Reis
naar de zon deel 89
St.
Lucia - Grenadines v.v.
vrijdag 19 december 2008-zo 4 januari 2009
Aankomst
gasten
Er
zijn twee vliegvelden op St. Lucia: het internationale in
het zuiden, anderhalf uur rijden met een taxi naar Rodney
Bay en het kleinere nationale bij Castries, een half uurtje
rijden. Het toeval wil dat we van beide gasten krijgen. De
Europese gast, Simon, is via Londen al in de middag gearriveerd,
de Bonairiaanse gast, Monique, komt pas in de avond. We hebben
afgesproken bij de Scuttlebutts, het grote restaurant bij
de jachthaven. De kelner helpt ons aan rumpunch en dan maar
wachten. De eerste gast is een uurtje later dan geschat, de
douane op het vliegveld had veel tijd nodig. Het weerzien
was er niet minder hartelijk om. In het donker naar de Zeevonk
waar de Kerstverlichting werd ontstoken: 40 blauwe dolfijntjes
in de kuip en een lichtsnoer vanaf het topje van de mast naar
de boegspriet. Weer op tijd terug naar de wal en wachten,
wachten... Dit keer hielp ook de rumpunch niet. De behulpzame
kelner zal een oogje in het zeil houden en Monique zonodig
opvangen. Terug naar de boot om te kijken of er misschien
een levensteken was. Nada. Weer naar de wal waar het feest
van de ARC in volle gang was. Simon wil een uur later wel
te kooi, weer op en neer naar de Zeevonk. Weer een uur later
wordt het restaurant gesloten en maak ik de afspraak met de
wacht bij de steiger dat hij ons belt als ze alsnog verschijnt.
Bij de steiger schiet een man mij aan: of ik zijn baas even
naar zijn huis aan de overkant wil brengen, hij moet wat ophalen.
OK. Na een paar minuten verschijnt hij en breng ik hem naar
een door vijf grote honden bewaakte villa. Daar worden een
paar dozen met flessen ingeladen en op zijn vraag of ik rum
lust, geeft hij zijn metgezel de opdracht mij twee flessen
uit een van de dozen te geven. Nadat ik hen bij de steiger
heb afgezet weer richting Zeevonk. De rubberboot opgetakeld
en op dat moment verschijnt Joke in de deuropening: Monique
heeft net gebeld! Bootje omlaag en weer naar de steiger in
de marina. Daar staat de wacht met een lamp te knipperen en
wordt Monique door de kelner vergezeld. Ze heeft geen tas
bij zich, die is onderweg bij het overstappen niet meegekomen.
Eindelijk! Het is even na enen als we aan boord zijn. Na haar
verhaal over de vier korte vliegreizen te hebben aangehoord
en een sapje en een stukje chocolade taart gaan we te kooi.

je
wordt meteen belaagd door boatboys

de
marina van Rodney bay overvol door de gepavoiseerde ARC deelnemers
Een
bijzondere dag?
Natuurlijk
heeft de bagage van Monique de hoogste prioriteit en gaan
we na het ontbijt en het ochtendbad naar het restaurant bij
de marina. Een telefoontje naar het vliegveld en ja, de tas
is daar. Men zal hem bezorgen. Intussen hebben wij tijd om
met de manager van Scuttlebutts wat te dollen. Hij rekent
voor dat het twee uur kan duren voor de tas wordt afgeleverd
en na een drankje met Piet en Jelka gaan we bootwaarts. 's
Middags weer naar de kant. Nog geen tas, dus weer bellen.
Nu met druk erachter en jawel, binnen een half uur heeft Monique
haar spullen terug. Terwijl we op de Aeson tijdelijk afscheid
nemen maken de jollen van Martinique die in de noordkant op
het strand lagen, los. "Een onderling wedstrijdje",
weet Piet. Groot is onze verbazing als ze de Zeevonk als keerpunt
gebruiken en we zo verwend worden met beelden van dichtbij:
ze passeren de Aeson links en rechts! Geweldig hoe ze de ranke
bootjes overeind weten te houden. Intussen zien we ze ook
met een afwasteiltje de boot leegscheppen. Dan te bedenken
dat ze morgen tegen de wind in terug naar Martinique gaan.

de
jollen van Martinique op bezoek en tijdens de race waarbij
wij als keerpunt dienden

teamwork
Ons
eerste doel ligt vlakbij: Pigeon Island, het schiereiland
met fort op de top en aan de voet het restaurant Jambe de
Bois. We ankeren voor het strand van het resort Sandals. We
hebben het hier nog nooit zo druk gezien maar vinden een prima
plek vóór alle andere boten. Met de rubberboot
naar de steiger van het natuurpark waarvoor je na vijven geen
entree meer hoeft te betalen. We klimmen naar boven en genieten
van het fantastische uitzicht rondom: in het noorden Martinique,
in het zuiden de westkust van St. Lucia. In de diepte - we
staan op 77 m volgens mijn hardloop-gps - zien we de geankerde
boten en in de verte speedboten huiswaarts keren. De zon gaat
als een vurige bal onder, dat betekent .... een groene flits!

fort
Pigeon Island: drie 30 ponders bewaken de baai: deze is door
zijn betonnen kruis gezakt

avondlicht
fort Rodney
We
dalen af door het bos dat herinneringen aan Nederland oproept.
Op naar het restaurant met zijn stoelen en banken van oude
wagenwielen. We gaan er aan de limejuice in afwachting op
onze gebakken inktvisringetjes vooraf en het diner. Een heerlijke
sfeer - geluid van de branding, vogels, uitzicht op de lichtjes
van de geankerde jachten - dat later nog eens wordt versterkt
door een muzikaal trio met viool en zang. De serveerster komt
een lijst met hun repertoire brengen waaruit je verzoeknummers
mag aangeven. Joke is zeer onder de indruk van het gangetje
naar en van het toilet en adviseert ons om daar ook eens te
gaan kijken. Schilderijtjes en kunstvoorwerpen overal. We
vinden de Zeevonk terug door naar het blauwe licht van het
snoer met de 40 dolfijntjes te koersen. We zijn niet de enige
boot met feestverlichting, maar makkelijk herkenbaar. Eenmaal
aan boord gaat ook het lichtsnoer vanaf de masttop naar de
boegspriet aan en vallen we op in positieve zin. We houden
het niet lang vol en na de koffie en thee verdwijnen we naar
onze hutten. Een topdag!
We
vroegen ons af of op de Engelse eilanden, waar het verkeer
dus links rijdt, stuurboord en bakboord ook zijn omgekeerd.
Vraagje voor de Wikepedia? (de boeien liggen immers ook volgens
een ander systeem?).
Zuidwaarts
Na
een rustige nacht, eindelijk zonder te rollen in de swell
worden we gewekt door een korte regenbui, de eerste sinds
dagen. Langzaam zie je de wereld ontwaken, een enkel jacht
vertrekt al. Wij hebben geen haast en gaan aan het zondags
ontbijt. In de verte zien we de eerste cruiseliners richting
Castries gaan. Een hele grote kon wel eens de Queen Mary 2
zijn. Dan komt een bekende vijfmaster om de hoek, de Club
Med 2 en ankert niet ver achter ons. Na dit schouwspel gaat
ons anker op en hijsen we de zeilen. Een heerlijke bakstagwind
verwent ons en met een knoop of zes zeilen we de baai uit.
De grote cruiseliner ligt voor anker bij Castries en blijkt
de Noordam van de Holland America Line te zijn. Bootjes varen
af en aan om de passagiers aan wal te brengen. We blijven
redelijk dicht bij de kust om de ingang van Marigot te ontdekken.
Ooit verstopte een Engelse vloot zich in de baai, camoufleerde
de masten met palmtakken en voer de achtervolgende Franse
vloot voorbij, zo mooi beschut is deze baai. Van verre zagen
we een paar zeiltjes in en uit varen, niet moeilijk om het
zo te vinden. Verder langs de prachtig groene kust met een
enkel vissersdorpje, palmenstranden en bergen op de achtergrond.
Dan komt een bootje op ons af: Welcome, de eerste boatboy
die al zijn diensten aanbiedt. Onze vislijnen heeft hij gezien
en blijft keurig op afstand. Later volgen zijn kollega's,
de een is nog beter dan de anderen als je ze mag geloven.
De twee Pitons, de zo karakteristieke bergen komen in zicht
en even later draaien we de baai van Soufrière binnen.
Een nogal dwingende boatboy probeert Joke over te halen van
zijn diensten gebruik te maken en als we er niet voor kiezen
vindt hij de kapitein een onbetrouwbare persoon. Bij de mooring
worden we opgevangen - zonder dat we er behoefte aan hebben
of er om gevraagd hebben - door een boatboy met zoon waar
we een half uur later zaken mee doen.

