Zeezeilen voor naturisten

avontuurlijke zeilvakanties  met de kajuitcatamaran "Zeevonk"
ontdek de kleurrijke Carieb
 

 

e-mail: info@catzeiltochten.nl

onze vertegenwoordigster Margje in Nederland: 0647130930 of 00870 764020057 (Zeevonk)He

waar zijn we? wie zijn we?

laatste wijziging: 21/06/07

watertemperatuur

watertemperatuur?

bezoekersvlag

bezoekersvlag wisselen

genieten

genieten

palaver

 

Reis naar de zon deel 58

St. Maarten-Grenada

Naturistische vakantie in het paradijs!

4 - 18 juni 2007

gevaren route

nieuwe wachthal Princess Juliana Airport

Het is weer zover, de gasten beginnen te arriveren en we halen ze op van het vliegveld. De nieuwe hal is grandioos, de koude lucht komt je tegemoet bij de ingang. Eenmaal binnen raak je onder de indruk van deze ruime moderne hal. Bij de uitgang van de vliegpassagiers nu duidelijke beeldschermen met aankomsttijden en -verwachtingen. Geen uren staan in het ongewisse. Zonder problemen mogen onze gasten de Zeevonk opzoeken, de kapiteinsbrief leek niet echt nodig.

oerknal

Tijd om te vertrekken, eerst tanken en dan door de brug naar buiten. De generator starten en zodra hij loopt een knal uit de SB romp. Wat blijkt, de akkulader heeft het begeven, het ruikt naar verbrand materiaal. Anker op en tanken, de hoofdtank van 210 liter was bijna leeg en onderweg moet er in de luwte van de eilanden vast wel gemotord worden. Zodra we buiten zijn geankerd de akkulader geopend doch niets te zien. Een telefoontje naar Jan van Electec levert op dat waarschijnlijk condensatoren zijn opgeblazen en dat reparatie de nodige tijd zal kosten. Ook zou de firma Mastervolt niet scheutig zijn met ondersteuning, etc. Een beslissing is niet moeilijk als je nog twee laders - dit keer Phoenix Multi's - aan boord hebt. Met een komputerprogramma dat je van het internet kunt halen zijn ze aan te sturen en al snel konden we weer laden.

baai van Philipsburg

Voor de eerste keer worden de zeilen gehesen en varen we hoog aan de wind richting St. Barth. Het water is vrij ruw en de steile golven in kombinatie met de tegenwind leren ons dat we een aankomst op St. Barth pas om een uur of elf 's avonds kunnen verwachten. Een beter plan is te overnachten in de Grote Baai van Philipsburg dus overstag en met een kleine 10 knopen op Philipsburg aan. Het ligt voor het strand redelijk komfortabel zodat de nieuwe bemanning rustig de tijd krijgt om in te slingeren.

Diner op Nevis

We vertrekken vroeg en laten St. Barth voor wat het is, de wind komt nog steeds met 4-5 Bft uit het ESE'n. Lang lijkt het dat we St. Kitts aan de oostkant kunnen passeren maar dichterbij gekomen lijkt St. Eustatius licht magnetisch en moeten we toch onderlangs. Af en toe heimelijk naar Statia kijkend besef ik dat we te weinig tijd hebben om ook dit heerlijke eiland nog te bezoeken. St. Kitts schuift al zeilend voorbij en Nevis begint ons uitdagend aan te kijken. We ankeren in het schemerdonker voor het strand en zonder in te klaren bezoeken we de beroemde Sunshine beachbar met zijn "killerbees", een tropisch mengsel waarvan de naam voor zich spreekt.

lekker aan de "killerbees"

Oorlogje spelen bij Montserrat

We vertrekken vroeg om de ruim zeventig mijl naar Gaudeloupe bij daglicht te kunnen afleggen. We willen het vulkaaneiland Montserrat bovenlangs passeren om niet in asregen en zwaveldampen te hoeven varen. Het koninkrijk Redonda ligt op onze weg: een hoge rots waar ooit iemand zich tot loteraire koning heeft laten kronen, een typisch Engelse gewoonte die nu nog stand houdt. Eenmaal Redonda - zonder bewoning, de koning woont in Londen - voorbij zien we rookpluimen uit de vulkaanwanden op Montserrat komen, een prachtig gezicht. Weer dichterbij zien we een oorlogsschip voor de haven dat net lijkt te gaan varen. Het is een klein vliegdekschip voor helikopters, de "L12" en onze koersen kruisen waarbij hij onvoorspelbare manoevres maakt. We gaan overstag want we komen toch te kort om rechtstreeks bovenlangs te gaan. Even later komt het geweld weer op ons af, weer gaan we overstag. Zijn helikopters scheren over ons heen, landingsboten komen vanaf Montserrat en worden opgetakeld. Weer draait hij, nu duidelijk met de kop in de wind om een helikopter te laten landen. Wij weer overstag. Het vreemde is dat hij niets op de marifoon aangeeft. We maken nu een lange slag naar buiten en zien hem nu vlakbij de kust manoevreren. Eindelijk van hem verlost? Weet de Britse belastingbetaler hoe er met hun geld wordt omgegaan?

