Reis
naar de zon deel 43
St.
Maarten-Statia-Nevis-Montserrat-Guadeloupe-Dominica-Martinique-St.
Lucia-Bequia-Tobago Cays-Tobago
za 6 mei - ma 26 juni 2006
Vernieuwingen
Projekten
te over. Het ingrijpendste is de vaste bimini die langzaam
maar zeker vorm krijgt. Ursula van Tropical Sail Loft was
zeer behulpzaam en rails, ritsen, gaasdoek, band, garen en
drukknoppen gingen mee. Ook konden we de speciale tang waarmee
je de drukknoppen in het doek vastzet vorr het weekend lenen,
ideaal. De kuip heeft nu ook een slecht weer(!) funktie: de
regen blijft buiten. Als kadootje aan ons zelf kochten we
twee buiten luidsprekers waar ook onze toekomstige gasten
van kunnen genieten. De watermaker die wat marginaal bezig
was kreeg een forse beurt van Jan Zwiers van Electec: nieuwe,
zwaardere pomp, een voorpomp, zwaardere bedrading, zwaardere
zekering en wat het belangrijkste was: beter passende zuigers
in de Clarkpomp. Alles goed voor een opbrengst van 117,5 liter
per uur!!! De windgenerator die een moderner inwendige en
modernere bladen kreeg doet het goed: meer opbrengst en minder
lawaai zoals beloofd. Samen met de zonnepanelen en een Whispergen
gelijkstroomgenerator die het steeds beter doet hebben we
bijna een energieoverschot en dus ook een wateroverschot!
Lagune
belevenissen
Het
aantal schepen neemt snel af. De grote groep Nederlanders
is richting Azoren vertrokken. We hebben de Noordhinder uitgezwaaid
en afgesproken dat we op champagne trakteren als ze weer in
de Carieb arriveren. De Elfen met Thea die elke ochtend hun
hond uitlaat op het strand, de Fiddlestick met Hans en Anja
die naar het zuiden gaan, de Holender met Pieter die voorlopig
bij Budget Marine blijft werken, de Boyo waarvan zij bij Budget
Marine werkt blijven in de Carieb. De Vagebond, de Rotop,
de Kind of Blue en de Eclipse met Floris die op de laatste
onderdelen van zijn autopilot wacht, staan op het punt van
vertrek.
De
Amerikaanse Water-Musik met Larry en Carmen is ook bezig met
een grote refit: watermaker, zonnepanelen, interieur en elektronica
(zij lagen bij de Noordhinder in Bonaire toen daar de bliksem
insloeg). We keken en luisterden met hun naar de DVD van het
concert van Andrea Bocelli in Toscane. Schitterende muziek
en zang in een prachtige entourage. Een tijdje later verwenden
zij ons met een CD-rom met een selektie van hun onderwateropnamen
bij nacht op Bonaire en beloofden ons daar voor nachtduiken
en fotografie mee te nemen.
Vertrek
naar het zuiden
Eerst
naar Statia waar onze vrienden Mieke en Zoran ons ophaalden
en we heerlijk aten op het terras van Ocean View. De grote
fles verjaardagswijn van Piet en Jelka moest eraan geloven,
verrukkelijk! Hadden ze thuis geen zieke kat dan waren Mieke
en vooral Zoran zo opgestapt, mee zuidwaarts. Het volgende
bezoek was aan Nevis waar Carol woonde in een groot huis met
prachtige tuin en zwembad. Het huis was snel gevonden maar
Carol bleek niet thuis. Onderweg naar Nevis ving Joke twee
tuna's en werden we door een tiental dolfijnen verwend. De
volgende dag vroeg op richting Guadeloupe. Na aanvankelijk
een gunstige wind werd het steeds moeilijker en omstreeks
een uur of twee zeilden we de baai van Montserrat binnen waar
heel toevallig als enige bezoeker de Passaat van Pieter lag.
De baai staat bekend om zijn hevige deining maar was nu heel
rustig. De urenlange procedures bij douane, immigratie en
havendienst bleken verkort: in een kwartiertje stonden we
weer buiten, immigratie was niet eens nodig als je korter
dan 24 uur bleef.
Vulkaaneruptie
op Montserrat
Enkele
dagen voor onze aakomst was een stuk vulkaan in elkaar gestort
en lag het Dorpje Salem urenlang in de asregen. Gevolg: een