de
zeilen klaarmaken voor vertrek

en
onderweg

de
Pitons plus fotografe gesnapt

vader en zoon, moderne boatboys Soufrière

kerstboom
voor de Piton

de
Zeevonk vanaf de achterbuurman in Soufrière
Onze
achterbuurman is de catamaran Free Willow met momenteel alleen
Gordon aan boord. Zijn vrouw is even naar Australië voor
een bruiloft van een goede vriendin. Ze hebben de Fontaine
Pajot pas een paar maanden en willen volgend jaar eerst in
november naar Curaçao, dan later door het Panamakanaal
naar Australië. Hij maakte vanaf zijn boot foto's van
de Zeevonk met een dubbele regenboog erboven en via ons stickie
kwam hij ze bij ons brengen. Aardige man, bijzonder was dat
hij 's middags een zevental zwarte jongetjes aan boord had.
We dachten eerst dat de eigenaar er niet bij was en de jongens
vanaf de kant waren komen aanzwemmen. Maar nee, hij had ze
uitgenodigd voor de lunch.
Met
de taxi het binnenland in: watervallen en vulkanen
Na
wat onderhandelen wordt het programma een bezoek aan een waterval
en naar de vulkaanbodem. Met de rubberboot naar de steiger
waar we prompt worden opgewacht door een rastaman die op ons
bootje wil passen, hij hoeft echt niet aan de ketting. Als
je vraagt wat hij ervoor moet hebben dan zegt hij eerst: wat
we maar willen en bij doorvragen 10 EC, in feite een belachelijk
hoog bedrag. We laten hem zijn gang gaan en stappen in de
taxi na eerst te hebben geverifieerd waar we nu naartoe gaan.
Onduidelijkheid troef maar door nogmaals krachtig te stellen
wat we willen komen we er uit. Het stadje Soufrière
zijn we snel uit, de winkels zijn dicht, het plantsoen voor
de kerk waar in het verleden terechtstellingen zijn geweest
, ligt er nu met kort geknipt gras verzorgd bij. De kerk lijkt
gesloten en dat op zondag. Veel mensen op straat. We rijden
over een weg vol gaten langs de middelbare school en gaan
omhoog de bergen in. We worden voor de ingang van een waterval
afgezet en moeten eerst een paar dollar betalen. Een keurig
onderhouden pad met bruggetjes voert ons naar een kleine waterval.
Niemand in het water. We kleden ons om/uit en stappen het
koud aanvoelende water in.

zo
groot!
Heerlijk
om in zo'n zoetwaterbad te stappen. De kracht van het vallende
water doet je oorschelpen tintelen en je houdt het niet lang
vol. Na ons weer aangekleed te hebben in de speciale ruimte
ervoor - een soort groepsbadhok, wandelen we door het miniparkje
met prachtige bloemen. De al wat laag staande zon zorgt voor
schitterende doorkijkjes. Dat gekombineerd met het geluid
van het geklater van het water was top!

rose
de porcelaine

een
groot bord voor een kleine waterval
Ons
volgende doel is een bezoek aan de vulkaanbodem. De weg ernaartoe
is goed onderhouden en kronkelt de bergen in. Bij een slagboom
moet eerst worden betaald bij een loket voor we verder kunnen
rijden. Een gids stapt in en we rijden nog een stukje verder
om om te draaien bij een minirotonde. Het begint net te regenen
als Joke de mensen tot schaterlachen brengt met de opmerking:
"ben je van gedachten veranderd?" Een vlakte met
modderbronnen en wolken zwavel is ons deel. Onze gids Aquarinus
vertelt veel over de vulkanische aktiviteiten in dit gebied.
Imposant om dit natuurgebeuren te aanschouwen. We 'mogen'
ook een bad nemen

uitzicht
over de vulkaanbodem

onder
in een werkende vulkaan
borrelende
modder van 100 graden

iets
minder heet en zeer geneeskrachtig

onze
gids toont de primitieve eerste hulp kist, voldoet niet aan
Amerikaanse mormen
Uitklaren
terwijl je er niet in bent?
Na
een onrustirge nacht, waarbij we onder een volmaakte sterrenhemel
een aantal keren in botsing met onze Australische buurman
kwamen door het dwarrelen van de schepen bij volmaakte windstilte,
naar de wal voor uitklaren en een broodje. Tja, we konden
geen bewijs van de immigratie in Rodney Bay laten zien dus
waren we er niet. Inderdaad was de immigratieman vorige week
achter zijn bureau verdwenen en mochten we de papieren inleveren
bij zijn buurman die het ons echter niet teruggaf voorzien
van een stempeltje. Nu werd er moeilijk over gedaan. De enige
bewijzen die we hebben zijn een stempel in ons paspoort en
een betalingsbewijsje van de douane. Het is niet genoeg en
hij belt naar Rodney om een en ander te verifieren. Gelukkig
klopt alles en mogen we het land verlaten. De warme bakker
zorgt voor lekkere kaneelbroodjes. We stappen weer in de rubberboot
die ik nu zelf heb bewaakt en keren weer terug naar de Zeevonk.

uitzicht
over de schitterende baai van Soufrière

de
Club Med 2 is onze achterbuurman in Soufrière
De
parasailor uit de kast!
Sinds
Curaçao niet meer gebruikt en nu bakstagwind. De windkracht
is moeilijk in te schatten achter de Pitons maar het zeil
kan veel hebben. De schoten klaarmaken en hijsen het zeil
in de slurf. Dan de schoten vastmaken en de slurf omhoog.
De wind komt nu toch meer half in, tijd om de bakstag door
te zetten. Na wat gerommel met de schoten staat het zeil en
maken we dik acht knopen. Helaas neemt de golfhoogte toe zodra
we de punt van het eiland zijn gepasseerd en begint het ongestaagde
topje van de mast te zwiepen. Een pijnlijk besluit: parasailor
weer omlaag... Daarna varen we op grootzeil en iets ingedraaide
genua met 7,5 tot 9 knopen richting St. Vincent. Heerlijk
die snelheden! Onze crew heeft wat last van de golven en houdt
zich rustig. Pas onder St. Vincent komt er weer wat leven
in. De wind blijft onder het eiland en voor ik het weet zijn
we op de hoogte van Cumberland Bay.

de
parasailor aanslaan

daar
komt hij
Idyllischer
kan het niet
Pas
laat komt een boatboy op ons af, hier nodig omdat we met de
achterkant van de boot aan een palmboom moeten. Er ligt een
vijftal boten en we kruipen er netjes tussen, Joke aan de
achterlijn, Monique aan de afstandsbediening van de ankerlier.
Eenmaal vast een zwerm bootjes en surfplanken om ons heen
met fruit, armbanden en halssnoeren. Joke herkent een paar
en gaat een gesprek met ze aan. Maar we hebben een beetje
haast want ons wordt geadviseerd in te klaren in de volgende
baai: Wallilaboubay, waar ooit deel 1 van de Pirates of the
Caribbean is opgenomen. Het is een dikke mijl buitenom maar
in de luwte van de kust is het makkelijk te doen. We gaan
met zijn vieren want een filmdecor bekijken is interessant.
Een boatboy aldaar pakt ons lijntje aan en zal op het bootje
passen. We lopen langs een stel doodskisten van polyester
die rechtop tegen een middeleeuwse decorwoning staan. Dan
langs decor pakhuizen, bij een ervan zien we tientallen ouderwetse
telefoons: een verzamelaar? De douane zit in een clean kantoortje,
een man met strepen achter de balie, een vrouw op hoge hakken
in een super getailleerd jurkje ervoor. Het bekende formulieren
invullen en dan een soort kruisverhoor. De schipper van de
Carib Kiss van Berend Botje werd het vuur aan de schenen gelegd.
Hij dacht dat ze de Carib Kiss niet kenden en had niet ingevuld
dat hij charterde. Alles bij elkaar duurde het even maar toen
mochten we blijven tegen betaling van 140 EC. De vrouw op
hoge hakken kwam achter ons aan met de paspoorten... Terug
naar de Cumberland Bay, toch veel gezelliger door zijn beter
beschutting gevende vorm, het riviertje dat er in uitmondt
en de gezellige restaurantjes met palmbomen ertussen en op
de achtergrond.
Bezoek
aan de Black Baron
Het
restaurant The Black Baron dat door de Franse zeezeilers Bruno
en Line hier is opgezet heeft het karakter van een zeeroversnest.
Buiten een wachttoren, binnen een etalagepop als liefje van
een zeerover. Er omheen op tafels juwelen en ander roofgoed,
wapens, verkleedkleren en een hoeveelheid pruiken. Je kunt
jezelf daar omtoveren tot een heuse zeerover. Het is moeilijk
dit buitenkansje te weerstaan en ook Monique wapent zich.
Intussen is een echtpaar instrumenten aan het opstellen en
krijgen we een mini jazzconcert met saxofoon en keyboard.
Het zijn wereldomzeilers die op deze manier de kost verdienen.
Hun boot is een 80 jaar oude Engelse reddingsboot. We bestellen
bbq rib en moeten daar lang op wachten want eerst moet het
vuur worden aangemaakt. een feestelijk wijntje erbij en als
nagerecht bananen in brandende rum. Een klein glaasje rum
kregen we van het huis. Een avondje op de wal waarbij je even
de zee vergeet al lijkt het soms na te deinen.

