| 
e-mail:
info@catzeiltochten.nl
onze vertegenwoordigster Margje in Nederland:
0647130930 of
00870 764020057 (Zeevonk in Ned. Ant. of 0690535680 Franse Ant.)He
waar
zijn we? wie zijn we? |
Reis
naar de zon deel 53
Guadeloupe-Dominica-Martinique:
Reis
voor natuurliefhebbers
9-30
januari 2007

de
gevolgde route
Onze
Belgische gasten arriveren vroeg, ze hebben er zin in!
Het was even schrikken bij het zien van de hoeveelheid
bagage, maar vooral vanwege hun bergschoenen. Maar deze
groep heeft als doel de natuur van de drie eilanden
te voet te verkennen en alles op hun weg te fotograferen,
dus wat wil je. De 'aanvoerder' heeft zelfs een grote
aluminium fotokoffer bij zich! Vooraf vergaderden ze
vele malen, de laatste keer op Oudejaarsavond. We ontvingen
hun wensenlijst/programma al eerder. Hieruit konden
wij al de konklusie trekken dat ze beter bekend waren
met het binnenland dan wij! Eenmaal aan boord het bewijs:
boeken, kaarten, gidsen van de drie eilanden, verrekijkers,
grote fototoestellen met telelensen, berg wandelstokken,
dagrugzakken, tropenpetten, ga zo maar door. Nog nooit
zulke goed uitgerustte mensen aan boord gehad!
Alle
bagage verdwijnt in de hutten. In het schemerdonker wordt
het eerste bad genomen, voor Belgen die zo uit de winter
komen iets heel bijzonders. De pindasoep van Joke slaat
aan, er blijft geen druppel over. De kooien worden toch
nog vrij laat opgezocht.
Al
voor zonsopgang - voor zevenen dus - zitten de eersten
al over de stafkaarten en wandelgidsen gebogen. Ook
de fotokoffer gaat open: telelenzen, laadapparaten,
snoeren, te veel om op te noemen. Er komt een laptop
op tafel en ook drie minischermpjes waar je foto's mee
kunt bekijken en opslaan door de flashkaart erin te
duwen. Ze besluiten rustig te beginnen: een korte voettocht
de berg op naar de botanische tuin, 1,4 km volgens het
bord bij de brug over het riviertje. Als ze tegen twaalven
terugkomen zijn ze er nog niet uitgekeken en hebben
ze de afspraak gemaakt dat ze in het begin van de middag
met een auto worden opgehaald. Tegen donker zijn ze
terug, vol enthousiaste verhalen. Het blijkt dat ze
onderweg zoveel gezien hebben dat ze hooguit 1,5 km
per uur halen. Alles is nieuw in dit tropische paradijs.
Elke pelikaan of fregatvogel roept kreten van verwondering
op. Met de rubberboot varen we nog bijna over een van
de vele schildpadden die in deze baai wonen. In het
donker wordt nog snel een bad genomen voor we aan het
diner gaan. Wat een aktiviteiten! Hoelang houd je dat
vol? 's Avonds worden de fototoestellen ontladen, de
'getrokken' plaatjes bekeken en gecopieerd. Doodmoe
de kooi in.

