Het
is weer zover, de gasten beginnen te arriveren en
we halen ze op van het vliegveld. De nieuwe hal is
grandioos, de koude lucht komt je tegemoet bij de
ingang. Eenmaal binnen raak je onder de indruk van
deze ruime moderne hal. Bij de uitgang van de vliegpassagiers
nu duidelijke beeldschermen met aankomsttijden en
-verwachtingen. Geen uren staan in het ongewisse.
Zonder problemen mogen onze gasten de Zeevonk opzoeken,
de kapiteinsbrief leek niet echt nodig.
oerknal
Tijd
omte vertrekken, eerst tanken en
dan door de brug naar buiten. De generator starten
en zodra hij loopt een knal uit de SB romp. Wat blijkt,
de akkulader heeft het begeven, het ruikt naar verbrand
materiaal. Anker op en tanken, de hoofdtank van 210
liter was bijna leeg en onderweg moet er in de luwte
van de eilanden vast wel gemotord worden. Zodra we
buiten zijn geankerd de akkulader geopend doch niets
te zien. Een telefoontje naar Jan van Electec levert
op dat waarschijnlijk condensatoren zijn opgeblazen
en dat reparatie de nodige tijd zal kosten. Ook zou
de firma Mastervolt niet scheutig zijn met ondersteuning,
etc. Een beslissing is niet moeilijk als je nog twee
laders - dit keer Phoenix Multi's - aan boord hebt.
Met een komputerprogramma dat je van het internet
kunt halen zijn ze aan te sturen en al snel konden
we weer laden.
baai
van Philipsburg
Voor
de eerste keer worden de zeilen gehesen en varen we
hoog aan de wind richting St. Barth. Het water is
vrij ruw en de steile golven in kombinatie met de
tegenwind leren ons dat we een aankomst op St. Barth
pas om een uur of elf 's avonds kunnen verwachten.
Een beter plan is te overnachten in de Grote Baai
van Philipsburg dus overstag en met een kleine 10
knopen op Philipsburg aan. Het ligt voor het strand
redelijk komfortabel zodat de nieuwe bemanning rustig
de tijd krijgt om in te slingeren.
Diner
op Nevis
We
vertrekken vroeg en laten St. Barth voor wat het is,
de wind komt nog steeds met 4-5 Bft uit het ESE'n.
Lang lijkt het dat we St. Kitts aan de oostkant kunnen
passeren maar dichterbij gekomen lijkt St. Eustatius
licht magnetisch en moeten we toch onderlangs. Af
en toe heimelijk naar Statia kijkend besef ik dat
we te weinig tijd hebben om ook dit heerlijke eiland
nog te bezoeken. St. Kitts schuift al zeilend voorbij
en Nevis begint ons uitdagend aan te kijken. We ankeren
in het schemerdonker voor het strand en zonder in
te klaren bezoeken we de beroemde Sunshine beachbar
met zijn "killerbees", een tropisch mengsel
waarvan de naam voor zich spreekt.
lekker
aan de "killerbees"
Oorlogje
spelen bij Montserrat
We
vertrekken vroeg om de ruim zeventig mijl naar Gaudeloupe
bij daglicht te kunnen afleggen. We willen het vulkaaneiland
Montserrat bovenlangs passeren om niet in asregen
en zwaveldampen te hoeven varen. Het koninkrijk Redonda
ligt op onze weg: een hoge rots waar ooit iemand zich
tot loteraire koning heeft laten kronen, een typisch
Engelse gewoonte die nu nog stand houdt. Eenmaal Redonda
- zonder bewoning, de koning woont in Londen - voorbij
zien we rookpluimen uit de vulkaanwanden op Montserrat
komen, een prachtig gezicht. Weer dichterbij zien
we een oorlogsschip voor de haven dat net lijkt te
gaan varen. Het is een klein vliegdekschip voor helikopters,
de "L12" en onze koersen kruisen waarbij
hij onvoorspelbare manoevres maakt. We gaan overstag
want we komen toch te kort om rechtstreeks bovenlangs
te gaan. Even later komt het geweld weer op ons af,
weer gaan we overstag. Zijn helikopters scheren over
ons heen, landingsboten komen vanaf Montserrat en
worden opgetakeld. Weer draait hij, nu duidelijk met
de kop in de wind om een helikopter te laten landen.
Wij weer overstag. Het vreemde is dat hij niets op
de marifoon aangeeft. We maken nu een lange slag naar
buiten en zien hem nu vlakbij de kust manoevreren.