levensgevaarlijk
speelgoed
Aktie
bij de monding van de rivier
Een
groep mensen doet iets onduidelijks bij de rivier, het lijkt
alsof ze netten aan het schoonmaken zijn of vissen ze? We
gaan op onderzoek en een vrouw komt op ons af met een emmer
vol kleine visjes lijkt het. Het moet heerlijk zijn en ze
biedt ze te koop aan, twee bekertjes voor 10 EC. Het zijn
geen vissen maar tritrees die drie dagen lang na laatste kwartier
van de maan in de rivier opgeschept worden.We krijgen een
heel recept aan te horen en we besluiten een paar bekertjes
te kopen. We krijgen een extra bekertje mee vanwege de Kerst.
Joke mailt later naar Jelka hoe het nu precies moet worden
klaargemaakt en zij verwijst naar Brother van het restaurantje
bij de riviermonding. Tegen de avond gaan Simon en Joke er
naartoe en voorzien van het recept komen ze in het pikkedonker
terug (de rumpunch op de veranda deed het erg goed). Joke
gaat aan de slag en maakt er lekkere balletjes van in de frituur.
De smaak lijkt een beetje op kibbeling.

riviermonding
Cumberland

Tritri,
de miniscule visjes

koekjes
van eigen deeg
We
willen naar de Dark View waterfalls en natuurlijk met openbaar
vervoer. Je gaat met de rubberboot aan de lijn naar de palmboom
trekkend naar het zwarte lavastrand. Dan een stukje lopen
tussen miniplantages tot je bij de rivier komt. We hebben
geen keus, wadend moeten we naar de overkant. Je kunt zien
dat er voorheen een hangbrug is geweest, nu staan alleen de
palen er nog en liggen rollen staaldraad in het gras. Om het
wachten aangenamer te maken wandelen we vast in de goede richting
en worden getrakteerd op prachtige uitzichten over de baai
waar de Zeevonk als een soort middelpunt ligt te stralen.
Het eerste busje blijkt nog voldoende capaciteit voor vier
te hebben en we worden er in gepropt. Het lijkt of deze chaufeur
ook een vliegbrevet heeft: hij scheurt over het nauwe bergwegje
met zijn haarspeldbochten of hij achterna wordt gezeten. Onderweg
stappen er meer mensen in, ik tel een gegeven moment 18 passagiers
en een doos met een tv. De uitzichten onderweg zijn geweldig
en Joke en Monique laten de camera's voortdurend klikken.
De dorpjes bestaan uit veelal wrakke huisjes, het busje gaat
er luid toeterend met een grote vaart doorheen. Je moet er
niet aan denken dat een kind plotseling oversteekt. We worden
keurig ter plekke afgezet vanwaar we wandelend verder moeten,
de bergen in.

bekend
van de "Pirates of the Caribbean", nu zonder lijken
(Wallilebou)

wachtend
op de groene flits
Bezoek
aan de Dark View watervallen
Af
en toe klettert een korte bui op ons neer. In feite hebben
we geluk, onder een brandende zon omhoog is niet echt leuk.
Het weggetje naar de watervallen is verlaten. We lopen verder
langs de houten pijp die net als wijnvaten met ijzeren bindsels
is gemaakt. Op enkele plaatsen spuit een klein straaltje water
tussen de planken en je kunt zien dat er ook regelmatig wordt
gerepareerd. De parkeerplaats is verlaten, hoera, we hebben
het rijk alleen. De hangbrug met bamboelooppad ligt er prachtig
bij tussen het groen en in het zonnetje. Dan door de grote
bamboebossen, het geklater van een waterval wordt steeds duidelijker.
Een veel grotere waterval dan die op St. Lucia komt in zicht.
Kleren uit en onder deze natuurlijke douche. De waterstralen
zijn aardig hard en de temperatuur is veel lager dan die van
het zeewater. Speciaal voor de foto lijkt een zonnestraal
door te breken waardoor we prachtige plaatjes kunnen maken.
Kleren aan en... naar de volgende waterval die een stukje
hoger ligt. We komen nu echt door de rimboe en klimmen over
een smal modderpaadje met af en toe een paar treden omhoog.
We naderen een steile wand en gelukkig is er nu ook een houten
hek langs dat wat steun kan bieden en als vangrail dient.
Dan komen we bij een stukje waar het pad in de diepte is verdwenen.
Dit keer geen touw bij ons maar met handen en voeten via uitstekende
rotspuntjes en boomwortels komen we boven. Een stukje door
een glibberige rivierbedding en we zijn weer bij een waterval.
Zelfde scenario: kleren uit en onder de waterval. een geweldig
gevoel van vrijheid midden in de natuur. De terugweg gaat
soepel en beneden bij de eerste waterval horen we mensen.
Even verder komen we een paar kleine groepjes tegen en op
de parkeerplaats staat nu een busje. We hebben geboft. Joke
plukt callaloo voor de soep vanavond, het is er in ruime mate
aanwezig, de plek wist ze nog van vorige keer met Jelka.

openbare
weg!

idyllisch?

Cumberland
baai van boven af

bamboe
hangbrug bij de Dark View Falls

imponerend
bamboebos

de
bovenste watervallen

de
onderste

Joke
plukt callalou voor een overheerlijke inlandse soep
Kayakken
als watersport
Natuurlijk
ga je in een baai als deze op onderzoek. Onze tweepersoonskayak
is dan het ideale vervoermiddel. Langs steile rotswanden en
duidelijk zichtbare ondieptes kwamen we bij een strandje,
dit keer van wit zand hoewel Monique het daar niet mee eens
is (die vond het zwart). Het snorkelen bracht niet veel bijzonders.
Het was wel mooi om rond een hoge rots te zwemmen, dan ineens
in de schaduw dus duisternis te komen en verderop weer blauw
licht te zien. Geweldig doorkijkje. Wij naar de overkant waar
een duikplek en ook een snorkelplek zou zijn. De rode boei
aldaar is door de tropische storm Omar verdwenen. Het water
is helder genoeg om de rotsen en koralen onder je te zien
en wij weer te water. Helaas, geen grote vis te zien. Af en
toe tegen pittige windvlagen in rammend komen we thuis. Dit
is sport!
De
batcave en de tunnel
Vrij
vroeg regende het fors, bui na bui zorgde voor veel groen
op het eiland. Zodra het een beetje opklaarde vertrokken we
en buiten de baai... was geen wind. Volgens windfinder.com
en windguru.cz zou het 's morgens 25 knopen waaien, windkracht
6. We motorden de 5 mijl naar ons doel: de batcaves. Hier
ankerden we tussen de Buccamentbay en Petit Byahaut. De Zeevonk
draaide alle kanten op en om niet de rotswand te raken toch
maar iets meer naar buiten. Eerst verkenden we het rif dat
Joke wat vond tegenvallen. Vervolgens met de rubberboot het
hoekje om naar de ingang van de batcave. Leuk detail: een
rondvaartboot voer wel even naar de ingang - waar je dus geen
vleermuis kon horen of zien - en ging toen weer verder. De
deining viel mee dus te water en voorzichtig snorkelend naar
de ingang. Dan linksaf waar we werden verwelkomd door krijsende
vleermuizen. Door de deining wordt je als het ware naar binnen
gestuwd en voor we het wisten dreven we de nauwe gang in.
Boven je hoofd voldoende ruimte voor je snorkel. Direkt zagen
we al het blauwe licht van de uitgang, een veilig idee want
een donkere tunnel in zonder licht is niet mijn hobbie. Monique
voelt zich als een vis in het water en duikt naar beneden,
het blauw tegemoet. Een fantastisch gevoel om hier te snorkelen
en na een tweede keer mochten ook Joke en Simon onder begeleiding
erdoor. Ze kwamen al even enthousiast weer boven water bij
de uitgang.