Het
dagelijks leven in Deshaies
Bij
het licht worden vertrekken de eerste zeiljachten naar
Antigua, Montserrat of Nevis naar het noorden, Les Saintes,
Dominica naar het zuiden. Om kwart over zeven als de
zon boven de bergen verschijnt zie je de eerste rubberboten
naar de wal varen om een kwartier later met stokbroden
terug te komen. Ook de eerste zwemmers worden gesignaleerd,
wat is er heerlijker dan wakker worden in water van
26-28 graden, dobberend naast je boot? Na het ontbijt
beginnen de rugzakkers in de bootjes te stappen, mensen
die op eilandverkenning gaan. Nu vertrekken ook de minder
haastige schepen naar noord of zuid, de levensgenieters
zullen we maar zeggen. De steiger waar we de rubberboot
aan vastmaken heeft een paar roestvrijstalen laddertjes
van drie treden. De rest van de steiger is meestal zo
hoog (afhankelijk van de waterstand) dat de rubberboot
er net onder kan verdwijnen en je buitenboordmotor beschadigt
en/of het lampje erop. Dus: ankertje mee om te zorgen
dat hij vrij blijft van de steiger tijdens je afwezigheid.
De steiger is gemaakt van ruw houten balken die op wisselende
afstand van elkaar liggen, uitkijken dat je je voeten
goed neerzet! Elk jaar wordt zo'n steiger beschadigd
door stormen, alleen het betonnen deel is meestal bestand
tegen het natuurgeweld. Ook de huizen aan het strand
hebben hiervan te lijden, het meest duidelijk is een
huis dat half weggezakt is en waarvan de bovenverdieping
in de lucht hangt.
Tussen
de restaurants door naar de dorpsstraat. Hier is éénrichtingsverkeer
en nog redelijk druk ook omdat het de kustweg is. Aan
weerszijden winkeltjes met souveniers, kleding, brood
en banket, groente, drogist. Ook het "Hôtel
de Ville' is hier. Met de burgemeester hebben we al
kennisgemaakt: ze passeerde in een grote citroën,
stopte vlak voor ons om een gehandicapte man geld te
geven. Deze zei vele malen:"merci madame la maire"
en inderdaad herkende ik haar uit het VVV-gidsje waarin
ze een voorwoord had geschreven. Op het piepkleine terrasje
aan de dorpsstraat is het heerlijk mensen kijken: toeristen,
velen met spierwitte huid en dikke buiken trekken er
voorbij, vaak nog voorzien van een grote camera. Rastamannen
(laatst heb ik de eerste rasta-vrouw gezien) zwerven
over de straat. De man van het groentestalletje komt
voorbij met een oude vliegveldbagagekar vol verse produkten
die hij bij de groentewinkel 50 meter verderop haalt.
Elke dag hetzelfde ritueel, maar waarom een groentestal
en een groentewinkel van dezelfde eigenaar op zo'n korte
afstand van elkaar?
Bij
de Ecologische duikschool signaleren we beweging, het
bootje zal wel bijna vertrekken. In de winkel staan
mensen al dan niet half in neopreen gehuld te wachten.
Ze hebben toch een bijzondere blik in hun ogen, gewone
mensen lijken ze op dat moment niet te zien. We lopen
door richting brug. eerst passeren we de souvenier/internet
winkel waar je met je laptop kunt aanschuiven voor €6
per uur, ze laat je wel voor extra vijf minuten 0,50
betalen maar is erg vriendelijk en spreekt een beetje
Engels. Bij het restaurant vlak voor de brug kan je
kiezen voor de autobrug of een hypermodern in aluminium
uitgevoerde boogbrug (Europees geld) die naar de vissershaven
(Europees geld) en de tennisbanen (toevallig ook Europees
geld?) voert. Dan gaat de weg steil omhoog met in de
eerste bocht een paar gebouwen, onder andere waar de
douane - indien aanwezig - huist. Nog een kilometer
verder omhoog kom je bij de botanische tuin met als
attraktie flamingo's. Maar helaas, ze zijn recent door
wilde honden aangevallen en de overlevenden moesten
vanwege hun verwondingen worden afgemaakt.
Ga
je van de steiger linksaf dan kom je bij de plaatselijke
VVV met een zeer attente zwarte dame erin die werkelijk
een prima service verleent, ook met taxi's e.d. Het
is net geen container maar heeft wel de kenmerken van
een simpel hutje. De bibliotheek aan de overkant is
een modern gebouw waar leden (twee pasfoto's, etc. kunnen
internetten (wij dus niet). Achter het tankstation is
de Spar, een van de twee supermarkten in het dorp. Redelijk
van drank, groente, vlees, kaas en melkprodukten voorzien.
De kerk steekt boven alles uit en vanuit zijn simpele
toren klinken een paar maal per uur wat klokgeluiden.
Vanaf
de Zeevonk kan je zien hoe laat het is, de wijzers zijn
goed te onderscheiden. Aan de zuidkant van de baai zijn
bij daglicht de kanonnen te zien die de toegang tot de
baai voor de Engelsen onmogelijk moest maken. Aan de noordkant
de steile wanden van de Gros Morne. Een wandelpad dwars
over voert naar een van de grotere stranden van Basse
Terre, de Plage Grande(?). 's Nachts hoor je de boomkikkers
en krekels en tegen de avond zie je er wat vleermuizen
op insektenjacht. De begroeiing is dicht. Als je naar
de punt vaart, bijvoorbeeld met de kano, kan je zien waarom
er regelmatig boten met duikers aan de baai liggen: hier
is een onderwater tunnel van 15 meter lang, leuk voor
duikers. Ook kan je vandaar bij helder weer het vulkaaneiland
Montserrat zien liggen Je ziet trouwens de hele dag passerende
zeilschepen in het westen en tegen de avond komen er elke
dag wel een stel de baai binnen voor de nacht. In het
oosten boven het dorp verschijnen regelmatig prachtige
wolkenformaties boven de bergen. Af en toe wordt het er
grijs en zie je regengordijnen naar beneden komen. Regenbogen,
enkel of dubbel zie je dan ook dagelijks want de zon schijnt
hier ook tijdens deze vaak korte buien. Trouwens de wind
kan er ook wat van: door het dal komen vaak met de regelmaat
van de klok windvlagen aanzetten, je ziet ze over het
water aankomen. Met een Air Marine windgenerator hoor
je aan het gefluit van de wieken hoe hard het dan waait.
Genoeg over deze boeiende ankerplek, tijd om te vertrekken
naar de Baai van Malendure, acht mijl zuidelijker.
Met
wind achter op de genua halen we al
6 knopen tot de wind ineens pal tegen is. Weinig keus:
kruisend komen we er nooit dus motoren aan. Onderweg
trotseren we een enkel buitje dat je zo van de bergen
ziet afrollen. Vlak voor zonsondergang varen we de nagenoeg
lege baai binnen, tenminste wat betreft zeiljachten.
Aan allerlei soorten moorings liggen wel visbootjes
en boten voor duikers die overdag tussen het strand
en Pigeon eiland pendelen. Ook ligt er een fond de verre
(glasbodem) boot 'met 360 graden uitzicht onderwater'.
Het restaurant op het puntje van het kleine schiereiland
lonkt al naar ons maar pas tegen zevenen varen we naar
de steiger waar we zonder kleerscheuren of natte voeten
uitstappen, de forse deining ten spijt. Over het strand
naar de weg - de kustweg, andere wegen zijn er niet
- omhoog, door de kloof en we staan voor het restaurant
met zijn vele terrassen. We krijgen een tafel op het
buitenste terras en zien de Zeevonk en de drie andere
jachten in de diepte liggen. Het diner ziet er geweldig
uit, vierkante borden met veel creatieve vondsten. De
prijzen zijn Europees. Opvallend is dat hier mega zeiljachten
voor een dagje voor anker gaan: dure twee- en driemasters
luisterend naar de namen "Islander" en "Eos"
Interessant om te zien hoe dat gaat, crew in witte pakjes
die beginnen de boot af te spuiten met zoet water zodra
het anker is gevallen, bijboten die in het water worden
getakeld, platforms en trappen die uit de zijkant worden
getoverd. De eigenaren vaak met een soort imponeergedrag
zijn goed te herkennen.
Op
het strand verschijnen al vroeg de eerste badgasten,
de strandtentjes en duikscholen (drie naast elkaar)
gaan open, bootjes varen naar de steiger om de vroegste
vogels in te laden, of voor een duik of voor pêcher
au gros: een dagje grote vissen vangen met een soort
minitrawler vol met hengels. Onze ploeg gaat weer op
expeditie het binnenland in, echter onbekend met de
vervoersmogelijkheden: bus, taxi of autohuur? Achteraf
blijken geen van deze te realiseren en wordt het de
benenwagen over de kustweg. Niets geen bezoek aan de
Mamellen, park, etc. aldaar. Ze komen dan ook vermoeid
weer aan boord. Hoe lang houden ze dit tempo vol?
Joke
en ik lopen over de kustweg naar het zuiden waar een winkelcentrum
moet zijn. Over de boulevard: grote rotsblokken als dijk,
langs armoedige huizen, een autoverhuurder - voor €23
per dag mits je de auto goed schoonmaakt - die tegelijk
internet aanbiedt. Daar worden we ingehaald door veel
trommel-, scheidsrechterfluit- en toetermuziek. Een groepje
verklede mensen met maskers maakt de straat onveilig met
hun carnavalsact. We passeren een rivier en zien de kleuren
van de Shell opdoemen: tankstation en inderdaad een wat
armoedig uitziende groep winkels met voetbalveld (groen
dit keer) en aan de kust een minihaventje vol motorbootjes
waarvan de ingang de riviermonding met bijbehorende zandbanken
is. Her zie je vrij veel branding en is een passeren van
een rubberboot vol met etenswaar een hachelijke zaak.
Dus sjouwen met de boodschappen!
Als
je mensen ziet kanoën met echte kayaks en ook met
opzitkano's zoals wij hebben dan wordt het tijd om de
onze te water te laten. Gewapend met snorkels, duikbrillen
en onderwatercamera's gaan we op pad. Weinig last van
stroming, de deining is rustig en een beetje wind. Een
makkie om aan de overkant te komen. We varen tussen
de twee eilanden door en kiezen voor het strand. Hier
liggen grote aangespoelde boomstammen en zijn een paar
overhangende rotsen met een soort holen. Een leuke plek
om te overnachten! Een pad over het eiland brengt je
naar het kleine strandje aan de noordkant. Hier staat
de wind op en klapt de deining met flinke kracht op
de rotsen. Een paar 'tuintjes' met o.a. een kreeft en
enkele schelpen sieren het strand. Om nu hier met een
boot aan een mooring op lagerwal te liggen is geen pretje.
Ineens geritsel tussen de struiken en een rat gaat rustig
aan iets knagen ons met één oog in de
gaten houdend. Terug bij de kano om de snorkelspullen
te pakken en 'La Piscine' te verkennen. Dat viel tegen,
door de flinke golven was het zicht beroerd en alleen
langs de zuidrand was het onderwaterlandschap goed te
onderscheiden. De vissen lieten zich spaarzaam zien,
kortom we zijn beter gewend. Terug naar het strand.
Intussen arriveerden de boten met duikers en scharrelde
de glazen bodem boot in het rond. Tijd om terug te keren
naar de Zeevonk. Natuurlijk net een buitje tegen maar
het warme opspattende water deerde ons niet. Voldaan
weer aan boord. Wat een prachtige tocht, zo met de groene
bergen op de achtergrond.


zware
cregen zorgt voor een verlaten strand
Dimanche
in januari dus CARNAVAL!
In
het plaatsje Bouillante - genoemd naar de heetwater bronnen
- 6 km ten zuiden van onze baai is om twee uur de carnavals
optocht volgens een boekje. Iedereen voelde er wel voor
om zo de 'rustdag' te besteden. Alleen Raymond heeft nog
een ander programmapunt: duiken bij Pigeon eiland, maar
dat kan 's morgens. Na hem te hebben afgeleverd bij een
van de duikscholen liepen we zuidwaarts maar al gauw werd
duidelijk dat het erg ver lopen was en ook nog over heuvels.
We keerden terug met enkele boodschappen, kwamen de anderen
tegen die doorliepen, wij zouden Raymond wel opvangen
en om twee uur zullen we elkaar ontmoeten voor het gemeentehuis
in Bouillante. We sloegen geen acht op de donkere luchten
totdat het een beetje begon te spetteren. Snel doorlopend
bereikten we tijdig het terras bij de steiger en we zaten
nog niet of de bui barstte los. Een groep kanoërs
keerde na 100 m terug. Ware regengordijnen teisterden
wel een half uur het strand. De Zeevonk was niet meer
te zien, zo dicht was de regen. Overal ontstonden beekjes
die uitmondden in zee. Na regen komt zonneschijn en de
eerste strandgangers vertoonden zich weer. Even later
kwam Raymond ook terug vasn zijn duikexcercitie en stapten
we in de rubberboot die vol water stond. We lieten hem
leeglopen in de takels, leeghozen was geen optie. Na een
lunchje weer naar de wal waar we probeerden te liften
bij de bushalte, zo hadden we twee kansen. De auto die
stopte won het van de bus, de aardige man bracht ons drieën
keurig naar het carnavalsterrein waar we de anderen ontwaarden
zittend aan het middagmaal bij een provisorisch ingericht
terras. Intussen was het stralend weer en was het een
drukte van belang. Ook de Creoolse klederdrachten waren
te bewonderen en Hentrietta die het eten opdiende liet
zich graag fotograferen.