Eindelijk van hem verlost? Weet de Britse belastingbetaler
hoe er met hun geld wordt omgegaan?
de
"L12" die met ons oorlogje wilde spelen
de
werkende vulkaan van Montserrat
Op
naar Deshaies, Guadeloupe
De
wind neemt iets toe, de richting is fantastisch ENE-NE
5 en met snelheden tot ruim 9 knopen vliegen we op
Deshaies af. Royaal voor de duisternis arriveren we
daar .... in een paar flinke buien die je over het
water zag aankomen. We hadden niet eens tijd om de
bezoekersvlag om te ruilen. 's Avonds kwam de onder
Belgische vlag varende ""Livia" naast
ons liggen, wij waren bij Nevis hun buren doch eerder
vertrokken de volgende dag. Uiteindelijk een schitterende
zeildag waarbij het weer ons geweldig meezat.
Botanische
Tuin Deshaies
Onze
telefoon uit Guadeloupe krijgt geen verbinding met
de botanische tuin dus zit er niets anders op dan
de weg naar boven te beklimmen ipv te worden opgehaald.
Wel kom je langs de douane zodat die formaliteiten
ook meteen zijn vervuld. De schitterende flamingo's
van de folder zijn een paar maanden geleden ik dacht
door een wilde hond geëlimineerd. Nu zijn er
een paar vaalbruingrijze exemplaren aanwezig naast
de altijd schreeuwende papegaaien. Het ziet er allemaal
heel verzorgd uit, mag ook wel voor USD 13,50 maar
als je zegt dat je van een jacht komt krijg je 5%
korting.
bewoners
botanische tuin Deshaies
Pigeon
Island
Twee
opvallende gebreurtenissen: eerst scheurt de genua
bovenin bij het binnenrollen, vervolgens komt naar
later blijkt een Fransman op ons af en terwijl wij
op zeil en motor op honderd meter van ons doel een
mooring zijn denk hij dat hij voor ons langs moet
varen (ook op zeil en motor) terwijl hij gewoon zijn
koers kan houden en achter ons langs rechtdoor kan
varen. Wij niets vermoedend zwaaien gedag (typisch
Nederlands gebruik) tot een zwaarlijvig persoon het
gangboord bij de tegenliggers opstapt en ons in het
Frans voor rotte vis (of zoiets) begint uit te maken,
"trop tard". Het kwam er waarschijnlijk
op neer dat hij van stuurboord komend voorrang had
en voor ons langs moest (tussen ons en de mooring
nb.) We werden er wat lacherig van...
de
genua wordt weer gehezen
inktvis
in de kettinggoot
stiksel
dat niet UV-bestendig is?
Het
snorkelen in glashelder water was geweldig en er werden
mooie plaatjes geschoten.
romantiek
aan boord
Voor
anker bij Riviere Sens (waar we de vorige keer een
zeiljacht vonden)
Het
werd te laat om op de fok naar de Saintes te kruisen
dus bij Riviere Sens voor anker. Vlak voor zonsondergang
lieten we de genua zakken. Joke zou hem dezelfde avond
wel even onder de Sailrite naaimachine repareren.
Het diner was perfekt, de naaimachine was echter (nog)
niet van plan om mee te werken en ook de voorhoofdslamp
mocht niet baten. Morgen weer een dag.
voor
de WIfi liefhebbers: gratis wifi met Netgear in Rivière
Sens!
zuidwestpunt
Guadeloupe: afscheid van een bijzonder eiland
Bliksembezoek
aan Bourg des Saintes
We
haalden het net niet hoog aan de wind, we kwamen uit
bij het smakelijke eilandje Le Pâté.
De catamaran waarmee we een wedstrijdje dachten te
varen had al snel voor de optie motorboot gekozen
en was ons onderdoor voorbij gesneld. We ankerden
in de bijna verlaten baai bij Bourg, waren te laat
voor een bezoek aan het fort dus even het winkelstraatje
door, kleren kopen en een deux boules zelfgemaakt
ijs toe. Je moest snel likken/happen want door de
hitte droop het aan alle kanten erlangs. Het plaatsje
zelf was trouwens ook al verlaten, geen gevaar om
door een toerist op een scooter te worden overreden.
de
indrukwekkende granieten wand van het Pain du Sûcre,
The Saintes
Op
bezoek bij de boatboys van de Prince Rupertbaai
Joke
kent zo langzamerhand alle boatboys van Portsmouth,
Dominica. Koopt bananen van Tony die met een mand
op zijn surfplank komt aanpeddelen. Dit keer doen
we zaken met Eddison die ons als eerste begroet: tocht
over de Indian River en na zonsondergang terug. Vanwege
het na seizoen zijn we een begeerd object: er liggen
op een gegeven moment vier boatboys om ons heen. Albert
is een beetje teleurgesteld dat onze gasten al iemand
anders hebben gevonden. 's Avonds klinkt muziek van
de kant, het is vrijdagavond en pas om vijf uur 's
morgens klinkt een uitbundige finale. Maar goed dat
we door de zeelucht en de hele dag zeilen als een
roos slapen.
eenvoudige
kunst op de Indian river tour
Zaterdag
marktdag in Portsmouth
Albert
regelde een binnenlandse trip voor onze gasten met
watervallen, bananenplantages en Emerald Lake. Pas
in Roseau komen ze weer aan boord. Maar eerst naar
de markt, al uren wordt er op de hoorn - een conch
schelp - geblazen, ten teken dat er vis is aangevoerd.
