Reis
naar de zon deel 78
Martinique-Grenada
za 24 mei - za 6 juni 2008
Thuis
in Le Marin, Martinique
Op
een paar eilanden hebben we een 'thuis' gevoel, of omdat we
er eerder wat langer hebben gelegen, of bijzondere dingen
hebben meegemaakt en/of er mensen hebben leren kennen. Hier
in de haven ligt de "Yassah", de Franse catamaran
met Philippe en Valérie. Ooit hebben we hun een dienst
bewezen, sindsdien hebben ze een auto voor ons beschikbaar.
Een ander Frans echtpaar Marisie, Daniël en jongste dochter
Claire lag hier met de boot "Mi Wani" op familiebezoek
- tweede kleinkind geboren bij hun oudste dochter Amélie,
hij werkte toen tijdelijk bij een jachtverhuurder. Benieuwd
waar ze nu zijn. Hun dochter was hier verbonden aan een soort
circusschool. Ook het Franse echtpaar waar Joke de ti-punch
formule van heeft geleerd hebben we hier ontmoet. Wij en onze
vrienden en gasten profiteren er nog regelmatig van!
Verzekeringen
leuk?
Philippe
is onze tussenpersoon van Groupama. Dat betekent misschien
ook dat we meebetaald hebben aan de catamaran Groupama die
een of meer wereldrekords op haar naam heeft. We moesten lang
doorvragen over piraterij. Recent was nabij Somalië weer
een vrachtschip gekaapt maar wat ons meer zorgen baarde waren
de boardingen in Los Testigos (nog nooit eerder vertoont)
en in Porlamar. Philippe kwamen voor een drankje aan boord
en kon zo onze boot in het echt zien.
Tijdelijke
bewoners
Het
Nederlandse contigent is klein dit keer: de "Passaat"
van Pieter Bakker ligt er verlaten bij. Dan arriveert de "Bontekoning"
die een dag later aan de steiger gaat om de bemanning de kans
te geven het vaderland op te zoeken. Dan eindelijk arriveren
de "Aeson" met Piet en Jelka en de "Leviathan"
met solist Peter, net op het moment dat we op de "Passaat"
een biertje drinken. We besluiten dan ook met een gesamenlijk
diner. Helaas wachtten we vergeefs op Pieter en Mirjam die
voor het toetje zouden zorgen. De vis gevangen door de Aeson
smaakte er niet minder om.
Internet
met de Franse slag
Internet
via WiFi aan boord is een luxe en daar willen we graag voor
betalen. Het versterkertje en de grote antenne uit Nederland
deden echter niet wat ze beloofden. Ons zwarte Engeniuskastje
deed het veel beter. Omdat de gratis linksys het ovrdag matig
deed kochten we voor $5 per dag een verbinding met Airs. De
betaling met Paypal gaf geen probleem, maar vervolgens kregen
we geen username en wachtwoord. Bellen hielp niet dus maar
naar de Capintainerie waarmee werd samengewerkt. Dit werd
door de aanwezige ontkend, wel gaf die ons een kaart voor
een halfuur inlogtijd mee. Terug naar de boot en nu een email
naar Airs. Dit had succes: email en sms terug, eindelijk konden
we inloggen (het kostte wel meer dan een uur, frustrerend).
Alsof ze het wisten! Tot aan het tijdstip van vertrek, vele
dagen later, konden we nog steeds via hun internetten en dat
op een kaart van 1 dag! Franse slag of ....
Uitklaren
met een Frans toetsenbord
De
douane op Martinique heeft dit jaar het in- en uitklaren via
hun computer verplicht gesteld. De ontzettend aardige douaneman
in Le Marin ging in op ons verzoek en gaf het toetsenbord
een Engelse betekenis. Alleen voor mensen die kunnen blindtypen
een oplossing. Voor simpele zielen als wij blijft een Frans
toestenbord met letters op andere plaatsen een probleem. Maar
we komen er wel uit al kost het even om bijvoorbeeld de @
te vinden.