Raymond
maakt zijn duikspullen klaar
carnavalslunch
in Bouillante
Henriëtta
in Creoolse klederdracht
Carnaval
in Bouillante
Je
verwacht een huis hoog in de bergen, blijkt het alleen
de naam te zijn, er staan slechts een paar borden met
informatie. Het gebied is mooi en je kunt er eigenlijk
alleen komen met vervoer. Zeer de moeite waard. Aan
het eind van de middag naar het internetcafé
waar in een grote ruimte twee computers staan. Laptop
aansluiten is niet mogelijk dus met een stick binnenhalen
en verzenden (hoe moet dat ook weer?). Terwijl we teruglopen
schreeuwt een passerende fietser: "Monsieur le
capitain!!" Het is de kelner van de dag ervoor
die erg vergeetachtig bleek en vele keren op en neer
moest voor een glaasje wijn of een cola. We zijn op
tijd aan boord om het anker op te halen en naar Pigeon
eiland te varen om daar in de kom aan een mooring speciaal
voor bootjes met duikers de nacht door te brengen. Het
water is er glashelder en ideaal voor duiken en snorkelen.
Je ligt er te midden van de twee eilanden die redelijk
begroeid zijn, er staat zegge en schrijve één
palmboom aan het strandje. De deining klotst tegen de
rotsen rondom en creëert een soort oersfeer. De
zon gaat geluidloos onder. In de verte schuift een driemaster
over de horizon. Venus staat weer strak aan de hemel
en langzaam komen de sterren te voorschijn. We eten
natuurlijk bij kaarslicht met een passende muziek op
de achtergrond. Kan het nog romantischer?

bijzondere
opbrengst: springspin, ware grootte 2 mm!
Ontwaken
op Pigeon Eiland
Al
vroeg zijn de eersten uit de veren om de eerste zonnestrralen
niet te missen. Wolkenformaties boven de bergen lukt
het om de zon toch nog lang te verbergen. Maar zodra
hij er is gaan we te water: Joke en ik duiken, de rest
snorkelt. Het zicht onder water is tientallen meters
en met het vroege zonlicht bieden de grote sponsen en
koraalformaties weergaloze doorkijkjes met vissen als
versiering. De zuidelijke rand van het kleine eiland
heeft een steile "drop-off" waardoor de kleuren
nog beter uitkomen in het laag invallende zonlicht.
Het lukt om weer wat bijzondere vissen fotografisch
te verschalken. Een Spaanse makreel glijdt voorbij,
enkele black durgeons (alleen nog maar gezien op Bonaire)
en een spotted drum samen met de overal aanwezige stoplight
parrotfishes waren gisteravond de buit. Nu was de jacht
op schildpadden - twee flinke aan de oppervlakte - en
op een zeepaardje dat Raymond eerder zag. Het rode zeepaardje
vonden we niet, je moet echt de plaats weten en die
is bekend bij de plaatselijke duikinstructeurs. Iedereen
komt opgetogen uit het water, onder de indruk van al
dat moois.

grotbewoonster
op Pigeon Island
Zuidwaarts
naar Basse Terre en Rivière Sens
Het
blijft lastig om in de luwte van een eiland te zeilen:
de wind valt plotseling weg, komt van de andere kant,
is pal tegen om weer terug te draaien. We proberen met
de genua zoveel mogelijk profijt van de wind te hebben
doch ontkomen er niet aan om af en toe een motor bij
te zetten om de windloze stukken te overbruggen. De
kust trekt voorbij en de dorpjes aan het water laten
zich op hun best in het ochtendzonnetje zien. Het grote
kerkhof aan de kust bij Basse Terre ziet er heel bijzonder
uit: allemaal mini-huisjes op een flauwe helling zodat
de meeste 'bewoners' uitzicht op zee hebben. Daarna
een modern stadion en de moderne overkapping van de
markt. De trekzak van Joke inspireert het gezelschap
tot meezingen van de meeste internationaal bekende (zeemans-)liederen.
De stemming zit er goed in. Maar... hoe kan die zeilboot
zover van de kust voor anker liggen?
Berging
van de "Marsha Claire"
We
varen vlak onder de kust langs de moderne boulevard
en zien geen beweging op een zeilboot zonder zeil. Wel
staat de ankerketting naar beneden. Een blik op de kaart
zegt genoeg: het is daar ongeveer 200 m diep! Het schip
is kennelijk op drift, al dan niet met slapende opvarenden!
We varen er naar toe om polshoogte te nemen. De ingang
is dicht, er hangen hier en daar wat kleren, het ziet
er verlaten uit. Het is een huurboot van Sunsail. We
maken voor en achter vast na eerst een rij stootwillen
te hebben uitgehangen. Het luik zit op slot, het stuurwiel
kan maar weinig draaien: geblokkeerd? (kennen we wel
van auto's). De elektrische ankerlier heeft geen zichtbare
bedieningsknoppen of afstandsbesturing dus maar even
op de hand het anker binnenhalen. Het is niet meer dan
10-15 m ketting en gaat dus erg makkelijk. We proberen
tegen de wind in op te stomen met de 39,3 voet Beneteau
Oceanis langszij. Paul stuurt op de Marsha Claire en
zo komen we stapvoets dichter bij het strand. Af en
toe vlaagt de wind en staat er 24 knopen over dek. Ëénmaal
was het niet te houden en maakten we een stormrondje.
Voor Joke reden om de kustwacht via de marifoon op te
roepen. Noch de havenmeester, noch de kustwacht reageert
op herhaaldelijk oproepen. Joke kwam met een duidelijker
hulproep: "PAN PAN" en ja hoor antwoord. Binnen
het kwartier verschijnt een open boot van de kustwacht,
maar dan liggen we al voor anker bij het strand met
onze 'vondst' langszij. Intussen is ook een rubberboot
met twee jongemannen verschenen die de sleutels van
het schip hebben maar er niet mee kunnen varen. De schipper
is "in het café", ze spreken geen Frans,
het zijn Amerikanen. De kustwacht mannen klimmen aan
boord van de gevonden boot en vragen of men Frans spreekt.
Gelukkig weet Paul zijn woordje in het Frans te doen
en na wat gegevens opgenomen te hebben is de vraag:
"wat nu?" De crewleden van de Marsha Claire
hebben ook de sleutels van de motor al kunnen ze niet
zelf varen. Een van de kustwachtmensen neemt het stuur,
ik mag ook mee en we maken los van de Zeevonk en varen
richting strand. Hier droppen we het anker met de hele
lengte ketting en de kustwacht brengt mij terug. Karwei
geklaard. De vraag is nu hoe de reaktie van de schipper
straks is. Met onze crew hebben we al gedold met 10%
van de waarde van het schip als internationaal bergingsloon.
Terwijl wij lekker in de wind op het voordek ons drankje
namen kwam de schipper van de Marsha Claire aan om ons
te bedanken. Ze willen iets terugdoen en bieden ons
een diner aan, al schrokken ze wel van onze grote crew
die had geholpen en die hun andere geplande aktiviteiten
niet konden uitvoeren. (het zijn 6 arme studenten van
MIT in Boston). Maar goed, we moesten maar langskomen
als we aan het eten toe waren. Zodra onze groep terug
was van een bezoek aan Basse Terre maakten we ons klaar
voor het diner aan de wal, het Terasse de Marina zag
er redelijk uit en werd uiteindelijk onze keus. Met
zijn tienen - waarom de rest van de bemanning van de
Marsha Claire niet meeging werd niet duidelijk - aan
een grote tafel. Het was gezellig en de kwaliteit was
goed. Toch maar vaker een boot vinden...

