Aankomst
Point à Pître
We
maken het niet vaak mee dat de vertrekkende gasten met het vliegtuig
van de nieuwe gasten naar huis terugkeren. Met een huurauto voor een
dag spaar je de taxikosten uit en kan je ook nog komfortabel boodschappen
doen. We zoefden over de kustweg naar Deshaies en brachten onderweg
een bezoek aan Leader Price, een grote supermarkt. Alles kon in één
keer in de rubberboot en niet lang daarna zaten we aan een welkomsdrankje.

de
Zeevonk voor de steiger

restant
steiger

de
internet shop gesloten, dan maar een maandkaart "hothothotspot",
nog te gebruiken tot Grenada
Hoezo,
Fransen zijn niet aardig?
Even
later vaart een echtpaar met rubberboot een rondje om ons heen. Ze zijn
duidelijk geïnteresseerd in ons schip. Ik vraag of ze van de grote
catamaran verderop zijn en inderdaad. We nodigen ze uit voor een drankje
en een rondleiding en François en Valérie maken er graag
gebruik van. Ze spreken beiden Engels hetgeen de konversatie eenvoudig
maakt. Hun 47 voet cat is een oudje:een Kellsal van bouwjaar 1970. Als
ze na een uurtje opstappen hebben we nieuwe vrienden. We worden uitgenodigd
voor het Pinkster ontbijt bij hun aan boord.
Ontbijt
op de "Triana"
François
en Valérie wonen op het oostelijk deel van Guadeloupe, hun boot
ligt aan een mooring bij het eilandje ten zuiden van PàP. Het
ontbijt om 7.30 uur was heel gezellig en informeel. We kregen een paar
tips om nieuwe eilanden te bezoeken, zoals Marie Galante en Îles
de la Petite Terre. En passant gaf Joke ook nog een Reiki behandeling
vanwege een dikke enkel opgelopen op het laatstgenoemde onbewoonde eiland,
oorzaak onbekend.

Reiki
als tegenprestatie voor een zondags ontbijt

tot
de volgende keer
Rivierwandeling
Het
kleine riviertje dat bij Deshaies in de zee uitmondt en waarover de
dure aluminium boogbrug voor voetgangers ligt, kan je stroomopwaarts
volgen. Wandelschoenen aan en op pad, dit keer puur voor het vermaak
de pols gps mee om op een later tijdstip de route te kunnen projekteren
op Google earth. Het meest boeiende dat Joke onderweg zag waren mieren
die een blaadje als parachute/parapluie boven zich hielden, en wat schaatsenrijders
in een poeltje.

