Reis
naar de zon deel 38
St.
Maarten- Britse Maagden Eilanden (BVI's)-St. Maarten-St. Barth-St.
Eustatius-Saba-St. Maarten
21 januari - za 11 februari 2006
Slecht
weer in de Carieb
Ook
de volgende dagen bleef het windkracht 7 in buien met voorspelde
golfhoogtes van 3,5-4 meter. Geen weer om buitengaats te zeilen,
zeker niet met nieuwe gasten. Zondag kwam onze laatste gast
en vertrok Margje, onze oudste dochter. Maandag wilden enkele
gasten als alternatief met de veerboot naar Saba. We zetten
ze gepakt en bezakt om half negen op de kant om ze om half zes
weer op te halen. Wij verplaatsten de Zeevonk weer richting
Shrimpy's, op kortere afstand van het wereldgebeuren nu we niet
meer naar het vliegveld hoefden. De tocht naar Saba was niet
doorgegaan omdat de veerboot die dag niet ging. 's Avonds op
pad naar een geschikte eetgelegenheid, het werd Halsey's, even
voorbij de Nederlandse brug. Het eten was er van hoge kwaliteit,
de bediening werd door tijdelijk op bezoek zijnde familieleden
van de eigenaresse uitgevoerd. Het meest opvallende was de pepermolen
met verlichting waarmee iemand langs ging en naar behoefte peper
op je bord strooide. Met zijn zevenen in de rubberboot schuin
tegen de wind en de golven in ging nu zonder nat pak.

Om
8.15 u door de brug van Marigot en daar in de baai voor anker.
Boodschappen, internetten, in- en uitklaren. De "Schoonheyt"
lag vlakbij en Ab en Agaath kwamen even langs om te vertellen
dat het die avond weer muziek- en straatverkoopavond was in
Grand Case. In de baai aldaar zou het goed ankeren zijn en nabij
het kleine eilandje ten noorden ervan zou veel gedoken en gesnorkeld
worden. Voldoende argumenten voor ons om eerst een paar slagen
te zeilen om het schip te leren kennen, dan te lunchen en te
snorkelen bij het eilandje en tegen het eind van de middag naar
Grand Case te varen. Toen we na het diner de wal opgingen was
het (wekelijkse) evenement in volle gang: de straat afgezet,
overal klonk muziek en honderden mensen flaneerden langs de
stalletjes, terrasjes, galeries en winkels. De sfeer was tegen
het feestelijke aan. Er was ook een Kapueira groepje ("vechtdans",
de slaven trainden zich alzo in het geheim voor als het op vechten
aan zou komen). Tegen elven begonnen de mensen van kraampjes
af te breken en stopten de verschillende muzikale groepjes.
Ook de in fraai wit uitgedoste (carnavals-)band had toen al
hun biezen gepakt.

Erik,
Belgisch watersporter

Evert
en Patricia in aktie

Ton
bezig met ankeren

Joan,
onze oudste doet natuuronderzoek

we
verlaten Grand Case in de vroege ochtend
Op
naar de BVI's!
De
81 mijl kunnen we bij daglicht varen mits de wind meewerkt.
De schuimkoppen van de dag ervoor waren echter verdwenen. Wel
stond er een rommelige zee die hooguit 1,5-2 meter hoog was.
De wind was oostelijk 10-12 knopen. De snelheid was er ook naar:
4-6 knopen met de wind pal achter. Zo halen we ons doel niet
bij daglicht! De bemanning werd wat katterig, het trekzak spelen
van Joke had daarop helaas weinig effekt. Op zo'n dertig mijl
kwam Virgin Gorda (de dikke maagd volgens Columbus) in zicht.
Pas na tienen liepen we het zeegat binnen en ankerden we in
een pikdonkere nacht voor Spanish Harbor. We waren na 16 uur
varen op de BVI's!

de
bezoekersvlag BVI's gaat omhoog
Virgin
Gorda en de Baths
De
douane en immigratie zijn hier vreselijk: formulier in vijfvoud,
alle passagiers die geen familie zijn op een eigen formulier.
Leuk detail: van onze Harlingse wist Joke niet het adres waarop
de geuniformeerde dame zelf invulde "burgemeester van Harlingen".
Het winkelcentrum bij de jachthaven kwam leeg over: de gasten
van het cruiseschip waren al met taxibusjes het eiland op. De
jachthavenbewoners sjouwden met zakken ijs en pakken bier en
veel meer aktiviteit was er niet. 's
Middags ging de ene ploeg met een huurauto het eiland verkennen,
wij voeren naar de Baths en maakten aan een mooring vast voor
het strandje. De Baths zijn grote keien waartussendoor het water
stroomt van de deining en waar een route is over en tussen de
keien, soms door het water of een houten trappetje op. Prachtige
doorkijkjes, schitterend licht en dus zeer fotogeniek.