vindplaats
"Marsha Claire en de route naar het strand
Het
strandleven van Rivière Sens
Het
zwarte strand was bij onze aankomst vol en de geluiden
waren die van een druk openlucht zwembad: schreeuwende
kinderen. In het water een groep vrouwen die de oefeningen
die werden voorgedaan door een trainster boven water
probeerden uit te voeren. Snorkelaars waagden zich verder
van het strand en kwamen zelfs even bij ons kijken.
Tegen de avond veel wielrenners op de kustweg en later
ook trimmers. De volgende ochtend werd er weer druk
getrimd/gerend over de kustweg en was er weer aquagym
en zelfs schoolzwemmen. 's Middags aardige kwaliteit
beach volleybal en weer druk.
Beklimming
van de Souffrière
Binnen
twee weken beklimmen twee groepen van onze gasten de
vulkaan en hoogste top van Guadeloupe terwijl wij er
nog niet zijn geweest. Had de eerste groep slecht weer
boven met storm en regen, nu was het schitterend weer
en dus ook druk onderweg. Gisteren was de top van zee
af te zien, vandaag idem dito. De Îles des Saintes
waren goed te zien, misschien morgen andersom? De taxichauffeur
die ze boven bracht blijkt de hele dag boven te zijn
gebleven en was dus op tijd voor de terugreis. Het viel
op zo veel hij onderweg liet zien en vertelde. Aan het
eind van de middag was het tijd voor een cocosnoot waarvan
eerst de melk werd gedronken en daarna het zachte vruchtvlees
werd uitgelepeld. Om zes uur was men weer terug bij
de haven waar ik net klaar was met benzine tanken. Joke
wachtte met een typisch hapje Creools (accras) op ons.
Oversteek
naar Les Saintes
Tot
de vuurtoren op de motor tot de wind zichtbaar wordt
op het water: schuimkoppen en met ruime wind komen we
tot 9,2 knopen. Onderweg passeren we Le Sec Pâté,
een onderwaterberg die tot 12 meter onder het wateroppervlak
komt. Volgens de duikgids een prima duiklokatie maar
wel vijf mijl van de duikschool in Les Saintes en midden
in een zeestraat met altijd ruw water. De golfhoogte
is vandaag onder de twee meter en de dames op de trampoline
worden nauwelijks nat. Al snel komen Le Pâté
en het Suikerbrood in zicht en draaien we boven langs
het eiland Terre de Bas waar we de tweede baai in varen.
Een schitterende zeiltocht onder ideale omstandigheden!
Weer
een nieuw eiland: Terre de Bas
Het
ankeren geeft wat problemen, tot drie keer toe breekt
het anker uit en onze duiker helpt uiteindelijk een
handje om de punt goed in het dunne laagje zand te duwen.
Langs de oever zien we een ijsvogel een paar maal passeren.
Het water is glashelder en al snel ligt iedereen erin
met een snorkeltje. We zien een schorpioenvis, inktvissen,
murenes en een ballonvis naast het gewone spul. Dan
is het tijd om het eiland te verkennen. Er is geen steiger,
alleen rotsen aan tien cm diep water met zandbodem en
hier en daar wat gesteente net onder het wateroppervlak.
De motor moet omhoog en een achter anker uit. We klimmen
de steile trap op en zijn bijna meteen in het dorpje.
De weg voert langs het strand aan de noordoostkant waar
aardige rollers het zwemmen bemoeilijken. Onder de palmbomen
een bord: "gevaar voor vallende kokosnoten".
De terrasjes zijn helaas nog gesloten, siësta.
Opvallend veel auto's halen ons in of staan langs de
weg geparkeerd. Het wegennet op dit eiland kan nooit
veel meer dan vijf kilometer bedragen. Een paar villa's
met automatisch hek e.d. staan naast oude woningen met
veel roestige golfplaten. Oudere mensen zitten te dommelen
op hun veranda. Op het strand ongeveer drie badgasten.
Aan het eind van het dorp begint de noordelijke route
van het wandelpad dat omhoog de heuvels invoert. Er
wordt op het routebord ook gewaarschuwd dat de zon om
zes uur ondergaat, je een hoofddeksel tegen de zon moet
dragen en flink wat water moet meenemen. Na het invallen
van de duisternis komen de moedige wandelaars terug.
De klim was nog steiler dan die van de vulkaan Souffrière
op Guadeloupe! Wel hebben ze de twee bomen ontdekt die
ze hier zouden moeten vinden volgens hun gegevens. Eenmaal
aan boord aan de borrel: voornamelijk water en cola
met Franse kaas en een lekker worstje. Joke was druk
aan het eten koken, elektrisch, je weet wel, toen de
generator ermee stopte. De reserve generator de Whispergen
was al eerder buiten werking dus de machinekamer in
en de oorzaak opsporen. Het bleek slechts een brandstoftoevoer
probleem want na wat dieselolie opzuigen kreeg ik hem
weer aan de praat. Wel even schrikken op zo'n ongelegen
moment. Onderdelen zijn op deze eilanden niet te krijgen
maar we zijn hier nog lang niet uitgekeken. Om nu spoorslags
naar een groter eiland te moeten zou heel vervelend
zijn. Marina's heb je hier niet dus hoe moet je dan
je akku's opladen? Je wordt weer even met de neus op
de feiten gedrukt hoe kwetsbaar je bent en afhankelijk
van apparaten. Gelukkig kan Joke altijd terugvallen
op de trouwe Wallas diesel kookplaten en de magnetron.
Op
naar de hoofdstad van Les Saintes
Tijdens
het ontbijt krijgen we bezoek van een snelle motorboot
die brutaalweg aan ons vastmaakt: douane! De dire heren
aan boord stellen ons wat vragen maar waren snel klaar
toen bleek dat ons Frans niet zo best was en ze ons
ook nog herkenden als de catamaran die bij Rivière
Sens een boot binnen had gebracht. Wordt er toch gecommuniceerd?
Eerst nog even snorkelen waarbij Luciano met kanohulp
zijn eerste snorkelervaringen opdoet en dan ankerop.
De ankerplaats voor Bourg is minder vol dan een paar
weken geleden. Toch blijft ankeren op 10-12 m tussen
andere schepen niet eenvoudig. Hoie groot zijn de draaicirkels
van je buren en wat doet de wind? Het blijkt een komen
en gaan van schepen met daar tussendoor de snelle veerboten
in allerlei groottes. Ons gezelschap maakt zich op voor
een bezoek aan Fort Napoléon met zijn museum
en zijn grote leguanen. Raymond gaat regelrecht naar
de enige duikschool en blijkt geluk te hebben: binnen
het uur vertrekt een bootje naar zijn felbegeerde duikplek
midden in het Canal des Saintes, Le Pâté
Sec, een onderwaterrots van 12 m midden in de zeestraat
die daar 400 m diep is. Twee uur later komt hij opgetogen
terug al was de rit er naar toe wat ruig: vijf mijl
stuiteren tegen de golven met een snelvarende boot vroeg
wel wat van zijn zitvlees. Hij filmde onderwater met
zijn fotocamera zodat wij konden meegenieten. De anderen
kwamen volledig aan hun trekken bij de grote leguanen
en de giftige bomen(machineel) waaronder van die lekker
uitziende appeltjes liggen. Na de lunch trokken ze weer
het eiland op, nu voor een bezoekje aan de oostkust
met zijn stranden en langs het vliegveld met zijn enige
start- en landingsbaan waarop in grote cijfers "09"
staat. De betekenis hiervan is wat onduidelijk. (inmiddels
berichtte een trouwe lezer dat het de kompaskoers is).
's Avonds uit eten en voor het eerst weer Nederlanders
in de buurt: drie schepen! Bij toeval kwam natuurlijk
een Nederlanders echtpaar vlak naast ons zitten, ze
bleken van de "Blue Fin" als we de naam goed
verstaan hebben. In mei uit Nederland vertrokken met
hun gloednieuwe schip. In de nacht werd het toch weer
wat onrustig door de deining vanuit het noordoosten
die hier om de hoek de baai in rolt.
Snorkelen
bij het suikerbrood en dan naar Dominica
Het
uitklaren op zaterdag in het fraaie gemeentehuis van
Bourg lijkt officieel niet te kunnen maar Joke had alle
papieren vooraf ingevuld met fotocopiëen van bemanningslijst
en mocht dit afgeven, echter een stempeltje was te veel
gevraagd. Na een bezoek aan de bakker voor croissantjes
en stokbrood en langs de pin automaat om de kas bij
te vullen een heerlijk ontbijt in de zon. Daarna relaxed
anker op en op de motor naar de ankerplek in de luwte
van "Pain de Sûcre", de rotsformatie
die bijna loodrecht uit zee oprijst en uit basaltpilaren
lijkt te bestaan. Ook proberen we daar te internetten
via de wifi van het hotel maar krijgen geen kontakt.
De zeepaardjes laten zich niet zien en een uur later
anker op en door de "Pas des Dames" verlaten
we deze schitterende eilandengroep. Dominica ligt goed
zichtbaar aan de horizon op bijna twintig mijl. De wind
komt uit de goede hoek en neemt toe zodra we dichterbij
komen. Maximum snelheid volgens de GPS van Raymond 9,3
knopen. Ondanks de regenbuien om ons heen, maar vooral
achter ons geen spatje. Hoe zal dat zijn in de Prince
Rupert baai waar zware donkergrijze wolken de dienst
uit maken? Het blijkt mee te vallen, de regen zit voornamelijk
in de bergen en aan de zuidkant van de baai. Twee mijl
voor de baai komt de eerste boatboy op ons afgesneld,
het blijkt Andrew, het hulpje van Lawrence te zijn.
Tijdens het ankeren nummer twee, Macaroni, het hulpje
van Alexis en binnen het uur nog twee, ditmaal op surfplanken
die fruit komen verkopen. Joke bestelt en koopt lekker
wat fruit in, de jongens gelukkig en wij minder kans
op scheurbuik. We zijn vroeg genoeg voor de uitgebreide
boottrip over de Indian River en Lawrence neemt eerst
Joke mee voor een bezoek aan de douane aan de overkant
van de baai en vervolgens wordt het illustere gezelschap
gewapend met bergschoenen en camera's opgehaald. Tegen
zonsondergang zijn ze pas terug. Na het eten is er kontakt
met Alexis via de marifoon en wordt een afspraak gemaakt
voor de volgende dag om 6.30 uur(!) om met name de zeldzame
papegaaien van Dominica te zien.