Zeilwedstrijd
Martinique-St. Lucia
Hoewel
weinig wind - oost tot noordoost 3-4 - gingen we met drie
boten van start: Aeson, Leviathan en de Zeevonk. Onder Martinique
liepen we nog even 7 knopen maar helaas was dit het eiland
effekt, daarna zakte de wind weg en hadden we moeite om de
Aeson bij te benen. We kwamen niet dichterbij dan 100 m en
vlak voor St . Lucia moesten we ze laten gaan. Nummer drie
was nog maar een stip aan de horizon. We ankerden voor de
Jambes de bois. Op het strand was toen net een trouwpartij
aan de gang. De muziek maakte het niet echt lang, aan de overkant
van de baai ging het echter door tot ver in de kleine uurtjes.
Die avond zouden we barbecuen aan boord van de Leviathan,
de Aeson ving een barracuda, , maar de bbq op gas liet het
afweten. Piet als meester visbakker nam het karwei met succes
over.
Zeilwedstrijd
St. Lucia-St. Vincent; herkansing?
De
start moest een uur worden uitgesteld wegens zwarte luchten
met veel regen. Maar om zeven uur vertrokken we voor de 53
mijl naar de Cumberlandbaai. Tot voorbij Castries moesten
we motorzeilen. Heerlijk met een kop koffie in de zon op het
preekstoelbankje. Plotseling hield de Aeson in: hun vislijn
had een visboei gepakt. Geen hulp nodig. Later haalden ze
ons in en zeilden we in de buurt van de schitterende Pitons
een bui in. Pas voorbij de Pitons was er echt wind, niet meer
dan 12 knopen, voor ons veel te weinig. We zagen onze konkurrenten
dan ook weglopen, wat ik ook deed. Pas in de buurt van St.
Vincent trok de wind aan, waarschijnlijk het venturi-effect
door de hoge bergen. We bereikten ineens snelheden tot boven
de 9 knopen terwijl onze 'tegenstanders' in de luwte onder
de kust zaten. We haalden zienderogen in: zij motorden, wij
zeilden nog lang door omdat we verder van de kust zaten. Bij
de ingang van de Cumberlandbaai was de achterstand op de Leviathan
minder dan een mijl, de Aeson zat daar ver voor. We ankerden
voor het strand en met hulp van Brother kwam er een achterlijn
aan de 'palmboom': een blok cement met een paal erin. Een
drankje en spareribs bij de Black Baron, het restaurant dat
gerund door ex-yachties, Bruno en Lina. Er liggen pruiken
en allerlei piraten relekwiën, ideaal voor een mooi plaatje
voor thuis. Peter kon de verleiding niet weerstaan.
Zondagje
Cumberland
We
worden gewekt door schitterend ochtendlicht en vogelgeluiden.
Al vroeg komt de eerste boatboy op zijn surfplank langs. Het
is Maxwell, een man van een jaar of vijftig met een halfzijdige
verlamming: hij is duidelijk spastisch en spreekt ook onduidelijk.
Joke kan het goed met hem vinden en koopt of fruit of vis
van hem. Bij het schoonmaken van een tonijn op zijn surfplank
zittend laat hij zijn mes in het water vallen. Ik mag het
voor hem opduiken. Het is hier heel vreemd onder water: door
de rivier met zoet en relatief koud water is het net af je
duikbril niet in orde is of dat je een troebele lens hebt.
Het zoete water mengt zich niet direkt met het warme zeewater.
Met
de kano en snorkelspullen op verkenning. De noordelijke helft
van de baai is afgegrensd door vissersboten met een cirkelvormig
net. We weten dat daar de tonijn in zwemt die ze de vorige
dag vingen en ze op maandag op de markt van Kingstown willen
verkopen. De steile klippen boven ons hoofd zijn flink begroeid.
Een stuk met gaten is het dorp van nestelende reigerachtigen.
Onder elk gat is de rots witbescheten. Enkele jonkies zijn
zichtbaar. Weer verder een klein strandje waar we de kano
stallen. We gaan te water, alert want de dag ervoor kwamen
we een Portugees oorlogsschip tegen, een kwal met zeer giftige
draden onder zich en een lichtblauw blaasachtige zeil boven
water. Het bleek een prima snorkelplek, rijk aan koraal en
vele vissoorten. Voor herhaling vatbaar.
