Reis
naar de zon deel 45
Isla
Margarita-Golfo de Cariaco-Puerto Real-Cubagua-Coche-Porlamar
ma 17 juli - ma 24 juli 2006
Wat
is thuis?
Wat
filosofische gedachten zijn hier op hun plaats. Vaste patronen,
dezelfde omgeving, een vaste baan, familie en andere relaties
geven je houvast zodat je je energie buiten deze 'schillen'
kunt gebruiken. Vakantie is tijdelijk uit je vaste patronen,
rollen, enz. stappen, kijken wat er in de 'andere wereld' te
koop is. Bruikbare ervaringen neem je mee terug. Met een schip
ergens een tijd liggen zorgt voor vastigheid aldaar. Ons wekenlange
verblijf in Porlamar tijdens het vorige hurricaneseizoen maakte
van Porlamar een 'thuis'. Nu we hier weer tijdelijk liggen herken
je de dingen. Zelfs een aantal schepen en hun opvarenden zijn
dezelfde. Maar
waar zijn de anderen?

Albi,
de steigerbewaker/bagagesjouwer/vuilnisverzamelaar
zoek
de foto van de Zeevonk!
Autoriteitsconflict?
Juan
Baro is de man die een eigen dinghysteiger in de baai van Porlamar
heeft voor zijn kantoor en winkeltje. Hij verzorgt de in- en
uitklaringen voor 170.000 Bolivar (1€=2600 Bolivar). Je
levert voor negenen je paspoorten en scheepspapieren in en voor
vijven krijg je alles keurig verzorgd terug. Dit keer is er
een nieuwe regel: de schipper moet mee om een papier bij de
'port authority' te tekenen. Geen probleem denk je... De bewuste
autoriteit blijkt echter niet aanwezig/beschikbaar. De eerste
dag niet, de tweede dag niet... Als ik Juan mededeel de volgende
ochtend te willen vertrekken en het risiko neem dat we problemen
krijgen, zegt hij dat hij dan ook de problemen krijgt dus berust
ik, naar blijkt samen met 19 anderen!!! Na drie dagen zo vast
gezeten te hebben in Porlamar besluit Juan een vergadering te
beleggen: de 20 schippers worden op zijn kantoor verwacht om
met elkaar iets te doen aan deze onverkwikkelijke situatie.
Daar legt Juan nogmaals de situatie uit en als oplossing heeft
hij een stel taxi's georganiseerd die ons naar het havenkantoor
op de oostpunt van Pampatar brengen. Hier is de rechterhand
van Juan reeds aanwezig en hij verzoekt ons in de wachtruimte
plaats te nemen terwijl hij weer met de autoriteiten overlegt.
Gelukkig is de ruimte redelijk geventileerd en staat er een
koelkast met de nodige frisdranken. Na dik een uur wachten worden
onze taxichauffeurs toch wat onrustig en geven ze aan te vertrekken
met de toezegging om twaalf uur weer terug te zijn. Zo kwart
voor twaalf gebeurt er iets bijzonders: een klein aantal schippers
mag mee naar binnen om hun klaar gemaakte permissie te tekenen!
Een kwartier later weer een paar en zo maar door. De taxichauffeurs
liggen intussen onder hun taxi te sleutelen. Tegen enen wordt
de terugreis aanvaard, om vijf uur kunnen we onze permissie
ophalen bij Juan. Op de onze blijkt dan de "ZEEVONIK"
een frans schip... Moraal van het verhaal?