The
Baths op Virgin Gorda
De
volgende ochtend kwamen van alle kanten de jachten aanvaren
om maar op tijd voor een mooring te zijn. Wij vertrokken tijdig
na het snorkelen om de confrontatie met de parkwachters te ontlopen...
Op de genua voor de wind - kracht 1-2 - naar Road Town op Tortola,
de hoofdstad van de BVI's. Het stadje heeft nog mooie oude huizen
maar maakt toch een wat rommelige indruk. Het links rijdende
verkeer laat je weer hard nadenken als je wilt oversteken. Bij
de internetshop lag de zaak plat en kon men niet vertellen hoe
verder. Gelukkig was er een cybernet elders op tweehoog waar
waarschijnlijk ook naailes werd gegeven. Terug bij het terras
van de marina zitten me daar een paar mensen met een laptop
op tafel. Snel de laptop gehaald maar helaas, je moest tijd
kopen.
Treasure
island
Voor
het donker zeilden en motorden we de zes mijl naar de overkant.
Ontgoocheling toen we langs het Pelican island voeren: geen
pelikaan te zien. We ankerden vlak voor de steiger van de 'Pirates',
het enige gebouw op Norman island, ook wel Treasure Island genoemd
vanwege het gelijknamige boek dat hierover werd geschreven (door
Robert Louis Stevenson). Het diner aan de wal werd door luiddruchtige
Amerikanen om ons heen opgeluisterd. Bizar was dat we als laatsten
overbleven om half tien en toen een man in een natte zeiljas
voorbij zagen komen: het was ongemerkt gaan regenen. 's Nachts
trok de wind aan en vanwege het venturi-effect werden het zware
windstoten afgewisseld met windstilte en winddraaingen. Een
wonder dat we geen andere schepen die nabij aan een mooring
lagen geraakt hebben. Door de windstoten blijkt een kanopeddel
te zijn verdwenen en vroeg in de ochtend de lage wal afgezocht
zonder resultaat behalve dan een pikhaak. Een tweede zoekpoging
leverde op: handpomp voor rubberboot, peddel voor rubberboot,
een fender van schuimplaat, een schuimstaaf om mee te zwemmen,
een bootkussen. Het gaf je een echt juttergevoel. We hebben
alles zichtbaar aan de zeereling gehangen doch de rechtmatige
eigenaren kwamen niet opdagen. Intussen was de rubberboot van
de achterburen gaan vliegen en onderste boven met motor en al
geland. Tank, olievat, trechter en spons dreven snel in de harde
wind weg en ik moest uitkijken om zelf in de windvlagen niet
om te gaan! De mooring vlak achter ons werd al snel nadat hij
vrijkwam ingenomen door een Amerikaans stel met een prachtig
nieuw schip. Ze hadden eerst aan een andere mooring gelegen
doch hadden daar windstoten tot 40 knopen voor hun kiezen gekregen.
Nu draaiden ze om hun mooring en kwam hij zelfs onder het schip
vast te zitten zodat ik met snorkel gewapend ze uit de nood
moest redden.

op
zoek naar een kanopeddel!
Op
het eiland zelf zijn een paar paden en kan je een heuveltop
bedwingen, natuurlijk met een schitterend uitzicht over de baai.
Het snorkelen vlakbij de boot leverde mooie vissen en koraal
op. De roggen en de grote barracuda van bijna 1,5 meter waren
het meest indrukwekkend. Met de kano nog eenmaal langs de lage
wal gevaren. Weer geen peddel maar wel de ervaring dat de kano
prima vaart in de zijgolven. Zeer koersvast en licht te peddelen.
Een gegeven moment begon een barkeeper vervelend te doen: ons
anker krabte volgens hem en we kwamen te dicht bij de dinghysteiger.
Hij was nogal dwingend in zijn woorden: we moesten verkassen.
Dat bleek niet eenvoudig: nergens meer een mooring of een gunstig
plekje, ook niet in de baai bij Waterpoint in het NW. We deden
verschillende pogingen op de hoek van de Bight en zowaar we
vonden een plek waar geen valwinden waren. Het lag er met een
achteranker redelijk stabiel bij de op dat moment heersende
wind en golven. Pas om tien uur was het dansen bij de Pirates
en hoelaat ze terug waren is mij onbekend. In de nacht begonnen
de valwinden ook over ons te gieren en af en toe zo hevig dat
het leek dat het anker over de rotsbodem krabte. Met een extra
lijn aan het achteranker probeerde ik de boot meer op de wind
te krijgen zodat de klappen minder heftig waren. Het lukte al
werd het toch weer een onrustige nacht.