parachute
mier

schaatsenrijders
op de rivier
Op
zoek naar Barry
Het
blijft een spannende bezigheid: snorkelen tussen de schildpadden en
af en toe een barracuda tegenkomen. Een grote schildpad onder het schip
had twee vissen (remora's) met zuignappen op zijn schild terwijl ze
er meestal onderhangen. De schildpad graasde onverstoorbaar verder,
trok zich niets van ons aan. Dit keer liet Barry de barracuda zich niet
zien maar vonden we wel een stingray die zich onder het zand had verstopt.
Alleen zijn ogen, snuit en gevaarlijke staart waren te zien. Merkwaardige
beesten en moeilijk in te schatten of ze echt gevaarlijk zijn.
Pigeon
Island=Cousteau Reserve=top duiklokatie
We
zeilen de 8 mijl onder de kust. Altijd lastig door draaiende winden
maar zeker aan het eind kunnen we hoog aan de wind tot vlak onder ons
doel komen. We pakken een mooring in het kommetje tussen de twee eilandjes
van Pigeon Island, naast een andere catamaran. Van hier snorkelen we
rond in La Piscine. Elk plekje heeft een eigen naam. Het water is glashelder
en nabij de overgang naar dieper water zie je een geweldige kleurenpracht
van koraal: het is weer zwemmen in een aquarium. We worden niet van
onze duikmooring verdreven door een boot met duikers, zij nemen de laatste
boei waar geen lus aanzit, voor hun kennelijk geen bezwaar, Het eiland
op doen we dit keer niet: de betovering ervan wordt doorbroken door
de aanwezigheid van een tiental kano's met bijbehorende bemanning. We
motoren naar de overkant, Malendur, en gaan in de baai voor anker. De
duikschool is snel gevonden en binnen een kwartier staat onze gast in
het pak en loopt met een fles op de rug naar het klaarliggende bootje.
Wij naar het restaurant op de klippen en nuttigen daar een overheerlijk
en rijkelijk van alkohol voorzien drankje. We bestellen bij de Columbiaanse
serveerster meteen maar een tafel voor de avond.
Onze
duiker komt zeer tevreden terug van de Japanse Tuin
Deze
duikplaats ligt aan de noordkant van de baai, dus niet bij Pigeon Island.
Het was er erg mooi, veel grillige formaties, veel koraal en veel vis.
Zijn duikmaatjes waren allen franstalig maar onderwater geeft dat niet.
Terug bij de Ecole de Plongeur komt de fles op tafel en worden de plastic
bekertjes met vuurwater uitgedeeld. Wij horen er ook bij, heel aardig.
Ook een van de redenen om niet zelf een compressor te hebben, er valt
altijd wel wat te beleven bij de duikcentra.
Diner
op de klippen
Bij
het restaurant," la Roche de Malendur" zijn we de eersten
om 7 uur en er is verwarring omdat Zeevonk niet in het bespreekboek
voorkomt en ook niet voor drie personen. Als ik meekijk in het boek
staat er "Zeifon", 2 pers. Niet alle Columbiaansen verstaan
Nederlands al sprak ze de naam van onze boot prima uit. Het raadsel
was opgelost, er werd voor een derde persoon gedekt en een fles heerlijke
witte wijn kwam op tafel. De maaltijd werd op artistieke wijze geserveerd
en de hoeveelheid en kwaliteit waren uitstekend. Een aanrader. In de
verte beneden ons zag je het ankerlicht van de Zeevonk temidden van
de andere geankerde schepen. Wat een romantiek.
Ankeren
voor het strand van Rivière Sens
Na
nog een ochtendduik waarbij wij doken bij de Japanse Tuin en daar ontzettend
genoten zeilen we verder zuidwaarts langs de kust van Guadeloupe. Op
een bepaald punt sloeg de windrichting om en konden met de zeilen over
de andere boeg toch rechtdoor varen. We kwamen wat westelijker uit en
moesten nog een slag naar de kust maken. Hier "vonden" we
vorig jaar het jacht dat van zijn anker was gegaan en onbemand zee had
gekozen. Op het zwarte strand was het druk, logisch op zondagmiddag.
Ook op de weg langs de kust werd druk getrimd, zowel door wit als zwart.
Dit keer geen beach volley, het net was niet opgehangen. We werden verwend
met een prachtige groene flits - voor de ongelovigen kijk eens op Wikipedia
voor de natuurkundige verklaring van dit verschijnsel. Jules Verne gaf
er een romantische betekenis aan: wie de flits zag zou gelukkig in de
liefde zijn. Tegen het donker raakte het strand verlaten en bleven we
met twee andere catamarans in de duisternis achter.
Uitstapje
Basse Terre, de hoofdstad van Guadeloupe
We
parkeerden de rubberboot aan de verboden steiger die op instorten staat
maar door iedereen wordt gebruikt. Opvallend hoe snel de betonnen steigers
achteruit gaan, heeft het weer zo gestormd of is de kwaliteit van het
beton zo slecht? De voetgangersbrug in het kustpad is nog niet klaar,
ook deze was vernield tijdens een storm. Er komt een mooie ronde van
gelaagd hout voor in de plaats. We daalden af naar de rivierbedding
en konden van steen naar steen hoppend droog aan de overkant komen.
De boulevard met zijn prachtig versierde booglampen lag er ongeschonden
bij en een kilometer verder waren we bij het centrum met de nieuwe overdekte
markthal (2001). De geur van specerijen kwam je al van verre tegemoet.
De winkelstraten waren weer vol mensen, grappig is dat het merendeel
van de winkels kleren en schoenen bieden. Heel basaal, maar elke dag
een andere jurk lijkt wat overdreven. We bezochten de kerk, eenvoudig
en fris en gingen op zoek naar een voeding voor onze iPod. Gevaarlijke
winkels, die computerzaken. We kwamen buiten met een impuls aankoop
van een 500 gigabyte externe schijf. Heermee was in één
klap ons probleem van volle externe schijven opgelost. Van iPods had
men hier nog niet gehoord leek het. Terug met een lokale bus was een
klein avontuur maar we kwamen ongeschonden in Rivière Sens.
Îles
des Saints is niet ver
Deze
eilandengroep is zeer populair bij de dagjesmensen, de veerboten van
Guadeloupe varen af en aan. Voor ons werd het een lange tocht want de
wind viel weg en kruisen zonder wind schiet niet op. Toch hielden we
vol en als beloning lag een bekend schip bij Bourg voor anker: de "Nix"
van Nico en Letty. Grappig was dat Nico net een emailtje naar ons had
gestuurd. toen ze een halfuurtje later aan dek verschenen een en al
verbazing. Het weerzien was hartelijk, de drankjes heerlijk en we keerden
terug met een externe schijf met een honderdtal dvd's erop.