het
noodzakelijke formulier

zonder
dit stempel in je paspoort ben je niet in het land
Op
naar de Golfo de Cariaco
Met
prachtig zeilweer, windkracht 3 achter en stroom mee vertrekken
we uit Porlamar na eerst benzine en diesel te hebben getankt
van het rondvarende tankbootje. Met een draaiende handpomp met
slang wordt de zeer goedkope diesel zorgvuldig in onze tank
gepompt, het ééncylinder dieseltje van dit oude
vissersbootje gezellig pruttelend op de achtergrond. De benzine
wordt gewoon overgegoten uit een jerrycan.
Natuurlijk
gaat de halfwinder omhoog om ten volle van het beetje wind te
kunnen profiteren. We passeren Coche en Cubagua en koersen dan
op de noordpunt van het schiereiland Araya aan. Bij Coche varen
we over het puntje van het rif, minst gemeten diepte 2.10 m,
het duitse jacht achter ons gaat toch maar om de boei. Dit kunstje
herhalen we bij Araya waar de boei wel erg ver zeewaarts ligt.
Nu met halve wind naar het zuiden richting Cumana, een van de
oudste door Europeanen gevestigde steden in Zuid-Amerika. Waarschijnlijk
door een soort venturi-effect neemt de wind toe en begint te
vlagen. Precies op het moment dat we de halfwinder willen binnenhalen
maakt hij een klap en scheurt dwars door midden... zo te zien
op de eerder herstelde scheuren. Op de genua halen we nog 8
knopen tot de wind wegvalt en pal tegen terugkomt. Motoren.
We ronden de zuidpunt van het schiereiland en zijn in de Golfo!
Helaas zijn de volgende 7-8 mijl naar Puerto Real pal tegen
wind en getij? Op één motor maken we weinig snelheid
tegen de 'IJsselmeer golven'. Dus kruisen, hoewel dat betekent
dat we in het donker zullen aankomen. In de schemering worden
we vergezeld door groepjes dolfijnen die in ons een nieuw speelkameraadje
zien. De laatste slag doen we motorzeilend. De lichten van het
vissersdorpje zijn van verre te zien. We weten de weg en varen
met een licht voorop het zeer beschutte baaitje binnen.
Puerto
Real
Bij
de opkomende zon blijken we in een andere wereld te zijn verzeild:
rode bergen met aan de voet mangroves en een vissersgehucht
met een klein kapelletje op een heuvel. Er liggen wat bootjes
aan lange lijnen. Op de kant afdakjes met daaronder visgerei
of een boot die opgeknapt wordt. Er lopen geiten en kippen rond.
Hier en daar soms een menselijke beweging. Aan hoge palen branden
nog de lichten die we gisteravond zo goed zagen. We liggen in
een prachtig beschut baaitje met achter ons een rots die we
rakelings moeten hebben gepasseerd. Er heerst een weldadige
stilte.

"My
Dream"

kapel

dorpsstraat

doorkijkje
school

wasdag
Na
het ontbijt stappen we in de rubberboot om de plaatselijke bevolking
te ontmoeten. We rollen de boot over boomstammetjes het strand
op en maken vast aan een vissersboot. Het gebouw waar we voor
staan is de school met een paar open klaslokalen. Geen kind
te zien op zaterdagochtend. Woest blaffende honden cirkelen
om ons heen tot ze tot orde worden geroepen door hun bazin.
Van het basketballveld is nu één bord met basket
afgebroken: geen wedstrijden meer dus. Hier en daar zitten wat
mensen voor hun huizen. De meeste deuren staan open en gunnen
ons een doorkijkje. We zien mooie gladde stenen vloeren en eenvoudig
meubilair. Wel vallen overal de tralies voor ramen en deuren
op, een oud gebruik van de indianen toen de Spanjaarden regelmatig
de dorpjes teisterden. Het kapelletje valt op door zijn eenvoud.
De sporttrofeeën op een plank misstaan niet echt, ze vielen
ons vorig jaar al op. De deuren worden met een kei dichtgehouden.
Overal lopen geiten, honden en pluimvee,. Achter de armoedige
huisjes onder de golfplaten wordt met de hand de was gedaan.
Op een andere heuvel zaten wat kinderen die nieuwsgierig onze
bewegingen gadesloegen. We streken daar ook neer en zagen een
jonge vrouw emmers met zand vullen en die naar een hoger gelegen
huis in aanbouw sjouwen. Een uitdaging om haar aan te bieden
de zakken met zand in een keer boven te brengen. Ze nam het
aanbod aan en Michiel en ik namen ieder als een doorgewinterde
bouwvakker een zak zand op de nek om die in het huisje neer
te zetten. Ze was dankbaar in het engels en meteen klaar met
haar klus!