Er
liggen dit keer 31 jachten voor anker, is het daarom deze
nachts feest? De luide muziek duurt tot een uur of vier.
Als je daarvan niet kunt slapen dan is opstaan om zes
uur wel erg snel. Toch lukt het om de hele ploeg op tijd
in de boot van Alexis te krijgen. Slechts één
papegaai kwam op de foto, het regende en dan schuilen
ze waarschijnlijk. Verder bananen, cacao, en noem maar
op gezien en geproefd voorafgegaan door een kokosnoot.
Vroeg in de middag werd de groep weer afgeleverd. Men
was vol van wat ze gezien hadden. Alexis had ook een berg
supervers (wiens plantage?)fruit meegegeven, mandarijnen
zo grtoot als grapefruits en lekker... Geen tijd om eerst
te lunchen, meteen vertrokken naar ons volgende doel:
de baai ten noorden van St. Joseph waar een hotel op zondag
BBQ biedt op het strand, een goede snorkelplek is en je
de rivier op kunt kanoën. In twee uur zijn we er
en het lijkt een gezellige plek al liggen er geen boten.
Waarom wordt snel duidelijk, de steiger mist zijn dekplanken,
je kunt er niet op lopen of je zou een evenwichtskunstenaar
moeten zijn. Aarzelend naderen we het strand waar een
beetje branding is. Een man op het strand wenkt ons. Motor
omhoog en dan maar landen. Het vergt wel wat behendigheid
van de inzittenden om droog op de kant te komen maar het
lukt om de boot recht op het strand te krijgen, wederom
met hulp van diezelfde man. De BBQ is echter al veranderd
in een klein smeulend hoopje en nergens schalen met eten
te zien. We kiezen voor een tafel aan het strand onder
de palmen en vragen waar we de bijen die niet steken kunnen
vinden die hier op het strand zouden zitten. Helaas moet
de kelnerin ons teleurstellen, ze zijn er momenteel (?)
niet. We drinken wat 'local beer' en besluiten verder
te varen naar Roseau. Het is nog acht mijl, de wind is
goed en op motor en genua proberen we er voor zonsondergang
te zijn. Zo onder de kust kan het lekker vlagen, tot 25
knopen op de meter en in de schemering maken we vast aan
een mooring met hulp van Pancho, de boatboy die ons herkent
en 'welcome back' zegt en meteen van alles voor ons wil
regelen. We varen naar de steiger van het Fort Young Hotel
waar we bijna door de forse deining op de stenen worden
gezet. Ons favoriete restaurant is dicht op zondag, de
straten zijn trouwens ook verlaten. Een éénarmige
man wijst(!) ons de weg naar een gezellig restaurant op
een bovenverdieping met balkon. Alle ramen staan er open,
de ventilatie is er optimaal. Hier dineren we al blijkt
het aantal red snappers onvoldoende, dan maar behelpen
met tuna en dorade. Bij terugkeer zien we een klein bootje
achter de Zeevonk liggen, inbraak? De man verontschuldigt
zich en maakt duidelijk dat we aan zijn visboei liggen.
Met een lamp schijn ik in zijn bootje maar zie geen bekende
goederen. We missen ook niets. Later wordt er een rode
lichtkogel in de buurt afgeschoten, reden en schutter
onbekend.
De
prachtige natuur van Dominica
Dominica
is het meest ongerept en waarschijnlijk ook het natst
hier in de Cariben. Regenwoud alom, 365 rivieren en
een en al watervallen na een stevige regen. Er zijn
ook een paar bekende meren: Emerald Lake en Boiling
Lake zijn de bekendste. Je kunt er voettochten (met
gids) maken van vele uren. Waarom niet een weekje blijven?
Zelfs op deze drieweekse reis toch nog tijd te kort.
Dus met een taxi het binnenland in en hopelijk is de
chauffeur ook een goede gids. Onze ervaringen zijn wat
dat betreft zeer positief. Nieuw is een kabelbaan bij
een van de meren die fenomenale uitzichten biedt. Maar
je moet ook geluk hebben: als er een of meer cruiseschepen
in Roseau vastmaken dan storten duizenden zich op de
meest makkelijk bereikbare doelen, en rijden taxibussen
af en aan.
Wel
maakt het Roseau tot een levendige stad. De typische
vaak middeleeuws aandoende huizen met overhangende balkons,
de soms smalle straten, veel armoedige huisjes, stoepen
met diepe goten waar je soms over moet springen of klimmen.
Alles bij elkaar een heel aparte sfeer. Maar ook de
bedelaars zijn hier aanwezig, van jong tot oud. De winkels
hebben zeer verschillende inventarissen en uiterlijk,
van klein Chinees bazar achtig tot grotere moderne zaken,
zelfs is er een warenhuis. Het zijn duidelijk de meer
basale levensbehoeften (al kon Joke nergens volkorenmeel
kopen),in een supermarkt schappen vol met blokken zeep
in verschillende kleuren bijvoorbeeld. Veel verschillende
eethuisjes, een enkel internetcafé, een bakker,
een boekwinkel, het is er wel als je goed zoekt. Afwaswater
loopt door de goten, maakt het toch wat minder fris.
Het toeristenmarktje achter het toeristenbureau ziet
er fleurig uit met handdoeken, pareo's, t-shirts in
felle kleuren en schitterende patronen. Ook veel Afrikaans-achtig
spul, maar wat wil je, de bevolking op Dominica is voornamelijk
zwart.

