Reis
naar de zon deel 94
St.
Maarten-Guadeloupe-Martinique
zaterdag 4 april - zaterdag 25 april 2009
zaterdag
4 april
Ingewikkelde
aankomst gasten
Je
zal drie gasten krijgen die uit verschillende richtingen komen
en op een verschillend tijdstip: de eerste 's morgens uit
Dominica, de tweede 's middags uit Amsterdam en de derde 's
avonds uit New York. Dat betekent drie keer de gang naar Princess
Juliana Airport. De rubberboot steeds bij de Turtle stallen
en een welkomstdrankje aldaar. Tussendoor ook nog eten en
boodschappen doen en de boot klaarmaken. Een drukke dag, dat
kan je wel zeggen. De vliegtuigen zijn redelijk op tijd en
het gigantische toestel van de Air France zien we binnenkomen
tijdens de lunchhap bij de Sunset bar. Natuurlijk even filmen
als hij vlak boven het strand langs scheert. De start van
een tweemotorig straalvliegtuig geeft de bekende sensatie
op het strand: zandstorm, afwaaiende petten en vliegende badlakens.
Leuk? Volgens de waarschuwingsborden nog gevaarlijk voor de
gezondheid ook.
De
eerste kanoschreden en een drijvend drankje bij Explorer island
(=Grand Îlet)
Waar
kan je beter leren kanoën dan op het rustige water van
de lagune? Zelfs het sturen lukt al aardig, reden om het palmenstrand
van Explorer Island te bezoeken. Toevallig komt Jan van Electec
met Mirjam en dochter Anna ook: zijn vloot bootjes moet worden
ontdaan van een maand aangroei. Wij wijden onze drijvende
bar in, met een stuk koraal als anker gaat het prima. Ook
moeten we afscheid nemen van Piet (Jelka is in Slovenië,
o.a. om de 95e verjaardag van haar vader te vieren): wij gaan
naar het zuiden, zij naar de Azoren om misschien pas weer
in de winter naar de Carieb te komen.

ideaal,
zo'n drijvende bar
zondag
5 april
Vroeg
door de Franse brug maar geen tanken en geen uitklaren mogelijk
Voor
achten het anker op, gelijk met de Tara, dan het stukje naar
de brug en wachten tot daar iemand wakker is. We zijn niet
alleen, een beperkte verzameling wacht geduldig. Wij maken
klaar voor een bezoekje aan het tankstation waar ze benzine
en diesel voor US$ 0,75 per liter verkopen. Als tien minuten
te laat de brug open gaat stromen we naar buiten. Helaas,
bij het tankstation gebaart iemand dat we niet kunnen tanken.
Joke vraagt waarom, de machine is kapot. We ankeren voor Marigot
en met de rubberboot naar de wal om in te klaren, boodschappen
- heerlijk vers brood en capuccino bij 'onze' bakker - en
het Fort Louis op vanwege het schitterende uitzicht. Zowel
bij de veerboothaven als bij de capitainerie bij de binnenhaven
viel niet uit te klaren. De laatstgenoemde klaart alleen in/uit
voor jachten die daar in de bewaakte marina liggen, een van
de jachten had zelfs een helikopter op het bovenste dek staan...
Vlak voor vertrek nog even met tankjes naar het tankstation
waar ik nu prima word geholpen: benzine voor de buitenboordmotor
en reserve diesel. We kunnen gaan!
Grappen
van de nieuwe elektronica
Tot
ons grote genoegen bleek de nieuwe windset te passen op het
bestaande mast stopcontact. Ook het klokje, nu ST60 plus,
heeft dezelfde afmetingen als zijn voorganger de ST80. We
kunnen weer windsterkte en windrichting meten, voor een catamaran
van groot belang om de schijnbare windsnelheid te weten in
verband met tijdig reven. Het instructieboekje geeft aan dat
voor je alles gebruikt eerst moet calibreren. We deden dat
nog niet met gevolg dat we al zeilend ontdekken dat de windvaan
nog niet goed gecentreerd staat: over BB varen we 50 graden
hoog aan de wind, over SB 30 graden. Voor de ware en de schijnbare
windsnelheid heeft de nieuwe set de snelheid door het water
nodig, nu zijn ze nog gelijk. Maar het kompas blijft 191 graden
aanwijzen, ongeacht onze koers en de windrichting staat bij
een SE 3 op zuidwest! Morgen maar calibreren?

met
drie mannen op stap
Heerlijke
zeiltocht naar Oriënt Bay
We
palaveren (in Nederland noemen ze dat vergaderen) met de kaarten
op tafel. We hebben vele mogelijkheden. Het weer is ideaal:
we beginnen met kruisen door het Anguilla Channel richting
Tintamarre. Van ver af zien we de drukte aldaar, wat wil je,
zondag en rustig weer. Dat betekent gewoon dat alles wat drijft
richting Tintamarre vaart. Voor ons beoogde modderbad geen
ideale situatie, we stellen het een dagje uit en gaan nu rechtstreeks
naar de ankerplek voor Club Oriënt en komen daar precies
op tijd aan voor het volleyballen.
Volleyballen,
een echte naturistensport
We
zwemmen naar de kant en kunnen ons sportief uitleven. Leuk
dat we worden herkend en dat naar onze dochters wordt gevraagd.
Onze crewleden blijken sportief en doen mee al is de conditie
nog niet optimaal. Tijdens het spel komt een klein donker
knulletje het veld op, pakt de lijn - een hele verbetering,
het veld is met een vaste lijn aangegeven - tilt hem op en
loopt er onderdoor. Grote hilariteit! Zijn donkere moeder
vist hem op maar later komt hij met een eigen balletje proberen
of hij die over het net kan gooien. Dikke pret, zo'n klein
mannetje die het spel stil legt. De ouders wisselen en zijn
moeder komt in ons team. Wat blijkt aan het eind - ze vraagt
of ik Frans spreek- en dan blijkt dat we elkaar kennen: ze
is van de catamaran "Flipper3", waar we een paar
jaar geleden op hebben proefgevaren met Piet en die vorig
jaar naast ons lag in Porlamar. Het is toen niet van een bezoekje
gekomen maar nu stapt het hele gezin, Michel, zij en de twee
kindertjes in onze rubberboot en drinken wat bij ons aan boord.
Zij komt van Margarita, spreekt Spaans en Frans, goed voor
onze talen. De kindertjes, anderhalf en drie zijn volgens
ons ADHD, klimmen constant en rennen heen en weer maar het
zijn schatjes.

prachtige
flora op het wieltje

nu
schoon gemaakt zodat we de snelheid door het water weer kunnen
meten
Diner
aan wal
Papagayo
is het restaurant waar je in je blootje kunt dineren. Dit
keer was een beetje textiel wel zinvol, het voorjaar is wat
koeler dan voorheen. De Franstalige serveerster vond dat we
met vijf aan een tafel voor vier wat krap zaten en adviseerde
een soort biljart, ook vanwege de grote schotels die we nog
moesten bestellen. We hielden het gezellig bij de kleine tafel
en dat bleek geen probleem op te leveren. Eenmaal terug aan
boord kwam het kartonnen verrassingsdoosje van Alex uit de
koelkast en trakteerde hij op heerlijke ananastaart bij de
koffie.
maandag
6 april
De
groene flits bij de zonsopkomst!
De
hemel was helder met een paar roodgerande wolken in de verte.
De plaats waar de zon moet opkomen is duidelijk en zonder
met mijn ogen te knipperen blijf ik daar op gefixeerd. Met
succes! Een prachtige groene flits, de tweede die ik ooit
zag bij zonsopkomst.
Sportief
ochtendgebeuren
Tot
omstreeks acht uur kan je zonder probleem het hele strand
aflopen in je blootje. Er wordt veel gebruik van gemaakt.
Voordeel, het is nog niet druk en nog niet te warm. We zwemmen
naar de kant en gaan op pad. Vermoeid zwemmen we weer terug,
tijd voor het ontbijt. Tijdens het palaver (weer met ananastaart)
besluiten na nog een korte snorkelpartij - het achtervolgen
van een rog was het meest bijzonder - naar Tintamarre te varen
voor het modderbad. Als je nog een wit achterwerk hebt dan
moet je én flink smeren én niet te lang overdag
in de zon. Dat lukte niet bij al onze crewleden met gevolg
een roodverfbrande ... Wie zijn billen brandt moet op de blaren
zitten.
Het
modderbad van Tintamarre
Pas
ontdekt, maar nu een van de hoogtepunten in dit gebied. We
zwemmen naar het strand en zoeken de geelwitte plekken klei
op. Water erbij en insmeren maar! Van Michel hoorden we de
vorige dag dat aan de linkerkant van het strand de oranjerode
klei nog beter=leuker was dus over het strand daar ook naar
toe. We oogsten bewondering met onze nieuwe outfit maar de
rode klei aan de andere kant dekte nog veel beter! Zonder
af te spoelen zwemmen we terug, komen onderweg nog een baracuda
tegen. Naast de vele schildpadden die we hier zien een leuke
afwisseling. Te laat, te weinig wind en uit de verkeerde hoek
om nu nog te vertrekken naar Île Fourchue en daar bij
daglicht aan te komen. We besluiten te blijven en maken op
het voordek de fles cognac/wodka/vruchtendrank open. Dat samen
met een krabsalade en uitzicht op het strand van Tintamarra
een prima afsluiting van ons dagprogramma. Jaloers?

roodhuiden
op Tintamarre
dinsdag
7 april
Koffie,
thee en strand
Het
strand van Tintamarre is verlaten, de andere drie catamarans
slapen nog als wij met koffie en thee naar de kant motoren,
zwemmen en kanoën. Het eiland blijkt nu een kudde geiten,
kippen en zelfs een pauw als bewoners te hebben. Genieten
in de ochtendzon op een verlaten strand. Joke neemt haar modderbad,
ik mijn foto's.

strand
van Tintamarre
Lekker
hakken naar Île Fourchue
Korte
golfslag en windkracht drie, de ambiance voor de komende twee
uurtjes zeilen hoog aan de wind. We halen een monohull in
en gaan ook nog hoger. Resultaat van het onderwaterschip schoonmaken?
We moeten nog wel een paar kleine slagjes maken maar varen
dan de baai van dit onbewoonde eiland binnen. Met veel moeite
- onervaren bemanning - maken we vast aan een mooring en gaan
te water voor een snorkelpartij. Twee roggen als beloning.
Het is te heet om de gortdroge heuvel (104 m) op te klimmen
en we besluiten om door te varen naar Anse de Colombier, een
nog mooiere baai.