centimeters dikke laag grijze stof. Het was te vergelijken
met sneeuw in Nederland maar helaas de as smelt niet. Wij
met de taxi naar Salem waar we van de taxichauffeur een mondmasker
kregen voor we gingen rondkijken. De hele natuur zag doods,
de donkere wolken die de vulkaan braakte op de achtergrond
en het felle zonlicht vormden grote kontrasten. De mensen
leken ietwat gelaten, de helft droeg een masker, de andere
helft leek aan de pils. Als een auto passeerde kwam een wolk
droog as er achteraan. Een lichte zwavelgeur en een licht
brandend gevoel op je huid maakten het nog indrukwekkender.
Sinister was ook de as die de graven op het kerkhof bedekte...
De
volgende ochtend passeerden we bovenlangs en waren net getuige
van een grote geelbruine wolk die de de vulkaan uitbraakte.
Een prachtig gezicht dit natuurgeweld, maar om er te wonen?
'Terug'
op Guadeloupe
De
wind naar Guadeloupe was veel gunstiger dan de dag ervoor
en met een lekker vaartje, een knoop of acht lagen we in de
race met een Amerikaan van 60 voet. We bleken iets sneller
en toen de wind toenam en er gereefd moest worden lieten we
ze snel achter ons. Wij waren al bij de douane geweest toen
zij de baai van Deshaies indraaiden. Later brachten we foto's
van hun schip met regenboog voor Montserrat op een stickje
en kregen we een drankje van Bob en Linda aangeboden. Intussen
was de baai overvol: de finish van de ronde van Guadeloupe
was hier, het leek wel de Sneekweek met een tent op de kant
en overal gezelligheid. Intussen werken we aan de bimini om
een waterdicht geheel van de kuip te krijgen. De naaimachine
ronkt dat het een lieve lust is. Joke bezig als een echte
zeilmaakster met atelier in de VIP-hut en de naaimachine op
de grote tafel. In het dorp natuurlijk een bezoek aan de boulangerie
voor de hoognodige croissantjes en andere lekkernijen.
De
baai nodigt behalve snorkelen en zwemmen ook uit om te kanoën
rond de punt Gros Morne naar het strand waar je 'sans culotte'
terecht kunt. Daar ligt ook nog het wrak van een zeilboot
op de rotsen. Op de terugtocht kom ik een kanoster tegen,
Patty van de aluminium 'InFidien'. Zij is op zoek naar een
duikplek en dat komt goed uit, wij hebben ook duikplannen,
er is zelfs een tunnel waar je doorheen kunt. Na het ontbijt
komt ze met echtgenoot Rick kennismaken en het verhaal over
de tunnel lezen. Ze zijn al 5 jaar onderweg, hebben de wereld
rond gezeild. Tien minuten later zien we elkaar bij de boei
nabij de tunnel, nu met dochter Jessica. Het blijkt een prachtige
duikplek maar met redelijk veel stroom. Na langs de grote
'boulders' te hebben gezworven op naar de ingang van de tunnel.
Door de stroming werd je haast naar binnen gezogen. Inderdaad
zijn de wanden prachtig begroeid maar veel tijd kreeg ik niet,
de stroom was fors. Terug door de tunnel dus geen optie en
dus maar zwemmend om de punt waar nog meer stroom stond. Intussen
waren Joke, Rick en Jessica met hun bootje bij de ingang zodat
ik niet veel hoefde te zwemmen. Einde avontuur.
Basse
Terre
De
volgende plaats die we aandeden was de hoofdstad van Guadeloupe:
Basse Terre. Er is een marina ten zuiden ervan met voor de
ingang plek om te ankeren. Inderdaad lagen er twee jachten
maar de deining was pittig. 's Morgens vroeg stevige regenbuien
met dubbele regenboog. Nooit gerealiseerd dat de tweede boog
de kleuren in omgekeerde volgorde heeft. Over de boulevard
met druk autoverkeer maar een breed trottoir voorzien van
sierlantaarns naar de stad. We maakten een rondwandeling en
waren onder de indruk van dit typisch oud Frans-tropisch stadje.
Veel mensen op de been en een enorme nieuwe markthal gebouwd
- alweer - van Europees geld. De lucht is er zwaar van specerijen