de
veerboot ligt nu onder water
Kleine
reparaties
Toevallig
zag ik een losse naad van de genua en vanwege de windstilte konden we
makkelijk het zeil laten zakken en met de naaimachine op het dek repareren.
Zodra de boei van de dagcharters vrij kwam meerden we daar en kon ikhet
te ruime stuk ankerketting (zo'n 15 meter) met de flex ertussen uit
slijpen: sinds St. Maarten kwam dat stuk met horten stoten naar binnen,
het was duidelijk te ruim, waarschijnlijk door het schuren over de zandbodem
van de Simpsonbaai.
Diner
op het plein bij het kunstrestaurant
We
zaten koud op het balkon aan het plein toen Nico en Letty onze kant
opkwamen. Er werd simpel een tafel bijgeschoven en we maakten er een
heerlijk Nederlands onderonsje van. Het dorpje is net als Vlieland:
zodra de laatste veerboot met dagjesmensen is vertrokken valt de stilte.
Ontmoeting
met de "We two are One"
Van
Carl wisten we dat zijn boot was verkocht op Guadeloupe en nu liggen
we voor het snorkelen bij het "Suikerbrood" er vlak voor.
We maakten kennis met Egon, die de vorige eigenaar bleek te zijn en
hem dus had teruggekocht om ermee naar België te varen.
Alarm
aan boord
Terwijl
ik bij de "We two are One" een praatje maakte riep Joke vanaf
de Zeevonk dat ze een vreemd geluid hoorde dat ze niet kon thuisbrengen.
Eenmaal aan boord klonk het geluid als een lenspomp maar onze lenspompen
waren het niet. Onze Belgische buurman wist trouwens waar het geluid
vandaan kwam: de onderzeese pijpleidng waar we precies boven lagen!
Hier wordt water doorgepompt en het geluid plant zich door het water
voort. Ook weer opgelost, maar wel even schrikken. Het snorkelen gaf
een paar flying gurnards maar niet de beloofde zeepaardjes.
Op
naar het groenste eiland: Dominica
De
Nix was ons gepasseerd toen we snorkelden bij het Suikerbrood en zodra
we tussen de eilanden uit waren zagen we een stipje aan de horizon.
Tot iets voorbij halverwege lekker zeilweer, rustige zee. Dan in de
buurt van Dominica een paar forse vlagen en vervolgens tegenwind uit
het zuidwesten met een daarbij horende golfslag. Van zeilen was geen
sprake meer en moterend in de lichte kruiszee stuiterden we naar de
Prince Rupert baai. Zo'n twee mijl van ons doel verwijderd kwam de eerste
boatboy ons tegemoet: het toeval wilde dat het Alexis was die we de
vorige keer beloofden nu van zijn diensten gebruik te zullen maken.
Diner
bij Chez Letty
Alweer
een email van Nico: ze hadden een grote makreel gevangen en nodigden
ons uit voor een visdiner bij hun aan boord! Er lag trouwens nog een
Nederlands schip in de baai: de "Leviathan" met Peter die
we al van Curaçao en St. Maarten kennen. Letty maakte een heerlijk
diner van de verse vis, Tijd om weer wat sterren uit te delen.
Dag
rondtoeren in de noordelijke helft van Dominica
We
huurden via Alexis een busje met chauffeur Roy. Ook Nico en Letty gingen
mee al begint de tijd voor hun wat te dringen: hun boot gaat in Trinidad
de kant op en zij vliegen naar Nederland. Na het verplichte bezoek aan
de douane, we moesten ook de overtime betalen vanwege het weekend, het
binnenland in. De kleurenpracht van de palmen, bananen en vele andere
bomen, bloemen en planten in het ochtendlicht is niet te beschrijven.
De weg kronkelde zich door de dalen en na een paar dorpjes kwam de oceaan
aan de oostkant in zicht. Meteen schitterende uitzichten over verlaten
stranden met riffen en rotseilanden onder ons. In een dorpje laven we
ons in een proper minirestaurantje aan pure grapefruitsap. We bezoeken
een strandje waar een man - John - in het water loopt met een zak en
daar af en toe wat in doet. Het blijkt een soort zeegras te zijn waarvan
ook sap wordt gemaakt. Hij laat zich enthousiast fotograferen. Een minivissersdorpje
in een mooie baai laat het primitieve leven van de vissersfamilies zien.