Op
het strand achter ons werd het steeds drukker. De plaatselijke
jeugd speelde cricket met eenvoudig natuurlijk materiaal.
Soms vloog de bal in het water tussen de schepen, een andere
keer stuiterde hij op het golfplaten dak van het nabijgelegen
terras. De kleineren hingen ook graag aan onze lijn waarmee
we aan de kant vastlagen. Dit alles onder het toezicht van
een paar tegen het steigertje aanzittende moeders die hier
ook een redelijke omvang kunnen hebben. Mijns inziens onnodig
omdat je in het zoute water toch al veel drijfvermogen hebt.
Sushi
bij "Chez Jelka"
Geweldig
zoals Jelka de tonijn weet om te toveren tot echte sushi gerechten!
We genieten ervan met volle teugen. Het leven aan boord heeft
zo fantastische momenten. Ik kan me niet herinneren ooit in
Nederland sushi aan boord te hebben gegeten van een zelf gevangen
tonijn!
Busjesvervoer,
alles overschrijdend
Het
vervoer op de meeste Caraïbische eilanden geschiedt met
kleine busjes waar in Nederland maximaal 9 personen in vervoerd
mogen worden. Het duurt even voor een busje komt en we besluiten
vast de berg op te lopen om van het uitzicht over de baai
te kunnen genieten. Op verschillende plaatsen zijn mannen
en vrouwen aan de rand van de weg de begroeing te verwijderen.
Blinkende machetes, kruiwagens en vuurtjes en met effekt.
We worden vriendelijk begroet. Boven in het dorpje is iemand
kalebassen aan het schuren, het blijkt de man te zijn die
ze beschilderd en beneden bij de Black Baron te koop aanbiedt.
Uit de school komen de bekende geluiden: kinderstemmen en
onderwijzers die hun best doen. Dan stopt eindelijk een busje
maar op het eerste gezicht vol en zeker geen plaats voor vier
extra. Maar we kennen nog niet de inventieve oplossingen van
dit eiland en zo komt het dat een gegeven moment Peter tussen
drie jongedames met flink postuur klem op de achterbank zit
en ik met vier anderen waaronder een stevig gebouwde moeder
met een kindje van drie weken op haar arm klem zit en het
busje en voor me een man half staand over een in het wit geklede
vrouw staat. In totaal telden we een gegeven ogenblik 17 passagiers.
De chauffeur babbelde vriendelijk met een persoon schuin achter
hem en met een hand sturend nam hij sommige haarspeldbochten.
De kustweg was van prima kwaliteit: beton en geen gaten maar
niet erg breed. Steile stukken omhoog en forse afdalingen
volgden elkaar snel op. De snelheid in dorpstraatjes was hoog,
er moest niet net een kind of een huisdier oversteken.
De
rust van de Dark View Falls
St.
Vincent is niet toeristisch ontwikkeld en heeft daarom weinig
attrakties. Echter als er een cruiseship geland is dan worden
diezelfde attrakties over spoeld door toeristen. Een voorbeeld
is de waterval bij Chateaubelair: een prima betonweg voert
iets omhoog, passeert een in de bekende drie kleuren - geel/groen/rood
- geschilderd bewakershuis, om bij een redelijk grote parkeerplaats
uit te komen. Dan over een breed pad langs een toiletgebouw
voor je de rivier oversteekt. Dit is geweldig: een hangbrug
met bamboe geplaveid. De ongeveer 7 cm dikke stokken zijn
met ijzerdraad aan elkaar verbonden. Waarschijnlijk vallen
al een paar toeristen af die niet over deze bewegelijke konstruktie
de rivier durven over te steken. De sterken gaan verder en
komen op een groot plateau met een paar enorme bamboebossen
in het midden en banken van bamboe om op te zitten. Iets verder
is de waterval, een paar meter breed, redelijk hoog, met een
klein natuurlijk basin en een gemetseld basin van zo'n 10x15
meter., gemiddeld 50 cm diep. Je kan er niet in zwemmen en
ook niet in verdrinken. Moet je je voorstellen dat er 100
toeristen in de rij staan voor ze een dip in het basin of
om onder de waterval te kunnen staan.