ingang
batcave: hels gekrijs en duisternis

uitgang
batcave bij Buccament St. Vincent
Ruw
weer bij de oversteek naar Bequia
'Even'
de tien mijl naar Bequia dacht ik. Met de ervaring dat om
het hoekje van St. Vincent de wind toeslaat en gezien het
ruwe water is de keuze snel gemaakt: eerst maar de fok ipv
de genua. De zeilen stonden nog niet of een zware bui dendert
over ons heen. Joke ziet 35,7 knopen op de windmeter staan.
Gelukkig nam in de bui de wind iets af en snelden we met 10
knopen in de goede richting. Nog geen tien minuten later weer
een bui. Het water begon ook ruwer te worden. Joke komt vragen
wanneer het eerste rif er in gaat. Gezien de nog af te leggen
afstand, 6 mijl, dacht ik dat het niet nodig was. Met de halve
wind schiet je lekker op. De golven bouwden op en schuimstrepen
ontstonden. Een kruller klapte tegen de romp en spatte uiteen
over de Zeevonk. Dus toch maar een rifje! Het bleef erg ruw
tot een paar mijl van de ingang van de Admiralty Bay toen
de wind iets afnam. In de luwte van de punt borgen we de zeilen
op en motorden de baai in.
Altijd
mot met Amerikanen?
We
vonden ruimte aan de noordkant en met de flinke noordoostenwind
die de volgende dagen wordt verwacht - een waarschuwing over
de radio dat jachten werd geadviseerd niet op open water te
varen - en lieten vele meters ketting lopen. Nabij gelegen
jachteigenaren stonden waaks op het dek, sommigen begonnen
te schreeuwen dat hun anker vele meters voor hun lag. Ons
anker viel op 4 meter diepte, prima als je veel wind hebt
en nog meer kunt verwachten. Eindelijk aan de lunch. Maar
al heel snel verscheen de voorbuurman in zijn dinghy om te
vertellen dat hij naar onze ankers had gekeken: wij lagen
vlakbij de zijne en ons anker was niet ingegraven. Hij voelde
zich erg oncomfortabel en of we maar een andere plek wilden
zoeken en dan graag voor het donker werd... We zijn altijd
bereid om onze goede wil te tonen maar we lagen goed. Eerst
maar eens kijken hoe de ankers liggen en wat zie ik? Zijn
anker ligt verder weg en meer dan tien meter van de onze,
en, keurig ingegraven. Geen reden om het te verplaatsen en
we varen naar de buurman om dat te melden. Zijn vrouw begint
te stuiteren, heel vervelend dus. We varen de baai rond, dus
ook naar de overkant bij de Princess Margaret Beach om te
zien hoe de toestand daar is. Er zijn wat geschikte plekken.
Opvallend trouwens dat in de hele baai maar één
ander Nederlands jacht ligt, de Kingfisher uit Amsterdam,
voor ons onbekend. Terugvarend naar de Zeevonk konden we konstateren
dat de afstand tussen ons en de voorburen en achterburen tientallen
meters was. Alles bijelkaar voldoende om het dwingende verzoek
van onze buren te negeren!
Een
uurtje later kwam een groot motorjacht in de buurt ankeren,
hij gaf zoveel ketting dat hij in de route van de veerboten
terecht kwam en ... bleef liggen ondanks het gemopper over
de marifoon van de veerbootkapiteins. Het werd snel donker
en de grote vijfmaster met verlichte ra's ging vertrekken.
Een prachtig gezicht al die lampjes van het langzaam draaiende
schip. Intussen hadden wij ook onze Kerstverlichting aan:
het snoer met 40 blauwe dolfijntjes boven de kuip, de kerstboom
binnen en het witte lichtsnoer van de masttop naar de boegspriet.
Om ons heen ook boten met feestverlichting en natuurlijk op
de wal. Het mooiste was bij een villa hoog tegen de heuvel,
een kerstslee met kerstman en tekst.

Kerstdrukte
in de Admiralty bay Bequia: 200 jachten?
Het
water was te ruw om met zijn vieren tegen de wind naar het
dorpje te varen dus een alternatief programma: een heerlijke
mix van Joke en kijken naar de film "The pirates of the
Caribbean". We herkenden de plekken waar het was opgenomen
in Wallilabou baai. Dat Monique halverwege in slaap viel geeft
aan dat we een aardig vol programma achter de rug hadden.
Eerste
Kerstdag op Bequia
Na
het Kerstontbijt met muziek van het koor van de St. Paul's
Cathedral op de achtergrond, tuffen we naar de kant. De wind
is duidelijk afgenomen en we komen droog over. De fruit- en
groentenmarkt met de (net als vorige keren) te opdringerige
rastamannen is normaal in bedrijf en ook het kleine levensmiddelenwinkeltje
en de boekwinkel zijn open. We kijken wat rond. Monique scoort
heerlijke koeken met stukjes chocolade, Simon koopt een "oude"
kaart van de Grenadines. De man (Mitchell) van de internetzaak
herkent ons en schudt de hand. Hij heeft geen ijs e.d. meer
in de verkoop, handelt nu in appartementen. Ook hangt er een
plan voor een jachthaven in de baai aan de andere kant van
het eiland. Tijd om omhoog te lopen richting Hope Bay waar
we eerder een leatherback op klaarlichte dag eieren zagen
leggen. We komen langs het ziekenhuis en een voetbalveld met
tribunes. Hier is een man met een rood hoedje bezig om het
hoedje dat steeds van zijn hoofd waait weer op te vangen.
Monique wil graag met een kerstmuts op de foto. Je begrijpt
het al: samen op de foto.

Sorrell,
hier maakt Joke een drankje van:

Joke's
Kerstdrankje: van sorrel bloemen

We
vervolgen onze weg verder omhoog en dan loopt die dood. Door
een parkachtige tuin klimmen we een stukje om op de hoger
gelegen weg te komen. Gelukkig geen honden. Bij een viersprong
nemen we de verkeerde afslag en na een paar kilometer is het
duidelijk dat we richting schildpaddenopvang lopen. Prima,
was ook een mooi doel. Ineens zien we een weggetje naar een
strand. We hoeven niet lang na te denken: op naar de zee!
Het blijkt een ruw strand met een paar ruïnes van eettentjes
en een vissersbootje op de kant. Het water trekt en al snel
liggen we in het water. Monique bedelt om een fotosessie van
haar met het palmenstrand op de achtergrond. We genieten met
volle teugen. We gaan weer verder en komen bij een klip waarvan
je een prachtig uitzicht hebt op de kolossale branding en
een paar eilanden in de verte. Even verder komen we bij de
baai met een restaurant aan het water. Het is royaal lunchtijd,
voor twijfel is geen plaats. Op het veldje aan het water staan
heerlijke stoelen en heb je een prachtig uitzicht. Monique
ziet een scheve palm en dus... klimt ze erin hetgeen ook weer
fotografisch moet worden vastgelegd. Simon ziet de appartementjes
die hier worden verhuurd en toont meer dan normale belangstelling.
Als we ons broodje lobster verorberd hebben vraagt hij om
een rondleiding. Binnen valt het tegen: erg 'basic' en ook
de prijs liegt er niet om: US$ 85 per nacht.

wachtend
op een cocosnoot?

verlaten
strand: opdrogen na een naturistische duik
Weer
verder en bij de volgende bocht zien we eindelijk het gebouwtje
van de schildpadden. Overal schildpadden in alle maten en
soorten in de bassins. We zien ook hoe ze gevoederd worden
met kleine visjes. De schildpadden pakken ze dwars met hun
snavelachtige bek, tikken met hun voorvlerkken kop en staart
naar achteren en slokken het visje vervolgens op. Ze gaan
als stofzuigers over de bodem en binnen de kortst mogelijke
tijd zijn alle visjes verdwenen. Er staat een safariachtige
taxi, een klein gezelschap franstaligen is er mee gekomen
en het lot wil dat we terug mee kunnen. Ik mag vanwege mijn
beenlengte bij de chauffeur plaatsnemen en in een ijselijk
langzaam tempo hobbelen we terug naar Port Elizabeth aan de
haven. Wat een verschil met de kamikazebusjes van St. Vincent!
Het Franse gezelschap wilde niet van meebetalen weten, een
aardig gebaar.

Hawksbill

een
paar dagen oud
Terug
naar de Zeevonk om het kerstdiner te bereiden, onze gasten
dwaalden langs de restaurants aan de baai en we kwamen elkaar
tegen bij de duiksteiger. Na een versnapering op het terras
van Gingerbread - met de gratis wifi die we aan boord kunnen
ontvangen - stapten we in de rubberboot en kwamen terecht
bij de Kingfisher, een Swan 60 met Nederlandse vlag. De Braziliaanse
schipper die we al in Wallilabou ontmoetten bij de douane,
nodigde ons uit voor een wijntje. Een gezellige man, we hopen
ze in het zuiden weer tegen te komen, Monique vooral vanwege
het wakeboard dat ze aan boord hebben. Ook wil hij wel een
wedstrijd. De eigenaar is niet aan boord, als we het goed
begrijpen is hij de man van het tijdschrift Quote. Nadat de
Kerstman in korte broek in een dinghy ook was langsgekomen
en we de lichtjes van de Zeevonk zagen aangaan werd het tijd
om huiswaarts te keren.

de
Zeevonk in Kerst outfit
Kerstdiner
aan boord
Het
hoeft niet primitief, hetgeen Joke bewijst met een meergangen
diner, zie foto. We smullen van de exotische gerechten, terwijl
kalkoen in Europa een onderdeel van het kerstmenu is. Na de
afwas, koffie en thee hebben we niet veel praatjes meer en
zoeken we vlot onze kooien op.