en overal flessen met vele soorten rumbrouwsels. Het kleurige
textiel en Afrikaansachtig houtsnijwerk is ook overal te vinden.
De hoofdstraat is vol winkels met meest kleding. Elektronica
en fototoestellen vind je hier bijna niet. Het is basaal en
niet ingesteld op bezoekers van cruiseschepen. Bij de haven
een aantal boulangeries met delikatessenafdeling en miniterras.
De scheepswinkels zijn klein en vooral ook op (sport-)vissers
ingesteld. De marina heeft een paar betonnen steigers die
behoorlijk in de kreukels liggen, een restant van een tropische
storm of hurricane. De pier van de haveningang is ook flink
beschadigd, de lichtopstand ligt verwrongen aan de waterrand.
Dominica
We
werden verwelkomd door een groepje dolfijnen. Ze hadden echter
maar weinig tijd voor ons. Boatboy Albert - het stond met
grote letters op zijn snelle boot - was verbaasd dat we zijn
naam 'nog' wisten. Hij kwam ons in het donker tegemoet om
zijn diensten aan te bieden. Joke legde uit dat we op doorreis
waren. De volgende ochtend vroeg zag je tegen de bergen overal
mistflarden na regenbuien. Een schitterend gezicht. Zeilen
onder de wal was zinloos, de wind was afwezig of draaide van
ZW tot NE. Pas voorbij Roseau kwamen er schuimkoppen op de
golvan en moest zelfs de genua worden ingerold: typisch venturi-effekt,
maar wel tot windkracht 6 op de kop. Ver voor ons een zeiltje
dat duidelijk ook richting St. Pierre bewoog. Toen eenmaal
de wind wat konstanter was zeilden we met ongereefd grootzeil
en fok met een ruim windje zuidwaarts. Het zeiltje voor ons
werd al gauw een Duits jacht, flink gereefd met werkfok en
stormzeil. Het zag er imposant uit en Joke maakte een fotoserie
van de 'Mon Rêve' 'mit Klaus und Monika' zoals later
bleek in St. Pierre.
Martinique
Je
voelt je direkt thuis in St. Pierre. De kerkklok slaat de
hele en halve uren, de markt ziet er goed uit met ook hier
een grote markthal recent geopend. Wel davert nog het zware
vrachtverkeer door de eenrichtingsdorpstraten hetgeen een
wat onrustig straatbeeld geeft.
Van
St. Pierre naar het zuiden bleek goed haalbaar als we meteen
doorgingen naar Grand Anse d'Arlet. De baai van Fort de France
was nogal winderig doch had vlak water en met een gemiddelde
snelheid van boven de 10 knopen bereikten we de overkant.
We
bleven enkele dagen waarin we ontzettend veel snorkelden,
Joke de mooiste onderwaterfoto's maakte en we af en toe op
de wal aten. Dit ging dan gepaard met live-music en de twee
donkere dames die ons los van elkaar hielpen zorgden dat we
bijna alles dubbel mochten zeggen. Heerlijk zo'n restaurant
aan het strand met de stoelen op de mini-boulevard. Op maandagavond
verdween een aantal boten weer naar FdF, het Pinksterweekend
was voorbij.
Dinsdagochtand
kruisten we tegen E 5 naar Le Marin, schitterend zeilen! De
nieuwe bimini deed het uitstekend, we konden de windhoeveelheid
goed regelen met een of meer voorramen open. In Le Marin naar
het internetcafé: een drankje en gratis wifi. Voor
een ovenonderdeel moesten we naar Lamantin dus huurden we
een snelle Renault Clio. We kwamen thuis met een nieuwe magnetron
voor een derde van de prijs van een nieuwe magnetronantenne
uit Nederland. De volgende ochtend vroeg op pad om het zuidoostelijke
deel van Martinique per auto te verkennen. De uitgang van
het terrein waar de auto stond was geblokkeerd met een oude
mast en struiken. Er stonden krijgshaftige mensen bij met
rode vlaggen. Het bleek een barricade te zijn vanwege de sluiting
van het bedrijf 'Sunsail', een van de grote bootverhuurders
alhier. Gelukkig konden we door een alternatieve uitgang via
het terrein van de buren waar het elektronische hek keurig
voor ons werd geopend.