de
"Ocean Village" achter ons
De
mooring waaraan we liggen blijkt niet van het Fort Young
Hotel en een boatboy komt eisen dat we naar de kant gaan
bij een andere steiger om daar US$ 10 te gaan betalen.
Voor mij een reden om direkt los te maken en een mooring
van FYH te pakken. Hiervan weten we dat ze 5 dollar vragen
maar als je wilt betalen weet niemand hoe en waar.
's
Morgens om zeven uur naderen twee cruiseschepen waarvan
één vastmaakt aan de steiger achter ons.Mooi
om te zien hoe de "Ocean Village" langzaam de
kade nadert, een tiental trossen uitgezet wordt die door
het haven politie bootje worden meegenomen naar de speciale
meerpalen. Dan worden ze door lieren strakgetrokken en
ligt het schip stormvast. De loopplank gaat uit, een standje
met parosol komt aan het einde van de loopplank en de
eerste passagiers verschijnen nadat een omroepster iets
heeft gezegd. Vervolgens een groepje met fietsen en zo
gaat het verder. Op de kade rijden de busjes af en aan
om de stroom te verwerken. Een van de motorcatamarans
voor duikers nam een heleboel gasten mee, dit keer voor
dolfijnen en walvissen. De dolfijnen hebben ze zeker gezien,
wij zagen ze met de kijker voor hen uit springen.
's
Avonds vertrekt de "Ocean Village" weer, een
prachtig schouwspel in het avondlicht. Apart is een Franse
huurboot van Sunsail die toch nog voorlangs het schip
gaat terwijl er lang en driemaal kort werd geblazen op
een fraaie sonore verdragende scheepshoorn: ik ga stuurboord
uit. Ze worden niet overvaren, de vraag is of men op de
"Ocean Village" het notedopje dat hun inhaalde
en onder hun boeg langs voer heeft gezien. Als presentje
aan ons speelde een live-steelband bekende nummers op
het balkon van FYH.
De
overtocht naar Martinique
Het
was een heel rustige ochtend zonder bewolking. Voor
de aankomst van een groot cruiseschip vertrokken we.
Voor de vuurtoren op de zuidwestpunt hesen we het grootzeil,
ongeveer gelijk met een Australies jacht, de "Essence"
Ze zeilden iets hoger aan de wind maar bij de vlagen
of acceleraties net voorbij de piunt namen we snel afstand.
Het was alweer ideaal zeilweer, oost 4-5 en Martinique
kwam snel naderbij. Voorbij de helft van de oversteek
- 35 mijl - nam de wind iets toe en kwamen we tot een
top van 10,9 knopen. Eenmaal onder de Mont Pelé
leek het zeilen afgelopen maar tot onze grote verbazing
kwam ineens een briesje uit het westen en konden we
tot St. Pierre zeilen! Helaas geen dolfijnen of walvissen
gezien al had Joke die wel besteld. Na vijf uur zeilen
ankerden we naast een oude driemaster, de "Picton
Castle". De bemanning meteen naar de wal voor een
bezoek aan een der musea en bezichtigen van het stadje
dat ooit hoofdstad en 'Parijs van de West Indies' was
en dat in 1902 door een uitbarsting van de vulkaan Mont
Pelée verwoest werd. De 30.000 inwoners kwamen
hierbij om door een hete gaswolk die het zeewater deed
koken en de meer dan twintig schepen die voor anker
lagen verbrandde en deed zinken. 's Avonds dit keer
een oefenende carnavalsband met de voor ons al bekende
rhytmes.

Anker
op met twaalf vrouwen/2 mannen werken
Op
de Picton Castle klinkt het zware getik van een lier
en tot onze verbazing zien we twaalf man/vrouw aan een
soort wipwap op het voordek trekken en duwen en de ankerketting
stukje voor beetje omhoog gaan. Een nogal omslagtige
methode maar misschien is het een trainingsschip. Een
stuurman/bootsman geeft aanwijzingen en kijkt over de
rand of er al iets te zien is. Dan wordt plotseling
het hieuwen onderbroken, snelt iedereen naar achteren.
Even later wordt het duidelijk, de sloep moet nog opgetakeld
worden. Grote dubbelschijfs blokken met haak worden
neergelaten en de sloep wordt vastgehaakt en met een
man of tien opgetrokken. Het duurt allemaal wat lang,
de langzaamdraaiende motor is al gestart. Dan gaat het
hele spul weer naar het voordek om het anker verder
omhoog vte krijgen. Als hij eindelijk boven water komt
hangen de vloeien naar binnen toe (50% kans?). De stuurman
klimt omlaag en probeert een lijntje vast te maken.
Dan laten ze het anker een meter zakken om vervolgens
nog eens te proberen. Weer krassen de vloeien over de
witte verf. Dit herhaalt zich nog twee keer en dan vaart
hij puf-puf-puf weg.

Vlindertuin
en la distillerie Depaz?
Dit
keer niet meteen de Mont Pelée op al is als bijzonderheid
te melden dat hij vanaf 's morgens vroeg onbewolkt is,
iets wat eens in de tachtig dagen voorkomt. Een busje
brengt je voor € 1,10 naar het landgoed Depaz waar
de oude werktuigen van de distilleerderij nog aanwezig
zijn. Alle draaiende delen werkten op waterkracht. De
vlindertuin is vergane glorie, niet meer wat het geweest
is sinds er een bananplantage in de buurt is gekomen,
waar veel kunstmest wordt gebruikt.
Bezoek
aan Cybercafé/douanepost/tattooshop
Met
de laptop de wal op omdat we nu al dagen geen goede
verbinding hebben om te skypen en de website bij te
werken. Op de nieuwe 1e etage met geweldig uitzicht
en een overheerlijke cappucino is het goed internetten
maar dan valt de verbinding weg en komt met een lage
snelheid van 1 Mbps terug. Onze gastvrouwe kontroleert
haar apparatuur en konstateert dat alles goed werkt
en dat we wel 80 Mbps snelheid zouden moeten hebben.
De andere gebruikers beneden hebben nergems last van.
Dan maar onze laptop rebooten terwijl we een crépe
nuttigen. Het blijft daarna wisselend en skypen lukt
niet. Jammer. Terug lopen we langs een ijzerzaak en
even naar binnen om een paar stevige plamuurmessen te
kopen. De huidige zijn verroest/verrot waardoor het
rendement op de scheepshuid matig is. Ook moet nodig
de echte onderkant weer eens gekrabt worden, er zitten
pokjes en een soort oesterschelpen op. Bij de sloten
zagen we een niet duur slot dat met enige modificaties
best in een deur bij ons zou passen. Een nieuwe uitdaging?
Met
een ijzerzaag het slot wat korter maken - het deel waar
een slot in hoort is leeg - en de bevestigingsuiteinden
ook bijwerken. Leuk werk als je ziet dat het slot nu
half zo groot is en prima lijkt te passen in de deur.
Wel moeten de handgrepen iets naar achteren en is de
huidige stift 1 mm kleiner in doorsnee. Met boor en
handfrees is het karwei te klaren, al moet de lepel
van het slot worden gekeerd. Hiervoor is een gebruiksaanwijzing
op de verpakking. Dan rest nog het metalen plaatje op
de deurpost, het moet alleen iets van positie veranderen
en kan dus worden gebruikt voor het nieuwe slot. Nog
even de stoffer en blik erbij en klaar! Maar de deur
van de voorhut rammelt zo... Weer even de frees en weer
een klus afgerond!
Montagne
Pelée 3 dagen onbewolkt!
Nee,
we praten niet over de politie die snelheidscontroles
doet. Het is het moment dat de zon onder de horizon
verdwijnt en even groen te zien is. Geen echte flits
dus. Jules Verne heeft er ooit een romantische betekenis
aan gegeven: diegene die het verschijnsel ziet is/wordt
gelukkig in de liefde. Voldoende reden om bij elke zonsondergang
even te kijken? Trouwens het is altijd genieten want
de luchten met de spaarzame bewolking hebben de mooiste
kleuren.
We
hebben een jarige en wat moet je dan geven? Joke vindt
een ti-punch glas voor iemand die geen alkohol drinkt
weinig toepasselijk en vindt op de groentemarkt bij
de steiger - ooit was hier muziek en dans (waarschijnlijk
alleen op zaterdag?) specerijen. De keuze is snel
gemaakt: een zakje Colombo. Dit blijkt een stimulerend
effekt te hebben: ineens willen alle dames specerijen
kopen, ook voor familie en kennissen. Benieuwd wat de
hasjhonden op Schiphol er van vinden!
De
uitbartsing van de vulkaan Mt. Pelée op 8 mei
1902 deed 26 schepen die voor de kust voor anker lagen
brandend ten onder gaan. De vulkaangassen waren meer
dan 1000 graden, het zeewater aan de oppervlakte kookte.
Enkele wrakken werden al snel gelokaliseerd door de
plaatselijke vissers omdat hun visgerei er achter bleef
haken. Relatief kort geleden hebben duikers de baai
van St. Pierre uitgekamd en alle wrakken in kaart gebracht.
Op elk wrak is een boeitje geplaatst en je ziet dagelijks
de boot met duikers aan eentje hangen en een groep afdalen.
Zo ook Raymond (zeer ervaren, drie sterren) en Paul
(kennismakingsduik). Hun wrak ligt bij het strand ten
zuiden van St. Pierre op een meter of acht en de duikinstrukteur
("moniteur" in het frans) liet ze door alle
gaten in de romp naar binnen kijken. Ze hadden geen
lamp en de daar wonende vissen waren wat moeilijk te
onderscheiden. Toch kwam Paul na 46 (!) minutern zeer
tevreden boven. Voor deze 'prestatie' kreeg hij een
echt diploma.