een
dikke barracuda komt nieuwsgierig langs
De
zondagochtend begon met zware grijze wolkenpartijen en regen
boven Tortola. De ploeg voor het dansen gisteravond kwamen bij
een gesloten Pirates. Misverstand, te weinig klanten of? Voor
ons weer een ster van dit eiland af.
The
Caves
Vanaf
onze nieuwe ankerplek met de rubberboot, gewapend met vinnen,
duikbril, fotocamera en snorkel naar de 'Caves', diepe holen
in het kustgesteente waar je prachtig kunt rondspeuren naar
vissen die daar in grote getale aanwezig zijn. De dinghies moeten
aan een speciale lijn worden vastgemaakt, vandaar ga je te water.
Wat zagen we zoal? Grotere vissen dan elders, een schildpad,
een octopus en een schitterende Queen angelfish. Enthousiast
kwam iedereen weer boven water en motorden we tegen een forse
wind en felle golven terug naar de Zeevonk. We kregen bakken
water over en waren toch al flink afgekoeld door het snorkelen
in het relatief koude water van 26 graden. Gelukkig kwam het
zonnetje snel terug om ons weer wat op te warmen. Met een flink
bakstagwindje zeilden we op de genua over Amerikaans grondgebied!
(St. John) richting Sopers Hole aan de westpunt van Tortola.
Vandaar dwars door de grondzeeën met gereefd grootzeil
erbij tegen de wind en golven naar Cane Garden Bay.
Cane
Garden Bay
Na
een paar slagen kwamen we uit bij Cane Garden Bay waar druk
gesurfd werd op de enorme golven die daar op de kust af denderden.
Je zag de surfers op de buik op hun plank liggend naar buiten
peddelen en dan een hoge golf afwachten en om dan swingend de
golven af te rijden tot vlakbij de kust. Het kanaaltje tussen
de brandingen aan weerszijden was keurig aangegeven door een
rode en een groene ton. In de baai lagen een stel moorings met
als opschrift in het Engels: "gelieve de $25 bij het restaurant
af te rekenen". Voldoende reden om gewoon het anker te
laten zakken op een geschikte plek. Het leverde een schitterend
uitzicht op. Het strand met strandtenten en meer dan honderd
ligbedden waar flinke rollers op af stoven en aan de zeekant
de rollers waarop werd gesurfd met op de achtergrond het eiland
Jost van Dyke, genoemd naar een voor ons onbekende Nederlandse
zeerover. Het lichtgroenblauwe water kleurde de onderkant van
de vleugels van de voorbij vliegende pelikanen lichtgroen. Hier
geen windvlagen zoals we de afgelopen dagen op Norman Island
ondergingen. De rust leek terug te keren. Toch een probleem:
de branding hier was zo heftig dat de buren van de kant terugkwamen
met een dinghy vol water, allen een nat pak en ook de buitenboordmotor
ten onder was gegaan. We stelden ons walbezoek uit tot de volgende
dag.
Sandy
Cay
Al
vroeg begonnen open taxibusje vol toeristen af en aan te rijden.
De ligbedden die keurig in slagorde waren opgesteld waren snel
bezet. Het strandleven was weer begonnen. Een vrouw van een
winkel vertelde dat enkele dagen geleden de golven nog over
de weg spoelden en het in de baai niet echt lekker lag... Na
het ochtendje passagieren koersten we richting Sandy Cay, een
mini-eiland waar een Rockefeller een natuurpad had laten aanleggen.
Hoewel dit projekt al jaren geleden was beëindigd was het
pad en enkele kapotte verlichtingselementen nog aanwezig. Het
voert aan de oostzijde van het eiland langs mooie steile klippen
waar een forse branding op staat. Het uitzicht is er schitterend.
Overal springen hagedissen weg en rollen heremietkreeften met
hun schelp over het pad. Midden in het bos staat een eenzame
grijze boom met gladde bast mooi te zijn. Zwemmend naar het
eiland door de hoge brandinggolven blijkt niet voor alle gasten
een uitdaging. Op het strand zittend zie je van weerzijden de
golven aankomen, een schitterend gezicht. Wat zit er toch een
kracht in het water! Behalve een stel dat met een minimotorcat
even het eiland voor een fotosessie aandeed waren we de enigen.
Great
Harbour op Jost van Dyke
In
de namiddag zakten we af naar het enige dorpje van Jost van
Dyke. Hier was het ankeren minder makkelijk, de harde bodem
met losse koraalblokken bood weinig houvast. Pas toen ik met
snorkel en duikbril het anker met de punt in de harde bodem
ramde lagen we safe. Volgens de pilot was het hier goede ankergrond.
Een Nederlander die hier de afgelopen dagen met de harde wind
had gelegen vertelde later dat van de 32 schepen de helft was
gaan krabben. Na het diner aan boord deden een paar uitgaansliefhebbers
nog een kroegenonderzoek en zowaar de ene bleek goedkoper dan
de andere.
Onze
rubberboot drijft weg
Na
een rustige nacht zitten we buiten aan het ontbijt als de achterbuurman
ons roept en wijst: onze rubberboot gaat aan de haal! Toch maar
weer boffen dat het niet midden in de nacht gebeurde en de wind
niet richting open zee stond anders was hij echt weggeweest.
De stappers van de vorige avond hadden kennelijk geen kans gezien
om het haakje op de normale manier aan de lijn vast te zetten....
Voortaan maar eerst een borg vragen voor we ze alleen laten
gaan!
Op
bezoek bij de "Baerne"
De
uitnodiging om op bezoek te komen op de stalen Colin Archer
van Pieter en Inge om de geheimen van het kaas maken aan boord
te leren en uit te wisselen met het yoghurt maken aanvaarden
we graag. Het prachtig onderhouden schip is een lust voor het
oog. Van de machinekamer vloer kan je eten. Het kopieren van
een cd-rom met nautische programma's lukt niet echt en stellen
we uit tot St. Maarten.
Beef
Island
Over
een redelijk tot rust gekomen zee kruisend langs de noordoever
van Tortola. Duidelijk ook de stroom tegen doch het schitterende
weer en de helder blauwgroene zee met de eilanden aan de horizon
zorgen voor een onvergetelijke tocht. Jammer dat White Bay particulier
eigendom is waar 'trespassing' niet is toegestaan. We besluiten
door te varen tot Beef Island en te ankeren in de Trellis Bay.
Van verre zien we al een woud van masten en vliegtuigen die
af en aan vliegen. De westkant van de baai ligt in het verlengde
van de startbaan. We passeren eerst nog een stroomrafeling en
zien bij een boei dat we een fikse stroom tegen hebben. In de
baai zelf vinden we makkelijk een plek tussen het strand en
de moorings. Ideaal een groot schip met geringe diepgang (1.35
m). De ondergaande zon wordt ineens begeleid door ijle tonen
van een doedelzak. We vonden de man op het voordek van een Amerikaans
jacht. Wat een sfeer!