Wij met de dinghy er naar toe. De markthal was te
klein voor het aanbod, zelfs op straat in de zon werd
groente en fruit aan de man/vrouw gebracht. Joke kocht
2 blackfin tuna in moten, de bemanning van "Oma
en Opa" uit Xanten, Duitsland kwam enthousiast
op ons af om kennis te maken, ze hadden ons op St.
Maarten zien liggen. Op zoek naar de douane hoefden
we niet: een Amerikaans stel was er net geweest: gesloten
tot 12 uur. Een van de boatboys adviseerde door te
gaan naar Roseau en niet te vertellen dat we hier
zijn geweest, dan hoef je geen permit te kopen. We
vinden dat een uitstekende gedachte en zonder gasten
varen we naar het zuiden. De motoren protesteren om
de beurt: weer brandstofperikelen: het hoofdfilter
blijkt redelijk verstopt en na vervanging spuit de
brandstof eruit. De tank BB moet worden bijgevuld,
door het schommelen kreeg de motor lucht in de leiding.
Het laatste deel van het traject blaast de wind kracht
5 tegen, zeilend waren we sneller geweest.
visboot
markt Portsmouth: let op de weegschaal
Emerald
lake met haar waterval: heerlijk verkoelnd: nodigt
uit tot een bad
Diner
op het balkon in de middeleeuwen
Roseau
doet middeleeuws aan met zijn houten huizen en overhangende
balkons. Joke's favoriete restaurant was alweer gesloten
en een zwerver uit het parkje van Fort Young hielp
ons naar een leuk Creools restaurantje/internetcafé
op de eerste verdieping: The Cornerhouse. De eigenaresse
blijkt een Amerikaanse weduwe die na haar man is overleden
hier toch gebleven is. Haar serveerster is een stevige
goedlachse jongedame die ons voorkomend bedient. Ze
bracht het tweede tafeltje geroutineerd in balans
met een stapeltje bierviltjes. Het straatje met éénrichtingsverkeer
wordt redelijk gebruikt, er komen veelal gedeukte
auto's voorbij. De Chinees tegenover ons heeft muurschilderingen
op de eerste etage, volgens Joke voorstellingen uit
de slaventijd. Het eten was smakelijk en van goede
hoeveelheid, kortom ons bezoek aan Roseau kan niet
meer stuk. Dat 's middags na een wilde dinghy-rit
de douane niet aanwezig bleek en we dus geen stempeltje
in onze paspoorten konden krijgen doet daar niets
aan af. Het scheelt trouwens ook in de centjes! De
deining uit het zuiden beukte lekker op de oever en
op- en afstappen uit de rubberboot op de steiger van
Fort Young Hotel was een spannend gebeuren. Behalve
natte voeten hielden we alles droog en de dinghy maakten
we voor de zekerheid met drie lijnen vast zodat hij
vrij van de steiger bleef.
Martinique
in zicht! Welkomstkommitee van dolfijnen
Met
een vroeg vertrek uit Roseau en een redelijk vlotte
oversteek kan je een hoop doen op een dag. Onderweg
een paar stevige buien, voornamelijk achter ons totdat
we de punt van Martinique bereikten. De wind valt
weg en zonder motorhulp komen we niet verder. Dan
ineens opspattend water. Geen stroomrafeling, nee,
tientallen dartelende dolfijnen. We hadden al gekscherend
beloofd ze vandaag te zien en zowaar, komen we in
een hele groep (kudde?) terecht. Een mooier welkom
kan je je niet wensen. Wat zijn het toch een speelse
dieren. Ze springen in groepjes van vijf uit het water,
dartelen dat het een lieve lust is. Hun koers was
tegengesteld aan de onze zodat we steeds weer nieuwe
groepjes tegenkwamen die omkeerden en om de boegen
bleven spelen. Dat daarna de hemel plaats maakte voor
water en het eiland gedurende enige tijd niet meer
zichtbaar was deed de adrenalinespiegel weer wat zakken.
Het laatste stuk naar St. Pierre kunnen we weer zeilen.