Île
Fourche, dor en droog
Anse
de Colombier, een van de mooiste baaien van St. Barth
We
worden verwelkomd door een eigenwijze schildpad waarvoor we
zelfs moeten uitwijken (hoewel hij wel tussen de rompen door
kon). Het vastmaken aan een mooring gaat beter hoewel de een
vooruit gebaarde en de ander gelijktijdig achteruit. We zitten
nog niet of er zijn constant schildpadden om ons heen. Te
water om ze te filmen. In de namiddag de klippenwandeling
naar Anse des Flamands waar zowaar een landschildpad onze
weg kruiste. Prachtige vergezichten zijn ons deel. Het pad
zelf is verbeterd: er zijn treden uitgehakt in het steilste
deel. We gunnen ons toch maar geen tijd om een ijsje te zoeken
want de zon zal al snel gaan zakken. Onder een prachtige lucht
komen we weer aan boord. Een bijzonder geval: Alex spuugt
zijn stukje chocolade overboord! Het blijkt gepeperd!

Anse
Colobier met St. Maarten op de achtergrond

geen
honden op Anse Flamand, roken mag maar neem dan een asbak
mee

twee
biologen aan het werk?
woensdag
8 april
Gustavia:
bezoek aan een mondaine Franse badplaats
We
motoren 's morgens al vroeg naar de hoofdstad van St. Barts,
Gustavia. Dit plaatsje is vol met modehuizen en dure juweliers,
het is een copie van een Franse badplaats aan de Côte
d'Azur. Een van de unieke dingen is hier dat de straatnamen
ook in het Zweeds zijn, een overblijfsel uit de historie.
Een ander apart verschijnsel is dat er eigenlijk maar twee
éénrichtings verkeer dorpstraten zijn en het
verkeer dus bewust rondjes rijdt , veelal om gezien teworden.
Tenslotte moet je je nieuwe Dior setje aan iedereen laten
zien en misschien zoek je gezelschap? Trouwens je nieuwe Cartier
horloge met diamanten omzoomd van €30.000 mag ook gezien
worden. Op de grote motorjachten veel jong personeel aan het
werk, een avontuurlijk leventje. Ze zijn te herkennen aan
meestel witte outfit met de naam van hun megajacht erop en
een portofoon aan de riem. De belangrijke crewleden aan boord
schijnen goed te verdienen. Een apart wereldje met zelfs eigen
tijdschriften. Hier in Gustavia vinden ze elkaar. Wat we zoal
zien zijn het vooral jonge Amerikaantjes. Voor we vertrekken
hebben we even contact met Geertje en Harry van de "Eclipse"
en de eigenaren en de Braziliaanse schipper van de "Kingfisher".
Verder komen een paar mensen van de J-klasser "K7"
voorbij, een van 's werelds mooiste en beroemdste wedstrijdjachten.
Een kwartiertje later zien we hem uitvaren, wat een pracht.
Een ouderwest motorjacht begeleidt hem, ze moeten vast binnenkort
naar Antigua voor deelname aan de classic aldaar.
Richting
Saba
Als
we de baai van Gustavia uitvaren blijkt de wind zodanig dat
we de parasailor kunnen gebruiken. Spannend, want hij grijpt
nu lager aan op de mast. Het kost wel wat zweetdruppels om
alle lijnen en schoten in de brandende zon klaar te maken.
De eerste keer hijsen gaat alles fout endraait hij een aantal
slagen om zijn as. Zakken maar weer. De schoten er weer af,
terugdraaien en opnieuw proberen. Meer succes, het lukt en
hij bolt zich. Toch heeft hij last van het grootzeil en het
feit dat deschijnbare wind af en toe onder de 8 knopen zit.
Hij zit ook veel lager dan voorheen waardoor hij helaas makkelijk
tegen de zeereling kan schavielen en zelfs in het water kan
zakken. Saba komt met 6 knopen dichterbij en voor we het weten
zien we al een vliegtuigje landen op de kortste nationale
airstrip ter wereld, aangeprezen door Lonely Planet. De noordkust
van Saba is zeer ruig, steile rotswanden, geen tekenen van
menselijke bewoning. We draaien om de prachtige puntige lavarotsen
heen en binnendoor de witte door zeevogels bewoonde Diamantrots
zodat we Wells Bay voor ons hebben. Aan de moorings is het
druk, geen wonder met dat rustige weer.

worsteling
met de parasailor

hij
staat! op de parasailor (als halfwinder) naar Saba
We
ankeren op 10 m en stappen in de rubberboot voor een snorkeltocht
bij de punt. We zijn niet de enigen, opvarenden van een driemaster
zijn ook aktief en kanoën zelfs door de tunnel. Na ons
snorkelen varen we ook door de tunnel die ruimer is dan voorheen.
Weinig deining, dus makkelijk te bevaren. We sluiten de dag
af met een cocktail en een groene flits. Na het diner liggen
we nog een tijdje op het voordek naar de volle maan en het
imposante spel van de wolken te kijken. De natuur laat zich
van alle kanten bewonderen.
donderdag
9 april
Saba,
een wonderlijk eiland
We
tuffen naar de haven om de hoek, een afstand van een paar
mijl. Zelfs het laatste stuk, altijd tegen de wind in, blijven
we redelijk droog. In de haven wacht ons een teleurstelling:
de mooie muurschildering is vernield en wordt afgebroken?
Onbegrijpelijk. Als ik een kijkje neem achter de muur ligt
dat vol met steenbrokken. Een man van een duikschool komt
op ons af en waarschuwt ons niet daar te blijven staan: twee
weken geleden iseen stuk berg naar beneden gekomen, heeft
een meisje gewond (been gebroken) en het gevaar is nog niet
geweken. Er is een grintwal opgeworpen om vallende rotsblokken
daarin te kunnen smoren. Het gebeurde op zondagmiddag terwijl
veel kinderen aan het zwemmen waren, een echte familiedag
in de haven. Een wonder dat er niet meer gewonden (of erger)
waren.

de
muur met grintwal

rotsblok
geweld, einde muurschildering
De
havenmeester was niet aanweizg, wel twee man/vrouw security.
Later maar terugkomen was hun advies. Leuk om dat in het Nederlands
te horen. Intussen waren onze gasten al verdwenen, ze kregen
van de eerste passerende auto al een lift. Ook wij hadden
even later geluk: we werden door een man van Dominicaanse
afkomst voor de kliniek afgezet.

liftend
naar Windward
Hier
werden we ontvangen door zuster Joyce en we hoefden niet lang
te wachten voor Gijs in smetteloos wit pak verscheen. Hij
was al met zijn spreekuur begonnen, in de wachtkamer zaten
mensen, ook een moeder met een kleine baby. Hij nodigde ons
uit in de spreekkamer en even later kon ik mee naar de ruimte
waar het consultatiebureau nu wordt gehouden. Moeder, kind
en oma zaten er al. Zr. Joyce had al de voeding doorgenomen.
Zoals dat gaat in een kleine gemeenschap kende Gijs oma en
de rest van de familie ook. De baby werd gezond verklaard,
een klein tenger mannetje, geboortegewicht 2500 gram. We namen
afscheid en wilden Joke thuis hoog boven Windward ook bezoeken.
We lopen door het dorpje Bottom, heerlijk kneuterig, mooie
plaatjes.
Bij
een Art galerie stappen we naar binnen en genieten van mooie
doeken, veel Sabaans kantwerk en kopen zelfs een mooi katoenen
overhemd. Daarna gingen we tegenover de ingang van de Medicalschool
staan liften en het duurde even voor een bestelwagen van de
bloedtransfusie voor ons stopte. Er moest een monster naar
het vliegveld worden gebracht.
In
Windward stapten we uit en beklommen de heuvel waar het huisartsengezin
woont. Leuk weerzien, de Paashaas was ook alop bezoek geweest
en we kregen chocolade Paaseitjes en speculaas bij de koffie.
Onwezenlijk om hier Pasen te vieren. In de namiddag komen
de broers van de Nederlandse catamaran "Lion Prince"
op bezoek. Ze blijken ons al jaren te kennen via onze website.
Naar
"Nederland's" hoogste bergbtop: Mount scenery (1064
treden)
René
en Ria halen het, voor Alex is het teveel van het goede, hij
verkiest de Ecolodge voor koffie met gebak. Het regenwoud
is weer prachtig, en de gasten zijn trots op hun prestatie.
Na de gezamenlijke lunch bij Tropics liften we terug naar
Bottom. Wie stopt er? Joke, en we proppen ons met 4 op de
achterbank in haar toch al niet zo grote auto, het is niet
voor ver gelukkig al stapt Alex wat gekreukeld uit. Na rondkijken
in Bottom scheiden onze wegen en gaat René naar de
Ladder. De andere 4 per dinghy terug naar de Zeevonk, maar
voor we zover zijn staat René al onderaan de ladder,
dan maar eerst hem oppikken. Hoewel? Hij zal toch te water
moeten, teveel branding voor naar het strand met de dinghy.
Wandelschoenen om de nek, nog even een stukje terug toen bleek
dat de waterfles te water was geraakt, maar dan hijsen we
hem aan boord.