Wij
hadden geluk: niemand! We konden lekker in ons blootje te
water. Zoet water en heerlijk koel, we hebben niet voor niets
in de hitte omhoog gelopen. Jelka was hier eerder met een
gids uit Cumberland en weet dat er hoger op nog een waterval
is, alleen het pad er naartoe is door een aardverschuiving
gedeeltelijk verdwenen. Jelka heeft als voorzorg een lijn
meegenomen zodat we alle vier veilig kunnen oversteken. Een
stukje door de rivierbedding over keien en daar is een veel
mooiere waterval met een grotere poel eronder. Om ons heen
vogelgeluiden en geklater van het water. Zuiverder kan het
niet.

de
houten waterleiding

de bekende hangbrug met bamboe

het
bamboebos als wachtkamer

voorzichtig
want het pad is in de afgrond verdwenen
Langs
de westkust van St. Vincent naar Bequia
Dit
stuk kust heeft veel holen en gaten met als grootste attraktie
de Bat Cave. Je kunt gewapend met snorkel door een tunnel
zwemmen waar vleermuizen hun dagverblijf hebben. Het dak is
minder dan een halve meter boven water, met swell kom je soms
even onder water wat een vervelend iets kan zijn voor de meer
angstigen. Dit keer voeren we er voorbij, we waren toch al
niet vroeg. Eenmaal voorbij de zuidwest punt van St. Vincent
kregen we een iets ruime wind. Al snel bleek er ook een flinke
dwarsstroom te staan en werden we naar het westen gezet. We
konden voldoende korrigeren voeren als een krab richting Bequia.
Een zeilboot in onze buurt zag niet dat hij werd weggezet
en kwam een uur later mijlen westelijker aan en moest vervolgens
op de motor tegen de wind naar de Admiralty bay.
Fantastische ontmoeting in de Admiralty Bay, Bequia
We
lagen nog maar net voor anker of een rubberboot met een man
of acht naderde. Een vrouw riep: "wat een enige boot".
Ze leken nogal geïnteresseerd en waarom dan niet uitnodigen?
Een uurtje later kwamen ze aanzetten, een gemêleerd
gezelschap: Nederlands, Duits, Canadees en Russisch. Moeder
met zoon en schoondochter, broer en schoonzus en twee kinderen.
Het werd al snel duidelijk: de Nederlandse zoon wonende in
Duitsland wil een catamaran bouwen en herkende ons schip als
een Kurt Hughes. Ze zagen ons komen aanvaren en het was meteen
duidelijk dat de Zeevonk een zelfbouw schip was. Joke gaf
een rondleiding en we kregen de komplimenten voor de gezellige
sfeer die het schip uitstraalde. Voor een vervolg werden we
uitgenodigd aan boord van hun gehuurde Lagoon 38 en wel voor
een vruchtensalade en muesli ontbijt.
Ontbijt
op een Lagoon 38
Om
half acht naar Rumi met haar familie. We werden hartelijk
ontvangen en het ontbijt stond al klaar. We namen een stel
boeken over catamarans en bouwen met epoxy mee voor Rudolf.
Hij kende de meeste al! Zijn Russiche vrouw Elena bleek verpleegkundige
op de cardiologie te zijn in een grote kliniek in Zuid Duitsland.
Natuurlijk duurde het niet lang of de problemen van de moderne
gezondheidszorg kwamen op tafel onder het genot van een heerlijk
ontbijt. We hadden veel te kort tijd voor alles. Zij moesten
terug richting St. Vincent.
Van
Bequia naar het zuiden
We
zeilden voor de wind de baai van Bequia uit en direkt om de
hoek kwamen alle eilanden in het zicht: Mustique, Canouan,
Mayreau, Union Island en half verscholen daar achter Carriacou.
We hadden nog geen duidelijk plan en toen na een uur grote
witte wolken naderden met daaronder donkergrijze regenwolken
rolden we de genua in in afwachting van de bijbehorende windvlagen.