de "L12" die met ons oorlogje wilde spelen

de werkende vulkaan van Montserrat

Op naar Deshaies, Guadeloupe

De wind neemt iets toe, de richting is fantastisch ENE-NE 5 en met snelheden tot ruim 9 knopen vliegen we op Deshaies af. Royaal voor de duisternis arriveren we daar .... in een paar flinke buien die je over het water zag aankomen. We hadden niet eens tijd om de bezoekersvlag om te ruilen. 's Avonds kwam de onder Belgische vlag varende ""Livia" naast ons liggen, wij waren bij Nevis hun buren doch eerder vertrokken de volgende dag. Uiteindelijk een schitterende zeildag waarbij het weer ons geweldig meezat.

Botanische Tuin Deshaies

Onze telefoon uit Guadeloupe krijgt geen verbinding met de botanische tuin dus zit er niets anders op dan de weg naar boven te beklimmen ipv te worden opgehaald. Wel kom je langs de douane zodat die formaliteiten ook meteen zijn vervuld. De schitterende flamingo's van de folder zijn een paar maanden geleden ik dacht door een wilde hond geëlimineerd. Nu zijn er een paar vaalbruingrijze exemplaren aanwezig naast de altijd schreeuwende papegaaien. Het ziet er allemaal heel verzorgd uit, mag ook wel voor USD 13,50 maar als je zegt dat je van een jacht komt krijg je 5% korting.

bewoners botanische tuin Deshaies

Pigeon Island

Twee opvallende gebreurtenissen: eerst scheurt de genua bovenin bij het binnenrollen, vervolgens komt naar later blijkt een Fransman op ons af en terwijl wij op zeil en motor op honderd meter van ons doel een mooring zijn denk hij dat hij voor ons langs moet varen (ook op zeil en motor) terwijl hij gewoon zijn koers kan houden en achter ons langs rechtdoor kan varen. Wij niets vermoedend zwaaien gedag (typisch Nederlands gebruik) tot een zwaarlijvig persoon het gangboord bij de tegenliggers opstapt en ons in het Frans voor rotte vis (of zoiets) begint uit te maken, "trop tard". Het kwam er waarschijnlijk op neer dat hij van stuurboord komend voorrang had en voor ons langs moest (tussen ons en de mooring nb.) We werden er wat lacherig van...

de genua wordt weer gehezen

inktvis in de kettinggoot

stiksel dat niet UV-bestendig is?

Het snorkelen in glashelder water was geweldig en er werden mooie plaatjes geschoten.

romantiek aan boord

Voor anker bij Riviere Sens (waar we de vorige keer een zeiljacht vonden)

Het werd te laat om op de fok naar de Saintes te kruisen dus bij Riviere Sens voor anker. Vlak voor zonsondergang lieten we de genua zakken. Joke zou hem dezelfde avond wel even onder de Sailrite naaimachine repareren. Het diner was perfekt, de naaimachine was echter (nog) niet van plan om mee te werken en ook de voorhoofdslamp mocht niet baten. Morgen weer een dag.

voor de WIfi liefhebbers: gratis wifi met Netgear in Rivière Sens!

zuidwestpunt Guadeloupe: afscheid van een bijzonder eiland

Bliksembezoek aan Bourg des Saintes

We haalden het net niet hoog aan de wind, we kwamen uit bij het smakelijke eilandje Le Pâté. De catamaran waarmee we een wedstrijdje dachten te varen had al snel voor de optie motorboot gekozen en was ons onderdoor voorbij gesneld. We ankerden in de bijna verlaten baai bij Bourg, waren te laat voor een bezoek aan het fort dus even het winkelstraatje door, kleren kopen en een deux boules zelfgemaakt ijs toe. Je moest snel likken/happen want door de hitte droop het aan alle kanten erlangs. Het plaatsje zelf was trouwens ook al verlaten, geen gevaar om door een toerist op een scooter te worden overreden.