uitgang
versperd!
Bochtige
bergweggetjes door slaperige dorpjes brachten ons naar de
oceaankust. Hier vonden we stille uitgestrekte stranden met
alleen krabben als bewoners. Het luchtige bos voorziet in
schaduw op het heetst van de dag. Het ritselde cer van rode
landkrabben die in grote getale tussen de bladeren zaten.
Het was duidelijk een gebied waar in het weekend en in het
seizoen een grote drukte was te verwachten.



Opvallend
veel grote villa's overal op de hellingen onderweg. Woont
hier het rijke deel van de mensheid? Een baai met een vissershaven
wordt met Europees geld omgetoverd tot een soort miniappartementendorp
met brede betonwegen en luxe steigers. Alleen de bootjes en
de netten blijven hetzelfde.

Hoe
meer naar het zuiden hoe droger de natuur werd: door de zon
verschroeid gras en bruine, dorstige hellingen. De zoutpannen
liggen niet voor niets in de 'savanne'. Het meest zuidelijke
strand is schitterend gelegen aan een baai waar de oceaangolven
worden gebroken door een rif. Hier is ook een camping hoewel
kamperen in deze periode is verboden, reden onduidelijk. Het
strand wordt op dit vroeg uur al redelijk bezocht, toch konden
we tussen de monokini's nog een plekje vinden waar we puur
natuur de machtige branding konden trotseren. Een van de grote
reuzecatamarans, de 'Passion 2' ,liet in de baai even later
zijn anker vallen zodat de dagjesmensen erop even een duik
konden nemen. Het enige reeds geopende terrasje voorzag ons
van een fles drinken met beker ijs en tevreden keerden we
terug naar de autoverhuurdster, wel via een omweg door St.
Anne waar we het vorig jaar zo van het carneval hebben gesmuld.
Voor
de wifi weer naar het zeilerscafé aan de haven. Hier
zat een gegeven moment wel een tiental yachties met laptop
en sommige met koptelefoon. Ook wij brengen er een lange tijd
door: post versturen, post ontvangen, website bijwerken, dingen
opzoeken. Hoe deden we het vroeger zonder internet?
Onze
nieuwe Duitse vrienden van de 'Mon rêve', Klaus en Monika,
kwamen in de namiddag gezellig aan boord en genoten van Joke's
ti punch. Heerlijk deze sociale kontakten.
Verder
zuidwaarts
Na
de laatste inkopen, zowel op maritiem als op eetgebied en
niet te vergeten het afsluiten van een verzekering met blikseminslag,
hurricane- en piracydekking konden we verder. Met volle tanks
voeren we de baai van Le Mitan uit, richting St. Lucia. Het
duurde lang voor het eiland in zicht kwam doch van de wind
kregen we alle medewerking: oost 3. Het werd een zeer komfortabel
stuk zeilen en ons doel, het befaamde hurricane hole Marigotbay
haalden we met gemak zeilend. Het was er niet druk en de boatboy's
kwamen met graagte zaken doen: Joke kocht uiteindelijk een
tros bananen en wat ander fruit. De wifi deed het niet ondanks
de ontvangst van een paar open hotspots. De oever was nu volgebouwd
met appartementen, die kant van de baai lag vol met schepen
van het verhuurbedrijf Moorings. Het pontje voer weer af en
aan.
De
volgende ochtend vertrokken we om 6 uur voor de ruim 60 mijl
naar Bequia, wetende dat er sowieso weinig wind zou zijn en
onder de eilanden, St. Lucia en St. Vincent, waarschijnlijk
helemaal niet. Na het passeren van de bekende Pitons, twee
bergen karakteristiek voor St. Lucia, duurde het nog lang
voor we wind kregen. Tegen de stroom op één
motor haalden we tenauwernood 4 knopen.
Het
leven in Admiralty Bay, Bequia
In
deze beschutte baai is weinig last van de swell/deining. Bij
sommige windrichtingen werkt de baai als een soort windtunnel
en zwelt elke paar minuten de wind aan om even later weer
te verdwijnen. Dit kan aardige rukken aan je ketting geven.
Dat gekombineerd met vrij harde ankergrond betekent slippende
ankers. Onze oplossing: ankeren in het zand naast het Princess
Margaret strand in de beschutting van een uitstekende rots.
Nagenoeg geen windvlagen, we dwarrelen de meeste tijd. De
windgeneratoren leveren dus geen stroom, in tegenstelling
tot die van onze Duitse vrienden die midden in de baai liggen
en tijdens een zware bui - een 'wave' teisterde het gebied
- windkracht 8 op de klok hadden. We waren net op bezoek en
de monohull maakte een aardige helling terwijl onze dinghie
even de lucht inging, gelukkig zonder ondersteboven te raken.
We waren dan onze schoenen kwijt geweest en voor de buitenboordmotor
is het ook niet goed.
Op
zoek naar zeepaardjes
Onze
Engelse vrienden van vorig jaar, Peter en Tony van de Tigger,
zagen hier zeepaardjes en wij konden ze toen niet vinden.
Reden om nu met onze opgebouwde ervaring met snorkelen fanatiek
het gebiedje af te zoeken. En met sukses, welgeteld één
zeepaardje gevonden, met zijn staart om een tak van een onderwater
struik gekruld. Bijna niet te herkennen, zo goed gecamoufleerd.
Bij elke snorkelpartij daarna zagen we er weer een, mogelijk
steeds dezelfde maar op wisselende plaatsen.