Canouan verdween in de regen en de wind kwam uiteindelijk
niet boven de 24 knopen. In de verte meer van die buien maar
ze passeerden ons voor en achter en we konden ongestoord doorvaren,
naar Carriacou dan maar? De westkust van Union Island trok
voorbij met een mooi zandstrand met slechts twee geankerde
boten. Dan krijgt de westgaande stroom ons weer te pakken
en bleek Hillsborouhg, de hoofdstad van Carriacou niet bezeild.
Het leuke was dat we precies tussen twee eilanden konden doorzeilen
voor we overstag moesten. Na een paar slagen lieten we het
anker vallen bij de pier van Hillsborough.
Hoevaak
inklaren?
De
douane was al naar huis en de immigratiebeambte verzocht ons
de volgende morgen maar terug te komen. Vonden we prima want
al dat gedoe met 'overtime', meer betalen omdat je na vieren
of in het weekend komt inklaren, daar hebben we weinig zin
in. Op advies van onze vrienden klaarden we in Martinique
uit voor Grenada en ankerden onderweg in Rodneybay St. Lucia,
Cumberland bay St. Vincent, Admiralty bay Bequia waar we overal
de gele Q-vlag hesen om aan te geven dat we op doorreis waren
en niet het plan hadden om aan wal te gaan. Nog brutaler kan
je de bezoekersvlag van het betreffende land hijsen en wel
gewoon aan land gaan. De douane/kustwacht kontroleert lang
niet overal. Op Bequia kregen we een jaar geleden een reprimande
omdat we pas de volgende dag inklaarden, eigenlijk zouden
we een boete moeten krijgen. Van Grenada weten we dat een
schipper van een jacht een paar jaar geleden een hoge boete
moest betalen omdat hij pas de dag na aankomst inklaarde.
Daar is de regel dat je binnen een half uur na aankomst als
eerste naar de douane gaat. Carriacou hoort bij Grenada dus
bovenstaande ervaring in Hillsborough is interessant. Ook
het hele gedoe met vooraf inklaren per email of fax op de
Britse eilanden blijkt alweer afgeblazen. Dat geldt alleen
voor cruiseschepen en niet voor jachten die niet eens kunnen
emailen als ze buitengaats zijn en ook geen vast vaarschema
hebben.
De
volgende ochtend werden we eerst naar het politiebureau verwezen
voor de immigratie die daar zetelde. We werden een kantoortje
van 4x6 m ingeloodst met drie grote bureaus met twee een Dell
computer en nog wat elektronica, een radio met een muziekje
en vier aanwezigen: een hoofdbeamte met telefoon aan zijn
oor, een jongere knaap die tussen de bureaus inzat en de papieren
van de een naar de ander doorgaf en twee jongedames waarvan
een ons een bundel aan elkaar geniette formulieren gaf: het
moest in vijfvoud! We mochten daarbij op een houten bank zitten
die tegen de muur stond en voor ons net voldoende ruimte had.
Ik denk dat de dames er zelf niet tussen zouden passen. Er
werd niet gevraagd naar de tijd tussen Martinque en hier en
we kregen na lange pauzes onze stempels in het paspoort.
Dan
weer naar de douane bij de pier. We kregen voor EC$ 50 een
weekpermit van de zeer zwaarlijvige zwarte douane- lady die
zeer welgemutst was en ons ook nog een bezoekje aan Paradise
beach aanraadde. Vandaar weer het trapje af naar de havenmeester
met de formulieren, die was binnen een minuut klaar met ons.
De
totale in- en uitklaringskosten, verblijfsvergunningen, havengelden,
etc. kwamen zo voor de reis Martinique-Grenada op ongeveer
€12. Ook voorkwamen we tochtjes naar douanekantoren,
immigratiekantoren, politiebureaus, wachttijden en soms vernederende
behandelingen. Er is wat voor te zeggen om het vaker zo te
doen.
Hillsborough,
Carriacou
Het
stadje heeft een leuk strand waar regelmatig zwemmers te water
gingen. De enige straat met winkels ligt direkt er achter.