door
het regenwoud naar de top

met
diploma over de eindstreep

de
waakhonden (?) van Julianahotel

de
befaamde 'Ladder' met halverwege het douanehuisje

te
water onder aan de ladder

de
bemanning van de 'Lion Prince'
Een
zware nacht
's
Avonds komt een groot motorjacht naast ons liggen. Het is
de "Shalimar", twee jaar geleden lag hij in de lagune
van St. Maarten en konden we mee liften op zijn wifi. Laat
hij ons nu ook nog die service bieden! Het lukt om de post
binnen te halen. Updaten van de website gaat niet. De deining
neemt toe en 's nachts worden we opgeschrikt door stevige
windvlagen zodat we als een soort speelbal aan de ankerketting
rukken. De branding wordt steeds luider en is niet ver weg
lijkt het in het donker. Het ochtendgloren dienen zich aan,
de volle maan zakt aan de westelijke horizon. Alles wordt
wat overzichtelijker.
vrijdag
10 april
Pittig
tochtje naar Statia
Zelfs
hoog aan de wind halen we het niet. We moeten een paar slagen
maken. De golven halen royaal de twee meter, de wind uit de
oosthoek zit op 5 à 6 Bft. Onze crew geeft geen krimp
en Statia met zijn olietankers wordt groter aan de horizon.
We kruisen tussen de tankers door (334 m lang is de grootste,
een Griek, Castor Carolus uit Pireaus). De werkbootjes varen
af en aan, de zeeslepers liggen op station. We ankeren tegenover
het Golden Era hotel waar dit keer Joanna niet staat te zwaaien.
Zeker een vrije dag. Het havenkantoor is gesloten en zonder
inklaren gaan we het eiland op.
Eerste
bezoek aan Oranjestad
In
de namiddagzon zijn duidelijk de resten van de fundamenten
van de pakhuizen uit de golden era te zien. Er is enige aktiviteit
langs de weg: men is bezig met de opbouw van een paar standjes
en een podium. We weten dat dit voor de 2e Paasdag is: het
is hier dan feest. We gaan aan de piña colada op het
terras van Golden Era om te wennen aan het land. De Zeevonk
ligt er nu rustig bij. Dan beklimmen we de slavenweg, nemen
een kijkje bij de katholieke kerkdienst waarvan het gezang
ons tegemoet kwam. Het museum is gesloten, de poort van het
fort staat zoals altijd uitnodigend open. In het namiddaglicht
maken we mooie plaatjes, het uitzicht over de baai is nu ook
optimaal. We kijken even achter de enige gevangenisdeur die
niet op slot zit: het blijkt nu een kantoortje met een computer.
Vanaf de kantelen ziet René een soort modeshow onder
zich op het podium waar we eerder langsliepen. Goede reden
om weer af te dalen, alles is toch gesloten. We nemen plaats
op een boottrailer die daar toevallig aan de kant van de weg
staat en zien hoe er wordt geoefend met bevallige pasjes voor
op de catwalk. Nog even zwemmen/snorkelen voor de zon ondergaat.
Zowaar het levert een prachtige vis op die onder de boot blijkt
te schuilen(?), hij lijkt op een haai en op een remora (haaien
sucker) en met het boek erbij komen we uit op een cobia. Schitterende
gestroomlijnde vis met een opvallend gedrag: hij lijkt niet
echt bang voor snorkelaars.

na
de dienst in de RK-kerk uit begin 1900

de
rol van Statia bij de erkenning van de USA

de
eerste kraampjes verschijnen

ooit
was dit een steiger special voor Koningin Juliana

oefenen
op het podium

de
verlegen toeschouwers
zaterdag
11 april
Start
van onze Spirituele zeilreis: We
besteden deze themareis aandacht aan de 7 chakra's, en in
combinatie daarmee de 4 elementen. Vandaag de 1e chakra, bedoeld
om beter te "aarden" en terug te komen in de natuurlijke
basis. zekerheid, overleven, stabiliteit, oervertrouwen. Het
wortelchakra kun je stimuleren met Afrikaanse percussiemuziek
maar wij kiezen voor de Slagerij van Kampen. De bijbehorende
kleur is rood en het zintuig de reuk. Voor aromatherapie past
hierbij kruidnagel, rozemarijn en cypres. Joke gebruikt als
ondersteuning voor de "chakra reis" de Chakra Atlas
van Kalashatrra Govinda (ISBN 978-90-6378-432-4). Al heel
toepasselijk is vandaag de beklimming van de Quill, (Kuil)
en dan ook nog de krater in, het summum van "aarde"!
Beneden wachten enorme bomen, met dikke wortels. We voelen
ons erg "oer" en poseren zelfs au nature bij de
Adam & Eva boom. Als je eenmaal een thema in gedachten
hebt, zie je in veel om je heen een bevestiging daarvan. De
Rosemaryweg, en veel rode bloemen om mee te beginnen. Adam
& Eva, de basis van het mensdom?
Beklimming
van de Quill
Natuurlijk
is een bezoek aan de krater van de slapende vulkaan het volgende
evenement. Het kantoor van Stenapa is gesloten dus kunnen
we geen jaarwandel- en snorkelbadge kopen. We gaan het steile
pad achter de duikschool omhoog, gelukkig is het licht bewolkt,
scheelt in de hitte. Dan volgen we de handgeschilderde borden
'Quill'. De Rosemaryweg gaat redelijk steil omhoog, onderweg
worden we door waakse honden toegeblaft. Ook hier en daar
scharrelend pluimvee. Hun piepende kroost is geen paasei geworden.
Bij het begin van het pad zoeken we een geschikte wandelstok
en dan omhoog. Dit keer geen rollende heremietkreeften in
hun huisjes, ook de slangen zijn nog niet wakker. We horen
wat vogelgeluiden, de bekendste zijn die van de overal zichtbare
duiven. Bij de kraterrand genieten we van het uitzicht. Heel
even voelden we wat spetters, maar echt regenen ging het niet.
Dan de krater in, eerst een houten trap maar niet lang daarna
een geeloranje lijn waaraan je je kan vasthouden als je over
brokken rots afdaalt. Beneden is het eerste de Adam&Eva
boom/bomen: enorm dikke elkaar omarmende bomen. We maken een
Adam&Eva dubbelportret, misschien voor publikatie in "UIT",
het naturistenmagazine? We zijn nog geen twintig meter verder
als onder donderend geraas een zware tak naar beneden stort.
Beneden in de krater is nog een rondweg die langs andere geweldige
bomen voert. Ook wijst René ons op de bomen die hoog
op hun wortels staan en waar je onderdoor kunt kijken: de
zgn. rasta-bomen. We klimmen weer naar boven waar Alex geduldig
op ons heeft gewacht. Dan in flink tempo de afdaling naar
het dorp. Onderweg een red belly racer slang, verder geen
bijzonderheden.

een
knuffel voor de tourist tree, maar de gomboom blijkt te plakken

op
het randje van de vulkaan

Adam
& Eva bomen in de krater van de Quill
Geen
Intermezzo, hoezo?
We
komen aan bij ons koffiehuis van Maaike en Devon, blijkt het
gesloten, sowieso op zaterdag, maar nu ook met de Paasdagen.
Jammer voor ons uitgedroogde gezelschap. We strijken uiteindelijk
neer bij het terras van Old Gin house voor wat vocht. Daarna
zoeken we de boot weer op.

onze
vrienden hebben het Paasweekend vrij
Geweldige
oversteek naar St. Kitts
Optimaal
weer en windrichting, we zeilen rechtstreeks naar St. Kitts.
Onderweg één keer een paar dolfijnen maar wij
gigngen voor hun duidelijk de verkeerde kant uit. De White
Wall werd snel kleiner en alras worden de details van het
fort op Brimstone Hill zichtbaar. De wind blijft redelijk
maar nu worden we toch iets naar buiten gezet. Dat betekent
vlak voor de ondergaande zon nog een slag van 3 mijl voor
we in het schemerdonker het anker voor de veerbootsteiger
en het strand van Basseterre laten zakken.
zondag
12 april
Wat
brengt Eerste Paasdag op St. Kitts?
We
varen de marina in. Een stevig gebouwde vrouwelijke security
officer heet ons welkom met de boodschap dat we US$ 5 mogen
betalen voor de dinghy. Een taxichauffeur staat al klaar en
een kontrakt is snel gemaakt: voor US$ 80 verzorgt hij een
drie uur durende tour met zijn luxe bus. Een man met 'immigration'
verwijst ons naarhet kantoor op de cruiseshipsteiger, ze zijn
dus aanwezig. Wij met de scheepspapieren erheen. De douane
laat ons weer alle formulieren invullen ondanks dat Joke meldt
dat we al in het nieuwe computersysteem staan. We moeten hem
en daarna de havenauthority betalen. De immigratie mag op
Nevis. Dan zijn we eindelijk vrij...