ons
eerste zeepaardje
Nederlanders
zie je overal fietsen
Ook
als het verkeer aan de linkerkant van de weg rijdt en de heuvels
steil zijn laten we ons niet kisten. De vouwfietsen worden
uitgepakt en op naar de Friendshipbay aan de andere kant van
Bequia. Misschien een toekomstige plek om een nachtje te liggen?
Zodra we de heuvelrug over waren zagen de huizen er armoediger
uit, hier komen geen toeristen. Het resort aan de baai bleek
in reparatie, geen gasten te zien. Denk je een lekker drankje
op het terras te kunnen drinken. De lange steiger zag er goed
uit en met zijn lantaarnpalen deed hij een beetje aan het
puntje van de Vliehors denken waar ooit een lantaarnpaal stond
met een fiets eraan geketend. In de baai lagen een paar vissersschepen
en liep wat deining. Alles bij elkaar geen plek om naar toe
te willen. Terug over de heuvelrug, nu naar het fort aan de
overkant van onze baai. Dwars door het dorp fietsend kregen
we veel bewonderende blikken, men wilde onze fietsen wel ruilen
of kopen en dat staken ze niet onder stoelen of banken. Het
laatste stukje weg ging zo steil omhoog dat de eerste versnelling
niet meer toereikend was en je achterover dreigde te vallen.
Met de fiets lopen viel ook tegen, de beentjes waren al aardig
verzuurd. Gelukkig waren de kanonnen echt en was het uitzicht
over de baai perfekt. Bij de rubberboot aangekomen vonden
we dat we wel een terrasje verdiend hadden. Doch Joke zag
eerst nog bij een duikschool een geweldig boek liggen: "Reef
creatures" van dezelfde schrijvers als "Reef fish
identification", het boek dat we na elke duik- of snorkelpartij
pakken om nieuwe vissen op te zoeken. Onze bibliotheek weer
uitgebreider! 's Avonds kwam buurman Franz van het Duitse
jacht "Pebbles" op bezoek. Wij moesten dezelfde
avond nog even een 'afzakkertje' bij hem komen halen, een
drankje gemaakt door een vriendin op St. Lucia. Hij had door
lang gelegen voor motor reparatie en opgenomen door een autochtoon
gezin. De boot bleek een 32 voet Kiewiet van van de Rest Nautic
te zijn, een Nederlands schip dus.