We treffene en verlaten baai aan, wat een verschil
met de heenreis, toen konden we met moeite een plekje
vinden. Een bezoek aan een der musea om de omvang
van de vulkaanuitbarsting in 1902 te zien behoort
tot de verplichte kost. Weer was er een gratis wifi
hotspot in de lucht en hoefde de laptop niet mee naar
het internetcafé waar we ook inklaarden. Dit
keer moest er een gezondheidsverklaring worden ingevuld,
ondertekend door de kapitein en de scheepsarts. We
hebben geen ernstig zieken aan boord en ook geen 'coffins'
dus konden we nu officieel het eiland op. Wat een
heerlijke bureaucratie! Gezien de warmte, het is omstreeks
het middaguur en de zon staat hoog in het noorden
(!), gaan we verder. Dit keer door een veld stroomrafelingen
met weinig wind. Pas nabij de baai van Fort de France
worden de zeilen weer aktiever en maken we een grote
slag naar de overkant en dan terug naar het fort.
Tot onze verbazing ligt daar de "Horta"
die pas een dag na ons van St. Maarten zou vertrekken.
dolfijnen
spotten op de trampoline
Passagieren
in Fort de France
Eindelijk
wordt de vermaarde bibliotheek van Schoelcher opgeknapt:
het gebouw staat nu in de steigers. Ook het nabije
Paleis van Justitie is er klaar voor. De overdekte
groentenmarkt vormt weer een kleurig spektakel. Wij
doen boodschappen bij Leader Price en kijken de ogen
uit: wat een assortiment! Mijn armen zijn na het sjouwen
met de boodschappen dan ook een paar cm langer. Een
bezoek aan de zeilmaker leverde op dat hij was verhuisd.
Telefonisch kontakt resulteerde in weinig meer: niet
aanwezig. Onze zeilmaker in Le Marin Didier en Marie
wilde wel een uurtje inruimen doch we hebben geen
vervoer en met de Zeevonk opkruisen duurt veel te
lang. We kopen zeilplakband/repairtape en denken zo
de genua voorlopig te kunnen repareren.
groentenmarkt
Fort de France
Zware
stortbui tijdens ons vertrek
De
wind neemt toe tot 7 Bft in vlagen, het aantel schuimkoppen
op het water eveneens. Gelukkig hebben we bakstagwind
naar Grand Anse d'Arlet en met alleen de fok maken
we 6 knopen. Hier eenmaal aangekomen neemt de wind
af en breekt de zon door. Tijd om op snorkelexpeditie
te gaan. Tot de oogst horen een schildpad, een groep
van 80 inktvissen en het gewone spul.
Tweede
deel van de reis
De
volgende etap naar het zuiden is Martinique-St. Lucia,
de Pitons en Soufrière. Met ruime wind op pad.
Tegen de avond maken we vast aan een mooring achter
de "We two are one" de catamaran van Carl
Sträter, eveneens CTC-lid. We zijn onder de indruk
van zijn avonturen in Brazilië. Hij blijft gezellig
bij ons eten. De boatboys zijn hier duidelijk agressiever
dan elders. Joke koopt fruit voor een prikje. Wel
moeten we het Marine Park voor de mooring betalen:
40 EC, minimaal 2 nachten. We liggen aan een mooring
tegenover een stel varkenskotten. Een grote zeug hangt
af en toe over de rand en er lopen een paar biggetjes
rond. Ze worden regelmatig van water en voer voorzien.
Verderop ligt een aantal vissersboten, opvallend is
hun vorm: rank en smal met een soort bulb aan de voorsteven,
deze is echter plat en komt boven water als het scheepje
planeert.
de
Pitons, St. Luciia in het middaglicht
de
twee catamarans aan de mooring voor de Piton
onze
overburen: varkens in golfplaten hokken
Diamond
botanical garden
Eerst
naar het stadje Souffrière om in te klaren,
een paar boodschappen te doen en het stadje te bezichtigen.
Zodra we richting steiger voeren gebaarde een knaap
waar we konden vastmaken. Hij wilde de lijn wel aanpakken
en bood aan op onze dinghy te passen. Ik vroeg waarom
en hij vertelde dat kinderen graag in de afgemeerde
dinghies speelden. Omdat er in geen velden of wegen
kinderen waren te zien wees ik zijn aanbod af. Het
was redelijk druk op de steiger, er lagen zelfs een
paar duik(st)ers te wachten. Een taxichauffeur stond
strategisch voor de douane zijn bus op te poetsen.
Hij kwam direkt op ons af en deed verschillende suggesties
tot en met een drie watervallentour voor US$ 40. Uiteindelijk
mocht hij ons naar de Diamond waterfalls brengen voor
US$ 10. De botanische tuin is een imposante verzameling
bomen en planten met een keurig pad dat ook naar de
waterval loopt. Helaas daar borden dat het ten strengste
verboden was onder de waterval te zwemmen. Wij weer
terug langs de bassins met geneeskrachtig water en
de toiletten met goud(kleurige) schuiven. Het restaurantje
ging net open en het was heerlijke toeven aan de klaterende
beek met allerlei vogelgeluiden om ons heen. Een paar
kolibri's vlogen af en aan. Je kon je voorstelllen
hoe vroeger de plantage-eigenaren leefden. Door de
Japanse tuin verder. Opvallend waren de Aphro... planten
met een beschrijving van de werking op de sex-appeal.