aantal
wrakken van 8 mei 1902
diploma
voor proefduik
Vissers
in aktie
De
plaatselijke vissers werken met een net van 1,50 m diepte
en een lengte van zo'n 50 meter schat ik. Ze zoeken een
geschikte plek, vaak gaat er een te water, ze strooien
riet op het water en zetten het net uit in een cirkel
er omheen. Meteen daarna beginnen ze het weer binnen te
halen. Dit schouwspel speelt zich dagelijks af onder onze
ogen. De ene keer zien we meer glinsterende vissen in
hun wankele bootje verdwijnen dan de ander keer. We vragen
ons af welke vis het is tot Joke op de markt bundeltjes
needlefish ziet. Deze vissen zie je met snorkelen inderdaad
vlak onder het oppervlak in groepen, vaak redelijk nieuwsgierig
(en dus makkelijk te fotograferen). ook springen vaak
groepen needlefish boven water als ze worden opgejaagd
door grotere vissen. Deze manier van vissen (door de vissers)
is vast niet bedreigend voor de visstand.
Luciano
wordt benoemd tot 'broodboy" (vorig jaar was dat
Herman Brood) en komt met
overheerlijke croissants, pain de chocolat voor de jarige
en bruin en wit stokbrood terug. Die Fransen weten wat
broodbakken is. De uitvinder van croissantjes heeft
vast ergens een standbeeld.
Eindelijk
dan: verdwaald in een school dolfijnen!!!
Vlak
na vertrek zie ik heel in de verte een verdachte plons.
Een walvis, dolfijn of toch gezichtsbedrog? Je hebt
het wel vaker als je bijvoorbeeld een eiland aan de
horizon wilt zien en de wolken je daarbij een beetje
helpen. De kijker er bij en even later weer een plons
en zelfs vinnen: een groep dolfijnen! Metteen alle hens
aan dek en iedereen verschijnt met camera, de ene toeter
nog groter dan de andere. Ik verleg de koers recht op
de dolfijnen af en het duurt even voor men op de trampolines
geposteerd iets ziet. Dan ineens kreten en wijzen. Het
enthousiasme en de spanning stijgen met de sekonde.
Ik minder wat gas en langzaam varen we de school dolfijnen
in. Joke schat het op een zestig stuks. Ze bewegen wat
traag, we zien veel met zijn tweëen, zijn het paartjes?
Met de plaatjes erbij komt men tot de konklusie dat
we te maken hebben met de gewone dolfijn, grootte tot
2,50 m. Echt springen zien we maar een paar keer. Langzaam
trekt de groep verder en na een kwartier smullen gaan
we weer zuidwaarts. Achteraf zegt Paul dat hij net van
plan was om zijn broek uit te trekken en tussen de dolfijnen
te duiken. Gemiste kans.