Naar
de Tobago Cays!
De
Tobago Cays gelden als het mooiste stukje Carieb. Het is het
meest tot de verbeelding sprekende: onbewoonde eilandjes en
witte stranden met palmbomen. Het geheel ligt beschut achter
een halvemaanvormig rif, het Horseshoe rif. Binnen het rif
is veel ondiep zand dat de kleur van het water alle schakeringen
tussen turkoois, groen en blauw geeft. Het water is glashelder
en de temperatuur ligt boven de 27 graden. Schildpadden grazen
op de bodem, af en toe boven water komend om weer wat lucht
te happen. Snorkelend tussen de riffen zien we vele vissen
met af en toe een schuwe haai of een nieuwsgierige barracuda
(maar dit keer niet).
Als
we anker op gaan moeten we omzichtig langs onze vervelende
voorbuurman. Het gaat allemaal moeiteloos, de stootwillen
hangen voor niks. Ook de Canadese achterbuurman vertrekt,
hij heeft keurig op ons gewacht omdat wij in de buurt van
zijn anker lagen. Met de wind pal achter varen we de Admiralty
Bay uit, samen met vier andere boten. Bij het ronden van de
westpunt gaan de schoten aan en met 7-8 knopen op fok en grootzeil
met één rif gaan we zuidwaarts. De zee is niet
echt ruw, we hebben bakstagwind en al snel kan de genua erbij.
Canouan wordt snel groter en ook de contouren van Mayreau,
Union Island en Carriacou zijn zichtbaar. Een groot zeiljacht
haalt ons in, het lijkt een echte ouderwetse racer. Achter
ons vele zeilen. Voor Canouan trekt de wind iets aan tot 30
knopen. Ook de golven die schuin van achter komen worden hoger
en voor we het weten ligt onze snelheid boven de 10 knopen
met een maximum van 11,3. Dat schiet lekker op! De Tobago
Cays komen in zicht als we Canouan passeren, tijd om wat zeil
te minderen zodat we komfortabel tussen de riffen door kunnen.
We draaien langzaam naar de wind toe en onder het eerste eiland
bergen we de zeilen op. De ondiepe doorvaart tussen de twee
eilanden ligt al vol met boten, waarschijnlijk omdat ze het
achter het rif te ruw vinden. We schuiven er tussendoor, gaan
stuurboord uit waar we dichterbij het rif kunnen komen. Het
aantal schepen valt mee, de meeste liggen aan de nieuwe moorings.
We zoeken een van de voorste op en maken daar vast. Monique
springt in het water om de tweede lijn ook aan de mooring
te bevestigen wat met veel wind, stroom en golven geen sinecure
blijkt. Om het uiteinde door het oog van de mooringlijn te
krijgen moet ze met volle gewicht afzetten. Het lukt en we
liggen in het paradijs!
Schildpadden?
In
het afgebakende stuk onder het eilandje Baradel grazen de
schildpadden. We zijn teleurgesteld als blijkt dat door de
golven die van twee kanten om het eilandje komen het water
behoorlijk troebel is door het opwervelende zand. Geen schildpad
te zien terwijl even daarvoor er twee grote achter de Zeevonk
omhoog kwamen. Joke mediteert op het strandje, Monique beklimt
de top van het eiland en wat later maken we kennis met een
Nederlands sprekend gezin dat schildpaddeneieren vond. Monique
klom in een palm maar anderen waren haar voor en de kokosnoten
waren al verdwenen. Een kitesurfer maakte zijn spullen klaar,
een heel gedoe met al die lijnen.
Surfen?
In
de verte zag ik een windsurfer en maakte Monique er op attent.
Zij zag hem achter een boot verdwijnen waarop ik opperde er
naartoe te varen, misschien een kans voor haar? Hier volgt
het relaas van Monique:
"Aangekomen
bij de boot vertelde Henk de kaptain Vill aan boord dat ik
een windsurfster ben die de windspullen "vergeten"
is mee te nemen. Nou dit was geen probleem, ik mocht wel met
zijn setje gaan varen (Neil Pryde V8 6.5m2 en formula fanatic).
Het was wel even wennen, het is natuurlijk niet mijn 2008
slalom setje (North Sails en Starboard). De giek bewoog heen
en weer en het was onmogelijk om in de voetbanden te komen
en het kostte heel veel moeite om op de plank te blijven staan
want die was vreselijk glad ook met surfschoentjes aan gleed
ik er zo ineens vanaf, maar het kon de pret niet drukken.
Mijn geluk kon niet op, om op zo'n mooie plek wat rakjes heen
en weer te kunnen maken, tussen de onbewoonde eilandjes van
Tobago Cays. Helemaal met de witte stranden en de palmbomen
en dan met 22 knopen tussen de zeiljachten door, wat wil je
nog meer. Na een klein uurtje ben ik weer terug gegaan naar
de boot en hebben we nog lekker zitten kletsen. Toen we afscheid
namen zei Vill: als je morgen weer wilt kom je maar weer gerust
langs dan kan je de spullen weer gewoon lenen. Nou daar wilde
ik wel zeker gebruik van maken van dat aanbod...."

de
nieuwe massagetafel bevalt uitstekend
De
catamaran van Moorings met een Engelse vlag bleek 'bewoond'
door twee Letse families en Wil blijkt een gezellige prater.
De catamaran, een Zuidafrikaanse, is hun eigendom, wordt verhuurd
aan Moorings en over 1 jaar komt hij vrij. Hij ligt in de
Britse Maagden eilanden en een aantal weken per jaar kunnen
ze er zelf mee varen. Hij en zijn vriendin wonen momenteel
in Vienna, zijn broer met gezin in Letland. Hij weet alles
van windsurfen en de plank heeft hij gehuurd, helaas bleken
al snel een aantal mankementen.
De
" Senang"
Dit
maleisische woord past uitstekend bij een Indonesisch gezin
met twee jongens van 8 en 9. Jean-Pierre en Vara zijn dit
jaar vertrokken uit Nederland en willen door het Panamakanaal
naar Australië en Indonesië. Ze hebben een drie
jarenplan. Joke geeft ze inside information over de Carieb,
wie weet komen we ze ergens tegen voor ze definitief naar
het westen vertrekken.
De
windgeneratoren overwerkt
Volgens
de gebruiksaanwijzing van de KISS-windgenerator kunnen ze
tot ongeveer 23 knopen goed werken, daarboven krijgen ze het
wat warm en gaat een thermische rem in werking. Je kunt ze
afzetten door de schakelaar op 'off' te zetten. Dit zou tot
40 knopen goed werken, daarboven moet je de propellor uit
de wind draaien. We liggen hier in de Cays in de volle wind,
de windmeter geeft gemiddeld 21 knopen aan. De beide KISS-en
maken lawaai wat we niet gewend zijn. De amperemeter laat
een veel lager ampere zien dan we gewend zijn: het is duidelijk,
ze hebben het benauwd. Om het lawaai te voorkomen draai ik
ze uit de wind want ze reageren niet echt op de uit-schakelaar.
Zo creëer je wel een aparte situatie: genoeg wind, geen
stroom. Voor de nacht is het veel rustiger, want als het tijdens
een bui echt gaat waaien...
Wachten
op Wil
Zeker
een uur nadat de 'bakker'zijn broden heeft afgeleverd zien
we Wil met de windsurfer aan de gang, zijn neef met de kitesurfer.
Komt Monique nog aan de beurt? Nadat hij een paar maal achter
ons langs is gevlogen en mijn inziens te veel risiki neemt
door over een donkere koraalplek te scheuren, zien we hem
niet meer uit het water komen. Iets kapot? Van een nabijgelegen
boot komt een dinghy hem redden en, alles wordt aan boord
gehesen en teruggebracht naar hun catamaran. Wij per kayak
er naartoe en jawel, meneer is zijn vin kwijtgeraakt door
over een te ondiep rif te varen. Vin weg, einde verhaal. Wij
moeten terug boksen tegen wind en golven, dat is ook sport!
Op
snorkelexpeditie bij het horsshoerif
Bij
het rif zijn oranje moorings voor de rubberboten, vandaar
snorkel je zo het rif binnen. We hebben gelukkig flippers
aan want er staat een flinke tegenstroom. Het water is glashelder,
de vissen doen net of ze je niet zien. Deze kwaliteiten doen
Curaçao vergeten maar, waar blijven de haaien? Als
troost vind ik een drietal kreeften van redelijk formaat,
hun sprieten verraden hun aanwezigheid. Joke ziet een kleine
kreeftachtige waarvan ik de naam niet heb gehoord. Op de terugtocht
komen we de bemanning van de Kingfisher tegen, de boot hebben
we niet gezien, vanwege zijn diepgang waarschijnlijk aan de
andere kant blijven liggen. Eenmaal thuis probeert Monique
te vissen met aas en wordt ze verrast door twee southern rays.
Ook komt af en toe een schildpad van redelijke afmetingen
even poolshoogte nemen.