Atlantische
kust

casave
pannekoeken

John
"seamoss"
Randy
the Chippendaler
We
lunchen bij Randy's, alweer een minirestaurant. De enthousiaste eigenaar
is trots op zijn Chippendale verleden(?). Ook zou hij chefkok zijn maar
dat is aan de gortdroge banaan niet te merken. Nico koopt een Dominicaans
vlaggetje van hem en belooft voor een Nederlandse te zorgen. We komen
langs het vliegveld waarvan de startbaan verlengd wordt door Venezolanen,
we komen langs een moderne vissershaven die gemaakt is door Japanners,
in ruil voor walvisjacht. Dit is daarna ingrijpend veranderd: nu is
de jacht verboden (alleen Japan en Noorwegen lijken zich hieraan te
zondigen) en organiseert Dominica juist walvis kijk trips.
(geen
foto)
Carib
Territory
Dan
bereiken we het territory van de Carib indianen. Het zijn de oudste
inwoners van de Carieb en hier hebben ze een eigen stuk land waar anderen
geen grond kunnen kopen. Langs de kant een afdak waaronder een vuur
en een grote oude metalen pan. Op de achtergrond een primitieve maalmachine
en op een stuk oud metaal met daarop een stel pannekoekachtige wat bruingebrande
Carib koeken. Letty kocht er een. De smaak was wat zoetig. Vervolgens
brengt onze chauffeur en gids ons naar cde ingang van een soort openluchtmuseum.
We kregen eerst een videopresentatie en vervolgens een rondleiding door
een historicus. We zagen alleen hutjes en afdaken, geen mensen, geen
aktie. Bijzonder was dat de vrouwen apart van de mannen zouden slapen,
je echt vrouwenhutten had. Langs een klein watervalletje trerug naar
de ingang waar wat souvenierwinkeltjes waren. De dames die ze runden
zaten onder een boom manden te vlechten.

theater
Carib openluchtmuseum

mandenvlechtsters
Emerald
Pool
Weer
verder, naar het laatste doel: de Emerald waterval en -poel. Het was
nog een halfuur rijden over bochtige wegen vol kuilen. We passeerden
een vrachtauto met een omgekeerde boomstamkano erop, klaar voor de tewaterlating.
Bij de Emerald pool waren ze al de souvenierwinkeltjes aan het inpakken.
Op onze weg door het regenwoud naar de waterval kwamen we de laatste
baders tegen bleek even later, we waren alleen en konden in ons blootje
genieten van de kracht van het neer beneden vallende water. Opgefrist
verder. De weg naar de westkust loopt het laatste stuk langs een rivier.
Een paar maal per jaar geeft hij overstromingen van de weg, soms verdwijnt
eenstuk van de weg. Veel stenen en zand worden dan naar de monding gevoerd
waar men depôts heeft gemaakt van zand dat naar het buitenland
- ook St. Maarten - wordt verkocht en getransporteerd. We weten er alles
van, waar wij gewankerd lagen in de Simpson baai te St. Maarten kwamen
wekelijks sleepboten met een grote zandschuit erachter hun vracht lossen.


