Reis
naar de zon deel 95
Martinique-Grenadines
v.v.
zaterdag 2 mei - zaterdag 16 mei 2009
donderdag
30 april
Koninginnedag op zijn Fries
Twee
Nederlandse boten bij Anse Mitan: de "Triton" met
Fokko en Aukje en de "White Haze" met Akko en Ada.
Dat moet je vieren, we pavoiseerden de Zeevonk met oranje
vlaggetjes, de dames maakten hapjes klaar en kwamen met rode
wijn en het feest kon beginnen. Waar praten zes Friezen over
in de Tropen? De Elfstedentocht en hun gemeenschappelijke
vriend Eerde Beulakker met vrouw Hedwich! We zingen het Friese
volkslied met trekzakbegeleiding. Verder natuurlijk de avonturen
onderweg: de Triton is Noorwegenspecialist tot en met Spitsbergen
en bezocht Suriname, de White Haze is overal geweest tot in
Japan en is via Zuid Afrika, St. Helena en Suriname hier naartoe
gekomen.

vlnr
Ada (White Haze), Fokko (Triton), Akko (WH) en Aukje(T)
vrijdag
1 mei
feestdag dus ...
De
hele dag regen! Pas in de namiddag klaart het op. We hebben
het ons niet gerealiseerd, wilden een auto huren en boodschappen
doen. Blijkt alles gesloten! Geen auto, geen eten. We zeilen
naar Fort de France om daar met een bus of een taxi naar het
vliegveld te gaan. Onderweg worden we door de zijstroom bijna
op een visbootje gezet, zo weinig wind is er. Er ligt hier
ook al een Nederlander, de "Sarah". We maken even
een praatje met schipper Henk en gaan dan de wal op. Geen
busjes maar ook geen taxi's! Joke maakt een praatje met een
aardige zwarte Fransman die ons zowaar een ritje naar het
vliegveld aanbiedt! Hij zet ons af voor de deur en wil eigenlijk
geen vergoeding maar die krijgt hij natuurlijk wel.

zeer
vriendelijke mensen op Martinique: Albert brengt ons even
naar het vliegveld!
Hoe
ziet een Belgisch naturisten paar eruit?
Altijd
weer leuk om te proberen onze gasten te ontdekken tussen de
passagiers die bij de transportband op hun bagage staan te
wachten. Zien ze er sportief uit? Zoeken ze al naar ons? We
hebben alle tijd voor het zover is daar het vliegtuig 50 minuten
vertraging heeft. Het wordt drukker in de hal, een hoop afhalers.
Dan stromen de passagiers naar binnen. We weten dat ze geen
kinderen bij zich hebben, niet zwart zijn en tot de categorie
50+ horen. Helaas, we hebben het weer mis maar ons bordje
"Zeevonk" brengt uitkomst en we worden snel herkend.
Gelukkig staan hier wel taxi's en met een snelle Mercedes
zijn we snel weer terug in Fort de France.
zaterdag
2 mei
Boodschappen
doen in de regen
Een
heerlijk ochtendzonnetje met in de verte boven de suikerrietvelden
mistbanken. Eigenlijk zie je hier nooit mist maar door de
vele regen van de vorige dag is de vochtigheidsgraad erg hoog.
We gaan op pad, de gasten verkennen FdF, wij gaan eerst naar
de overdekte groentenmarkt. Hier is het een drukte van belang,
geen wonder, alle groente- en fruitsoorten zijn hier te vinden.
Dan uitklaren bij de Sea Service, we worden direct herkend
door Jacques en Ciarla en Ciarla heeft voor Joke een goed
adres voor als we weer een taxi nodig hebben en er staat niks,
of om hem gasten te laten afhalen. Vervolgens is een bezoek
aan Leader Price aan de beurt. Ik breng de groente en fruit
vast naar de Zeevonk om Joke later weer op te pikken. De drukte
is enorm bij deze populaire supermarkt: lange rijen voor de
kassa's. Het effect van de staking is duidelijk zichtbaar:
overal borden met de mededeling dat er 102 produkten in prijs
zijn verlaagd. Na lang wachten kunnen we eindelijk de tassen
vullen en met hulp van onze gasten sjouwen we de dozen en
tassen richting boot. Onderweg een stevige regenbui, de lucht
is grijs. Hoe lang gaat dit duren? We schuilen in de nieuwe
muziektent op de kade. Opvallend is hier dat de stromen regen
bijna over de niet waterdichte elektriciteitskast lopen. Zodra
de regen even afneemt springen we in de rubberboot en komen
toch nog redelijk droog thuis.