de indrukwekkende granieten wand van het Pain du Sûcre, The Saintes

Op bezoek bij de boatboys van de Prince Rupertbaai

Joke kent zo langzamerhand alle boatboys van Portsmouth, Dominica. Koopt bananen van Tony die met een mand op zijn surfplank komt aanpeddelen. Dit keer doen we zaken met Eddison die ons als eerste begroet: tocht over de Indian River en na zonsondergang terug. Vanwege het na seizoen zijn we een begeerd object: er liggen op een gegeven moment vier boatboys om ons heen. Albert is een beetje teleurgesteld dat onze gasten al iemand anders hebben gevonden. 's Avonds klinkt muziek van de kant, het is vrijdagavond en pas om vijf uur 's morgens klinkt een uitbundige finale. Maar goed dat we door de zeelucht en de hele dag zeilen als een roos slapen.

eenvoudige kunst op de Indian river tour

Zaterdag marktdag in Portsmouth

Albert regelde een binnenlandse trip voor onze gasten met watervallen, bananenplantages en Emerald Lake. Pas in Roseau komen ze weer aan boord. Maar eerst naar de markt, al uren wordt er op de hoorn - een conch schelp - geblazen, ten teken dat er vis is aangevoerd. Wij met de dinghy er naar toe. De markthal was te klein voor het aanbod, zelfs op straat in de zon werd groente en fruit aan de man/vrouw gebracht. Joke kocht 2 blackfin tuna in moten, de bemanning van "Oma en Opa" uit Xanten, Duitsland kwam enthousiast op ons af om kennis te maken, ze hadden ons op St. Maarten zien liggen. Op zoek naar de douane hoefden we niet: een Amerikaans stel was er net geweest: gesloten tot 12 uur. Een van de boatboys adviseerde door te gaan naar Roseau en niet te vertellen dat we hier zijn geweest, dan hoef je geen permit te kopen. We vinden dat een uitstekende gedachte en zonder gasten varen we naar het zuiden. De motoren protesteren om de beurt: weer brandstofperikelen: het hoofdfilter blijkt redelijk verstopt en na vervanging spuit de brandstof eruit. De tank BB moet worden bijgevuld, door het schommelen kreeg de motor lucht in de leiding. Het laatste deel van het traject blaast de wind kracht 5 tegen, zeilend waren we sneller geweest.

visboot markt Portsmouth: let op de weegschaal

Emerald lake met haar waterval: heerlijk verkoelnd: nodigt uit tot een bad

Diner op het balkon in de middeleeuwen

Roseau doet middeleeuws aan met zijn houten huizen en overhangende balkons. Joke's favoriete restaurant was alweer gesloten en een zwerver uit het parkje van Fort Young hielp ons naar een leuk Creools restaurantje/internetcafé op de eerste verdieping: The Cornerhouse. De eigenaresse blijkt een Amerikaanse weduwe die na haar man is overleden hier toch gebleven is. Haar serveerster is een stevige goedlachse jongedame die ons voorkomend bedient. Ze bracht het tweede tafeltje geroutineerd in balans met een stapeltje bierviltjes. Het straatje met éénrichtingsverkeer wordt redelijk gebruikt, er komen veelal gedeukte auto's voorbij. De Chinees tegenover ons heeft muurschilderingen op de eerste etage, volgens Joke voorstellingen uit de slaventijd. Het eten was smakelijk en van goede hoeveelheid, kortom ons bezoek aan Roseau kan niet meer stuk. Dat 's middags na een wilde dinghy-rit de douane niet aanwezig bleek en we dus geen stempeltje in onze paspoorten konden krijgen doet daar niets aan af. Het scheelt trouwens ook in de centjes! De deining uit het zuiden beukte lekker op de oever en op- en afstappen uit de rubberboot op de steiger van Fort Young Hotel was een spannend gebeuren. Behalve natte voeten hielden we alles droog en de dinghy maakten we voor de zekerheid met drie lijnen vast zodat hij vrij van de steiger bleef.