Emerald
pool en waterval
Vissersdorp
live
Onze
jonge chauffeur nodigte ons uit voor een bezoekje aan zijn dorp en het
huis waar hij met zijn moeder woonde. Vanaf hun balkon keek je neer
op de kustweg en het vissersdorpje. Het dorpje zelf was een typische
oude vissersnederzetting met boten op de kant getrokken. Een minirivier
kwam in zee uit en op een plein waren een stel jongemannen aan het basketballen.
We kregen een biertje en moesten weer vertrekken wilden we nog met daglicht
in Portsmouth terugkomen. Een prachtige oranje ondergaande zon vergezelde
ons het laatste stuk kustweg. Langs de Ross University - Amerikaanse
medical school - daalden we af tot bijna zeeniveau en reden Portsmouth
binnen. Bij Big Papa zat Alexis al op ons te wachten. De heren hebben
allen een telefoontje en worden om de haverklap gebeld, staan dus regelmatig
in verbinding met elkaar. Alexis bracht ons in het schemerdonker naar
onze boten. Een schitterende tocht van zo'n zeven uur vierden we met
een glaasje. Nico en Letty hadden geen spijt, moeten nu wel iets sneller
doorvaren om op tijd in Trinidad te komen.
Langs
de kust naar Roseau
Ook
deze zeiltocht wordt gekenmerkt door wisselende winden: dan weer hoog
aan de wind van BB, dan weer van SB, dan geen wind, dan vlagen tot 24
knopen (windkracht 6). Voor de bemanning veel werk te doen al zagen
we Nico met de Nix voor ons ook veel en heftig aan zijn koffiemolen
draaien. We kwamen aan in een verlaten Roseau en ankerden voor het Fort
Young hotel. Er was trouwens nu nog maar 1 mooring over. De boatboy
had nog geen andere liefhebbers voor een tochtje naar watervallen dus
spraken we af de volgende dag opnieuw te overleggen. In de namiddag
maakte een chartercat met 10 man aan boord vast aan de mooring. Helaas
begaf hun buitenboordmotortje van de rubberboot het, er kwam dikke rook
uit voor hij definitief stopte. De rubberboot ging in de takels en ze
voeren met cde cat naar de steiger van het hotel. 's Nachts lagen ze
weer naast ons. Lastig, tien man en een kleine rubberboot zonder motor.
Duiken
bij Scotts Head
Jeroen
vertrok al vroeg met de duikboot naar een van de beste duikplekken van
het eiland. Veel leuker dan nog meer watervallen met een busje te bezoeken.
Wij deden boodschappen in de stad en kwamen met batterijen en visspullen
en levensmiddelen terug. Om half twee anker op naar Martinique. Het
Dominicaans avontuur is weer voorbij!
Schitterende
overtocht Dominica-Martinique!
Zeilen
blijft een fantastisch avontuur, de ene keer alles tegen: harde wind
en steile golven, dit keer echter een vriendelijke windkracht 4 uit
het ENE'n en weinig golven. Onze roerganger stuurde een nagenoeg rechte
lijn met snelheden tussen de 7 en 8 knopen. De Zeevonk gedroeg zich
zeer komfortabel. Lekker zonnetje erbij. Wat wil een mens nog meer?
De ondergaande zon leverde een miniscule groene flits en even later
kruisten we een groep dartelende dolfijnen. Zodra we in de windschaduw
van de Mt Pelée kwamen draaide de wind naar het westen om een
paar mijl verder voorbij het stadje Pêcheur weer terug naar het
noordoosten te draaien. Toen waren we echter al de zielen aan het bergen.
Dan komt de volle maan op die de wolkenranden van zilver voorziet. De
vierkante kerktorens van St. Pierre worden almaar groter aan de horizon.
In het maanlicht is het makkelijk navigeren en na een half uur motoren
laten we het anker vallen naast de pier. Vanaf een nabij liggend schip
worden we aangeroepen, het lijkt door een vrouwenstem, we zien een Nederlandse
vlag. Wie? Als ik op verkenning ga blijkt het de "Leviathan"
van Peter te zijn, geen vrouw aan boord. Hij ligt hier al twee dagen.
Hij maakte zich bezorgd over het feit dat we slechts een tiental meters