bouwvakkers
Fotosessie
indiaanse (?) kinderen
Joke
maakte intussen kontakt met de kinderen. Ze liet de foto's die
ze van hun maakte meteen op het schermpje zien en ging een gesprek
aan in het spaans. Meer kinderen kwamen er bij staan, nog meer
foto's werden er gemaakt, Anouk nu ook van de partij. Vanaf
een andere heuvel hadden we een schitterend uitzicht over de
baai met in het midden een blinkende Zeevonk. Vervolgens naar
een winkeltje waar een vrouw achter de tralies ons hielp aan
broodjes, meel, koekjes, etc. Terug op de boot leek het een
uitdaging om de foto's van de kinderen af te drukken en Joke
aan de slag. Daarna weer terug naar het dorp om ze uit te delen.
De kinderen moesten overal vandaan worden gehaald en trotse
oma's bemoeiden zich er ook mee. Een heel bijzonder gevoel om
zo toerisme te beoefenen.

groepsfoto

Rosa
Dolfijnenshows
Tijd
om het anker te lichten. Naar Cubagua is het 40 mijl waarvan
de tweede helft tegen wind en stroom in. Het grote fort bij
de ingang van de zoutpannen van Araya staat nog redelijk overeind.
Het is indertijd gebouwd omdat de Spanjaarden de hier met zout
beladen schepen regelmatig aan Hollandse kapers kwijtraakten!
De dolfijnen die we al in de Golfo verwachten komen pas ten
noorden van het schiereiland Araya, maar dan in zoveel groepen
dat we de tel kwijtraken. Onvoorstelbaar veel varaities laten
ze zien: salto's in de lucht, hardzwemmen op de rug, noem maar
op. Vanuit ons bakboord wc/douche raam kan je ze bijna pakken.
Ook vanuit de ctrampolines heb je een geweldig zicht op hun
show. Voor foto- en videocameras is het risico van een zoutwatersproei
groot: de wind zwelt af en toe in vlagen aan tot 6 Bft en schijnbare
wind tot in 7 Bft. Met een enkel rif in het grootzeil en de
genua steeds aanpassend komen we een heel eind tot aan het eind
van de middag als we de genua moeten inrollen en de fok ons
al voldoende voortstuwing geeft. Vlak voor donker ankeren we
aan het strand van Cubagua en is ons happy hour bij een waterig
zonnetje.

spotters

dolfijnenshow
Bezoek
aan de eerste Europese nederzetting in Zuid-Amerika
Vroeg
op pad naar de ruïnes van Nuovo Cadiz, de nederzetting
die al in begin 1500 door de Spanjaarden werd gebouwd toen Columbus
bij zijn derde reis omstreeks 1497 ontdekte dat de parels die
op dit eiland werden gevonden van bijzondere kwaliteit waren.
De jaaropbrengst overtrof een gegeven moment zelfs die van het
Incagoud. De oesters met parels werden opgedoken door indianen
die als slaven werden gebruikt. Ze gingen naar beneden met een
steen als loodgordel en een mandje. Het verhaal wil dat ze door
de Spanjaarden zo slecht werden behandeld dat er regelmatig
nieuwe indianen vanaf het vasteland van Zuid-Amerika moesten
worden aangevoerd. De nederzetting werd door een aardbeving
en bijbehorende tsunamis met de grond gelijkgemaakt. Ook vonden
er overvallen door vrije indianen plaats. Toen de 'oogst' ook
al geringer werd werd het eiland verlaten. De grondvesten van
de huizen van toen zijn nog duidelijk aanwezig. Het eiland wordt
nu bewoond door wat vissers en er zijn twee steigers met een
modern strand met rieten parasols en ligbedden gekomen.