gelijkenis
met de Vliehors

Frans
fort Admiralty Bay

onderhoud
(=plakken) rubberboot
Op
naar de Tobago Cays
Een
kleine twintig mijl naar het zuiden ligt de droom van elke
zeiler: verlaten eilandjes met palmbomen, schitterende stranden
en alle kleuren groenblauw water, de Tobago Cays, beschut
door het 'horseshoe' rif. Klaus en Monika waren royaal voor
ons vertrokken, Franz kwam direkt achter ons aan. Het werd
een zeiltocht uit het boekje: windkracht vier, weinig golven,
halve wind. Een stralende zon kompleteerde het geheel en we
hoefden niet lang te wachten voor de volgende eilanden in
zicht kwamen. Eerst Canouan dat we onderlangs passeerden en
dan Mayreau waar we voorlangs richting Horseshoerif gingen.
Tussen de eilanden van de Tobago Cays door en om de hoek...
lagen zeker veertig schepen voor anker. Bekenden waren de
'Mon Rêve' en het eveneens Duitse schip 'Gräfin
V', die we al eerder zagen in Martinique en Bequia. Van Nederlanders
geen spoor, zeker of naar huis, of naar het zuiden. We ankerden
in ondiep water en het duurde niet lang of de eerste schildpad
kwam even een kijkje nemen. Met snorkelen kwamen we hele groepen
inktviisen tegen en een paar grote stingray's, roggen met
grote staarten. Met de kano op avontuur, eerst naar het rif
waar we voorheen zusterhaaien zagen. Nu lieten ze verstek
gaan, ook bij een tweede poging. 's Nachts kwam de wave over
gepaard met forse buien en windstoten tot 30 knopen volgens
buurman Klaus.


temperatuur
water nabij 30 graden

Klaus
en Monika van de 'Mon Rêve'

met
de kano naar onbewoond eiland Tobago Cays
Laatste
etappe
Wij
stelden ons vertrek uit vanwege een dreigende wolkenpartij
gekoppeld aan die wave, alles te zien op de satellietfoto's
van de speciale weersatelliet ontvanger van Klaus. De volgende
dag in de middag zeilden we door de zuidelijke uitgang van
het Horseshoerif richting Tobago, ruim 90 mijl verder. Er
stond een forse tegenstroom en met de ESE wind kwamen we niet
zonder motorhulp buiten de riffen van Palm Island, Petit St.
Vincent en Petit Martinique. Daarna haalden op het zeil hooguit
180 graden over de grond terwijl we ongeveer 145 moesten varen
om Charlotville aan de Man of War baai te halen. 's Nachts
stevige golven en een paar buien waarna de wind even naar
het oosten draaide. Maar helaas, om bij Tobago aangekomen
eerst nog 17 mijl langs de kust tegen de wind in naar Charlotville
te varen, dat zagen we niet zitten. De sterrenhemel was af
en toe van adembenemende schoonheid en ook de zeevonkjes in
ons kielzog lieten zich niet onbetuigd. Bij daglicht kwamen
we bij de westpunt van Tobago, nu nog de 7,5 mijl naar de
hoofdstad Scarborough. De pilot waarschuwde al, met wind en
stroom tegen kan het wel drie uur duren. We haalden 3-3,5
knoop maar het viel toch tegen. Voor twaalf uur douane en
immigratie konden we uit ons hoofd zetten dus 'overtime' betalen.
Na 23 uur varen, 111 mijl, lieten we het anker vallen achter
de dam van Scarborough. Weer een hoog-aan-de-wind en stroom-tegen
ervaring rijker.
Scarborough
Het
stadje ligt aan de haven. Het was druk op zaterdagmiddag,
overal marktkraampjes en veel mensen op straat. De immigratieofficier
moest van het vliegveld komen en liet ons anderhalf uur wachten
in het koele wachtlokaal van de veerboten. We moestent geloof
ik acht formulieren inleveren - de mooiste vraag op een der
formulieren was: "hoeveel verstekelingen heeft u aan
boord?" Gelukkig lag een stapeltje carbonnetjes ernaast,
en na het beantwoorden van enkele vragen en onder andere het
betalen van de 'overtime' van USD 18 mochten we naar de douane.
Hier stond ook de tv met wereldkampioenschappen voetballen
aan en het bleek dat Nederland op zondagavond tegen Portugal
mocht aantreden. De douaneman liet ons USD 40 betalen, zijnde
havengeld, permitgeld voor 30 dagen, etc. Wij maar denken
dat we te maken hebben met een arm eiland. Goed, onder het
mom van ecotourisme mag het wel wat kosten, maar wat krijgen
we ervoor terug? De komende week zullen we dat ervaren.