Paastafel
Er
is geen cruiseschip en het is eerste Paasdag, dus alleen de
kerk en de Chinees zijn open. Dat betekent eerst maar wat
klussen op de boot. Drie uur later komt de taxibus met onzse
gasten het ronde plein op rijden en biedt de chauffeur aan
ons naar een eetgelegenheid in Frigate Bay te brengen. We
stappen in want het broodbakken ging niet door, het deeg wilde
niet rijzen. We rijden het luxe gebied met golfbaan en groot
Marriothotel binnen en komen bij het strand waar in een restaurant
een gezellige drukte heerst. Er is een Paasbuffet en er wordt
snel een tafel voor ons gezelschap klaargemaakt. Een steelband
van één persoon met geluidsapparatuur speelt
toepasselijke muziek. Het strand voorzien van volleybalnetten
is nog leeg. Later zien we families in het nabije park picnicken
onder de bomen en daar achter ballen aan rennen. Als de chocoladecake
op is zoeken we onze taxi weer op, hij brengt ons terug en
na nog een korte stadswandeling is het tijd om weer Zeevonkwaards
te gaan.

uitzicht
op Statia vanaf Brimstone Hill Fortress
Spiri:
Ook vandaag houden we ons bij het thema aarde.
Hierbij past steelband muziek bij de Paas brunch. 's Avonds
drinken we oranje-rode killerbee cocktails, de Sunshine Bar
is overwegend rood geschilderd. De avondlucht is helemaal
in stijl...
Ritje
naar Nevis (10 mijl)
Onder
ideale weersomstandigheden, een noordoosten wind, kracht 3-4,
en bijna glad water halen we de 7-9 knopen. Leuk voor de gasten
om het sturen te oefenen. Bij het oversteken van het zeegat
even wat hogere golven. We zoeken een van de verplichte moorings
op. Twee bekende boten: de Shalimar (Saba) en de geel/groen
witte catamaran Kangaroo (St. Anne). Vanaf het strand luide
muziek vanuit een in rastakleuren geverfde strandtent.
Weer
last van killerbees
We
hebben geen keus, we moeten naar het strand, Pinney's Beach.
Immers de Sunshinebar hier heeft een unieke mix te bieden:
de 'Killerbee'. Het vorige bouwsel is door het hurricane Omar
geweld verwoest. Er staat nu een nieuwe verzameling overdekte
picnictafels in rastakleuren. De 'killerbees' staan nog op
de lijst en we hoeven niet lang na te denken. We genieten
van de mensen om ons heen, maar vooral van de spelende en
dansende kinderen. Joke maakt een paar schitterende foto's.
Alex laat wat van zijn salsa danskunst zien, Ria krijgt les.
Pas in het donker keren we terug.

dansles

de
befaamde 'killerbee'

dansles

einde
1e Paasdag
maandag
13 april
Spiri:
Yoga op het strand
Joke
verzorgt de Yoga op het
verlaten strand. Ter kennismaking wat eerste ademhalings oefeningen,
en een paar oefeningen om de nek en schouders los te maken.
Balans zoeken met "kraai", "kikker" en
"boom" en dan is het heerlijk langdurig ontspannen,
bij het rollen en ruisen van de zee. We zwemmen heen en terug,
onderweg nog een schildpad gescoord en een mooie snorkel gevonden.
Verder weinig vis. Vandaag is het element water... en de kleur
is oranje. Gisteravond al een voorproefje op de 2e chakra,
die je o.a. kunt stimuleren met salsa dans! Uit praktisch
oogpunt bakenen we de dagen (2 per chakra) niet al te streng
af, waardoor de thema's in elkaar kunnen overvloeien, we bedachten
met elkaar hiervoor de kreet transition. Vooruitlopen op een
thema vinden we dus geen probleem. De muziek bij vandaag (water)
is het voorjaar van Vivaldi. Als we aan het eind van de dag
het werk van de 5 fotografen op het grote tv scherm bekijken
valt ons op dat ronde vormen vandaag overheersten. Het 2e
chakra heeft 6 bloembladen rondom een ronde kern. René
trok deze vorm vanmorgen vroeg in het zand en we legden onze
yoga matjes/handdoeken hier omheen. Vandaag letten we extra
op veel water en kruidenthee drinken. Het 2e chakra (seks
of sacraal centrum) versterkt de levenslust, lichamelijke
en zinnelijke vreugde, en ook creatieve energie.
Met
Watusi Nevis verkennen
Hij
staat ons op te wachten bij de dinghysteiger lijkt het. Al
van verre zwaait hij: Watusi de meer dan 2 m lange rasta muzikant
en taxichauffeur, We wandelen eerst het stadje door naar de
'police station' voor de immigratie. Dat we geen papieren
van Statia hebben wordt begrepen hoewel zij met Pasen wel
hebben moeten werken denk ik. Dan stappen we in de luxe bus
van Watusi en gaan dit keer tegen de klok in het eiland rond.
Hij vertelt dat de palmbomen door een ziekte geen toppen meer
hebben. Wij hebben steeds gedacht dat de kruinen er met een
storm uitgewaaid waren. Er wordt zowaar gebruik gemaakt van
de golfbaan. Het vliegveld is verlaten, weinig verkeer hier
al is het een internationaal vliegveld. Deze dag waren er
ook paardenrennen maar daar hebben we niets van gezien, de
racebaan was leeg. Misschien ging dat 's middags gebeuren.
De resten van de suikerfabriek staan weer garant voor vele
mooie plaatjes. Vervolgens naar de Golden Rock om aapjes te
kijken. Die springen al over de toegangsweg zodat we aardig
aan onze trekken komen. Golden Rock plantage is aan het bouwen,
er zijn mooie terrassen bij gekomen waarvan een met een ouderwets
aandoend koepeltje. We gebruiken er niets al stond op het
dessert carrotcake waar Alex op kickt. De volgende stop is
Montpelier waar meteen een tafel voor ons wordt klaargemaakt
en we eerst een heerlijke smoothy drinken bij het zwembad.
Leuk om te zien wat voor mensen hier komen: duidelijk de beter
gesitueerde Engelsen. Het hete zwavel voetenbad bij de stad
is bezet door twee lijvige zwarte heren die daar uitgebreid
in hun slip aan het poedelen zijn (met zeep hoewel dat is
verboden). Gelukkig is er ook een niet overdekt bassin waar
wij onze voeten een beurt geven. Bij de haven nemen weafscheid
van Watusi, na weer een cd van hem te hebben gekocht. De weg
naar de steiger is afgezet: politie en kustwacht zijn een
snelle motorboot aan het onderzoeken. We mogen passeren, de
politieman kent ons, heeft een paar uur geleden onze immigratie
geregeld.

het
verlaten vliegveld van Nevis

een
smoothy (in de juiste kleur) bij Montpelier plantage

balspel
met stenen

kookpotten
van de rumfabriek

je
voeten wassen in heet zwavelwater
dinsdag
14 april Reparatie
gescheurde achterlijk genua
Mooi
als je een amateur zeilmakers naaimachine aan boord hebt.
Even instellen en de plakstrip vastnaaien. 's Morgens vroeg
bij weinig wind weer hijsen, schoten eraan en inrollen. Klaar
voor gebruik!

genua
uit zijn achterlijk gewaaid

klaar,
hij kan weer omhoog (onhandelbaar ding)
Naar
Little Bay, Montserrat
(32 mijl)
Een
van de grotere oversteken en mooi als het rechtstreeks kan.
Het begint goed, we kunnen op Redonda (het literaire koninkrijkje)
aansturen. Voor ons zien we een monohull die zo hoog komt.
Maar na Redonda kunnen wij die hoogte niet meer houden, dat
wordt slagen maken aan het eind. Daar begint de zee te koken,
vlagen van meer dan 30 knopen schijnbare wind teisteren ons.
De al ingerolde genua rollen we nu helemaal in en op 1e rif
en fok en even later de motoren erbij maken we slagen naar
Little Bay. Daar ankeren we voor het strand in een weldadige
luwte. Op tijd voor de douane die na vier uur overtime van
100 EC dollar rekent! We passeren de slagboom en na nog een
keer een formulier invullen mogen we op verkenning.
Toer
met George
We
worden direct door taxichauffeurs aangeschoten en Joke maakt
een deal met ene George die ons herkende: eerder vlak na een
aswolk had hij ons ook al rondgereden, toen met mondkapjes.
Hij tond al bij de kade vanaf 7 uur 's morgens, nu om half
4 zijn we zijn enige klant vandaag. Hij is dan ook blij met
ons. We worden in zijn auto gepropt (vier man op de achterbank),
later ruilt hij de auto in voor een busje. Hoogtepunten zijn
een bezoek aan het vulkaan observatorium met een videopresentatie,
de wandeling door de modderdelta met huizen die tot halverwege
in de modderstroom zijn verdwenen en de wandeling naar de
top van de Garibaldi berg met een wonderlijk uitzicht over
de hoofdstad die nu een ware spookstad is (sedert de grote
uitbarsting van 1995).

de
modderrivier

uitkijken
dus

zeker
het bord niet gelezen?

goed
te zien hoe de hoofdstad Plymouth door de lava/modderstroom
is verzwolgen
Spiri:
de
tweede dag voor het 2e chakra. We blijven letten op oranje.
Oefening om de hand chakra's gevoeliger te maken,en elkaar
energie door te geven. Je kunt sceptisch staan tegenover teveel
"zweverij" maar als je dan de energie tastbaar voelt,
kun je het makkelijker accepteren. Elke dag trekken we 's
morgens een Power Thought Card, van Louise L. Hay. Positieve
affirmaties. Ze zegt: "Affirmations are like planting
seeds in the ground. It takes some time to go from a seed
to a full-grown plant. And so it is with affirmations- it
takes some time from the first declaration to the final demonstration.
so be patient." We schrijven elke dag onze affirmatie
op een groot vel papier. Bijna steeds past de intuitief getrokken
kaart bij de persoon en zijn/haar stemming of emoties. Ook
vandaag is het heerlijk om een korte massage te geven en te
ontvangen. Op de voeten hadden we al wat geoefend, nu nemen
we de handen onder handen... met aromatische olie een weldaad
en leuk om te leren.


my
work is deeply fulfilling...