Opvallend veel zaken met een "Blokker-koncept":
van alles en niet duur. We kochten hier eerder een klamboe
en anti-insekt rookspiralen. De bevolking is zwart tot pikzwart.
Het hele eiland heeft zo'n 9000 inwoners. We worden vriendelijk
gedag gezegd, alleen de taxichauffeurs zijn wat opdringerig.
Het touristenbureau is open en we doen een greep in de folderbakken
om zoveel mogelijk informatie over het eiland te vergaren.
Bezoek
aan Sandy Island
Tegen
lunchtijd op de fok naar het kleine eilandje dat we de dag
daarvoor al rakelings gepasseerd waren. Er lag slechts één
jacht, een Zwitser notabene. Sandy Island heeft iets weg van
een wadplaat zoals Simonszand: een mooi strand met een kom
water cin het midden en broedende sterns. We werden aangevallen
door ze, ze kwamen in duikvlucht op ons af. Ineens schoot
voor ons eentje weg van een klein bosje en ja hoor, een nest
met twee prachtige eieren. Totaal anders dan op het wad zijn
de palmbomen en de wal bestaande uit koraalbrokken. Even later
zien we de sporen van een grote schildpad die echter geen
eieren heeft gelegd. Na het eilandje te hebben verkent te
water met de snorkel. Als eerste kwam ik een grote rog tegen,
een zeer waakzame, dus maar niet dichtbij gekomen. Zo'n nare
stekel in je basdt lijkt me geen pretje.

voor
anker bij Sandy Island

schildpadsporen
Hoek
om naar de Tyrrell bay: spullen afleveren bij de jachtclub
Langs
de Paradise beach - Adam en Eva niet zichtbaar - de beschutte
baai in waar we tussen de geankerde jachten een plek vonden.
Veel Canadeze en Amerikaanse vlaggen om ons heen. Onze eerste
gang was naar de steiger van de jachtclub om te informeren
of we onze overbodige spullen van waarde hier konden inleveren.
De bedoeling is dat ze dan tijdens de regatta in augustus
worden verkocht en het geld wordt besteed ten behoeve van
armlastige kinderen om hun scholing te bekostigen. Dit hebben
we uit betrouwbare bron vernomen: de "Horta" met
Harm en Lizzy weet er alles van. We kunnen terecht en we varen
een paar op en neer om alles te brengen: tv, satelliet ontvanger
+ schotel, elektrische oven, magnetron, keukenmachine, kantoorstoel,
4 klapstoelen, wifi-antenne met 9 meter kabel en nog vele
kleinigheden. Misschien hebben we zo wel 100 kg afgevoerd
en dat ook nog voor een goed doel.
Dominique,
de alleskunstenaar
Hij
was ons aanbevolen door mensen die hier al langer rondzwerven,
de Fransman die met een drijvende loods in de Tyrrell bay
ligt. Zijn werkplaats op het frame van een trimaran is de
eenvoud zelve. Er staat zelfs een naaimachine in een kuil
zoals je bij de zeilmaker ziet. Hij is bereid om voor ons
een noodroer te maken, ik geef hem de tekening en de volgende
dag kwam hij kijken en had hij al een benodigd stuk pijp mee.
Een afspraak werd gemaakt. Weer een van die kleurrijke personen
die hier is neergestreken. Hij had trouwens ook al gezien
dat we diesel buitenboord motoren hadden en wees naar een
catamaran die er ook een had. Volgens hem was de eigenaar
ervan niet erg tevreden.
Verrassing:
een Nederlandse cat in de baai
Wie
schetst onze verbazing als achter die cat nog een catamaran
ligt met een Nederlandse vlag: de "Boanerges". We
wisten dat hij hier in de buurt moest zijn want Ewoud Roede,
vriend van de eigenaar had ons gemaild. Eddy Dunlop bleek
aan boord en nodigde ons direkt uit voor een hernieuwde kennismaking.
In 1997 waren we bij hem aan boord van de trimaran "Pandiono"
die in Amsterdam noord bij de werf van Simon Reebergen lag.