van de pier liggen en riep dat we meer zijn richting op moesten komen.
Het anker zit prima, we maken ons geen zorgen.
Op
verkenning in St. Pierre
Dit
voormalige hoofdstadje van Martinique werd in 1902 door een hete gaswolk
uit de vulkaan Mt Pelée in een paar minuten met de grond gelijk
gemaakt, de 30.000 inwoners overleefden het niet. Gelukkig houdt hij
zich sindsdien koest en is het leuk ankeren in de baai waar ook nog
de 18 wrakken van de toen geankerde vrachtschepen liggen. Het museum
is een must om zicht te krijgen op die fatale gebeurtenis. De markt
's morgens wordt bevolkt door vaak in klederdracht gehulde vrouwen,
die soms ook nog een uitdagende dans uitvoeren en mannen uit het publiek
veroveren. Vandaag niet...
De
zware weg naar de rumdistillerij
Het
merk Dépaz komt hier vandaan en wij op pad. We werden pas door
een busje ingehaald toen het nog een kilometer lopen zou zijn dus besloten
we door te lopen. De weg liep omhoog en het was warm, een flinke prestatie
om zo drie kilometer te lopen. Dorstig kwamen we aan op de parkeerplaats
van Dépaz. Het restaurant was al open maar we werden de deur
uitgewerkt omdat we alleen maar wilde drinken. Gelukkig was op het terrein
ook een terrasje waar je vruchtensap kon krijgen. Vandaar konden we
de ruwe aanvoer van suikerriet gadeslaan, met grote vrachtwagens tegelijk.
Vervolgens werd dit met een shovel in een sleuf gestort op een transportband
die het naar de vermaling bracht. Vandaar op een transportband waar
water wordt toegevoegd en dit mengsel stroomde de fabriek binnen voor
de verdere bereiding: 13.000 liter per dag. We kregen geen rondleiding,
moesten het rode pad maar volgen. Dat we het nagenoeg in omgekeerde
richting deden, daar maakte niemand zich druk over. Toevallig liepen
Jeroen en Peter over de weegbrug voor de vrachtwagens en kregen van
de vrouw die hem bediende vanzelfsprekend op verzoek te horen hoe zwaar
ze ieder waren. Het landgoed dat nog hoger lag kon niet worden bezichtigd.
Uiteindelijk komt de route uit bij de winkel, hoe kan het ook anders.
Een bereidwillige jongedame liet ons proeven van jonge en oude rum en
na het een en ander te hebben ingeslagen verlieten we de fabriek. De
bushalte was aan de hoofdweg, hier moesten we een half uur wachten voor
een busje ons voor €1,20 uit de nood hielp.
Grote
boxen en een tent op het plein: wat gaat er gebeuren?
Op
het dorpsplein voor de schitterende waag wordt een soort feesttent opgebouwd
en even later kwam een auto enorme boxen brengen. Onze programma's zwegen
in alle talen. Tegen zessen de eerste geluidstesten, gelukkig stonden
de boxen van ons af gekeerd. Toen we voor het diner naar het cybercafé/inkklaringskantoor
liepen, zaten er tientallen mensen op het plein naar de muziek te luisteren,
ergens op wachtend? Toen we een paar uurtjes later weer passeerden zaten
ze er nog en de twee in het wit geklede donkere schoonheden die we vroegen
wat er gaande was konden ons duidelijk maken dat er werd gewacht op
een paar honderd wandelaars(?) die nog moesten anakomen. We waren voldoende
afgepeigerd door het dagprogramma om de boten op te zoeken, voor ons
geen feest meer...
Vroeg
vertrek naar Fort de France
Dit
keer geen dolfijnen, wel redelijke wind. We kruisen een Amerikaan die
motorzeilend langszij kwam net toen de wind wat toenam en uit een betere
hoek kwam. Hij koos eieren voor zijn geld en dook achterlangs. Vervolgens
nam de wind weer wat af en bleven we een tijdje parallel varen. Hij
maakte wat stennis, wij begrepen niet waarom. Een half uur later nam
de wind weer toe en konden we de grote baai van FdF invaren, hij ging
rechtdoor en verdween uit het zicht. Bij FdF niet druk. Passagieren