Martinique in zicht! Welkomstkommitee van dolfijnen

Met een vroeg vertrek uit Roseau en een redelijk vlotte oversteek kan je een hoop doen op een dag. Onderweg een paar stevige buien, voornamelijk achter ons totdat we de punt van Martinique bereikten. De wind valt weg en zonder motorhulp komen we niet verder. Dan ineens opspattend water. Geen stroomrafeling, nee, tientallen dartelende dolfijnen. We hadden al gekscherend beloofd ze vandaag te zien en zowaar, komen we in een hele groep (kudde?) terecht. Een mooier welkom kan je je niet wensen. Wat zijn het toch een speelse dieren. Ze springen in groepjes van vijf uit het water, dartelen dat het een lieve lust is. Hun koers was tegengesteld aan de onze zodat we steeds weer nieuwe groepjes tegenkwamen die omkeerden en om de boegen bleven spelen. Dat daarna de hemel plaats maakte voor water en het eiland gedurende enige tijd niet meer zichtbaar was deed de adrenalinespiegel weer wat zakken. Het laatste stuk naar St. Pierre kunnen we weer zeilen. We treffene en verlaten baai aan, wat een verschil met de heenreis, toen konden we met moeite een plekje vinden. Een bezoek aan een der musea om de omvang van de vulkaanuitbarsting in 1902 te zien behoort tot de verplichte kost. Weer was er een gratis wifi hotspot in de lucht en hoefde de laptop niet mee naar het internetcafé waar we ook inklaarden. Dit keer moest er een gezondheidsverklaring worden ingevuld, ondertekend door de kapitein en de scheepsarts. We hebben geen ernstig zieken aan boord en ook geen 'coffins' dus konden we nu officieel het eiland op. Wat een heerlijke bureaucratie! Gezien de warmte, het is omstreeks het middaguur en de zon staat hoog in het noorden (!), gaan we verder. Dit keer door een veld stroomrafelingen met weinig wind. Pas nabij de baai van Fort de France worden de zeilen weer aktiever en maken we een grote slag naar de overkant en dan terug naar het fort. Tot onze verbazing ligt daar de "Horta" die pas een dag na ons van St. Maarten zou vertrekken.

dolfijnen spotten op de trampoline

Passagieren in Fort de France

Eindelijk wordt de vermaarde bibliotheek van Schoelcher opgeknapt: het gebouw staat nu in de steigers. Ook het nabije Paleis van Justitie is er klaar voor. De overdekte groentenmarkt vormt weer een kleurig spektakel. Wij doen boodschappen bij Leader Price en kijken de ogen uit: wat een assortiment! Mijn armen zijn na het sjouwen met de boodschappen dan ook een paar cm langer. Een bezoek aan de zeilmaker leverde op dat hij was verhuisd. Telefonisch kontakt resulteerde in weinig meer: niet aanwezig. Onze zeilmaker in Le Marin Didier en Marie wilde wel een uurtje inruimen doch we hebben geen vervoer en met de Zeevonk opkruisen duurt veel te lang. We kopen zeilplakband/repairtape en denken zo de genua voorlopig te kunnen repareren.

groentenmarkt Fort de France

Zware stortbui tijdens ons vertrek

De wind neemt toe tot 7 Bft in vlagen, het aantel schuimkoppen op het water eveneens. Gelukkig hebben we bakstagwind naar Grand Anse d'Arlet en met alleen de fok maken we 6 knopen. Hier eenmaal aangekomen neemt de wind af en breekt de zon door. Tijd om op snorkelexpeditie te gaan. Tot de oogst horen een schildpad, een groep van 80 inktvissen en het gewone spul.

Tweede deel van de reis

De volgende etap naar het zuiden is Martinique-St. Lucia, de Pitons en Soufrière. Met ruime wind op pad. Tegen de avond maken we vast aan een mooring achter de "We two are one" de catamaran van Carl Sträter, eveneens CTC-lid. We zijn onder de indruk van zijn avonturen in Brazilië. Hij blijft gezellig bij ons eten. De boatboys zijn hier duidelijk agressiever dan elders. Joke koopt fruit voor een prikje. Wel moeten we het Marine Park voor de mooring betalen: 40 EC, minimaal 2 nachten. We liggen aan een mooring tegenover een stel varkenskotten. Een grote zeug hangt af en toe over de rand en er lopen een paar biggetjes rond. Ze worden regelmatig van water en voer voorzien. Verderop ligt een aantal vissersboten, opvallend is hun vorm: rank en smal met een soort bulb aan de voorsteven, deze is echter plat en komt boven water als het scheepje planeert.