even
ademhalen
Waar
moet je zonnen op een catamaran?
De
trampolines lijken bij uitstek geschikt maar Monique vindt
een alternatief: liggend op de kayak die af en toe stuitert
aan zijn lijntje achter de Zeevonk. Word je sneller bruin
zo dicht bij het water?

zwevend
op het blauwgroene water
Op
eilandexcursie, dit keer Petit Bateau
Dit
is het eiland waar de souvenierverkopers zijn neergestreken
en 's avonds wordt gebarbequed. Terwijl we die kant opvaren
zien we dat op de boot met de Italiaanse vlag de windsurfspullen
aan boord worden gehesen. Toch even een praatje maken? Snel
er naartoe, je weet nooit of er een mogelijkheid bestaat...
We hebben sukses, een vrouw met zoon zijn net het zeil aan
het losmaken als hun duidelijk wordt dat Monique misschien
wil? Ze tuigen het zeil weer op en laten het in het water
zakken. Monique in haar element! Simon en ik worden aan boord
van de "Gemm", een Swan 55 verwend. Gastvrouw Roberta
blijkt heel gezellig, kent Zuidlaren waar haar schoonmoeder
heeft gewoond! De huisvriend, Luca, is vroeger een goede waterpoloër
geweest, hi heeft het geschopt tot jeugd internationaal en
is verheugd te horen dat ik ook een polo carrière achter
de rug heb. Er komt bier en wijn op tafel met brokken Parmasaanse
kaas. Het leven is zo slecht nog niet! Het eiland op... kan
de volgende dag ook nog.

Monique
surfend tussen de boten

aan
boord bij de Swan 55 van Vincenzo en Roberta
Zondagochtend
programma
Allereerst
naar Jamesby, het meest zuidelijke. Daar staat een scheve
palmboom op het strand die tijdens ons vorige bezoek beklommen
werd door Marinus, een oprechte Fries. De foto staat op deze
website. Nu is het de beurt aan Monique die elders al heeft
geoefend. We leveren eerst een usb-stick met foto's van de
bemanning van de Gemm. Daar wordt Monique direkt weer uitgenodigd,
maar eerst naar Jamesby. De landing aan lagerwal viel mee,
lijn aan de palm en naar de klimboom. Het blijkt een peuleschilletje
voor Monique. Na ook de heuveltop te hebben beklommen en panoramafoto's
te hebben genomen, stappen we in de rubberboot en varen naar
het strand van Petit Bateau. We beklimmen eerst de top voor
we naar het strand aan de noordkant gaan waar souvenierverkopers
hun waar aan de lijnen hebben hangen. Er wordt gescoord: T-shirts
met "Sail more. work less" en "Sail fast, live
slow" veranderen van eigenaar.

Friese
boeren kunnen het, Bonairiaansen ook!


met
een diepere betekenis? Simon: work less?
Op
de terugweg passeren we de "Senang" waar we meteen
voor de koffie worden uitgenodigd. Monique gaat door naar
de "Gemm" om weer te surfen. We hebben het er maar
druk mee. Later komt ze zwemmend naar ons toe, bekaf want
zonder trapeze met 22 knopen wind valt niet mee.
Dan
is een bezoek aan het afgezette stuk onder Baradel aan de
beurt. Het water is nu glashelder dus dat is schildpadden
scoren. Het was boven en onder water druk: veel snorkelaars
en veel schildpadden. Prachtig te zien hoe de schildpadden
grazen. Het opstijgen om weer lucht te krijgen gaat met ferme
slagen, een paar maal de kop boven water en weer naar beneden.
Het feit dat je met ze op kunt zwemmen in hun natuurlijke
omgeving maakt het bijzonder. Heel anders dan op Bequia bij
de schildpadden opvang.
Eenmaal
terug op de Zeevonk tijd voor de lunch en daarna massage en
Reiki. Kan het beter? Nog een keer snorkelen bij het rif blijkt
niet eenvoudig: er staat nu een forse tegenstroom en het oppervlaktewater
is zeer onrustig. De helderheid is duidelijk minder dan de
vorige keer en behalve met foto's van een onderwater snorkelende
Monique, keren we met lege handen terug.
Vreemde
capriolen in de duisternis voor ons
Monique
zit voorop sterren te kijken: de melkweg is schitterend te
zien. Er ligt een catamaran voor ons. Het waait zo'n 22 knopen,
de windgeneratoren maar afgezet vanwege hun lawaai. Het water
is onrustig. Dan ziet Monique de cat voor ons dichterbij komen
en mensen op het voordek. Vreemd, want hij ligt toch aan een
van de twee moorings voor ons? Er klinkt geratel van een ankerketting,
ze hoort stemmen. Ze waarschuwt mij en we kijken wat er verder
gebeurt. De vrij grote cat komt tot stilstand zo'n 30 meter
voor ons. Ik had al de sleutels in de contactsloten want zijwaarts
proberen weg te komen was de meest voor de hand liggende optie.
De cat aan de mooring op tien meter achter ons blokkeert de
achteruitgang. Het wordt rustig aan boord van de voorburen
en wij hebben weer tijd voor andere dingen: een Duitse promotievideo
van dit gebied bekijken waar ieder nu al vele plekken herkent.
De
tijd tikt door, ons verblijf in de Tobago Cays loopt ten einde
In
de vroege ochtend een paar regenbuien, zware donkere luchten.
Tijdens het ontbijt klaart het op maar de wind is nog steeds
22 knopen. Ons plan is simpel: richting Bequia en we zien
wel. Monique komt met een verrassende observatie: de twee
mooringballen voor ons zijn weg, de cat voor ons ligt aan
zijn anker. Wat is er de vorige avond gebeurd? Wij maken los
en terwijl we door het veld heen varen komt de Marine Park
boot er aan om de centjes op te halen. Prima timing dus. Ook
de alarmerende mededeling van Wil dat een mooring 45 EC per
nacht kost blijkt in de praktijk mee te vallen: niemand heeft
geld voor de mooring gevraagd zodat we drie nachten en vier
dagen in de Cays hebben gelegen en maar voor twee nachten
hebben betaald: 10 EC pp per dag dus 80 totaal. We varen achter
de Senang langs waar alles nog in diepe rust lijkt. Als we
Petit Rameau voorbij zijn is het tijd om het grootzeil bij
te zetten, dit keer met twee riffen om niet te worden overvallen
door buien met windkracht zeven. We kruipen weer tussen de
riffen door, de kortste weg naar het noorden. Halverwege Canouan
klinkt een bekende stem over de marifoon: het is Jelka van
de Aeson die ons tegemoet vaart! Ze hebben overnacht in Canouan
en gaan nu naar de Tobago Cays en brengen Oud en Nieuw door
op Mayreau. We stampen verder en ter hoogte van Canouan nemen
we het besluit om dit voor ons onbekende eiland aan te lopen.
Een grote slag en we liggen voor de Charlestown Bay. We zien
er veel moorings, letterlijk en figuurlijk: er is hier een
'nederzetting' van Moorings, een van de grote verhuurders
in dit gebied. We maken de man in de rubberboot die komt aanvaren
duidelijk dat we gaan ankeren en geen behoefte aan een boei
hebben.
Bliksembezoek
aan Canouan
We
kunnen kiezen uit drie steigers, die van het Tamarind hotel
is leeg, die van de veerboot is verderop dus kiezen we voor
de middelste waar een paar dinghies liggen. Een komfortabele
roestvrij stalen trap maakt het landen makkelijk. We blijken
aan de steiger van Moorings te liggen en lopen door het gebouwenkomplex
naar de openbare weg. Niemand die ons vragen stelt. Joke heeft
een drietal restaurants uit de Doylegids overgeschreven en
wij zetten de eerste stappen op dit voor ons nog onbekende
eiland. Het is er erg rustig, de zon brandt er lekker op los
en de weg vooert zeer steil naar de top zonder dat we een
van de genoemde restaurants tegenkomen. Het uitzicht over
de oostkust is mooi, een flinke branding stuitert op de riffen.
Er komt een man met speargun en flippers aanlopen. Hij moet
ons teleurstellen, de genoemde restaurants bestaan niet meer
of serveren geen lunch maar misschien hebben we meer geluk
beneden (!) achter het politiebureau. Aan de kant van de weg
zitten kleine groepjes mensen onder de bomen, iets dat Monique
van Bonaire herkent. Als ze daar aan de jeugd vraagt wat ze
het liefst doen dan is er een grote kans dat ze zeggen: "onder
de bomen zitten". Achter het politiebureau uit 2005 is
een gebouwtje dat de kliniek blijkt te zijn. Aan de deur hangen
prijslijsten van bloedonderzoek, tijden van artsen aanwezigheid
en zo meer. Als ik er een foto van wil maken gaat de deur
open en een hoogzwangere verpleegkundige vraagt of ze iets
voor me kan doen. Als ik vertel dat ik graag wil zien hoe
hier de gezondheidszorg is mag ik over een uur terugkomen,
ze gaan nu net lunchen. Verderop onze laatste strohalm, maar
ook dit restaurant blijkt gesloten, de mensen zijn op vakantie.
Via een klein supermarktje scharrelen we weer terug en komen
bij Crystal Appartments eindelijk aan een lunch toe. We zitten
op de porch aan een keurig geknipt gazon en krijgen sandwiches,
Sprite en Haroun bier, het inlandse bier hier.
Nog
18 mijl tegen de wind en 3 meter hoge golven naar Bequia,
dat wordt nachtvaren
Onder
het eiland staat niet veel wind, het is wel vlagerig. We zien
de "Ocean Viking" van Maarten liggen. We halen een
rif uit het grootzeil en duiken in de volle wind en golven.
De westpunt van Bequia blijkt al snel te hoog te liggen. De
autopilot heeft het zwaar met de hoge golven die ons steeds
naar lij drukken. Monique doet haar best en we vorderen gestaag.
De wind neemt wat af en de genua kan deels worden uitgerold.
Toch gaan we niet snel, het houdt op bij vier-vijf knopen.
De zon verdwijnt oranje onder de horizon. De wind blijft vlagerig
maar neemt iets af, helaas de golven blijven. Als de genua
steeds weer inklapt moet ik kiezen: of verder afvallen of
recht tegen de wind op de motoren. Gekozen voor het laatste
blijkt het effekt tegen te vallen: we halen nauwelijks twee
knopen en hebben moeite om bij deze lage snelheid te sturen.
We kruipen naar de westpunt van Bequia en om half tien zijn
we in de baai. Joke heeft het diner klaar en meteen daarna
duiken we te kooi. Een boeiende dag maar wel vermoeiend.