I
love life!

Divine
wisdom guides me
woensdag
15 april
Spiri:
de 3e chakra, de solar plexis aan de beurt. VUUR, kan het
mooier als je wegzeilt van Montserrat langs de lavastromen
en de rokende vulkaan? Muzikaal beginnen we de dag met Soul,
de keuze van René. Hij trekt toepasselijk een T-shirt
aan met SOUL erop! Later vandaag is dat Chopin en Brahms,
mijn (J) preferentie. De kleur voor vandaag is geel. Gisteren
onderweg naar het uitzichtspunt op Montserrat zocht ik naar
gele bloemen, het rood overheerste echter en George plukte
heel galant een mooie bos roze. Vanavond wil ik iets met vuur
en koop bij de Spar op Guadeloupe, in Deshaies, grote gamba's
want hiervoor heb ik een Frans Creools recept, au rhum flambée!
Erbij kiezen we voor vers stokbrood, een romige dipsaus en
lekkere Franse kaasjes en droge worst (helemaal los van het
thema maar erg lekker).

VUUR
element: gepeperde chocolade
Zware
tocht naar Guadeloupe (43 mijl)
Het
onvolprezen weerprogramme www.windfinder.com laat voor de
hele dag 17-18 knopen wind zien uit het oosten. Golfhoogte
1,90 m, periode 5-6 seconden. Vrij steile golven dus. De windsnelheid
komt hoger uit, eigenlijk is het steeds 6 Bft met vlagen.
We begonnen met een rif en hadden motor ondersteuning nodig
als de wind wegzakte achter het eiland en de golven de baas
waren. Eenmaal naast het eiland genieten we lange tijd van
de fantastische uitzichten op de vulkaan. Rookslierten stijgen
omhoog, de zon schijnt op de onderkant en oude lichtbruine
modder/lava stromen zijn duidelijk te zien. Waar eens het
vliegveld was aan de kust is het nu half verdwenen. Ook is
de stroom een heel eind de zee in gelopen en ontstond er een
soort delta. Waarom er een verboden strook is van 4 mijl uit
de kust weet ik niet, het slapende monster ziet er zeer vredig
uit. Aan bakboord is Antigua duidelijk te zien, recht voor
ons nog geen spoor van Guadeloupe. Als de wind constanter
wordt is het rif dat ik er een half uur geleden uithaalde
toch weer nodig. De steeds hogere oceaangolven komen ruim
boven de twee meter en de boot maakt soms heftige bewegingen.
Een heel enkele keer kletst een golf tegen de zijkant en komt
er water bovendeks. Een heel fijne sproei komt van achteren
en langzaam groeit een laagje zoutkristal op het dek. Langzaam
maar zeker komen de contouren van Guadeloupe in zicht, we
moeten dan nog zo'n 30 mijl. De wind doet wat beloofd was
en komt iets noordelijker in zodat we nu rechtstreeks op Deshaies
kunnen afkoersen.
De
bemanning houdt zich erg rustig, dut wat en Joke zit binnen
adminisratie en foto's te doen. Op zijn tijd een dorstlesser
en de lunch, heerlijk uitgebreid en dat onder deze toch vrij
ruwe omstandigheden. René informeert zelfs voorzichtig
of wij ook zouden uitvaren als we samen zouden zijn. Hij heeft
gelijk, het is niet echt comfortabel. Onderweg zien we slechts
één ander zeiljacht, wat een verschil met het
IJsselmeer en de Waddenzee. Gelukkig nadert Guadeloupe snel,
af en toe halen we acht knopen omdat we iets ruimer kunnen
varen. Eenmaal bij Deshaies valt de wind ineens weg, tijd
om de zeilen op te bergen. We vinden een plek aan de noordkant
van de baai naast het koraal zodat we zo van de boot af er
kunnen snorkelen.
Het
dorpje met zijn kerk ziet er gezellig uit, heel anders dan
het havengebeuren op Montserrat. Er ligt een Frans kustwachtvaartuig
in de baai en we zien een rode rubberboot tussen de geankerde
boten varen. Onze rubberboot ligt nog niet in het water of
wij zijn ook aan de beurt. Drie aardige mannen willen weten
waar we vandaan komen, en of we ooit naar Europa terugvaren
enz. Onze antwoorden zijn kennelijk goed, ze blijven zeer
vriendelijk en wensen ons een goede reis.
donderdag
16 april
Snorkelen
in de vroege ochtendzon, dan koffie en pain chocolat, hoe
kan het ook anders, in het dorp. Geld pinnen (weer terug in
euroland), kaarten posten, groente en fruit kopen kortom een
relaxed begin van de dag. De Fransen zijn wat heftig in hun
gedrag: een stel daklozen(?) zitten voor ons een grote pils
te drinken. Dan komt een jonge vent langs die tegen een begint
te schelden. Het wordt een handgemeen met kopstoot waar zelfs
het meubilair aan te pas komt. De mensen op het terras stappen
op. Een jonge man probeert te sussen hetgeen lijkt te lukken.
Later komt diezelfde jonge man met een prachtige bloem aanzetten
die echter niet door de vrouw achter de toonbank wordt geaccepteerd.
Ria ziet dat hij die uit de kerk heeft gepikt.

hoe
lang blijft hij nog voor dat terras liggen?
Weer
onder zeil, nu naar Pigeon eiland (8 mijl)
We
zeilen op alleen de genua en na een flitsende start wordt
het tobben. Achter elkaar valt de wind weg, draait en komt
weer met vlagen terug. Je blijft draaien aan het stuurwiel,
de autopilot is niet snel genoeg. Het natuurreservaat genoemd
naar Jean Jacques Cousteau mag zich verheugen in een grote
belangstelling van duikers, kanoërs en snorkelaars. Er
zijn maar twee gastenboeien die bezet zijn als we arriveren.
Ook tussen de eilandjes is het druk: daarom maar voor anker
in de baai van Malendure. We hebben de lunch nog maar net
op als we de twee jachten bij Pigeon eiland zien vertrekken.
Onze kans en jawel: twee vrije moorings. Toch ook even tussen
de eilandjes kijken en ook daar is het vrij. We maken daar
vast en gaan te water: glashelder, veel vis, minder mooi koraal
maar het is er altijd al wat kaal geweest tussen de eilandjes.
Verder,
nu naar Rivière Sens(12 mijl)
Pas
tegen drieën gaan we verder en ook nu een prima start
met 7 knopen op alleen de genua. Later verdwijnt de wind om
een paar mijl verder pal tegen te worden, eerst nog matig
maar al snel zo'n 20 knopen. Onze snelheid op de motoren zakt
naar2-3 knopen. Wat nu? Toch op zeil verder tegen stroom en
wind? Ik kies voor motoren vlak langs de kust en zowaar met
succes. Als Joke dan ook nog met eigengebakken Creoolse visballetjes
komt en Basseterre verbij trekt zijn we klaar voor het bijna
dagelijks gebeuren: de groene flits! Een schitterend natuurfenomeen
dat zich hier vaak laat bewonderen (als je maar weet hoe het
eruit ziet). Dan ankeren we voor het srtand van Rivière
Sens, de eerste keer niet naar het zin van een Engelsman die
gebaart dat we te dicht voor hem liggen. We gaan een stuk
naar voren waardoor we nog meer in de luwte komen te liggen
want hier staan behoorlijke windvlagen om de berg. Wie schetst
onze verbazing als we al tijdens het diner de Engelsman langzaam
achteruit zien gaan. Het duurt even maar dan verschijnt er
een lichtje op zijn voordek en nog veel later schiet hij vooruit
en komt notabene dicht bij ons liggen, dichterbij dan toen
hij het gebaar maakte! Wij hebben gelukkig niet snel last
van onze bloeddruk en zien het tafereel rustig aan. Zij blijven
nog een tijdje op hun voordek de wacht houden om te zien of
hun anker nu wel houdt.

