ingang had het redelijk
druk, het strand voor het hotelkomplex had weinig klandizie,
het naturistisch deel achter een muurtje van ruim een meter
was verlaten. We ankerden daar voor, veroverden het strandje
en snorkelden er. Met genummerde oranje flessen met een touw
aan betonnen handen op de bodem was een route uitgezet. De duikers
liepen er het water in en moesten waarschijnlijk de nummers
volgen. Het geheel deed verzorgd aan. Een van onze gasten die
hier bekend was haalde ijs in het hotel om daar prompt de eigenaar
tegen te komen die hem herkende. Het had verder geen gevolgen
voor ons, hoewel we ons dus op priveterrein hadden begeven.

De
zee was te ruw om er te overnachten dus weer verder zuidwaarts,
nu naar de baai van Porto Marie waar we de nieuwe mooring van
de "Insulinde" mochten gebruiken. Dit strand is duidelijk
commercieler opgezet met een restaurant, een duikschool en een
pier. Het bier smaakte er prima, happy hour kenden ze niet.
De zonsondergang was met een grote oranje bal maar geen duidelijke
groene flits. Wel flitste een donker silhouet naar de "Zeevonk",
kontrole van de kustwacht. Met twee man en een vrouw stapten
ze aan boord om met de hand onze gegevens van het formulier
van een hunner kollega's over te schrijven. Alles bleek in orde
en ze zouden ons voor de nacht beschermen tegen vervelende drugssmokkelaars
die frekwent de Draaibooi baai aandoen, enkele honderden meters
verderop. Zonder verlichting verdween de RIB - een grote rubberboot
met vaste bodem en jets, geschonken door Nederland - met zijn
vriendelijke bemanning in de duisternis.



De
volgende ochtend maakte ik kennis met Sherman, de nachtwaker
van het komplex, liep ik mijn ochtendtraining voordat de veegploeg
arriveerde die de ligbedden rechtzette, de voetpaden veegde
en het strand egde. Om half tien ging de slagboom open en stroomden
de eerste zonaanbidders het strand op. Tijd voor ons om de koffie
op het terras te testen. Kennis gemaakt met de duikwinkel/school,
een fles huren komt op NAF 12 en de kwaliteit van de duiklokatie
zou na Klein Curaçao en de diepe wrakduik van de Superior
Producer op 30 m diepte de derde van het eiland zijn. Met snorkelen
zagen we een manta en kunstmatige koraaltorens - het leken wel
bijenkorven - in groepjes bij elkaar. Boven water was ook nog
een attraktie met grote aantrekkingskracht voor paartjes: een
vlot waar heerlijk topless op werd gezond. Natuurlijk ook even
naturistisch geprobeerd hetgeen wel belangstelling maar nog
geen navolging had.
Tijd
om te vertrekken naar het Spaanse Water, de wind was ENE 4,
witte kopjes op het water. In de grote Bullenbaai haalden we
snelheden aan de wind tussen de 8 en 9 knopen maar voorbij Willemstad
draaide de wind iets ongunstig en raakten we verder van de kust.
Hier werden we gepasseerd door een grote lege tanker en een
containerschip voor we de slag naar de kust maakten met in vlagen
24 knopen schijnbare wind. We kwamen de "Insulinde"
en de viermaster "Polynesia" nog tegen, werden ingelopen
door de "Monsoon" - het Nederlandse jacht waarop een
tiental jaren geleden getrouwd werd vanf Aruba - die zwaar beukend
op de golven voor de kortste en snelste weg koos: motoren. Vlak
voor het invallen van de duisternis lieten we het anker in de
buurt van "vak B" vallen. Einde van deze prachtige
tocht hetgeen we vierden met een zeer smakelijk diner bij "de
Kleine Wereld". Dat bij het instappen in de rubberboot
nog een van de gasten tussen boot en steiger kwam te hangen
en zo een nat pak opliep is een detail dat de trouwe lezer niet
mag missen. Een uur later barstte een onweer los en gingen enkele
boten aan de haal. Wij moesten de schipper van een Nederlandse
Ovni wakker schreeuwen die zo op ons afkwam slippen.
Omdat
de KLM pas om half acht 's avonds vertrekt brachten we de gasten
op hun vertrekdag eerst nog voor een strand- en snorkeluitje
naar Barbara Beach voor we in de middag met de bagage naar Sarifundy
voeren. Volkomen verrast toen we de hoek omkwamen: het terras
was omgetoverd tot een minitheater met de TV als middelpunt,
voetballen: Tsjechië-Nederland. Groot gejuich als er weer
een bal achter de Tsjechische keeper in het net verdween. Zelfs
hier nog in het oranje geklede voetbalfans, met veel fantasie:
oranje shirt, oranje duikbril, oranje zwembandjes... De 8-persoonstaxibus
bracht de gasten voor $30 naar het vliegveld. Het werd een welgemeend
"tot weerziens". Geen wonder want deze twee weken
hebben we een schitterende tocht gemaakt waarbij het weer zich
ook nog van de allerbeste kant liet zien!
terug
volgend
verslag
Curaçao
laatste
wijziging:
4/08/06