Een prieeltje met gietijzeren stoelen vormt een rustpunt
vanwaar je de driftig fouragerende vogels kunt gadeslaan.
Twee bruggetjes verder een ronde vijver met paarse
tegeltjes met in het midden een fontein die lijkt
te werken als je er langs loopt. Waar de sensor zit
is niet duidelijk. Na dit genieten dalen we weer af
naar Souffrière om enige noodzakelijke inkopen
te doen. Veel mensen op straat, oude vaak houten huizen
met roestige golfplaten als dakbedekking. In de haven
komen net twee grote dagcharter catamarans aan. Luide
muziek klinkt uit hun binnenste. Een stroom toeristen
komt van boord (en zal wel in de gereedstaande taxibusjes
verdwijnen).
bloemenpracht
in de Botanical garden: ginger flower
een
uitnodigende Diamond Falls ...maar baden verboden
waar
hebben we dit in Nederland?
Pascal
de
kalebasman komt aanzwemmen met zijn koopwaar
Verder
zuidwaarts: St. Vincent
Na
het snorkelen namen we afscheid van Carl die nog snel
foto's uitwisselde. Eenmaal de imposante Pitons achter
ons gelaten zeilden we in het oneindige: het zicht
was matig en dat bij ENE 4-6. Pas op 15 mijl afstand
kwamen de contouren van St. Vincent in zicht. De dwarse
golven waren vrij steil en we maakten veel minder
voortgang dan ik verwachtte. Om voor het donker Bequia
te halen zat er niet in. Het alternatief: Cumderland
Bay waar we al positieve verhalen over hoorden. Onze
stuurvrouwe liet de Zeevonk met snelheden tot 10,5
knoop rechtstreeks de baai binnenlopen, een prestatie
op zich (met hulp van een gunstige wind, zelfs onder
het eiland). Vlak nadat een oranje zon onder de horizon
was verdwenen lieten we de zeilen zakken. De eerste
boatboy peddelend op een surfplank kwam ons tegemoet
en vroeg om een sleepje. We lazen net in de pilot
dat we dat niet moesten doen vanwege mogelijke gevolgen
als er iets mis ging. In de baai lagen een paar schepen
met achtertros naar een palmboom en wij ankerden op
dezelfde manier aan het steile strand, met behulp
van de surf boy Dandy voor 10 EC. Uurtje later bracht
hij voor 20 EC een grote papaya en 4 kleine, 6 kanjers
grapefruit, 4 mango's en een kokosnoot, Groot was
onze verbazing toen we in de schemering de "Aeson"
ontdekten!
leeswoede:
één boek per dag
Onverwacht
weerzien met de "Aeson"
Jelka
wist niet wat ze zag toen ik aan kwam varen. Ze hadden
familie aan boord en waren de hele dag op het land
op avontuur geweest. Ik moest direkt aan de rumcola
en beloven dat we ze 's avonds kwamen ophalen. Eerst
naar "Beni's" om te eten, het leek er uitgestorven
maar met twee kaarsen op tafel kwam er aktie. Inlands
bier en vruchtendranken en Creools eten verschenen
en we deden ons te goed (nou ja) aan de half rauwe
toniijn. Daarna Piet en Jelka opgehaald en met veel
rumcola's en wijn bleven we lang luiddruchtig in de
baai aanwezig. We maakten de afspraak om de volgende
ochtend te gaan snorkelen in de "Bat cave"
en daarna naar Bequia.
Snorkelend
door de tunnel van de bat cave
De
boatboy maakte ons los van de palmboom en achter de
Aeson aan naar de baai bij de bat cave. Hier ankerden
we zo goed en kwaad mogelijk en stapten in de dinghie
op zoek naar de cave: een tunnel van 30 voet lang,
4 voet breed en wisselend van diepte. We vonden hem
snel en zagen aan de zuidkant hoe de deining naar
binnen klapte over een ondiepe ingang. Bij de uitgang
aan de noordzijde zag het er wat rustiger uit, hier
konden we de dinghy parkeren aan een plastic fles
aan een lijntje. Slechts een van de anderen waagde
het om dit onderzees avontuur aan te gaan en voorzichtig
lieten we ons door de deining naar binnen persen.
Je komt in een holte die pikdonker is en ja hoor,
vleermuizengeluiden boven je hoofd. Iets verder buigt
eeh gang naart links en zie je licht in de verte.
Ook hier komen je deininggolven tegemoet maar je wordt
lang niet tegen het dak gesmeten en met je snorkel
kan je altijd nog naar beneden duiken. Het was niet
nodig en iets verder zag je dat je in een spleet zwom
die tot diep onder je in het lichtblauw verdween.