Ruines
Nuevo Cadiz
Veerbootwrak
Het
andere boeiende object is het wrak van een veerboot die in de
jaren 70 in brand vloog en hier op de kust strandde. Er stonden
veel auto's op die nu nog in het wrak zitten. Het wrak steekt
dreigend boven water uit en wordt door pelikanen frekwent bezocht.
Snorkelend zwem je samen met grote groepen trompetvissen - de
grootste zijn meer dan een meter lang - en vele andere soorten
bovendeks. Naast de veerboot ligt het wrak van een vrachtscheepje
waarvan de boeg minder dan 1 meter onder water zit. Bizar is
de watertemperatuur hier: slechts 24 graden!

wrak
veerboot

de
vuurtoren Cubagua deed het!

nederzetting
vissers
Woelige
overtocht naar Isla Coche
's
Middags tijd voor het volgende stuk: Isla Coche, een mijl of
tien richting Porlamar. Weer wakkert de wind in de middag aan
en gaan we gereefd al slagen makend de goede kant op. Een groot
scherp jacht leek ons (in de verte) wat in te halen door hoger
aan de wind te gaan en sneller te zeilen. We vergrootten ons
zeiloppervlak en plotseling was hij verdwenen. Waarschijnlijk
een plekje aan de kust van Margarita gevonden. Andere mogelijkheden:
mast eraf, gezonken, etc.
Het
prachtige strand van Coche liet duidelijk zien dat het zondag
was: motorbootjes, waterscooters en andere drijvende voorwerpen
scheurden langs de kust. Tegen het donker worden verdwenen ze
en samen met een vijftal jachten lagen we in een deiningvrije
baai. Het resort met veerbootsteiger bleef aardig bevolkt. Wij
naar de wal voor het afscheidsdiner. We boften, een lopend buffet
met live zang voor de resort mensen (herkenbaar aan een blauw
polsbandje). We mochten aanschuiven en onze borden vullen met
een veelheid aan gerechten. Nog nooit een vier/vijf gangen diner
zo snel voor ons op tafel gekregen! Van het mensen kijken kregen
we ook niet genoeg. Het resort werd bevolkt door autochtonen
en buitenlandse gasten. Een paar jongedames met maximale voorgevel
en in minimaal textiel gehuld deed onze dames de opmerkingen
maken als: "kan niet echt zijn" en "lopen hier
om zich te laten zien". Was dit een uiting van jaloersheid
of slechts het konstateren van feiten? Geen idee hoe duur de
siliconen hier zijn.
Terug
bij de rubberboot op het strand was het slot aan de ketting
in het zand terecht gekomen. Het duurde even voor we het voldoende
schoon gespoeld en doorgeblazen hadden voor we huiswaartsw konden
keren.
Terug
in Porlamar
De
laatste dag brak aan. Zeilend over het rif, minimum diepte op
onze route 1.50 m. De wind was minimaal en tegen de stroom opboksen
was niet de goede optie. Moteren dan maar. We kropen met 4-5
knopen in de goede richting. toen we de wind iets ruimer kregen
mocht de genua erbij en bereikten we snelheden tot 6,5 knoop.
De contouren van het verlaten Concorde hotel werden het eerst
zichtbaar. Daarna zagen we de witte stippen die weer later ook
nog een mast bleken te hebben. Weer in Porlamar na in één
dag heen en drie dagen terug te hebben gezeild, vele nieuwe
indrukken en ervaringen opgedaan. Dit deel van Venezuela is
buitengewoon boeiend. We praten maar niet over de Andes...
In
de baai van Porlamar liggen nog twee Nederlandse jachten: de
"Fiddlesticks"
en de "Sortilege"
index