Mackie
Messer opgevoerd in 'The last resort"
Een
bootje kwam langs om ons voor een diner op het eiland midden
in de baai uit te nodigen. Het bleek dat de man ons voor Duitsers
hield en hij vroeg naar het Duitse lied van Kurt Weil uit de
Drei Grosschen Oper. Natuurlijk kon Joan hem helpen waarop hij
haar vroeg 's avonds met hem op te treden voor een fles wijn.
Wij hadden al eerder besloten op het eiland te dineren en in
het donker voeren we naar de steiger. We kwamen eerst op een
ondiepte terecht aan de oostkant . De westkant bleek beter bevaarbaar
en over een brokkelig betonnen pad waar een ezel (Vanilla) geparkeerd
stond liepen we het mooi uitgedoste restaurant binnen. De zeer
slanke - en naar even later bleek zeer snel bewegende - Claire
hielp ons aan een tafel alwaar we verrukkelijke baby spareribs
aten. De muzikant (gitaar en mondharmonica) liet Joan Mackie
Messer zingen. Zij maakte een zeer ervaren en kordate indruk
alleen waar sloeg het op vroegen we ons af. De man vroeg enige
aktiviteit van de nog aanwezige gasten, leek ons nog lang voor
Duitsers te houden. Het ging als een nachtkaars uit. We zagen
voldoende redenen om hem te ontslaan, zoals hij dacht met gasten
te entertainen. Die fles wijn hebben we nog niet gezien.