ochtendnevel
boven de suikerrietvelden

Fort
van Fort de France in de ochtendzon

de
overdekte groentenmarkt van FdF

detail
opname van een typische marktvrouw in het zonnetje

de
positieve gevolgen van de staking
Anker
op, het nieuwe avontuur begint
Het
is windstil en overal buien, een weinig voorkomende situatie.
We motoren naar de intieme baai Anse Noir om daar te snorkelen
en de vleermuizengrot te bezoeken. Aankomst in de stromende
regen. Na de lunch is het droog dus met camera's op pad. We
zijn nog niet halverwege of een bui barst los. Dat wordt schuilen
bij de vleermuizen. Gekrijs en gefladder en tientallen aan
de rotsen gekleefd, een bijzonder gezicht waar we lang naar
mogen kijken want de bui wil maar niet ophouden. Af en toe
wil de deining ons verder de grot in persen waarwe hebben
voldoende houvast aan de rotsen om dit te voorkomen. Krabben
met rode poten houden ons goed in de gaten. Het regenwater
stroomt van de rotswanden en geselt buiten de zee. Uiteindelijk
toch maar terug, van snorkelen worden we immers ook nat. Helaas
is de regen op je huid in de wind veel kouder dan gewoon onderwater
en eenmaal aan boord moeten we eerst aan iets warms voor we
gaan snorkelen.

de
populaire zwemsteiger van Anse Noir kapot - hurricane Omar
- en afgezet

vleermuizengrot
Grand
Anse d'Arlet
Een nieuw wrak is het eerste wat opvalt als we deze mooie
baai binnenvaren. Het is een monohull die er redelijke ongeschonden
uitziet. De regen is opgehouden, tijd om de wal op te gaan.
Terug aan boord om een schitterende groene flits te aanschouwen.
En of dat niet voldoende is na het diner vuurwerk op de kant.
De maan, acht dagen oud, begrijpt er niets van. Het geluid
van de krekels wordt door de knallen overstemd maar komt daarna
in alle hevigheid terug. Aan de andere kant van de baai muziek
dat keurig om half één ophoudt (dacht ik).

de
oorspronkelijke dinghysteiger: helaas verzand en nu ook beschadigd

het
laatste wrak met nog een klapperend zeil

ook
de motor opgegeven?

een
kleintje, waarom niet opruimen?

ligt
er al een tijdje; wordt bewoond?

ook
hier charterboten

net
te vroeg voor de groene flits
zondag
3 mei
De
Champagne berg op
Uit
het wandelboek pikken we de dichtstbijzijnde wandeling, een
waar we nooit aan toe zijn gekomen, ondanks het feit dat we
hier veel gelegen hebben. Vandaag is het bijna windstil en
komt de wind uit het zuidoosten, geen omstandigheden om naar
St. Lucia te varen. De ochtendbuien zijn voorbij, het zonnetje
begint voorzichtig te schijnen. Het is zondag en het strand
begint vol te lopen. Het begin van de wandeling wordt goed
aangegeven en na een stuk betonweg zijn we de huizen voorbij
en begint een modderige klim. Op zestig meter hoogte komen
we op een soort savanne met veel dood gras terwijl de struiken
nu vanwege de regen fris groen zijn. We vinden een primitief
tentje gemaakt van een bimini, waarschijnlijk van de gestrande
boot aan de oever beneden. Dan komen we bij een vennetje met
waterlelies, schitterend, met bloeiende bomen er omheen. Het
pad loopt vervolgens langs de bovenrand van de klippen. We
zien snorkelaars en vissers onder ons op een van onze favoriete
duikplekken. Het pad wordt prima aangegeven met gele tekens
op bomen en rotsen, verdwalen is geen optie. Tot onze verbazing
ineens een overwoekerd gebouwtje met een stenen muur op een
top. Een militaire uitzichtpost van vroeger? Het staat niet
op de stafkaart, vreemd. Nu gaat het pad flink omhoog en bereiken
we de echte top op 100 m met een ruwstenen geval (in Rasta
kleuren beschilderd) waar misschien ooit een Mariabeeldje
in heeft gestaan. Van hier een wat door bomen grotendeels
uit het zicht het dorpje Petit Anse d'Arlet met strand en
baai met vissersbootjes. De afdaling is vrij steil en modderig
maar we bereiken zonder kleerscheuren het terrasje aan het
strand. Terug over de weg is een peulenschilletje en we lunchen
bij de duikschool waar dit keer het eten minder goed was.
De wandeling bleek een aanrader.