onze
buurman bij Rivière Sens
vrijdag 17 april
De
vulkaan op met taxihulp
De
hoogste top van de Kleine Antillen is La Soufrière
van 1476 m, meestal gehuld in de wolken. Een uitdaging voor
ons om ook die vulkaan te beklimmen na die van Saba en Statia.
Je kunt met een auto tot zo'n 1000 m komen, de rest moet je
zelf doen. Met hulp van een straatveger bij de capitainerie
lukt het na verschillende telefoontjes om een taxi voor 5
personen te regelen. Het is een zeer nieuwe luxe Citroën
C4 met een aardige alleen Frans sprekende chauffeur die ons
over de kronkelende weg naar boven brengt. Daar staat het
al vol met auto's, we zijn duidelijk niet de eersten en ook
niet de enigen! We spreken een tijd af en gaan op pad. Het
eerste deel gaat door regenwoud en men is met dagelijks (?)
onderhoud bezig: de goten worden geveegd, de bladeren van
het kasseienpad geblazen. Als we deze geluiden achter ons
hebben gelaten horen we de vogelgeluiden om ons heen en genieten
we van de koele vochtige lucht die hier heerst. Bij een open
stuk hebben we ons eerste uitzicht: in het zuiden de mooie
eilandengroep Îles des Saints, in het westen de kust
van Guadeloupe met de hoofdstad Basse-Terre. Het pad voert
naar een parkeerplaats die wel op de kaart staat maar niet
als zodanig wordt gebruikt. Hier isook weer veel informatie
- uitsluitend in het Frans - o.a. dat de route van de categorie
'difficile' is en niet 'moyen' zoals in ons wandelboek.
Hier
start de echte trail en dat weet je meteen: over keien en
rotsen klauteren en af en toe een beter stuk. Nog 325 m omhoog.
Hele gezinnen doen het zelfde en je hoort overal Frans om
je heen. Af en toe even genieten van het uitzicht dat bij
elke bocht weer anders is. De conditie gaat meespreken en
we passeren mensen die staan uit te puffen. De zwaveldampen
worden sterker en ook de rotsen krijgen steeds mooiere kleuren.
Het wordt ook vochtiger en het duurt niet lang of een zacht
miezerig regentje komt om de hoek. Dichterbij de top lijkt
het drukker te worden, geen wonder hier ontstaan opstoppingen
doordat er met handen en voeten geklommen moet worden. Het
begint nu echt te regenen en om jeheen zie je ineens allerlei
regenkleding te voorschijn komen, men is er op bedacht. Vlak
onder de top is een splitsing en hier zitten vele mensen,
waarschijnlijk te wachten op de rest van hun gezelschap. Nog
een klein stukje steil, de abri voorbij en dan het bord op
de top. Van hier zie je een diep ravijn waar dampen uitkomen.

drukte
bij de top van de Soufrière
Op
de top kan je een rondje maken, leuk in de regen? We doen
het en komen zo weer bij het verzamelpunt terug. Dan verschijnen
Ria en even later Joke, Alex zal hier niet kunnen komen. We
hebben nu nog een half uur voor de terugtocht naar de taxi
volgens mijn horloge/GPS/hoogtemeter. Het gaat nu lekker vlot,
zeker als we in een soort treintje met een paar snelle mensen
afdalen. Opvallend hoe die Fransen dat kunnen, ze springen
van de ene steen naar de andere lijkt het en ook een sprongetje
naar beneden gaat soepel. Moeten we meer oefenen? Bij de bassins
bij de parkeerplaats staat de taxichauffeur al te wachten,
we zijn keurig op tijd maar niet kompleet. Even lekker in
het warme water de voeten verwennen, helaas geen badkleding
bij ons. We wachten, heerlijk opdrogend in het zonnetje, er
is veel om ons heen te zien, met name de mensen die ook terugkomen,
waarvan we een aantal een of meerdere keren zijn gepasseerd.
Dan komen de dames en is nu het wachten op Alex. René
vangt hem een uur later op bij een beekje waar hij juist de
verkeerde richting op wil gaan. De taxichauffeur blijft stoïcijns
en laadt ons in zijn prachtige vehikel. We worden afgezet
bij de marina en dan pas blijkt dat mijn horloge een uur voor
loopt, we waren al met al maar één uur te laat
en niet twee uur zoals we dachten. De vooraf afgesproken prijs
wordt iets verhoogd, logisch. Na een snelle lunch anker op
en naar Îles des Saints, slechts 10 mijl verder.
Een
paradijsje met Scandinavische uitstraling
Het
is nog lang niet donker als we aankomen bij de voet van Pain
du Sûcre, de opvallende basaltpilaren. We ankeren bij
het wrak van het veerbootje op 12 meter diepte. Meteen de
snorkels gepakt en jawel, het bootje ligt er nog in volle
glorie. We zijn de 20.000 mijl op de GPS gepasseerd (vanaf
ongeveer 1 april 2004) en gaan het vieren. Diner aan het veerbootplein
op het balkon van kunstrestaurant Couleurs du Monde, waar
we al vaker wat hebben gevierd. Het straatje met de winkels
is verlaten, hoewel de restaurants open zijn. Op het plein
is het juist druk: tientallen jonge kinderen rennen, rolschaatsen,
fietsen er rond. Typisch vakantiesfeer, waarschijnlijk ook
van wege de Paasvakantie hoewel Franse kinderen altijd laat
naar bed lijken te gaan. De vis van de dag, mahi-mahi, smaakt
prima. De contouren van de verschillende eilanden tegen de
rossige avondlucht doen ons aan onze zeilreizen in Zweden
en Noorwegen denken.

het
suikerbrood van de Saints
zaterdag
18 april
Rustdag
dus klusjesdag
Er
moeten wat kleine reparaties aan het grootzeil worden gedaan,
kan mooi met windstilte. Na de eerste regenbui sinds weken
gaat de zon er lustig op los branden en wordt het heet op
het dak. De volgende klus is de ankerlier: we horen wel het
relais tikken, de lier zelf doet niets. Na een uurtje in de
ankerbak te hebben doorgebracht en ik al een reserve-relais
klaargemaakt had voor montage kwam de aap uit de mouw: de
min-kabel verbinding, notabene een dikke bout door de twee
dikke kousen, blijkt verrot en begon te vonken. Na dit professorisch
te hebben hersteld was alles weer in orde.
Intussen
kozen onze gasten voor een ochtendje Fort Napoléon:
fort beklimmen, van het uitzicht genieten, het museum bezoeken
en de grote leguanen in de tuin bekijken. Na de lunch bezoek
aan het dorpje waar nu een gezellige drukte heerst: de veerboten
vanaf Guadeloupe zorgden voor een flinke aanvoer van dagjesmensen.
Dan
komt een groot zeiljacht met een Nederlandse vlag voorbij
en ankert honderd meter verder: de "Noordhinder"
met Gerrit en Bettina is weer onderweg, we zagen ze op St.
Maarten vanwaar ze even een uitstapje naar Nederland maakten.
zondag
19 april
Vroeg
op pad vanwege gebrek aan wind (?)
De
19 mijl naar Prince Rupert Bay, Dominica, stelt qua afstand
niet veel voor. We vertrekken voor zevenen met een zwaar bewolkte
hemel en hier en daar een bui. Door de Pas de Dames naar het
zuiden en tot onze verbazing maken we meer dan 7 knopen met
een ruime wind. Later zakt de wind wat weg, onze laagste snelheid
komt op 1,9 knopen. Het blijft noordoost dus we hobbelen rustig
verder richting Dominica. Er staat een dwarsstroom van 2,2
knopen dus we gaan als een krab scheef door het water. Op
zee klaart het op, de grijze luchten hangen vooral boven de
eilanden. Lekker muziekje erbij, wie doet ons wat. Half elf
worden we begroet door Alexis die rustig afwacht tot we klaar
zijn met ankeren.
Druk
programma: vaartocht op de Indian River, BBQ met onbeperkt
eten
Het
is zondag dat betekent bbq bij Big Papa, onbeperkt eten, drinken
en dansen tot in de kleine uurtjes. Alexis vervroegt het tijdstip
voor de Indian River van drie naar één uur vanwege
de te verwachten regen later op de middag. Voor de zekerheid
controleer ik nog even het anker: de ketting volgend die zigzag
tussen de koraalblokken doorgaat kom ik na 45 m bij het het
anker dat achterstevoren los op de stenige bodem ligt. De
ketting ligt keurig om een koraalblok. Mocht het echt hard
gaan waaien dan blijft daar het anker wel achter liggen. De
bijna tien meter diepte nodigt niet uit om even handmatig
het anker in positie brengen.
Een
geweldige Indian River tour
Alexis
heeft zijn jonge buurman meegenomen als roeier. Hij vaart
eerst langs de wrakken die nu in aantal zijn verdubbeld sinds
het geweld van hurricane Omar in het afgelopen najaar. Twee
grotere vissersboten en een soort vrachtveerbootje zoals hier
tussen de eilanden pleegt rond te varen hebben de verzameling
aangevuld. Een van de vissersboten ligt op het strandje van
de markt waar altijd de kleine visbootjes op het strand worden
getrokken om daar van hun lading vis te worden ontdaan. De
ingang van de Indian River is bijna geheel versperd door het
vrachtscheepje waarvan een schroef al verwijderd is. De steiger
van de boatboys is ook al beschadigd. Onbegrijpelijk dat ze
die niet opknappen, nu schaven hun houten boten tegen het
kapotte beton.

Kevin,
roeileerling van Alexis

primitief,
maar het werkt en is makkelijk te repareren

leguaan
boven ons hoofd: Johnny Depp?