weekprogramma
clinic Canouan: twee ochtenden per week een arts op het eiland
Uitklaren
terwijl je er niet bent
Typische
situatie: de douaneman vroeg naar onze immigratiepapieren
die we niet hadden. Hij wist waarom: in Wallilabou zit alleen
douane, geen immigratie. In die val loopt natuurlijk iedereen.
Moet je soms naar elders voor de immigratie? Voor hem betekende
dat wij niet in het land waren en dan kan je ook niet uitklaren!
Hij wist ook de oplossing: naar het loket van de immigratie
en daar eerst inklaren en meteen weer uitklaren. Dit verliep
zonder noemenswaardige problemn. Weer een ervaring rijker.
Mutsen
haken en sieraden verkopen
Bij
een tafel aan de kant van het voetpad zat een jonge inheemse
vrouw mutsen te haken. Er hing een hele serie, reden om te
passen. Het werd hem niet maar wel een armband, een paar flessen
vruchtenwijn en we mochten fotoos van haar maken. Ze heet
Melissa en blijkt moeder van twee kinderen, zoontjes van 4
en 2 jaar die even later aan haar hingen.

geheim
drankje Melissa

muts
passen
Modelbootjes
Bequia
staat bekend om zijn prachtige modelbootjes, wij dus naar
de winkel waar ze tentoongesteld staan. Zelfs een schitterende
viermaster stond te midden van vele modellen, de een nog glimmender
dan de ander. We hebben maar niet naar de prijzen gevraagd.
In een model zit minstens een week werk.
Eindelijk
vriendelijke rasta-jongens
Joke
heeft ze getemd, dat blijkt.
Speedy
krijgt een andere eigenaar
Wat
of wie is Speedy? Het is de Optimist die door de Senang uit
Nederland is meegenomen voor hun zonen. Hij is niet gebruikt
al die tijd en ligt maar op het voordek. Het ging fout toen
een forse golf tussen Tobago Cays en Bequiea hem bijna van
het dek spoelde. De lastpost moet weg en zo snel mogelijk.
Jean-Pierre wil hem wel gratis op de kant zetten, zover is
het al. Tja, is dat niet een beetje zonde? We denken aan Carriacou,
waar de yachtclub geld inzamelt voor kinderen met handicaps.
Kunnen ze hem daar niet inleveren? Nee, want ze komen daar
niet. Uiteindelijk bieden wij aan het bootje mee te nemen
en het ergens voor een goed doel te verkopen. Ze gaan akkoord
en het bootje wordt opgetuigd, het boekje moet er bij komen
om te zien hoe dat precies moet. De grootvader van de jongens
heeft zelfs een roeiset gemaakt, ook die gaat mee. Dan stappen
Monique en ik in Speedy die dan aardig overbelast lijkt. We
zeilen voor de wind naar de Zeevonk die aan de andere kant
van de baai ligt. Het geluk is met ons, we houden hem overeind!

een
diepgeladen Speedy richting Zeevonk
Natuurlijk
wil Monique, notabene zonder zeilervaring, met Speedy op pad.
Het gaat goed tot ze moet gijpen en jawel, omslaat! Daarna
was het halfvolle bootje moeilijk te sturen en moest ze naar
de Zeevonk worden gesleept. Weer een ervaring rijker.

de
eerste les eindigt ondersteboven
Op
naar Buccament Bay, St. Vincent
Veel
cruisers laten bewust St. Vincent liggen, wij deden dat ook.
De reden was aggressieve overvallen op boten, daar wordt je
niet blij van. Maar het tij keert, zoals dat heet: in Chateaubelair
werden de overvallers gepakt en Piet en Jelka leerden ons
mooie plekken kennen, o.a. de batcave met de tunnel waar je
doorheen kunt snorkelen. Joke las in de Doyle gids positieve
dingen over Buccament Bay en Petit Byahaut en omdat we zo
noordelijk mogelijk in St. Vincent wilden overnachten om de
volgende dagtrip niet te lang te laten worden en omdat we
aan de wal wilden eten, kozen we voor de eerste. Simon stuurde
tijdens de oversteek en krijgt een aantekening op zijn CV.
Het resort blijkt gesloten, het restaurant op de foto is er
niet meer. Om niet verder te hoeven ankeren we voor het strand,
onbekend wat de andere mogelijkheden van dit dorpje zijn.
Het is heerlijk rustig, er spelen wat kinderen op het strand,
er zijn wat vissers bezig met kleine roei(!)bootjes. We lanceren
de kayak zodat onze gasten rond een eilandje op de hoek van
de baai kunnen varen. Het hoogtepunt echter is het onder de
Zeevonk doorvaren. Het water is glashelder, maar helaas, de
duisternis slaat toe en we zoeken de kant op. We treffen het:
we liggen tegenover een gloednieuw Thais restaurant, we hoeven
alleen maar de weg over te steken. We worden warm ontvangen
en krijgen een prima plek tussen de tuin en een inpandige
vijver. Het eten smaakt ook voortreffelijk en Joke praat na
afloop met de eigenaar, Rocky Punnett, die hier een paar maanden
gelden met zijn Thaise vrouw en haar familie dit restaurant
"Baan Thai" heeft geopend. Kortom, een aanrader!

de
crew op kanoavontuur: onder de Zeevonk door!

een
nieuw restaurant ontdekt in Buccament: een Thaise aanrader!
De
laatste etappe: Buccament Bay (St. Vincent) - Marigot (St
.Lucia), 56 mijl
We
vertrekken vroeg na een koude nacht waarbij Monique op het
voordek onder Speedy heeft liggen slapen en ik het echt koud
heb gehad: de thermometer wijst 's morgens 23 graden aan,
brrr. We weten niet wat voor wind ons te wachten staat en
het is een flinke oversteek. Voor en achter ons al meer dan
tien boten die er kennelijk net zo over denken. We moeten
motoren tot de noordpunt van St. Vincent maar dan kunnen we
zelfs iets ruim varen. Ook de golven zijn niet al te hoog,
het belooft een makkelijk ritje te worden. Een bui nadert
en we rollen de genua preventief iets in: de windmeter kwam
niet boven de 26 knopen. Helaas raakte de wind wat van slag
en moesten we afvallen, ons doe was niet langer bezeild, zoals
dat heet. Tien mijl van de Pitons draaide de wind weer iets
in de goede richting maar dat duurde niet lang: de wind viel
weg en kwam met vlaagjes pal tegen af en toe terug. Motoren
maar weer. Dan steekt de wind weer op en zeilen we de laatste
mijlen. De ingang van de baai is makkelijk te herkennen: boten
varen af en aan.