Fort
George en het ziekenhuis
Een
mooi gerestaureerd fort met een fantastisch uitzicht naar
alle kanten was ons eerste zondagsdoel. Overal bloemen en
prachtige bomen. Onder de vuurtoren boven het fort zat Rafael
Anselmo Davies die met gitaarbegeleiding een calypso song
ten gehore bracht: improviserend op wat hij wan ons hoorde
- Nederland - Amsterdam - zeilen - voetbal - .... Er stond
wel een verzoek tot enig slijk der aarde tegenover. Dwalend
door de tuinen die het fort omgeven genoten we van de kolossale
saman-bomen en de tientallen spechten die af en aan vlogen.
Natuurlijk maakten we ook een foto van ons schip in de diepte
en zagen een ander zeiljacht naast ons ankeren. Op tijd terug
om toch maar het voetballen op ons kleine tv-tje te bekijken.
Het werd een wedstrijd waarin van alles gebeurde maar helaas
Nederland het onderspit moest delven. 's Avonds kennis gemaakt
met de buren, de Amerikanen Burt en Catherine uit New York.
Zij hebben net het rondje Tobago gemaakt en vertrekken dezelfde
avond nog naar Trinidad. 's Middags werden ze door de politie
verhoord omdat men ze in verband bracht met geldsmokkel. Burt
was niet erg onder de indruk, Catherine was het meest boos
vanwege het smelten van hun ijsblok dat ze met veel moeite
op zondag ergens hadden gekocht. Ze moeten hun huurboot weer
inleveren en het teveel aan WC-papier ('bathroomtissues')
en keukenrollen kregen wij als geschenk. Binnenkort gaan ze
duiken op Bonaire, wie weet komen we elkaar daar tegen.

schitterend
uitzicht vanaf fort George

de
vuurtoren van fort Georger

de
calypsozanger

grote
bomen vol spechten bij het oude munitiedepôt
Havendrukte
Op
zondagmorgen kwam de havenmeester met een snelle boot - 2x
250 pk buitenboord - ons vertellen dat we moesten verkassen,
er kwam een sleep aan die met een lange dwarslijn naar de
vispier vast moest maken. De ankerplaats wordt hiermee gehalveerd.
De sleep bleek net zo'n ponton als we onder andere bij de
Hollandse brug op St. Maarten vaak zagen, afgeladen met zand
of cementblokken. Het lossen ging tot diep in de nacht duurt
wat aardig wat lawaai gaf. De generatoren van de sleepboot
zelf, de enorme catamaran/veerboot 'The Lynx' en de gewone
veerboot 'Panorama' werden hierdoor overstemd. Tussen het
lawaai door waren wel flarden kerkgezang te horen en op maandagochtend
toen alles was vertrokken konden we er zeker een uur van genieten.
Het heeft wel wat dat samenzang aan het begin van de dag.

de
sleepboot met zandbak aan het lossen

The
Lynx

gebouw
kustwacht met de boot van de havenmeester links