de Pitons, St. Luciia in het middaglicht

de twee catamarans aan de mooring voor de Piton

onze overburen: varkens in golfplaten hokken

Diamond botanical garden

Eerst naar het stadje Souffrière om in te klaren, een paar boodschappen te doen en het stadje te bezichtigen. Zodra we richting steiger voeren gebaarde een knaap waar we konden vastmaken. Hij wilde de lijn wel aanpakken en bood aan op onze dinghy te passen. Ik vroeg waarom en hij vertelde dat kinderen graag in de afgemeerde dinghies speelden. Omdat er in geen velden of wegen kinderen waren te zien wees ik zijn aanbod af. Het was redelijk druk op de steiger, er lagen zelfs een paar duik(st)ers te wachten. Een taxichauffeur stond strategisch voor de douane zijn bus op te poetsen. Hij kwam direkt op ons af en deed verschillende suggesties tot en met een drie watervallentour voor US$ 40. Uiteindelijk mocht hij ons naar de Diamond waterfalls brengen voor US$ 10. De botanische tuin is een imposante verzameling bomen en planten met een keurig pad dat ook naar de waterval loopt. Helaas daar borden dat het ten strengste verboden was onder de waterval te zwemmen. Wij weer terug langs de bassins met geneeskrachtig water en de toiletten met goud(kleurige) schuiven. Het restaurantje ging net open en het was heerlijke toeven aan de klaterende beek met allerlei vogelgeluiden om ons heen. Een paar kolibri's vlogen af en aan. Je kon je voorstelllen hoe vroeger de plantage-eigenaren leefden. Door de Japanse tuin verder. Opvallend waren de Aphro... planten met een beschrijving van de werking op de sex-appeal. Een prieeltje met gietijzeren stoelen vormt een rustpunt vanwaar je de driftig fouragerende vogels kunt gadeslaan. Twee bruggetjes verder een ronde vijver met paarse tegeltjes met in het midden een fontein die lijkt te werken als je er langs loopt. Waar de sensor zit is niet duidelijk. Na dit genieten dalen we weer af naar Souffrière om enige noodzakelijke inkopen te doen. Veel mensen op straat, oude vaak houten huizen met roestige golfplaten als dakbedekking. In de haven komen net twee grote dagcharter catamarans aan. Luide muziek klinkt uit hun binnenste. Een stroom toeristen komt van boord (en zal wel in de gereedstaande taxibusjes verdwijnen).

bloemenpracht in de Botanical garden: ginger flower

een uitnodigende Diamond Falls ...maar baden verboden

waar hebben we dit in Nederland?

Pascal

de kalebasman komt aanzwemmen met zijn koopwaar

Verder zuidwaarts: St. Vincent

Na het snorkelen namen we afscheid van Carl die nog snel foto's uitwisselde. Eenmaal de imposante Pitons achter ons gelaten zeilden we in het oneindige: het zicht was matig en dat bij ENE 4-6. Pas op 15 mijl afstand kwamen de contouren van St. Vincent in zicht. De dwarse golven waren vrij steil en we maakten veel minder voortgang dan ik verwachtte. Om voor het donker Bequia te halen zat er niet in. Het alternatief: Cumderland Bay waar we al positieve verhalen over hoorden. Onze stuurvrouwe liet de Zeevonk met snelheden tot 10,5 knoop rechtstreeks de baai binnenlopen, een prestatie op zich (met hulp van een gunstige wind, zelfs onder het eiland). Vlak nadat een oranje zon onder de horizon was verdwenen lieten we de zeilen zakken. De eerste boatboy peddelend op een surfplank kwam ons tegemoet en vroeg om een sleepje. We lazen net in de pilot dat we dat niet moesten doen vanwege mogelijke gevolgen als er iets mis ging. In de baai lagen een paar schepen met achtertros naar een palmboom en wij ankerden op dezelfde manier aan het steile strand, met behulp van de surf boy Dandy voor 10 EC. Uurtje later bracht hij voor 20 EC een grote papaya en 4 kleine, 6 kanjers grapefruit, 4 mango's en een kokosnoot, Groot was onze verbazing toen we in de schemering de "Aeson" ontdekten!

leeswoede: één boek per dag

Onverwacht weerzien met de "Aeson"

Jelka wist niet wat ze zag toen ik aan kwam varen. Ze hadden familie aan boord en waren de hele dag op het land op avontuur geweest. Ik moest direkt aan de rumcola en beloven dat we ze 's avonds kwamen ophalen. Eerst naar "Beni's" om te eten, het leek er uitgestorven maar met twee kaarsen op tafel kwam er aktie. Inlands bier en vruchtendranken en Creools eten verschenen en we deden ons te goed (nou ja) aan de half rauwe toniijn. Daarna Piet en Jelka opgehaald en met veel rumcola's en wijn bleven we lang luiddruchtig in de baai aanwezig. We maakten de afspraak om de volgende ochtend te gaan snorkelen in de "Bat cave" en daarna naar Bequia.

Snorkelend door de tunnel van de bat cave

De boatboy maakte ons los van de palmboom en achter de Aeson aan naar de baai bij de bat cave. Hier ankerden we zo goed en kwaad mogelijk en stapten in de dinghie op zoek naar de cave: een tunnel van 30 voet lang, 4 voet breed en wisselend van diepte. We vonden hem snel en zagen aan de zuidkant hoe de deining naar binnen klapte over een ondiepe ingang. Bij de uitgang aan de noordzijde zag het er wat rustiger uit, hier konden we de dinghy parkeren aan een plastic fles aan een lijntje. Slechts een van de anderen waagde het om dit onderzees avontuur aan te gaan en voorzichtig lieten we ons door de deining naar binnen persen. Je komt in een holte die pikdonker is en ja hoor, vleermuizengeluiden boven je hoofd. Iets verder buigt eeh gang naart links en zie je licht in de verte. Ook hier komen je deininggolven tegemoet maar je wordt lang niet tegen het dak gesmeten en met je snorkel kan je altijd nog naar beneden duiken. Het was niet nodig en iets verder zag je dat je in een spleet zwom die tot diep onder je in het lichtblauw verdween. Kleine visjes vergezellen je en dan ben je weer buiten. Een van onze gasten hield er een paar schaafwonden aan over maar ze vond het toch de moeite waard. Het gezelschap van de Aeson zag van deze onderneming af en keerde zwemmend terug.