Na
het kopen van de kaartjes in het kantoortje voor het natuurgebeuren
en ze weer af te geven bij de bewaker aan de ingang van de
rivier mag de jonge buurman Kevin aan de riemen. De roeidollen
bestaan uit twee stokjes, de al aardig versleten riemen moeten
hier tussen bewegen. De jongeman heeft het zwaar: tegen wind
en stroom in en Alexis neemt het al snel van hem over. We
krijgen de bekende informatie over de natuur en stoppen even
bij een leguaan die op een tak boven het water zit. Ze noemen
hem hier Johnny Depp naar de filmacteur die de hoofdrol speelt
in Pirates of the Caribbean. Deel twee is hier opgenomen.
Landkrabben tussen de boomwortels verschuilen zich als we
langzaam de rivier op gaan. Vissen komen met hun vinnen boven
water, het lijken forelachtige. De zon prikt hier en daar
door het gebladerte en zorgt voor schitterende belichting.
De grote boomwortels zorgen voor een mysterieuze sfeer. Verschillende
vogelgeluiden om ons heen. Alexis is duidelijk in zijn sas,
wij genieten, hij ook. Hij vertelt veel en met warmte over
zijn jeugd, opgegroeid aan de oostkust, levend van wat het
land te bieden had.
We
leggen aan bij het steigertje van het oerwoudrestaurant. In
de loop der jaren is hier veel veranderd. Nu zijn de tafels
beschilderde kabelhaspelsen de stoelen stukken boomstam waar
een hoek uit is gezaagd. Een groepje mensen - eigenaar? en
vaste klanten? - zit aan een tafel met een blanke vrouw die
later Canadese blijkt te zijn die hier voor een paar nachten
logeert. We worden uitgelaten begroet en moeten er bij komen
zitten. Een van hun spreekt een beetje Nederlands, is vaak
in Nederland geweest als adviseur voor de ABN-AMRO op het
gebied van grondaankopen. Hier heeft hij zojuist een vulkaan
gekocht omdat hij er zeker van is dat hij binnen een paar
jaar veel geld kan verdienen doordat men hier in de gaten
krijgt dat de warmte gebruikt kan worden als energiebron.
Men begint hier steeds ecologischer te denken. Eigenlijk wil
hij ons ook grond verkopen, maar ja wat moeten we met die
toekomstige rijkdom.

hoe
koop ik een vulkaan?
Alexis
toont zijn kunsten met strippen bamboeblad, maakt hier vogels
en vissen van door ze op eenvoudige manier te vouwen en te
vlechten. Komt goed uit, onze vorige waren al aardig aan het
aftakelen. Het jonge meisje dat ons voorzag van de plaatselijke
rum-punch die hier "dynamite" heet, is ook de kunst
machtig en maakt voor Alex iets moois. Een korte wandeling
door het parkje is de moeite waard: felgekleurde bloemen stelen
de show.


bananenblad
omvlechten tot vogel of vis
Tijd
om weer op te stappen. Dit keer weer Kevin aan de riemen,
stroomafwaarts moet geen probleem voor hem zijn. We komen
nu verschillende andere bootjes met toeristen tegen, de magische
stilte wordt hierdoor een beetje verstoord. Het zonlicht blijkt
nu minder mooi dan op de heenweg en grijze wolken verschijnen.
Als we bij de Zeevonk worden afgezet vallen de eerste druppels.
We hebben maar weer geboft!
Bezoekje
aan de "Dual Dragons"
Een
catamaran met Nederlandse vlag ankert naast ons. We hebben
hem al uren gezien, hij voer een westelijker koers en moest
hoger aan de wind om hier te komen. Hierdoor raakte hij achter
en duurde het een uur langer voor hij aankwam. Het is de Voyager
470 "Dual Dragons" met Chinese letters op de boeg.
We zagen hem eerder op Antigua, in Falmouth Harbour en hadden
toen geen contact. Nu kwam schipper Ben meteen aan dek en
wist zelfs mijn voornaam. Hij kent de Zeevonk, is aan boord
geweest tijdens de bouw en heeft zelf ook gedacht aan een
Kurt Hughes 45. Samen met Nannie hebben ze nu al 4 jaar de
Voyager en is hij achteraf blij voor een kant en klare catamaran
te hebben gekozen. De boot ziet er zeer professioneel afgewerkt
uit, naar blijkt heeft hij veel eigenhandig verbeterd.
Barbeque
bij Big Papa
Aan
lange tafels zittend kom je snel met andere zeilers in kontakt.
Een lange Noor (1 cm langer) zit naast me, hij is te gast
van een vriend, samen met een ander in Kaapstad opgestapt
en via St. Helena is het drietal in de Carieb aangekomen.
Er gaat veel plaatselijk bier om, Hairoun, en ook de bekertjes
rum-punch worden regelmatig bijgevuld. Dan is de bbq klaar
en mogen we in de rij. We zijn er duidelijk laat mee, voor
ons staan mensen voor de tweede ronde en eenmaal aan de beurt
is er niet veel meer over. Maar ik krijg een goedgevuld bord
voor mijn bonnetje, helaas is alles wel al behoorlijk afgekoeld
en kan je niet meer van een warme maaltijd spreken.
De
tafel wordt afgeruimd en het wordt druk op de dansvloer: het
stuk zand tussen de bouwsels dat alweer wat is opgedroogd.
De forse regenbui tijdens het eten was goed zichtbaar in het
licht van de vlammen van een flink kampvuur. De muziek is
niet overmatig luidt, er valt bij te praten. Alles bij elkaar
een bijzondere avond. De opbrengst is voor het bekostigen
van materiaal en personeel om de veiligheid in de baai te
handhaven. Bij meer zeilers hebben de boarboys baat, hun inkomsten
aan tours.
maandag
20 apri
Boodschappen
doen in Portsmouth
We
denken de markt te bezoeken wetend dat zaterdag de grote dag
is. Klopt, vandaag gesloten. Wel een paar kraampjes met verse
groente en fruit in de hoofdstraat. Een zingende straatveegster
op laarzen maakt de goot schoon, ze torst een kruiwagen met
vuil mee. Een behulpzame winkelierster roept een man die ons
via armoedige bouwsels naar een visser brengt die ons best
zijn vangst van gisteren, mahi-mahi en tuna uit zijn diepvries
wil verkopen. De mensen zijn vriendelijk en behulpzaam. Met
een zware tas vol vis, groente en fruit keren we terug.

de
wrakken van Plymouth, Omar heette de laatste hurricane
Beklimming van Fort Shirley
Wil
je een mooi uitzicht, beklim dan een berg. Dat wisten onze
voorouders ook en verdedigingswerken op hoogte hebben ook
meer effekt. Hier in de Carieb is veel gevochten op de eilanden
tussen de Spanjaarden, de Engelsen, de Fransen en de Nederlanders.
In een fort zit je dan veilig en je kunt ook nog op je tegenstanders
schieten met kanonnen. Met Fort Shirley aan de Prince Rupert
baai, Dominica, werd pas in 1771 begonnen. De heuvel op het
schiereiland heeft verschillende batterijen en is een groot
complex dat nu bijne geheel is gerestaureerd. Een grote aanlegsteiger
voor cruiseschepen is er ook al een tijd, je ziet ze er alleen
nooit. Ook kan je daar water tanken, de beste kwaliteit van
de Carieb. We varen met de rubberboot naar de steiger en komen
dan in de ontvangsthal voor de cruiseschepen. In drie talen
borden dat je je boardingpass gereed moet houden. Allerlei
loketten en kantoren. Een bewaker leidt ons door het verlaten
dure doolhof naar een deur en we staan buiten. Voor een bezoek
aan het fort mag je betalen en als dat ook is gebeurd beklimmen
we de heuvel. Vrij grote ruïnes door lianen en bomen
overwoekerd. Het lijkt op een regenwoud maar het is er gortdroog.
Oude kanonnen liggen nog op de originele bronzen karren op
de batterijen. Nergens een teken van leven. De uitzichten
zijn schitterend, in het noorden Îles des Saints en
Guadeloupe, in het oosten de moerassen en bergen van Dominica
en in het zuiden de baai waarin wij liggen. Het hoofdgebouw
van het fort is mooi gerestaureerd en heeft een heus restaurant,
maar ook dat wordt duidelijk niet gebruikt. Waarom komen hier
geen cruiseschepen? Ik kan wel een antwoord bedenken: het
stadje Portsmouth is niet geschikt voor toerisme, het fort
is te afgelegen, Roseau ligt veel gunstiger.

het
oerwoud wint terrein

ruïnes
kanon
gevonden

territorium
verdedigen of hofmakerij?

fraai
gerestaureerde fort Shirley, Dominica

wandelaarster
op historisch (militair) terrein

de
Prince Rupert baai

historie

thuiskomen!