de
opvoering van Mackie Messer
Zonnetent
boven de trampolines
Het
was nagenoeg windstil de volgende dag. Eerst over het strand
mijn trainings- en verkenningsloopje. Het is altijd verbazend
hoe goed je zo de omgeving kan verkennen. Peddelend zag ik twee
roggen onder me zwemmen, ze kozen traag doch beslist het hazepad.
Het internetten via de wifi moest op het terras van The Last
Resort. Het werkte prima. De werknemers van het restaurant kwamen
een voor een boven water, deden een greep in de koelkast als
ontbijt. Een schoonmaakster maakte de bar en omgeving wat schoner,
ruimde de lege flessen op en besprenkelde mij net niet met haar
zeepspiritus mengsel. Ook Claire, de snelle serveerster, was
al wakker. Wat een leventje hebben die mensen hier: vanaf de
middag tot laat in de avond rennen en 's morgens uitslapen.
Terug op de Zeevonk was het zo heet dat de reuze bimini voor
het voordek tevoorschijn moest worden gehaald. Toen een klein
briesje opkwam was het er verrukkelijk toeven. Luieren kan soms
heerlijk zijn.
Dolfijnen
en schildpadden
De
snorkeltour met de kano rond de ingang van de baai levert al
direkt fantastische ervaringen op: een drietal dolfijnen komt
langs en bij nadering komt een tot op een meter om te kijken
wat dat gele vriendje - de kano - wil. Joke vond het toch wat
bedreigend. Ze zwommen door zonder verder aandacht aan ons te
besteden. Dan komt er een schildpad boven en vlak er achter
nog een. Tjonge, wat een weelde! We maken de kano vast en snorkelen
rond. Opbrengst nog een schildpad, een paar kleine barracuda's
en redelijk wat kleine vissoorten. Laten we ook nog een (voor
ons) nieuwe soort ontdekken: buter hamlet. Terug naar de boot
om de anderen ook van dit schitterend schouwspel te kunnen laten
genieten. Met de rubberboot brachten we ze te plek en binnen
tien minuten zwommen de drie dolfijnen tussen hen door! Tot
onze grote verbazing werden ze niet opgemerkt door de snorkelaars.
Zij zwommen met hun gezicht naar beneden terwijl de dolfijnen
op 5 meter afstand passeerden.
Bezoek
tijdens ons happy hour
Genietend
van ons drankje bij de ondergaande zon zagen we een bootje met
een viertal mensen dat recht op ons af kwam: de oud-Nederlander
met vrouw en vriendenpaar die ons al eerder hadden dag gezegd.
De vrienden wilden een catamaran van zo'n 60 voet aanschaffen,
voor drie maanden Middellandse Zee per jaar. Joke raadde deze
grootte beslist af, voor twee mensen is dat onnodig groot en
niet altijd goed handelbaar. Trouwens, waar laat je zo'n kolossaal
ding, havens zijn daar niet te betalen. Deze Amerikaan heeft
een eigen bedrijf, de gemiddelde Amerikaan heeft maar twee weken
vakantie per jaar! Geld speelde kennelijk geen rol.
Onze
'deserteurs' naar het vliegveld gebracht
Tussen
flinke buien door naar de wal, het moderne vliegveld ligt naast
de baai. Twee gasten die de heenreis van St. Maarten naar de
BVI's te lang en te hobbelig vonden kozen voor de terugreis
het vliegtuig, slechts 30 minuten vliegen. Ideaal zijn de vliegverbindingen
hier in de Carieb, alle eilanden beschikken over een eigen vliegveldje
en er zijn vele maatschappijtjes die kleine vliegtuigjes in
stand houden en voor $50-$100 je graag willen vervoeren. Indien
de afstand klein is zijn er meestal wel veerbootverbindingen,
soms met snelle prachtig gelijnde catamarans.
Zware
terugreis Virgin Gorda-St. Maarten
Zoals
verwacht waren de wind, de golven en de stroming pal tegen.
We startten op Beef Island in de regen en vijf mijl verderop
bij Spanish Harbour scheen het zonnetje al uitbundig. Het snorkelen
daar stelde niet veel voor, we waren al aardig verwend. Zodra
Joke de formaliteiten afgehandeld had en nog enige eetwaren
had gekocht, lichtten we het anker. Het was 12 uur 's middags.
Langs de Bath's en door het zeegat met de rotsen in het midden
naar buiten. Na een uurtje liet de wind ons helemaal in de steek
en was het effektiever om rechtstreeks richting St. Maarten
te motoren, door de golven echter niet sneller dan 3,5-4 knopen.
Dit duurde gelukkig niet lang, de wind kwam terug en tegen de
avond moest er al een beetje gereefd worden. Later in de avond
kwamen er regenbuien over en werd het tijd om de fok te zetten
met een eerste rif in het grootzeil. Toen in de vroege ochtend
tijdens een buienfront de wind meer uit het noordoosten kwam
gingen we overstag en het leek erop dat we St. Maarten dat al
in zicht was, in een keer konden bezeilen. Uren later toen het
weer was opgeklaard draaide de wind weer terug en konden we
Saba recht vooruit zien liggen. Het duurde nog verschillende
slagen voor we na zonsondergang het anker in de baai van Marigot
konden laten vallen. De reis, 80 mijl hemelsbreed duurde 30
uur. De zee was vrij ruw en volgens een van de gasten leek het
wel de zee die past bij windkracht 7. Het vissen had weinig
effekt: alleen een bosje zeewier als troost. Het was 's middags
trouwens stralend weer. De witte koppen op de golven maakten
het spotten van dolfijnen of walvissen erg moeilijk, we hebben
er geen gezien.