karakteristiek
plaatje baai Marigot

de
bananen boatboy is zeer bedreven in het aanprijzen van zijn
waar
Oud
& Nieuw in Marigot St. Lucia, een aanrader!
De
laatste jaren zaten we met Oud & Nieuw duidelijk op de
verkeerde plekken: in Roseau (Dominica) en Deshaies (Guadeloupe)
waren we de enige met vuurwerk. We maken eerst een verkennend
rondje in de kleine baai en zien zowaar twee Nederlandse vlaggen:
de Tara en de Velvet. We ankeren buiten op 1.80 m. Daar krijgen
we geen spijt van blijkt later. We willen eten aan de wal
en varen de restaurants langs. Resultaat: te duur, volgeboekt,
alleen het dure menu. Joke belooft veel lekkers dus huiswaarts.
Om
twaalf uur barst een grandioos vuurwerk los. We hebben een
pracht plek om dit alles te aanschouwen en aan te horen: de
knallen weergalmen tussen de heuvels. Daarna is het onze tijd:
we hadden al wat getoeterd maar nu ieder een lichtkogel. Met
champagne en accra's vierden we 2009, maar het naturistisch
hoogtepunt was het rondje om de Zeevonk zwemmen, een vroegere
Nieuwjaarsduik is niet mogelijk! Daarna naar het pizzarestaurant
waar onder live muziek gedanst wordt. Het blijkt noch reggea,
noch salza: het is een simpele karnavalsdans, de calypso.
Ons vroege opstaan gaat tellen en om half twee keren we terug
naar de opvallend verlichte Zeevonk.

Champagne
na de nieuwjaarsduik
schietgrage
gasten

Marigot
vanaf de heuvel
Met
Speedy in aktie
De
dames wilden wel zeilen en de kleine buitenbaai hier leent
zich er prima voor al is het uitkijken voor het in- en uitgaande
verkeer. Joke kwam echter met panne terug: de bevestiging
van de schoot aan de giek had het begeven. Wat blijkt: het
beugeltje dat met popnagels aan de giek zat was verdwenen,
de popnagels waren doorgerot. Wat wil je, zout en rvs op aluminium,
daar kan je op dachten dat het wegcorrodeert. De reparatie
is eenvoudig, terug naar simpele oplossingen: een minisjorring
om de giek. Klaar voor de volgende rit. We laten hem een nachtje
in het water omdat hij vrij onhandelbaar is, bij het te waterlaten
liep hij half vol.
Fish
Friday in Anse la Raye
Hoe
kan het dat ineens allemaal bekenden hier in Marigot aankomen?
De Kingfisher met de Braziliaanse schipper, de Courlander
met de Letten onder aanvoering van Vill die zijn vinnetje
van zijn surfplank op het rif verspeelde en de Italianen van
de Gemm die we ontmoetten op de Tobago Cays liggen om ons
heen! Gevolg is dat we de bemanning van de Gemm ook eens op
de Zeevonk uitnodigen. Luca, Roberta, Vincenzo en hun dochter
Julia komen wat drinken, het zijn heerlijke mensen. Hoewel
ons Italiaans weinig voorsteld komen we er makkelijk uit.
We besluiten naar de wekelijkse Fish Friday in Anse la Raye
te gaan. De taxi van Bo is te klein voor het hele gezelschap
dus moet hij twee keer rijden. Het vissersplaatsje ligt een
kwartier gaans. Terwijl de eerste lichting onderweg is barst
alweer een dikke bui los. Als dat maar goed komt en het cfestijn
niet verregend zoals een keer op Grenada. Het kwam goed, de
mensen hier wisten met allerlei afdakjes droge terrasjes te
creëren. Tussen de buien door kon je oversteken naar
de volgende kraam met allerlei vislekkers. Luca en Vincenzo
ontpopten zich als ware gastheren en kwamen met rumpunch,
bier en visgerechten aanzetten. Het eten staat hier duidelijk
op de voorgrond al waren er ook een paar tenten met kleinkunst
artikelen. Centraal in het straatje langs het strand - boulevard?
- een grote muziekinstallatie die het geheel voorzag van kleurrijke
muziek. Het decor hier en verder in het dorp is armoedig:
primitieve houten huizen, soms niet van bouwvallen te onderscheiden.
Maar, de mensen leven. Geen idee hoeveel procent een mobieltje
heeft. We vermaakten ons prima en een paar uur later bracht
Bo ons weer thuis. Een echte aanrader, je kunt ook in de baai
voor het dorpje ankeren.

lekker
ding

een
drankje en een vishapje: Fish Friday Anse la Haye
Regen,
regen en nog meer regen
Het
is even mis met het weer, de ene bui na de andere over de
baai. Terwijl in Nederland al een vaarverbod voor het van
Harinxmakanaal is vanwege een mogelijke Elfstedentocht! We
vertrekken voor de allerlaatste etappe naar Castries, de hoofdstad
van St. Lucia. We zijn de baai nog niet uit of ineens een
rubberboot achter ons aan: Umberto en Luca komen nog gedag
zeggen? Niet helemaal, Luca vraagt om een lift naar Castries,
achteraf niet verbazend wetende dat hij een oogje op Monique
heeft. We motoren de paar mijl langs de kust, vragen bij de
ingang van de baai van Castries aan het vliegveld of we naar
binnen mogen. We varen vlak voor de landingsstrip van het
minivliegveld langs. In de haven slechts één
cruiseliner, maar ook twee jachten en niet te vergeten een
oude sleepboot met de naam Doggersbank. Over de thuishaven
Rotterdam is heen geverfd. Hij wordt hier als havensleper
gebruikt.

aftappen
mast
Bezoek
aan Castries
We
liggen in de hoek van de markt, ons eerste doel. Lang niet
alle stands zijn bezet, maar voor ons is er voldoende aanbod.
We steken over richting Shirley voor de lunch. Ineens bekenden
op straat: Roberta en Vincenzo ook hier. Met zijn zessen vinden
we een plekje aan een tafel in de smalle doorgang met de eettentjes,
Shirley blijkt gesloten. We zijn net op tijd en genieten van
de bonte verzameling van passerende mensen. Het kipgerecht
heeft een paar verrassingen: botsplinters, leuk voor je vullingen.
Na wat sneupen op de markt - bijna geen vis meer - redelijk
wat groente - veel souveniers, nemen we afscheid van de Gemm-bemanning,
wie weet zien we ze terug op Martinique.

toepasselijk
geschenk van Monique! (zie hier)
De
laatste nacht: een bijzondere
De
hele middag konden we flarden muziek vanaf de kant horen.
Bij het invallen van de duisternis dachten we dat Joke muziek
had aangezet. Het tegendeel was waar, men had op de wal de
volumeknop opengezet. Tot onze verbazing hoorden we achter
elkaar cowboyliederen. Dat het zou doorgaan tot drie uur 's
nachts wisten we toen nog niet. Karel's bar op Bonaire was
hier kinderachtig bij. Intussen lagen we alleen, niet een
echt veilig gevoel hoewel we tegenover de customs lagen waar
duidelijk bewaking rondliep. Om half vijf gingen de wekkers/telefoontjes
af. Opstaan, Monique moet om kwart over vijf in de taxi naar
het vliegveld zitten. De markt was verlicht en verlaten. Ik
kon het hek zo openen, echter op de terugweg naar de rubberboot
viel ik bijna over een halfslapende waakhond, gelukkig aan
een touw. Toch maar een andere plek gezocht om aan de wal
te komen. Glijdend over glibberige rotsen lukte dat. De taxistandplaats
was vlakbij, het liep ondanks het vroege tijdstip op rolletjes
(de zware tas gelukkig ook).

voor
de liefhebbers van Country music
In
de val in Castries
Terwijl
we wachten op het opstijgen van Monique's vliegtuig komt de
pilotboot op ons af. We liggen in de weg voor de cruiseliners
die hier moeten draaien. In de verte komt de eerste aan. We
willen er langs varen maar worden tegengehouden door een ander
bootje. We moeten wachten tot de Ocean Village is gedraaid
en dan mogen we uitvaren. Als het zover is de tweede hobbel:
de landingsbaan van het vliegveld. We vragen per marifoon
of we langs mogen en nabij standby mogen we uitvaren. Precies
voor de landingsbaan een toenemend oorverdovend lawaai: een
vliegtuig van de LIAT vliegt vlak boven ons langs. Waarom
moet je eigenlijk permissie vragen?

wegwezen,
de eerste cruiseliner komt er aan

Monique
vertrekt

de
eerste cruiseliner blokkeert de uitgang

prima
spreuk, kan bij ons ook
Weerzien
in Rodney Bay
De
paar mijltjes naar Rodney zijn tekort om het grootzeil te
hijsen, maar de wind is gunstig dus maar op de genua. Een
paar slagen en we zijn er. De Koolau ligt buiten en we ankeren
ernaast. Einde van deze geweldige reis. We hebben deze eilanden
ahw herontdekt, veel nieuwe vrienden opgedaan en prima gasten
gehad. Nu al heimwee!