overal
prachtige orchideëen

je
pas tonen aan een blinde muur? Arme Duitsers
Zeiltocht
naar Roseau (18 mijl)
Onder
een eiland varen is niet altijd leuk en makkelijk. De wind
verandert veel van richting en sterkte en onder Dominica komen
de buien van de bergen. Dit keer gaat het prima. Een gegeven
ogenblik zien we een tegenligger die oostenwind heeft terwijl
onze wind nog uit het westen komt. Dat duurt natuurlijk niet
lang, we gaan overstag met behoud van koers! Van verre zien
we al een cruiseschip bij Roseau liggen. Misschien zijn we
op tijd om hem te zien vertrekken, altijd een imposant gebeuren.
De zon begint ook te zakken, ook nog een groene flits erbij?
Vlak voor Roseau toetert de cruiser en maakt los. We moeten
een omtrekkende beweging maken: te laat. De groene flits als
we even later voor anker liggen is weer schitterend.
dinsdag
21 april
Prachtig
ochtendlicht, windstil. Wat is er dan mooier dan een vroege
duik in het glasheldere water? Ria hoeft er niet lang over
na te denken. Als ze na x rondjes om de boot weer boven water
komt heeft ze jeukende bultjes op haar armen: onderweg voelde
ze ze al branden. Waarschijnlijk een soort neteldraden van
kwalletjes. Gelukkig duurde het niet lang. Als ze ze een uur
later aan de anderen wil laten zien zijn ze al onzichtbaar.
Wandeling
door Roseau
Het
dinghysteigertje van Fort Young Hotel is er nog steeds. Je
moet je rubberboot voor en achter zwevend vastmaken vanwege
de deining die hier altijd staat. Meteen komt een taxichauffeur
op ons af. Helaas, we worden geen klant. De bewaker aan de
poort groet ons vriendelijk. Er heerst al een gezellige drukte
in het ouderwets aandoende stadje. Schoolkinderen in uniform
bevolken de scholen. De souvenierkraampjes zijn echter nog
leeg. Inderdaad komen er vandaag geen cruiseschepen, dus zijn
ze niet echt nodig. We kopen wat brood en lekkers bij de koffie.

voor
anker voor Fort Young Hotel bij de Cruise ship steiger

buiten
les (in uniform)

fraaie
gevel

hierachter
schuilt een restaurant
De
laatste oversteek van deze reis
De
32 mijl naar St. Pierre, Martinique begint rustig. Achter
de hoge bergen is weinig wind. Voorbij het rotseilandje bij
de punt zie je witte koppen op het water. En inderdaad, hier
vlaagt het enorm en we draaien snel de genua in en doen een
rif in het grootzeil. Vlagen tot boven 32 knopen vliegen om
je oren, we maakten het hier vaker mee. We brachten het er
zonder zeilscheuren af en konden met een gunstige wind op
Martinique aankoersen. Slechts een enkele golf klapt tegen
de loefromp. Wel is er een flinke stroom in het zeegat, tot
3 knopen worden we naar het westen gezet. Halverwege zakt
de wind wat weg en kan de genua er weer bij. Bij Martinique
weer aanwakkerende wind en met snelheden tot boven de 9 knopen
komen we bij de kust. De wind valt weg, de golven verdwijnen,
ideaal om dolfijnen die hier altijd zitten te spotten. Dit
keer geen succes, ze laten zich niet zien. Tot St. Pierre
motorzeilend vanwege de wisselvallige wind.
Voor
vijven laten we het anker zakken in een rustige baai. Het
zo bekende zicht op het dorpje in de namiddagzon doet ons
niet lang dralen: met een bloody mary, door Joke gebakken
bananenschijfjes en een zak ordinaire chips vieren we onze
aankomst op het voordek.
We
dineren aan de wal met uitzicht op de geankerde boten. Een
drie gangen menu voor € 14 met een lekker wijntje er
bij. De haai was wat zachter dan verwacht, de gegrilde mahi-mahi
en geitenvlees smaakten prima. Balancerend over de betonnen
rand van de grote, nog steeds niet herstelde pier - access
interdit (maar er wordt nu wel aan gewerkt) - kwamen we weer
bij de rubberboot, die dankzij het achteranker niet onder
de betonnen rand van de pier was verdwenen met alle mogelijke
schade van dien.
woensdag
22 april
Verplichte
bezoeken: vulkaanmuseum en ruïne theater
We
krijgen bij het VVV nog wat informatie en gaan vervolgens
naar de resten van het theater, in die tijd (1900) een van
de grootste. Natuurlijk werpen we ook een blik op de gevangenis
waar de enige overlevende van de uitbarsting van 1902 zat.

fraai
gebouw aan het plein

opgeknapt
na de storm: het lijkt wel legoland

dit
keer geen zandstrand maar de boulevard (met zwart strand ervoor)

het
grote theater

het
enige beeld

de
gevangenis waar de enige overlevende onder de grond zat
Rumfabriek
Depaz
Behalve
dat je een rumfabriek in werking ziet is ook het landgoed
te bezichtigen, een aanrader.

hierme
begint de rum: suikerriet

hier
is de rum bijna klaar

een
bediende of de vrouw des huizes?
Waar
blijven de dolfijnen
Tot
nu toe weinig dolfijnen gezien. Gelukkig zit bij St. Pierre
altijd een groep dus op zoek. Rustig water dus zodra er een
springt zien we het. Helaas, er wordt niet gesprongen en met
lege handen moeten we verder. Het begint flink te vlagen en
het laatste stukje van onze reis is zowaar nog even spannend.
Fort de France komt in zicht en bij het zien van de gigantische
huizenmassa met flatgebouwen kiezen we voor Anse Mitan, aan
de overkant van de baai. Vlak voor aankomst alweer een oranjerode
ondergaande zon met je raadt het, een schitterende groene
flits! Hiermee besluiten we onze laatste zeildag met onze
drie gasten. We klokten 351 mijlen in 3 weken, van
donderdag
23 april
Naar
St. Anne met de auto
Martinique
heeft veel bezienswaardigheden, je moet kiezen afhankelijk
van de tijd en het vervoer. Omdat twee aparte ritten (vrijdagmiddag
en zaterdag vroeg) per taxi naar het vliegveld vrij duur is,
ligt het voor de hand zelf een auto te huren voor 2 dagen
en daar optimaal gebruik van te maken. Het suikerriet museum
is ons eerste doel: een prima verzameling over de slaventijd
en de produktie van suiker en rum. Goed om je te verdiepen
in de geschiedenis van de slaventijd met al zijn ellende.
Maar vooruit kijken is belangrijker. Martinique is een Frans
departement en doet het goed lijkt het.
We
rijden Zover de brede autoweg naar het zuiden, kijken even
in St. Lucie rond en drinken koffie in de Mango bar in Le
Marin, het grootste watersport centrum van de Carieb. Via
St. Anne naar de Salines, de prachtige stranden aan de zuidkust.
Het is er druk en we beginnen met een warme lunch (bbq kip)
bij een van de vele eettentjes. We willen ook het strand op
en zwemmen in het heerlijk warme water. In je blootje heeft
natuurlijk onze voorkeur maar we moeten daarvoor wel twee
baaien verder, zo druk is het.
In
St. Anne blijkt Marie-Gé, onze vriendin en kunstenares,
haar atelier nog open te hebben. We hebben wel zin in een
proefglaasje planteur en om haar kunstverzameling te bekijken.
Haar dochter is op bezoek, een negentienjarige studente rechten
die het Engels niet makkelijk vindt. Na een tweede glas planteur
aan de tafel in het piepkleine tuintje aan de weg met een
schitterend uitzicht over de baai nemen we afscheid. We dineren
in Anse Mitan bij de pizzeria als afsluiting van een bijzondere
dag en ook al een beetje van deze heerlijke reis.
vrijdag
24 april
De
Grand Anse per auto
We
blijven even genieten van ons vervoermiddel. Dit keer om de
zuidwest naar Grand Anse d'Arlet via vele haarspeldbochten.
We strijken neer op het terras van de duikschool waar we onder
het genot van een feestelijk aangeklede cappucino Joke's favoriete
ijsberenspel doen.

hoeveel
wakken en ijsberen?
Vervolgens
via Petit Anse naar het uitzichtpunt tegenover Roche Diamant.
Schitterend uitzicht op de ruwe golven en een catamaran die
achterlangs gaat, nietig vergeleken met de Roche Diamant..

een
catamaran zeilt langs Roche Diamant
Dan
naar de beeldengroep naar aanleiding van een gestrand slavenschip.
Imposant om het verhaal te lezen alsmede een ooggetuigeverslag.

de
beeldengroep Anse Caffard nabij Diamant

mooie
beschrijving van het gebeuren
Langs
de zuidkust verder. Laten we hier nu een prima plekje aan
het water vinden voor ons galgenmaal! Hier wordt ook alvast
omgekleed naar een winters tenue.

terug
naar Nederland, het ziet er wat koud en nat uit

statieportret
na het galgenmaal
Dan
naar het vliegveld. Onderweg een heuse file tegengekomen.
Kunnen de Nederlanders weer even wennen aan het idee. Op het
vliegveld liep alles soepel. Een grote plant kreeg het overgebleven
water (mag niet mee als handbagage) en daar gingen zij: de
een met de Air Caraïbe, de ander een uur later met de
Air France. Zullen ze elkaar nog zien in Parijs?

Zien
ze elkaar in Parijs? De een vliegt met Air Caraïbes,
de ander met Air France
Zaterdag
25 april
Om
half vijf 's morgens met een huurauto op pad
Het
klinkt overdreven, maar onze laatste gast, Alex, neemt het
eerste vliegtuig van de dag naar Puerto Rico om daar over
te stappen naar Miami en daar over te stappen naar New York.
We rijden in het donker naar het vliegveld bij Lamentin en
zijn onderweg getuige van een heel voorzichtig ochtendgloren.
Om kwart over vijf is hij te plek, zeker op tijd. Wij tanken
op de terugweg 14 liter benzine, een zuinig autootje dus voor
twee dagen toeren en twee keer naar het vliegveld op en neer.
Als
we twee uur later bij de Huit à Huit in het dorp boodschappen
willen doen blijkt hij gesloten (op zaterdag?). Ook is de
toegang tot de dinghysteiger die door hurricane Omar is verwoest,
door een hek afgesloten. We brengen de auto terug, varen langs
de vernielde steiger en zijn de komende week vrij!
volgend
verslag
index