Kleine visjes vergezellen je en dan ben je weer buiten.
Een van onze gasten hield er een paar schaafwonden
aan over maar ze vond het toch de moeite waard. Het
gezelschap van de Aeson zag van deze onderneming af
en keerde zwemmend terug.
Foto-
en videosessie bij 5-6 Bft
Met
een knik in de schoot konden we oversteken naar Bequia.
Piet van de Aeson biedt aan foto's maken van ons,
een aanbod dat we niet konden weerstaan en graag terugbetaalden
met foto's van de Aeson in aktie. Het waait bij de
punt van een eiland altijd wat meer door een soort
venturi-effect en ook het water was ruw. De Aeson
dook een paar keer flink in de golven, zelfs een keer
werd het hele dek overspoeld. Dat levert natuurlijk
mooie plaatjes op en we draaiden nog een kwartier
om elkaar heen. Dit was trouwens de eerste keer dat
we gelijk op zeilden: de Aeson had een rif en de genua
iets ingerold, wij voeren onder grootzeil en fok en
hebben de genua niet gebruikt. Helaas voor onze vrienden
waren we zo toch nog iets sneller. Vooral met windvlagen
als zij plat werden geslagen schoten wij vooruit.
een
duikende Aeson, remt lekker?
onze
stuurvrouwe aan het werk.....
met
dit effekt!!!
en
dit!!!
Ankerproblemen
met Spade ankers in de Admiralty bay
We
kozen voor een plek nabij het Princess Margaret strand
om de valwinden een beetje te ontlopen maar moetsen
drie pogingen doen voor het anker hield. Met duikbril
te water om te zien waarom. De ketting lag nu om een
paar koraalblokken, het anker lag niet ingegraven,
er blijkt maar een mager laagje zand boven een keiharde
bodem. Een 'Spade" kan hier weinig mee. Het ligt
niet aan ons: Carl van de "We two are one"
komt na ons binnen en na drie keer een poging te hebben
gedaan gooit hij maar zijn danforth overboord die
meteen houdt (en hem bijna overboord trekt). Een emailtje
naar Tony Vonk, ons beider leverancier lijkt aangewezen.
Hollands
Feestje in Bequia
De
douane deed dit keer niet moeilijk ook al waren we
weer een dag later dan op de papieren stond. In de
Cumberland baai is geen douane, Bequia was daarom
onze eerste mogelijkheid, deze eilanden horen tenslotte
bij elkaar. De groentemarkt was open en Joke vereerde
de rastamannen met een bezoek, het leek wel een theaterstuk...
Met Carl naar het internetcafe waar het inlandse bier
goed smaakte. Omdat we nu met vier Nederlandse schepen
in de baai lagen, de Horta was er ook, was dit een
mooie aanleiding voor Joke om de trekzak weer eens
te gebruiken. We nodigden iedereen uit en hadden een
paar genoeglijke uurtjes. Na het eten naar Frangipangi
voor het ketelorkest op de donderdag waar zelfs gedanst
werd.
solozeiler
Carl omringt door twee Sloveense dames: Jelka (R)
en haar nichtje
Het
beloofde land: Tobago Cays
Als
je er vroeger bent geweest en er fantastische herinneringen
aan hebt overgehouden dan wil je er weer naar toe:
de eilanden groep achter het Horseshoe rif met hun
palmenstranden en turkoois water vol met vis en schildpadden.
Hier snorkelen is top! Het anker lag nog maar net
of daar kwam de eerste boatboy aan: croissantjes en
stokbrood besteld voor de volgende dag en de gasten
kochten een paar t-shirts na lang passen en onderhandelen.
Iedereen tevreden. Daarna vereerde de parkrangers
ons met een bezoek. Dit is nieuw, je moet nu per nacht
per boot, per opvarende betalen. Dan kunnen we eindelijk
snorkelen. We worden direkt met de neus op de feiten
gedrukt: een flinke stroming over het rif maakt het
tot een (in-)spannende bezigheid. De haaien lieten
zich vooralsnog niet zien. Ineens hangt een vrouw
met dinghy achter ons, het blijkt Elly van de "Bon
Bini", een Nederlandse die hier rondvaart en
duiklessen geeft. Ze heeft een leuk verzoek: "hebben
jullie misschien antibiotica aan boord want mijn hond
heeft een bloedneus?" Ze had gebeld naar een
dierenarts die inschatte dat het beest tekenziekte
had en penicilline kon gebruiken. Ook zou ze met ijsklontjes
de bloeding kunnen stoppen. We konden haar helpen
aan een kuur - ooit in Portugal voor de oversteek
gekocht - en Joke wilde ook wel eens Reiki proberen
op een hond. De vijfjarige Newfoundlander viel erbij
in slaap. Toen we Elly, haar Engelse leerlinge voor
masterdiver en de hond later op het strand ontmoetten
was hij weer een en al levendigheid en rende achter
cocosnoten aan.