route
Virgin Gorda -> St. Maarten
Zaterdag
wisseldag
Inklaren,
kleine reparaties, fotocd's branden, boodschappen doen, schoonmaken
en gasten wegbrengen. Een druk programma, dat wel. De gasten
gaan souveniers kopen en Ton wegbrengen naar het vliegveld.
Een ander huurt een scooter en waagt zich in het drukke verkeer
in Marigot en omgeving. Hij legde dik honderd kilometer af met
zijn 150 cc. De boodschappen bezorgden ons wat verlengde armen:
de afstand tot de rubberboot maakte zeker vier stops onderweg
nodig. Het gaf wel voldoening alles op handkracht te kunnen.
Tintamarre
Na
het zondagochtendontbijt brachten we onze gewaardeerde Belg
Erik naar de kant. Het was weer tijd om de zeilen te hijsen.
Plan: bezoek aan twee onbewoonde eilanden, Tintamarre en Île
Fourchue. Lichte wind tegen, E 3-4 zodat de golven niet zo groot
waren en de Zeevonk er lekker overheen schoof. Ondanks de tegenstroom
in het Anguilla Channel hoefden we maar een slag te maken om
de noordpunt van St. Maarten te ronden en onder Tintamarre uit
te komen. We waren niet de enige, er lagen al negen andere schepen
voor anker waaronder een paar motorbootjes met waarschijnlijk
autochtonen van St. Maarten die hun zondag vierden. De gezinnen
zaten op het strand, de stoere pa's stapten om de beurt op een
waterscooter om hun kunsten te laten zien. Wat zijn het toch
ondingen, lawaaiïg en gevaarlijk voor zwemmers. Wij zwommen
naar de wal, de branding was makkelijk te passeren. Dit keer
verkenden we de zuidpunt van het eiland. De vulkaansteentjes
en koraalstukjes waren redelijk pijnlijk aan je blote voeten.
Het pad voerde naar twee schitterende ministrandjes, gunstig
gelegen achter het rif. Volgende keer snorkel en duikbril mee.
Het zandpad naar het grote strand aan de oostkant was heel wat
vriendelijker voor de voeten. Op het strand weinig plastic afval,
is de zee hier zoveel schoner dan in Venezuela? Mooie schelpen
zijn er sporadisch, daarvoor komen er ook te veel mensen.
Île
Fourchue
De
lucht begon te betrekken en even later was Oriënt Bay aan
de overkant door een regengordijn onzichtbaar. Eenmaal voorbij
ging ons anker op en zeilden we hoog aan de wind richting Fourchue.
Dit privé eiland van monsieur W. Beal - hij heeft zijn
naam met witte verf op de rotsen geschreven evenals "no
trespassing"en "privee"- ligt ten noorden van
St. Barth. Het is onbewoond en het verhaal is dat geiten het
kaal hebben gevreten, toen zijn verhongerd en het nu kaal en
zonder geiten is. Ook is het onbewoond en deel van een natuurpark.
In de prachtig beschutte baai liggen zeven moorings, er mag
niet worden geankerd. We zeilden tussen de buien door, kregen
geen spatje en zagen zes schepen in de baai, er moest dus nog
een mooring over zijn, het bleek een oranje voor grotere beroepsschepen
(duiken). Geen punt, die komen toch niet 's nachts. Het diner
werd dit keer door twee chefs samengesteld: Joke deed de basis,
Evert zoals hij zei de 'finishing touch'. Het smaakte voortreffelijk
na zo'n dag heerlijk ontspannen zeilen. De Caribische muziek
van de mini jukebox - goed voor 1500 nummers- die we op de versterker
hadden aangesloten zorgde voor de muzikale omlijsting. Plotseling
werd 'alarm' geslagen, "een walvis, nee twee!" Een
heerlijke vergissing, de rots bij de ingang van de baai komt
steeds boven water en lijkt echt op een walvis. Volgens onze
gegevens is de walvistrek door de Carieb van december tot april
en zitten we midden in het seizoen. Wie weet wat we nog te zien
krijgen. Eerst maar weer snorkelen, er zit hier veel grote vis,
veel schildpadden en nurse sharks, zandhaaien die op de bodem
liggen lui te zijn. Als je wat natuurlijk afval over boord gooit
komen er grote vissen op af, waarschijnlijk tarpons net zo als
bij de visstal aan de haven van Gustavia. De eigenaar van het
eiland heft waarschijnlijk plannen: aan het strand staan jonge
palmboompjes geplant. De oude watercistern heeft geen dak meer
maar lijkt nog op te knappen (zeker met Europees geld). Er lagen
wat potscherven in de buurt: voer voor historici?
Anse
du Colombier
Het
was relatief leeg in deze baai en we kozen een mooring zo dicht
mogelijk bij de kant waar we gingen snorkelen. Dit keer geen
haaien en het koraal was minder dan we verwacht hadden. De wandeling
over het pad over de klippen naar plage des Flamands werd als
hoogtepunt ervaren. Intussen kon ik wat klussen aan boord. Ik
liet een veertje in het glasheldere water vallen, 6 m diep.
Toen ik het wilde opduiken bleken er minstens een miljoen vissen
van zo'n 10 cm in de schaduw van de Zeevonk te zitten. Ze werden
vergezeld door een ballonvis en een barracuda. Het veertje heb
ik niet kunnen vinden.
Gustavia
In
de namiddag naar Gustavia, de hoofdstad van St. Barth. Het is
een mondaine badplaats die steeds luxer wordt. Alle bekende
Franse merken op gebied van kleding, horloges, etc. zijn aanwezig.
Het cafe op de hoek aan het einde van de winkelstraat is een
pracht plek om mensen te kijken. Het verveelt niet snel, zeker
als je net van een onbewoond eiland komt! Voor het avondeten
togen we naar de Vietnamees. Het restaurant is gevestigd in
een van de oudste huizen van Gustavia - ooit woonde er een Zweedse
predikant - met een trap en bordes ervoor. Het eten was goed,
werd ook geweldig opgediend, alleen dat gedoe met die stokjes...
Ik hield het lang vol maar toen het licht uitviel en ook aan
de saus toe, was een gewone lepel een verademing. De porties
ijs waren van zulke afmetingen dat een grote vent er nog moeite
mee had. Terug liepen we langs de haven waar de grote motorschepen
afgemeerd liggen. Wat een overdadige welstand voor zo weinig
mensen. Het personeel maar poetsen om alles optimaal te laten
blinken. Op de kade zat iemand tegenover een cafe te internetten,
wifi rukt op! Voor mensen op bootjes ideaal.