trekt
deze dolfijn de Zeevonk?
de
bemanning gaat uit zijn dak! (foto's Paul)
Het
laatste stuk blijft de wind zeer zwak en bijna tegen,
geen wind om de zeilen bij te zetten. Fort de France
is te zien en natuurlijk ligt er een cruiseship aan
de pier, de "Sea Princess". Ineens voor ons
een catamaran met een Nederlandse vlag! We naderen van
achteren en er wordt enthousiast gezwaaid van de "Bagheera"
met Trijnie en Hennie, recent de oceaan overgestoken.
We ankeren vlakbij het strandje en het fort en gaan
eerst de wal op voor boodschappen/sightseeing. Ze komen
terecht bij het pleintje waar vier eetentjes staan en
in het midden een primitieve draaimolen. Hij is bemand
met één duwer en drie trommelaars, dus...
Trijnie
en Hennie van de Bagheera
draaimolenpret
in Fort de France (foto Paul)
Op
de terugweg langs de "Bagheera" waar we verwelkomd
worden met een drankje. Hun Outremer 50 is qua lengte
anderhalve meter groter en qua breedte een halve meter.
Zij hebben net als wij zwaarden, het zal een prima zeiler
zijn al is hij 13-14 ton. We kennen hen van de CTC (Catamaran
Trimaran Club Nederland). Eerder ontmoetten we al Maarten
en Yvonne met de "Sea of
Time" en Maaike en Huub met de "Madeleine".
Ze mogen een jaar wegblijven en moeten per 1 augustus
weer aan het werk in Nederland. De overtocht was prima,
ze hebben nu familie op bezoek en trekken noordwaarts.
We nodigen ze uit voor een tegenbezoekje, dan kunnen ze
als trouwe lezers van onze verslagen eens zien hoe de
Zeevonk er uit ziet, kennismaken met de ti-punch van Joke
en vernemen van onze Belgische gasten waar ze het beste
kunnen wandelen op Dominica en Guadeloupe. De volgende
ochtend komt de familie nog even voor het maken van wat
foto's van boeken en kaarten en nog wat adviezen aanhoren.
Dan nog even de wal op voor een bezoekje aan de beroemde
bibliotheek, museum en de bakker. Onderweg komen we allemaal
Nederlands sprekende personen tegen, enkelen maakten het
ons zeer makkelijk: T-shirt met "Eendracht"
er op. Ze zijn met twintig gasten aan boord en het schip
gaat over drie weken weer naar Europa. Met ons visitekaartje
gewapend belooft een der heren de andere opvarenden van
ons bestaan op de hoogte te brengen. Maar ook twee jonge
Nederlanders met een plastic armbandje kwamen we tegen,
gasten van de vijfmaster "Ocean Star". Ze willen
wat meer zelf gaan zeilen, denken aan ... in Griekenland
of zo, dan heb je begeleiding. Daarna lijkt het zelf een
boot huren meer verantwoord. Er over nadenkend is het
volgens mij een schijnveiligheid, te vergelijken met deelname
aan de ARC, de organisatie die de oceaanoversteek organiseert
en waar zo'n 250 schepen jaarlijks aan deelnemen. Je bent
toch op jezelf aangewezen. Hooguit kunnen schepen naar
je toevaren als er iets aan de hand is maar anders zie
je ze alleen bij de start of finish. En in Griekenland
spreek je af dat je met zijn allen van A naar B vaart,
je bent niet vrij in je keuze.
Terwijl
we op de kant staan komt de "Aeson" van Piet
en Jelka aanvaren. We hebben onze vrienden het laatst
op Curaçao gezien, al weer maanden geleden. Nadat
we boodschappen hebben gedaan varen we naar ze toe.
Het vreemde is dat ons bootje niet wil planeren. Joke
kijkt achterom en barst in schaterlachen uit. Ik ben
in mijn enthousiasme vergeten het hekankertje binnen
te halen!!! Het danforth ankertje komt braaf planerend
achter ons aan. Op de Aeson een gaste aanwezig die in
goed Engels ons vertelt dat Jelka en Piet boodschappen
doen en ons graag willen zien en hopen dat we nog even
blijven. 's Middags gaan ze naar Anse Mitan. Wij ook
toevallig dus dat komt goed.
Pointe
du Bout-Anse Mitan
Het
strandje van de noordelijkste punt van dit schiereiland
is afgezet en mag niet worden betreden zolang er wordt
gebouwd (op meer dan honderd meter afstand notabene).
Jammer, maar vanf het strand de zee in lopen is sowieso
link, het stikt er van de zeeëgels. Op de punt
snorkelen we en varen rond met kano en rubberboot. Heerlijk
rustig weer maakt het genieten op het water tot een
sprookje. In de verte beginnen donkergrijze wolken achter
Fort de France zich te ontladen, een beeld dat we kennen.
De vijfmaster zien we later wegzeilen, schitterend zo'n
dwarsgetuigd schip tegen de namiddaglucht. Ook een grote
trimaran zet zeil en schiet met hoge snelheid over de
horizon. Het is vast een deelnemer aan een oceaanrace,
gezien het nummer in het zeil. Nadat we onze gasten
hebben afgeleverd op Le Ponton varen we naar de Aeson
die even gast-vrij is. Heerlijk om je vrienden weer
te zien en de zilveren zak met rosé komt er natuurlijk
bij te pas. De avonturen van de laatste maanden worden
uitgewisseld. Ze zijn in Trinidad wezen kijken naar
een catamaran die te koop is. Het kost een jaar timmeren
om hem geschikt te maken voor ze ermee kunnen varen.
Trouwens, de Aeson moet dan ook nog verkocht worden.
Dus nog even niet. Piet, een echte Wifi-fanaat, heeft
alweer een gratis station uit de luicht geplukt. Het
lukte ons hier eerder ook dus besluiten we de Zeevonk
in hun buurt te leggen ook al is het er hartstikke vol.
Aan boord kunnen internetten is voor de kommunikatie
een belangrijk iets. De muziek en dans die in Creole
Village in het uitgaangsboekje staat blijkt na een telefoontje
inderdaad in een restaurant in Trois Îlêts
te zijn en niet in Anse Mitan. Maar meteen werd er 'complet'
aan toegevoegd. Dan maar niet uit. Te vermelden is verder
dat we bij wat windvlagen toch wat dicht bij de achterburen
kwamen. We haalden het anker op, het bleek in een groot
stuk zeildoek te zijn gehaakt...

Tao
(?) voor energie
De
vleermuizengrot van Anse Noire
We
zeilen op de genua naar Anse Noire, waar we ankeren
achter een grote Franse chartercatamaran waarvan de
schipper meteen begint te sputteren dat we te dichtbij
liggen. Hij heeft wel een beetje gelijk want de wind
dwarrelt in dit baaitje en blaast je alle kanten op.
Toch maar een hekankertje geplaatst om problemen te
voorkomen. Een kwartier later vertrekt hij trouwens.
Overal zie je snorkelaars in dit zeer doorzichtige water.
Langs de rand is ook veel te zien. Joke met camera gewapend
schreeuwt al snel: "inktvissen". Verder prachtige
koralen, anemonen, spinnen en krabben en noem maar op.
Wat niet in de boekjes staat - waarschijnlijk omdat
het niet vanaf de weg is te bereiken - is de grot ten
oosten van het schitterende baaitje. Je kunt er een
stukje invaren en er komt je een muffe geur tegemoet
en even verder zie je gefladder. Kijk je goed dan zie
je honderden vleermuizen aan de wanden hangen, dicht
op elkaar gepakt. Af en toe zie je een vleugel even
strekken en je hoort het typische vleermuizengepiep.
Ze lijken niet echt te reageren op het flitslicht van
onze natuurfotografen die likkebaardend aan het 'plaatjes
trekken' zijn. De deining stuwt ons naar binnen en we
moeten uitkijken niet op de stenen te belanden.

trossen
vleermuizen aan de wand (foto Paul)
Terwijl
ik het onderwaterschip met ons nieuwe roestvrijstalen
plamuurmes bewerk komt er iemand op me af zwemmen. Het
blijkt een van de Duitsers te zijn die we twee jaar
geleden leerden kennen in Grand Anse d'Arlet bij de
duikschool. Zij waren iedere ochtend present als wij
daar onze flessen lieten vullen. Zodra ieder was uitgesnorkeld
konden we de ankers binnenhalen en verder. Cap Salomon
ronden levert mooie plaatjes van de kust. Zodra je de
hoek om bent zie je tientallen jachten voor anker liggen.
Het is druk op deze populaire duik- en snorkelplek.
We ankeren buiten de gele boeienlijn, iets wat we de
vorige keer anderen ongestraft zagen doen. Er is dan
meer ruimte, het is er minder diep en je ligt dichter
bij de steiger. We zien een Nederlandse vlag op een
Najad en maken even later kennis met de opvarenden van
de "Lahaina", Marieke en Eric. Eric is overgestoken
met drie man crew, Marieke is met de kinderen naar Barbados
gevlogen en daar opgestapt. Terwijl we daar aan boord
genieten van een drankje, de verhalen en een prachtige
avondlucht komen vier schepen met Nederlandse vlag tussen
ons inliggen: de flottieljevaarders van Berend Botje,
een Nederlands charterbedrijf. Leuk voor Marieke en
Eric die op de "Carib Kiss" hun eerste kennismaking
met de Carieb ondergingen, hetgeen hun mede deed besluiten
om ooit met een eigen schip te gaan.
Wandeling/duiken/snorkelen
in Grand Anse d'Arlet
De
wandelploeg ging de gele strepen volgen richting Petit
Anse. Onze duikers brachten we naar de duikschool. Hier
was veel veranderd en verbeterd. Het oude restaurant
is afgebrand en nu staat er een twee keer zo groot terras
overdekt met een vaste tent. Alleen het was nog niet
open om half tien. Vroeger was dat juist een deel van
de gezelligheid. De duikers kwamen zeer enthousiast
terug en we nuttigden op het terras een crêpe
met cocosijs, chocolade en slagroom en lieten het zwemmen
in een fles cider. 's Middags snorkelen langs de oostrand
van de baai hetgeen weer vele nieuwe vissen, krabbetjes,
etc. opleverde.
De
wandelaars waren duidelijk wat verhit want binnen een
kwartier lagen ze in het water. Bijzonderheid: bij de
aanvang van de reis konden twee van hen nog niet zwemmen!
Na
het ontbijt, waarbij Paul zorgde dat Christine haar
darmflora op peil hield, afwas en op de motoren naar
de laatste ankerplaats van deze reis: Anse Mitan. Hier
werden de loodzware tassen op de steiger van Le Ponton
geladen waar de taxi een uurtje later alles meenam.
Einde van een voortreffelijke reis waarbij mijn Frans
zeker niet slechter is geworden!
NB.
Er werden naar schatting 10.000 (tienduizend) plaatjes getrokken!
laatste
update:
8/03/07
|