Foto- en videosessie bij 5-6 Bft

Met een knik in de schoot konden we oversteken naar Bequia. Piet van de Aeson biedt aan foto's maken van ons, een aanbod dat we niet konden weerstaan en graag terugbetaalden met foto's van de Aeson in aktie. Het waait bij de punt van een eiland altijd wat meer door een soort venturi-effect en ook het water was ruw. De Aeson dook een paar keer flink in de golven, zelfs een keer werd het hele dek overspoeld. Dat levert natuurlijk mooie plaatjes op en we draaiden nog een kwartier om elkaar heen. Dit was trouwens de eerste keer dat we gelijk op zeilden: de Aeson had een rif en de genua iets ingerold, wij voeren onder grootzeil en fok en hebben de genua niet gebruikt. Helaas voor onze vrienden waren we zo toch nog iets sneller. Vooral met windvlagen als zij plat werden geslagen schoten wij vooruit.

een duikende Aeson, remt lekker?

stuurvrouwe

onze stuurvrouwe aan het werk.....

met dit effekt!!!

en dit!!!

Ankerproblemen met Spade ankers in de Admiralty bay

We kozen voor een plek nabij het Princess Margaret strand om de valwinden een beetje te ontlopen maar moetsen drie pogingen doen voor het anker hield. Met duikbril te water om te zien waarom. De ketting lag nu om een paar koraalblokken, het anker lag niet ingegraven, er blijkt maar een mager laagje zand boven een keiharde bodem. Een 'Spade" kan hier weinig mee. Het ligt niet aan ons: Carl van de "We two are one" komt na ons binnen en na drie keer een poging te hebben gedaan gooit hij maar zijn danforth overboord die meteen houdt (en hem bijna overboord trekt). Een emailtje naar Tony Vonk, ons beider leverancier lijkt aangewezen.

Hollands Feestje in Bequia

De douane deed dit keer niet moeilijk ook al waren we weer een dag later dan op de papieren stond. In de Cumberland baai is geen douane, Bequia was daarom onze eerste mogelijkheid, deze eilanden horen tenslotte bij elkaar. De groentemarkt was open en Joke vereerde de rastamannen met een bezoek, het leek wel een theaterstuk... Met Carl naar het internetcafe waar het inlandse bier goed smaakte. Omdat we nu met vier Nederlandse schepen in de baai lagen, de Horta was er ook, was dit een mooie aanleiding voor Joke om de trekzak weer eens te gebruiken. We nodigden iedereen uit en hadden een paar genoeglijke uurtjes. Na het eten naar Frangipangi voor het ketelorkest op de donderdag waar zelfs gedanst werd.

solozeiler Carl omringt door twee Sloveense dames: Jelka (R) en haar nichtje

Het beloofde land: Tobago Cays

Als je er vroeger bent geweest en er fantastische herinneringen aan hebt overgehouden dan wil je er weer naar toe: de eilanden groep achter het Horseshoe rif met hun palmenstranden en turkoois water vol met vis en schildpadden. Hier snorkelen is top! Het anker lag nog maar net of daar kwam de eerste boatboy aan: croissantjes en stokbrood besteld voor de volgende dag en de gasten kochten een paar t-shirts na lang passen en onderhandelen. Iedereen tevreden. Daarna vereerde de parkrangers ons met een bezoek. Dit is nieuw, je moet nu per nacht per boot, per opvarende betalen. Dan kunnen we eindelijk snorkelen. We worden direkt met de neus op de feiten gedrukt: een flinke stroming over het rif maakt het tot een (in-)spannende bezigheid. De haaien lieten zich vooralsnog niet zien. Ineens hangt een vrouw met dinghy achter ons, het blijkt Elly van de "Bon Bini", een Nederlandse die hier rondvaart en duiklessen geeft. Ze heeft een leuk verzoek: "hebben jullie misschien antibiotica aan boord want mijn hond heeft een bloedneus?" Ze had gebeld naar een dierenarts die inschatte dat het beest tekenziekte had en penicilline kon gebruiken. Ook zou ze met ijsklontjes de bloeding kunnen stoppen. We konden haar helpen aan een kuur - ooit in Portugal voor de oversteek gekocht - en Joke wilde ook wel eens Reiki proberen op een hond. De vijfjarige Newfoundlander viel erbij in slaap. Toen we Elly, haar Engelse leerlinge voor masterdiver en de hond later op het strand ontmoetten was hij weer een en al levendigheid en rende achter cocosnoten aan.