De
schildpadden van Baradel
Om
de baai van het eilandje Baradel - we liggen op 100
meter afstand - ligt een drijvende lijn, het blijkt
de schildpadden te beschermen die hier in grote getale
huizen. We vereren Baradel zelf ook met een bezoek
en zien merkwaardige groene stenen op de stranden
liggen. Is het een koperlaag, is het jade? Met blote
voeten over de stenen en een enkele stekel valt tegen
maar het bezoek is de moeite waard. Zelfs het uitzicht
over de baai die tegen het einde van de middag vol
loopt met schepen geeft een prachtig plaatje.
de
Zeevonk vanaf Baradel, op de achtergrond het horseshoe
rif
Duiken
met de crew van de "Bon Bini?"
We
worden uitgenodigd op de Bon Bini en Elly blijkt met
dit schip en haar ex al een keer de wereld rond te
zijn geweest. Daarna heeft ze een duikschool in Spanje
gehad en toen dit financieel niet meer haalbaar was
is ze in haar eentje naar de Carieb gevaren. We hebben
alle duikspullen bij ons en kunnen zo met een 'plaatselijke
duiker' op pad. Haar Engelse leerling voor divemaster
doet dan het werk. We gaan dan naar de dinghypassage
naar buiten. Het liep allemaal wat anders maar het
kwam erop neer dat we aanhaakten bij de duikschool
met onze eigen dinghy. Eenmaal buiten het rif maakten
we vast aan een boeitje en konden we gaan genieten
van een prachtig onderwaterlandschap in glashelder
water. De meest opvallende vissen waren de stingrays
met hun fraaie vleugelbewegingen, zo sierlijk en soepel.
Helaas houden ze niet van duikers en proberen je te
ontwijken. Elly bracht me tijdig bij de dinghy terug,
mijn lucht was bijna op.
duikinstrukteur
Elly van de Bon Bini
een
stingray met een spanwijdte van 2.40 m
Met
de kano op schildpaddenjacht
Vroeg
in de ochtend - de zon was al als een oranje bol boven
de kim gerezen - ging het gastenpaar met de kano naar
Baradel voor een eilandwandeling en schildpaddenjacht.
Onder heerlijke weersomstandigheden arriveerden ze
op het strandje, legden de kano onder de palmen en
beklommen de heuvel. Natuurlijk maakten ze foto's
van de Zeevonk die er mooi bij lag in de ochtendzon.
Daarna op zoek naar de schildpadden en opgetogen kwamen
ze terug: zo'n zes green turtles gezien die tot zeker
een meter groot waren.
green
turtle met een zeer fraaie tekening
Verjaardag
in de Carieb
Twee
dagen achter elkaar hebben we een jarige. Joke bakt
een taart en met het sergeant major kaarsje krijgt
het een ludiek tintje. De enige gasten die we uitnodigden,
de dames van de Bon Bine, lieten verstek gaan vanwege
hun duikklus voor de duikschool van Union Island.
Het betekende dat we 's middags nog een keer taart
hadden! Het verjaardagskado was een bewerkte kalabas,
zoals ze alleen hier kunnen. Pascal verkocht aan onze
gaste x jaar geleden ook al eens zo'n kalebas!
een
sergeant major voor 33 jaar
Nog
een keer naar de schildpadden
Het
enthousiasme van de gasten was dusdanig groot dat
we met zijn allen nog een keer naar de schildpadden
gingen kijken. Waar heb je dat: grazende schildpadden
- green turtles - die rustig doorgrazen als je boven
ze hangt? Foto's en korte filmpjes waren het resultaat.
En passant kwam ik ook nog twee grote flying gurnards
tegen met hun schitterende vleugels. Als ze verstoord
worden spreiden ze hun vleugels. Een bizarre schoonheid..
een
flying gurnard
Het
horseshoe rif uit naar Union Island
Als
afsluiting van de fantastische dag op de Tobago Cays,
een waar paradijs voor de zeiler, moeten we uitklaren
op Union Island, slechts een mijltje of vijf verder.
Je steekt hier weer een zeegat over en het kan er
flink stromen waarbij de oceaangolven af en toe de
drie meter halen. Met windkracht 5 in de bakstag een
makkie. Wel moet het overdag zodat je precies de opening
in het rif kunt zien. Een zware bui laten we net achter
ons. Het lot wil dat we ankeren in de buurt van een
Nederlands schip, de "Kind of Blue" van
Dick en Anita. We maken een praatje, horen dat ze
'even' op en neer zijn geweest om een generator in
Martinique op te halen en nu ook afzakken om uiteindelijk
in Curaçao uit te komen. Op Union Island heerst
nog steeds een beetje slaperige sfeer. In de schaduw
van een paar huizen bij de vissersboten zit wat volk,
de douane is gesloten (zaterdagmiddag), Erica van
het internetgebeuren ligt voorover op haar toonbank
te slapen. De gasten gaan het dorpje rond, Joke stapt
naar het vliegveld om uit te klaren. In een half uur
zijn we klaar en vertrekken naar het eiland Carriacou,
onderdeel van Grenada. Vlak voor donker komen we aan
om ook hier weer twee bekende Nederlanders te zien:
de "Mama Cocha" en de "Buster".