avondlucht
Gustavia
Sightseeing
Gustavia
We
hadden genoeg plannen maar het buiïge weer nodigde niet
uit voor een scooterhuur. In het dorpje zelf is genoeg te zien
en kan je schuilen als het te gortig wordt. Wij wilden eerst
internetten op het terras op het hoekje maar kregen er geen
kontakt. Een van de mensen aldaar kwam vertellen dat waarschijnlijk
een apparaatje van hun stuk was en de nieuwe kon elk ogenblik
worden gebracht. Het klopte maar ook nu lukte het niet. Op naar
het volgende adres. Hier haperde de verbinding welliswaar maar
de emails en de weerkaarten kregen we toch binnen. Een oriënterend
bezoekje aan de watersportwinkel maakte duidelijk dat hun assortiment
uitsteknd is. Terug naar de Zeevonk die merkwaardig dicht bij
een rode boei lag. Van een afstand kon het zelfs zijn dat hij
er tegen aan lag. Nee toch! Dichterbij komend viel het allemaal
mee, tientallen meters afstand! Wel was weer de wind gedraaid,
net als de vorige keer steeds als we op de kant zijn. Anker
op, zeilen omhoog en uitgerold, op naar Statia, 30 mijl.

niet
echt comfortabel maar het schoot lekker op!

opdoeken
grootzeil bij aankomst Statia
St.
Eustatius
Halve
wind eerst windkracht 4, later 5 en in en nabij buien 6 en een
enkele keer 30 knopen, 7 dus. Halverwege het eerste rif nodig
en een fors ingedraaide genua. Snelheid tot 11,5 knoop. Hoge
golven, ruwe zee. Overal witte kammen, geen walvis of dolfijn
gezien. Af en toe kletste een golf tegen de zijkant of doken
de boegen er flink in met als gevolg een forse bak water over
ons heen. Binnen vier uur waren we bij Oranjestad en ankerden
omdat de gele boeien alle waren bezet. Het bootje van het natuurpark
kwam direkt op ons af en heette ons welkom, de derde keer in
een maand tijd. Ze herkenden het schip en ons. Passagieren,
voor het inklaren waren we weer te laat (of gaan ze steeds vroeger
naar huis?). Bij het Golden Era hotel was het zwembad weer als
nieuw en waren ze aan het vullen. Joanne verwelkomde ons hartelijk
en zei dat ze al naar ons had gezwaaid maar we hadden het te
druk met ankeren. We nuttigden een drankje op het terras. Ze
had nog niets gehoord over een nieuwe manager. Onze gasten waren
intussen weer afgedaald na hun bezoek aan het fort en we keerden
huiswaarts.
Schip
van de mooring geslagen
Om
half zeven werd het weer wat licht en viel het mij op dat een
mooring naast ons nu leeg was. Vroege vogels? Toen viel mijn
oog op een schip dat verderop tegen de kant lag en door de branding
werd overspoeld. Verhip, dat was de huurboot naast ons! Met
de kijker viel er geen leven te bespeuren dus met de rubberboot
er naar toe. Dichterbij komend voer ik over de afgebroken kiel
en kon ik zien dat hij al hoog op de stenen zat. Het roer was
afgebroken, de schroef plat. Geen denken aan dat we hem konden
lostrekken. Geen mensen aan boord, die waren vast al afgestapt.
Een half uur later voor een dinghy met twee mannen naar de mooring
en fotografeerden ze het doorgeschavielde en blauw geworden
touweind. Ze gingen weer terug naar de kant, een in prachtige
witte onderboek. De slachtoffers? Inderdaad, ze liepen naar
het gestrande schip. Wij weer er op af om te vragen of ze hulp
konden gebruiken. Geen behoefte en naar later bleek waren ze
hun spullen aan het pakken en gingen ze van boord. Geen spoor
van paniek o.i.d. Weer later zagen we mensen van het park -
eigenaar van de moorings - op onderzoek en politie op de wal
bij het gestrande schip. Wij hebben in de nacht wel wat rukken
aan het anker gevoeld tijdens buien, maar zo zwaar dat een mooringlijn
zou breken, nee. Engelsen naast ons konden vertellen dat ze
voor het slapen hadden gezien dat het schip achterste voren
lag en dachten aan een hekanker. Konklusie: de mooringlijn is
onder de boot terecht gekomen en langs iets scherps doorgeschavield.

van
de mooring losgeslagen huurboot
Passagieren
op Statia
Het
havenkantoor was nu wel geopend zodat we weer $15 konden inleveren.
Plus $10 voor het park maakt het overnachten hier kostbaar,
je krijgt er immers niets voor terug. Allereerst naar onze bevriende
coffeeshop om daar te internetten via de wifi. Helaas moesten
we konstateren dat het kastje niet op zijn plek stond en eigenaar
Devon niet aanwezig was. Wel zaten er twee Nederlands sprekende
mensen naast ons, het bleken inwoners: Mieke en Zoran, beiden
kunstenaars en al vijf jaar hier wonend. Ze schoven bij ons
aan tafel aan en vertelden enthousiast over hun werk. Joke kon
ze vertellen dat we anderhalf jaar geleden al haar expositie
bij de VVV op het fort hadden gezien! Nu hangt werk van hun
bij de Old Gin Inn en nadat ze ons hun huis hadden laten zien
met uitzicht op St. Barth brachten ze ons naar hun expositie.
We herkenden de stijl van haar, zijn werk hadden we nog niet
gezien. Ze wilden graag onze boot zien temeer daar Zoran enkele
dagen als kok op de Passaat heeft gewerkt. We werden uitgenodigd
te komen eten zodra we weer op Statia zijn.