De schildpadden van Baradel

Om de baai van het eilandje Baradel - we liggen op 100 meter afstand - ligt een drijvende lijn, het blijkt de schildpadden te beschermen die hier in grote getale huizen. We vereren Baradel zelf ook met een bezoek en zien merkwaardige groene stenen op de stranden liggen. Is het een koperlaag, is het jade? Met blote voeten over de stenen en een enkele stekel valt tegen maar het bezoek is de moeite waard. Zelfs het uitzicht over de baai die tegen het einde van de middag vol loopt met schepen geeft een prachtig plaatje.

de Zeevonk vanaf Baradel, op de achtergrond het horseshoe rif

Duiken met de crew van de "Bon Bini?"

We worden uitgenodigd op de Bon Bini en Elly blijkt met dit schip en haar ex al een keer de wereld rond te zijn geweest. Daarna heeft ze een duikschool in Spanje gehad en toen dit financieel niet meer haalbaar was is ze in haar eentje naar de Carieb gevaren. We hebben alle duikspullen bij ons en kunnen zo met een 'plaatselijke duiker' op pad. Haar Engelse leerling voor divemaster doet dan het werk. We gaan dan naar de dinghypassage naar buiten. Het liep allemaal wat anders maar het kwam erop neer dat we aanhaakten bij de duikschool met onze eigen dinghy. Eenmaal buiten het rif maakten we vast aan een boeitje en konden we gaan genieten van een prachtig onderwaterlandschap in glashelder water. De meest opvallende vissen waren de stingrays met hun fraaie vleugelbewegingen, zo sierlijk en soepel. Helaas houden ze niet van duikers en proberen je te ontwijken. Elly bracht me tijdig bij de dinghy terug, mijn lucht was bijna op.

duikinstrukteur Elly van de Bon Bini

een stingray met een spanwijdte van 2.40 m

Met de kano op schildpaddenjacht

Vroeg in de ochtend - de zon was al als een oranje bol boven de kim gerezen - ging het gastenpaar met de kano naar Baradel voor een eilandwandeling en schildpaddenjacht. Onder heerlijke weersomstandigheden arriveerden ze op het strandje, legden de kano onder de palmen en beklommen de heuvel. Natuurlijk maakten ze foto's van de Zeevonk die er mooi bij lag in de ochtendzon. Daarna op zoek naar de schildpadden en opgetogen kwamen ze terug: zo'n zes green turtles gezien die tot zeker een meter groot waren.

green turtle met een zeer fraaie tekening

Verjaardag in de Carieb

Twee dagen achter elkaar hebben we een jarige. Joke bakt een taart en met het sergeant major kaarsje krijgt het een ludiek tintje. De enige gasten die we uitnodigden, de dames van de Bon Bine, lieten verstek gaan vanwege hun duikklus voor de duikschool van Union Island. Het betekende dat we 's middags nog een keer taart hadden! Het verjaardagskado was een bewerkte kalabas, zoals ze alleen hier kunnen. Pascal verkocht aan onze gaste x jaar geleden ook al eens zo'n kalebas!

een sergeant major voor 33 jaar

Nog een keer naar de schildpadden

Het enthousiasme van de gasten was dusdanig groot dat we met zijn allen nog een keer naar de schildpadden gingen kijken. Waar heb je dat: grazende schildpadden - green turtles - die rustig doorgrazen als je boven ze hangt? Foto's en korte filmpjes waren het resultaat. En passant kwam ik ook nog twee grote flying gurnards tegen met hun schitterende vleugels. Als ze verstoord worden spreiden ze hun vleugels. Een bizarre schoonheid..

een flying gurnard

Het horseshoe rif uit naar Union Island

Als afsluiting van de fantastische dag op de Tobago Cays, een waar paradijs voor de zeiler, moeten we uitklaren op Union Island, slechts een mijltje of vijf verder. Je steekt hier weer een zeegat over en het kan er flink stromen waarbij de oceaangolven af en toe de drie meter halen. Met windkracht 5 in de bakstag een makkie. Wel moet het overdag zodat je precies de opening in het rif kunt zien. Een zware bui laten we net achter ons. Het lot wil dat we ankeren in de buurt van een Nederlands schip, de "Kind of Blue" van Dick en Anita. We maken een praatje, horen dat ze 'even' op en neer zijn geweest om een generator in Martinique op te halen en nu ook afzakken om uiteindelijk in Curaçao uit te komen. Op Union Island heerst nog steeds een beetje slaperige sfeer. In de schaduw van een paar huizen bij de vissersboten zit wat volk, de douane is gesloten (zaterdagmiddag), Erica van het internetgebeuren ligt voorover op haar toonbank te slapen. De gasten gaan het dorpje rond, Joke stapt naar het vliegveld om uit te klaren. In een half uur zijn we klaar en vertrekken naar het eiland Carriacou, onderdeel van Grenada. Vlak voor donker komen we aan om ook hier weer twee bekende Nederlanders te zien: de "Mama Cocha" en de "Buster".