Wij waren toen op zoek naar een bouwer voor onze catamaran
en Reebergen was een van de drie werven in Nederland die ons
projekt zou aankunnen.
We
hebben veel wederzijdse vrienden en kennissen, leuk om te
merken dat de wereld maar klein is. Ook over onze schepen
raken we niet uitgepraat, dus gesprekstof genoeg. Na de borrel
bij ons aan boord op zoek naar een geschikt restaurant, we
kwamen uit bij de pizza's.
Zeilen
bij een onderwater vulkaan
De
Kick 'm Jenny schijnt een van de meest aktieve vulkanen van
deze tijd te zijn. Hij ligt 150 m onderwater nabij de noordwestpunt
van Grenada. Op de zeekaarten zijn verschillende cirkels er
omheen getekend om aan te geven dat je er niet overheen moet
varen. Je loopt theoretisch de kans in een gasbel terecht
te komen en je schip dan met man en muis vergaat. We hebben
niet gehoord van verhoogde aktiviteit en varen binnen de second
Exclusion zone langs Ronde Island. Geen tekenen van gasbellen,
rookpluimen of wat dan ook.
St.
George's baai
Langs
de westkust van Grenada viel goed te zeilen mits niet te dichtbij.
We voeren gelijk op met de cat die de lagune als ligplaats
heeft. Zodra wij te dicht bij de kust kwamen was hij sneller.
Het spelletje duurde niet lang, na Gouave bekend van de vrijdagse
visfeesten kwam de baai van St. George's al snel in het zicht.
Zoals verwacht lag de "Horta" met Harm en Lizzy
daar te pronken.
Weerzien
Horta na maanden
In
december namen we onderdelen voor de Horta mee uit Curaçao
doch we liepen elkaar mis toen wij vanaf Margarita zeilend
tegen wind en stroom bij Martinique uitkwamen. Iemand anders
nam de spullen van ons over. Wij zagen elkaar ook niet op
St. Maarten omdat zij 'laag' bleven in de Carieb. Het weerzien
was als vanouds: de statietrap werd door Harm uitgehangen
en we namen plaats op hun geweldige dek. Onder het genot van
een Venezolaans biertje praatten we elkaar bij. Vanaf hun
dek zag ik ineens een Nederlandse vlag op een catamaran waaien.
Het blijkt de "Koolau" van Rik en Annette die we
eerder in St. Maarten ontmoetten. Je begrijpt het al: een
half uur later zaten we daar aan boord.
Markt
in St. George's
Hoezo
markt? Niet één markt maar overal: op straat
langs de kade, het busstation, de vismarkt, de groente en
specerijen markt en op straat bij de groentehal. Het is druk
op zaterdag. Er zijn binnenkort verkiezingen want een grote
groep veelal jongeren trekt gehuld in groen luidzingend en
swingend door de vismarkt als we daar een flink stuk tuna
staan te kopen. Ook wij krijgen pamfletten in de handen geduwd
terwijl we er echt niet uitzien als Grenadianen(?). Op de
markt krijgt Annette een kruidenhalsketting omgehangen en
weet een rastaman dat je in Amsterdam coffeeshops hebt. Joke
wordt herkend door een oude groenteverkoopster, leuk. Over
de heuvel terug naar de haven. Hier staan de taxichauffeurs
die meteen op je afschieten met aanbiedingen voor eilandtours.
We krijgen visitekaartjes en moeten zeker bellen als we hebben
besloten. We zetten ons neer op het balkon van een restaurant
dat over de haven uitkijkt. Nog geen vijf minuten komt Rik,
onze watertaxi eraan.
St.
George's doet het goed
Veel
nieuwe gebouwen en als toppunt de luxe winkels op de mall
waar de cruiseschepen landen. Ze konden ons zelfs helpen aan
een oplader voor de iPod. Ook het wagenpark is modern. Wat
een veerkracht als je bedenkt dat in 2004 de orkaan Ivan alles
vernielde. De kerken zijn echter nog steeds ruïne, geen
dak, kapotte zijmuren. Benieuwd wanneer ze daar mee beginnen.
volgend
verslag