Alweer
ankerproblemen
Ons
vertrouwen in het Spade anker krijgt weer een deuk:
het wil niet echt pakken. Als 's avonds de wind wat
begint te vlagen krabben we. Ten einde raad om niet
te hoeven varen gaat er nog tien meter ketting - 40
meter totaal - bij en ons aluminium fortress anker
voor de zekerheid. De volgende ochtend geeft de GPS
aan dat we 0,002 minuten naar het westen zijn gezakt,
3,6 meter dus. Tijd om eens met de camera de bodem
en de ankers vast te leggen. Van boven af lijkt het
vlak gesteente met koraal, slechts drie meter diep.
het
aluminium fortress anker zonder houvast
de
Spade die achter een koraalblokje zit, maar niet in
de bodem
De
bodem blijkt uit los koraal met hier en daar een grotere
brok te bestaan. Een onmogelijke zaak voor de meeste
ankers denk ik. Dit keer ligt het niet echt aan de
ankers. Als we naar de kant varen voor een bezoekje
aan het eiland valt op dat de Zeevonk wel erg geïsoleerd
en ver naar buiten ligt. Als bij het strand blijkt
dat er geen dinghy steiger is dan is het voor mij
duidelijk: ik ga terug naar de Zeevonk en leg hem
bij het strand neer. Na een stevige regenbui is het
karwei snel geklaard. De zaken bij douane en immigratie
verliepen voorspoedig, ook al was het zondag. De grootste
pret was met de taxichauffeur of liever gezegd dollarbusje.
Ze barstte in schaterlachen uit toen er gesproken
werd over $ 1, het vkostte nu EC 3 pp.
Geen
uitbarsting van de onderzee liggende vulkaan?
De
vulkaan Kick ém Jenny ligt 180 m onder zeeniveau
en men heeft een cirkel van anderhalve zeemijl er
omheen getekend op de kaarten waarbinnen je niet moet
komen, waarschijnlijk om te voorkomen dat je in grote
opstijgende gasbellen terechtkomt en je schip dus
ten onder gaat. We zeilen over het randje, zien geen
gasbellen of iets anders. Op het internet op de site
www.meteotropicale.com
staan eventuele waarschuwingen en op de site van Kick
'Em Jenny hazards staat veel uitleg.
Onze
eerste vangst!
We
hebben vijf vislijnen achter de boot, het wordt tijd
om onze eerste vis, en liever meer, te vangen. Vol
verbazing kijken we tijdens een regenbuitje achterom
en zien een booby met een felroze plastic inktvis
in zijn bek vliegen. Het duurt even voor ik me realiseer
dat het het aasvisje is aan de lijn van onze werphengel.
Dan blijkt dat de lijn nog intakt is en we de vogel
dus met de werphengel kunnen binnenhalen. Aldus geschiedt
en door zijn capriolen om los te komen zit de lijn
nu om zijn poten en zijn hals. Joke pakt hem met handschoenen
aan en als dank kotst hij een visje en nog wat uit.
Als hij bevrijd is gooit Joke hem omhoog en vliegt
hij zonder zichtbare problemen weer weg. Stel je voor,
een nylondraad strak om je nek.
Met
nieuw snelheidsrecord op St. George's, Grenada, aan
Onze
stuurvrouwe heeft er zin in en zodra we in het vlakke
water onder Grenada varen en we verwend worden met
vlagen van windkracht zes bakstagwind beginnen we
te scheuren. We halen een Canadees zeiljacht in terwijl
we stukken boven de tien knopen (18,5 km/uur) varen.
Het kon nog sneller, het volgende jacht pakten we
net voor St. George's met 11,6 knopen (21,5 km/uur).
We liepen de lagune royaal voor het donker binnen.
Fantastisch snel werden de zeilen geborgen, de schoten
en vallen opgeruimd en het huikje over het grootzeil
gebonden. Anker neer in het midden van een vrij lege
lagune en Joke kon met haar nieuwe mixje komen! We
hebben wat te vieren: St. Maarten-Grenada in twee
bijzondere weken! Onze gasten trakteren ons op een
dineetje bij de Yachtclub enwe maken daarna nog een
haventour, vlak onder een vrachtschip en langs een
driemaster met feest en live-music aan dek.