Alweer ankerproblemen

Ons vertrouwen in het Spade anker krijgt weer een deuk: het wil niet echt pakken. Als 's avonds de wind wat begint te vlagen krabben we. Ten einde raad om niet te hoeven varen gaat er nog tien meter ketting - 40 meter totaal - bij en ons aluminium fortress anker voor de zekerheid. De volgende ochtend geeft de GPS aan dat we 0,002 minuten naar het westen zijn gezakt, 3,6 meter dus. Tijd om eens met de camera de bodem en de ankers vast te leggen. Van boven af lijkt het vlak gesteente met koraal, slechts drie meter diep.

het aluminium fortress anker zonder houvast

de Spade die achter een koraalblokje zit, maar niet in de bodem

De bodem blijkt uit los koraal met hier en daar een grotere brok te bestaan. Een onmogelijke zaak voor de meeste ankers denk ik. Dit keer ligt het niet echt aan de ankers. Als we naar de kant varen voor een bezoekje aan het eiland valt op dat de Zeevonk wel erg geïsoleerd en ver naar buiten ligt. Als bij het strand blijkt dat er geen dinghy steiger is dan is het voor mij duidelijk: ik ga terug naar de Zeevonk en leg hem bij het strand neer. Na een stevige regenbui is het karwei snel geklaard. De zaken bij douane en immigratie verliepen voorspoedig, ook al was het zondag. De grootste pret was met de taxichauffeur of liever gezegd dollarbusje. Ze barstte in schaterlachen uit toen er gesproken werd over $ 1, het vkostte nu EC 3 pp.

Geen uitbarsting van de onderzee liggende vulkaan?

De vulkaan Kick ém Jenny ligt 180 m onder zeeniveau en men heeft een cirkel van anderhalve zeemijl er omheen getekend op de kaarten waarbinnen je niet moet komen, waarschijnlijk om te voorkomen dat je in grote opstijgende gasbellen terechtkomt en je schip dus ten onder gaat. We zeilen over het randje, zien geen gasbellen of iets anders. Op het internet op de site www.meteotropicale.com staan eventuele waarschuwingen en op de site van Kick 'Em Jenny hazards staat veel uitleg.

Onze eerste vangst!

We hebben vijf vislijnen achter de boot, het wordt tijd om onze eerste vis, en liever meer, te vangen. Vol verbazing kijken we tijdens een regenbuitje achterom en zien een booby met een felroze plastic inktvis in zijn bek vliegen. Het duurt even voor ik me realiseer dat het het aasvisje is aan de lijn van onze werphengel. Dan blijkt dat de lijn nog intakt is en we de vogel dus met de werphengel kunnen binnenhalen. Aldus geschiedt en door zijn capriolen om los te komen zit de lijn nu om zijn poten en zijn hals. Joke pakt hem met handschoenen aan en als dank kotst hij een visje en nog wat uit. Als hij bevrijd is gooit Joke hem omhoog en vliegt hij zonder zichtbare problemen weer weg. Stel je voor, een nylondraad strak om je nek.

Met nieuw snelheidsrecord op St. George's, Grenada, aan

Onze stuurvrouwe heeft er zin in en zodra we in het vlakke water onder Grenada varen en we verwend worden met vlagen van windkracht zes bakstagwind beginnen we te scheuren. We halen een Canadees zeiljacht in terwijl we stukken boven de tien knopen (18,5 km/uur) varen. Het kon nog sneller, het volgende jacht pakten we net voor St. George's met 11,6 knopen (21,5 km/uur). We liepen de lagune royaal voor het donker binnen. Fantastisch snel werden de zeilen geborgen, de schoten en vallen opgeruimd en het huikje over het grootzeil gebonden. Anker neer in het midden van een vrij lege lagune en Joke kon met haar nieuwe mixje komen! We hebben wat te vieren: St. Maarten-Grenada in twee bijzondere weken! Onze gasten trakteren ons op een dineetje bij de Yachtclub enwe maken daarna nog een haventour, vlak onder een vrachtschip en langs een driemaster met feest en live-music aan dek.

 

terug naar de top

volgend verslag: Grenada

index

laatste verandering: 21/6/07