en boodschappen doen in de stad. Hier heerste een aangename lunchdrukte,
veel volk op de been. Alle, vooral schoenen- en kledingwinkels, open.
Voor een voeding van de iPod konden we niet slagen. Peter, die ook deze
kant op wil, verscheen maar niet aan de horizon.
Anse
Mitan vervuilt de horizon met nieuwbouw
Behalve
een aardige snorkelplek en een paar restaurants bij de haven heeft dit
dorp weinig te bieden vinden we zo langzamerhand. Waarschijnlijk wordt
dat ook veroorzaakt door de vele liggers aan eigen moorings waardoor
voor ons weinig ruimte is. We snorkelen bij de boei, glashelder water
en de volgende dag - alweer een vrij dag vanwege de afschaffing van
de slavernij - lopen we het dorpje door en pakken een terrasje. Dan
is het tijd om voor het lapje de korte afstand naar Grand Anse te zeilen.
De
duikschool van Grand Anse d'Arlet
In
deze baai de gebruikelijke drukte, maar naderbij komend ook veel muziek=lawaai.
Waarom? Twee grote motorcats met veel dagjesmensen aan de steiger hebben
de geluidsinstallatie op maximaal staan. Die mensen hebben zo een gouden
dag - feestdag vanwege de afschaffing van de slavernij - de mensen op
de jachten kunnen niet anders dan het willoos ondergaan of wegvaren.
Wij trotseren de herrie en brengen een bezoek aan de duikschool. Hier
is het nieuwe terras vol en zit de eigenaar aan het hoofd van een lange
tafel. Geen tijd voor ons en de duik die middag is vol. Jeroen bespreekt
voor de volgende ochtend en we kunnen aan het snorkelen.
Wat
blijft er over van een catamaran dioe op de rotsen is geslagen?
Een
paar maanden geleden lagen er stukken mast, een motorblok en stukken
romp en verstaging. Wij kijken hoe het er nu uitziet. Groot is mijn
verbazing als er alleen nog stukjes polyester te vinden zijn. Geen verstaging,
motorblok of stukken romp meer. Opgeruimd? Na goed zoeken tocht nog
wat vondsten: een blok, een spanner, een pomphendel en een bovenstuk
van een lier samen met een dinosaurus. Kleine bruikbare zaken!
Hoe
kom je van Grand Anse in Le Marin?
Vorig
jaar deden we dat in zware buien, de ervaring is dat we altijd wind
tegen hebben. Vanaf de ankerplek zien we behoorlijk wat witte koppen
op de golven, een dikke windkracht 5? Omdat het op de hoek tot Roche
Diamant altijd flink tekeer gaat starten we voorzichtig met een rif
en de fok. St. Lucia ligt recht voor ons, hoger kunnen we niet. Door
de tegenstroom worden we flink weggezet en omdat de wind afneemt tot
onder de 20 knopen kan het rif eruit en de genua erbij. Toch houden
we weinig hoogte en als we weer een slag maken passeren we Roch Diamant
net bovenlangs. Als we nog 4,8 mijl hemelsbreed van ons vertrekpunt
zijn hebben we al 20 mijl gevaren. Zo komen we nooit voor etenstijd
in St. Anne of Le Marin! De laatste 8 mijl zouden we ook moeten kruisen
terwijl de wind verder afneemt. Terugkeren of op de motor? We besluiten
toch tot het laatste en na bijna twee uur moteren ankeren we om half
acht in de baai van St. Anne.
Alweer
feest in St. Anne!
Het
is alsof de duivel ermee speelt: altijd als we in St. Anne aankomen
is er feest. Dan weer carnaval, dan weer oogstfeest of zoiets. Veel
mensen op straat maar wij eerst diner aan de markt. Hier speelt een
band op het plein en dansen de allerkleinsten de sterren van de hemel.
We maken nog net het staartje van het feest mee.
Het
laatste stukje
Op
de moter rond het rif naar Le Marin. Onze Franse vrienden van de Yassa
liggen niet op hun plek. Wel zien we de Passaat liggen, echter geen
leven aan boord. We huren een auto voor € 38 voor een dag. De rit
naar het vliegveld verloopt soepel, we kwamen alleen files tegen. Op
het vliegveld een en al rust. Tijd voor een afscheidsdrankje.