Gin
House, Statia

Mieke
en Zoran, kunstenaars van Statia
Op
naar Saba
Saba
lag al dagen naar ons te lonken, nu was het zover. Met Joan
aan het stuurwiel met bakstagwind in alle rust naar Saba. Geen
walvis te zien, jammer. In het late middaglicht kwamen de contouren
prachtig in beeld. Na vijven wilden we ons melden bij de havendienst
maar de zee was te ruw om even een mooring te pakken. In de
luwte van het eiland tegenover de beroemde "Ladder"
pakten we de mooring direkt, we waren de enige! Joke was vergeten
de vislijnen binnen te halen: er bleek aan bakboord een vis
aan de lijn en aan stuurboord een lijn in de schroef. De vis
was een overheerlijke blue runner, de lekkerste jack volgens
het boekje. Joke hield er 800 gram filet aan over, de vis was
40 cm lang.

blue
runner, de lekkerste jack
Sightseeing
Saba
Met
de rubberboot naar de haven die om de hoek in de wind en de
golven lag. Logisch dat we het niet geheel droog hielden. Na
het in- en meteen uitklaren - kosten $20 - omhoog het eiland
op. Onze gasten lieten zich per taxi naar de "Ecolodge"
brengen. Wij gingen liften en kwamen tot aan de voet van het
1064 treden lange pad dat naar de top van de Mt. Scenery - de
hoogste berg van Nederland met 877 m - voerde en naar de Ecolodge.
Wij besloten de Ecolodge te bezoeken, de naam sprak ons wel
aan. Je raadt het al, halverwege onze klim komen we onze afdalende
gasten tegen! Het restaurant met een zestal bungalowtjes er
boven zag er zeer romantisch uit, zo midden in de wildernis.
Er was een leestafel met mooie fotoboeken van de eilanden en
we hebben er een tijdje zitten wegdromen in de geschiedenissen
van Saba en St. Eustatius. We daalden het pad weer af naar Windward
en bij het eerste terras kwamen we alweer onze gasten tegen.
Ze stapten net op, wij moesten nog lunchen. Vandaar naar de
bank met internetaanbod en weer kwamen we onze gasten tegen.
Je raadt het al, het is een verhipt klein dorpje. Terug naar
de haven kregen we een lift waarbij ik in de laadbak van de
pick up kon. Zo geniet je nog meer van het uitzicht dat 'de
weg die niet kon' bood. We maakten de Zeevonk los van de mooring
en moterden naar de baai in het noorden waar we ankerden bij
het enige strand van Saba. Dit strand verdwijnt 's winters meestal
en komt met rustig weer langzaam terug. Het was weg terwijl
we er begin januari nog hadden gelopen. De plek staat ook bekend
om zijn prachtige snorkelstek en wij te water: zeker zes schildpadden
gezien. De gasten haalden we op aan de voet van de 'Ladder'.
Dit verliep niet geheel droog, Joan nam zelfs een snoekduik
de boot in, maar er hoefde niet te worden gezwommen. De blue
runner die we als diner kregen smaakte inderdaad voortreffelijk.

Joke
op het pad naar de Ecolodge en Mt. Scenery

karakteristiek
terras Windward

bevaarbare
en snorkelbare grot

Well's
bay, Saba

een
van de vele schildpadden
Het
eerste menselijk levensteken was een balletdanseres(?) die oefeningen
aan het strand deed. Verder een paar bootjes met duikers bij
de Diamant rots. Toen de wolken om de top van de Mt. Scenery
geen vat meer hadden op de zon pakten wij onze snorkelsets en
voeren met de rubberboot door de opening in de rotsen. Prachtig
in het ochtendlicht! Met het snorkelen zagen we o.a. inktvissen
(Joke), schildpad (Joan en Henk). Het glasheldere water met
het zonnetje zorgde voor een schitterend decor.
De
laatste etappe: Saba-St. Maarten, 24 mijl
Wind
ENE 2, dus motor erbij tot het oostelijker 3 werd en we het
vliegveld konden bezeilen. We maakten nog een slagje langs de
kust en werden ineens omringd door regenwolken: achter ons zware
buien, voor ons wat licht spul. Te vroeg voor de brugopening
dus tijd voor een drankje. We waren rond en allen vonden Saba
met zijn aparte kultuur het hoogtepunt. St. Maarten komt dan
heel rauw over, laag overvliegende vliegtuigen, sirenes van
politie of ambulance, planerende rubberboten die kriskras om
je heen vliegen. Gelukkig was de avondlucht schitterend vanuit
de Simpsonbay lagoon en konden we toch nog genieten. Het afscheidsdiner
aan de wal in het lobsterrestaurant werd gekenmerk door haastig
opdienen, veel lawaai en een te koele wind. Er zat geen liefde
in. Terug aan boord konden we internetten vanwege een onbekende
wifi-verbinding die openstaat. Post binnenhalen, website bijwerken,
wat wil een mens nog meer!
volgend
verslag
top
index
laatste
wijziging:
13/04/06