een
schuilhut?

is
dit boven op een berg op Martinique?

schitterende
bloeiende bomen

een
van onze duik/snorkel plekken

de
route staat duidelijk aangegeven

niet
op de stafkaart, wel al lang aanwezig

de
top van de Champagneberg (100 m)

Petit
Anse d'Arlet

uitzicht
vanaf het terrasje aan het einde van de wandeling
maandag
4 mei
Hoog
aan de wind met een rustige zee naar St. Lucia
Ideaal
als je nog niet ingeslingerd bent: golfhoogte slechts 1.50
m, windkracht 3. Na een bezoekje aan de kruidenier motoren
we Grand Anse uit en hijsen we eindelijk de zeilen. Het is
zoals altijd wat vlagerig achter de zuidwestpunt van Martinique,
maar eenmaal los gaat het gladjes. We halen een zwaar gereefde
monohull in die even later ons voorbeeld volgt en toch maar
de reven eruit haalt. We passeren Roche Diamant op flinke
afstand, het zicht is zeer beperkt, St. Lucia is niet te zien.
De vislijnen staan uit, wie weet. Dan naderen we een groepje
kleine visbootjes met een zwerm vogels erboven. Zo ver uit
de kust? Ze zijn met netten bezig en we varen bovenlangs zonder
ze te storen. Dan komt St. Lucia in zicht bij zo'n 12 mijl.
Door de dwarsstroom worden we naar het westen gezet, Rodney
bay halen we lang niet. Eigenlijk is een bezoek aan Castries,
de hoofdstad, ook niet gek. Het is makkelijk bezeild, de catamaran
die de hele weg onder ons voer, wel iets sneller was maar
minder hoog aan de wind kon, gaat overstag, rolt zijn genua
in en gaat op de motor wel naar Rodney bay. Bij de ingang
van Castries melden we ons keurig bij de controle toren en
we mogen voor de landingsbaan van het vliegveld langs. Het
blijft vreemd dat je toestemming moet vragen om te mogen passeren,
want ook dit keer scheert een landend vliegtuig over ons heen!
Castries
We
ankeren voor de souveniermarkt en klaren in bij de douane.
Ik word van de kade verjaagd door de havenpolitie, Joke maakt
de 2 aardige dames een compliment: niet overal worden we bij
de officiele instanties zo vriendelijk bejegend!
Vervolgens
naar de markt om groente en fruit te kopen en een bezoekjeaan
Shirley te brengen: zij heeft een van de kleine eetterrasjes
onder haar hoede. Ze verwelkomt ons alsof we elkaar al jaren
kennen, ik ben haar "baby". Vorige keer (begin januari)
was ze gesloten, de keer daarvoor zakte een van haar tafels
bijna door zijn poten en nu... lag één poot
op de grond! Aandoenlijk, zo'n situatie. Op het miniterrasje
er tegenover stond een dronken vrouw luid te oreren met een
boek in haar handen. Ze werd van alle kanten uitgelachen en
had er zelf af en toe ook lol in.
Zeilend
Marigot baai in
Op
de genua de drie mijl naar de beroemde Marigot baai, een natuurlijk
hurricane hole bij uitstek. Al van verre komen de boatboys
op ons af. De eerste had een bootje vol vrouwen, het was niet
duidelijk of het koopwaar betrof, de tweede bood een mooring
aan, de derde een taxirit over het eiland, de vierde een tros
bananen, de vijfde halskettingen, de zesde verschillende soorten
fruit, ... We hoorden trouwens dat ze maar tot zes uur mogen
venten.
dinsgag
5 mei
Hoezo
regen?
In
de Carieb schijnt altijd de zon, zeggen ze. Deze ochtend worden
we echter gewekt door zware regen. Een uurtje later wordt
het water lichtbruin en komt er van alles voorbij drijven.
Kokosnoten, bamboepalen, bamboebladeren en gelukkig maar weinig
plastic. Als het even droog is bezoeken we het moderne nieuwe
winkelcentrum, tappen geld en met brood beladen zijn we net
op tijd terug voor de volgende bui neerdaalt. Na de lunch
zeilen we zo goed mogelijk op de genua doch regelmatig is
wat motorhulp nodig. We passeren het vissersdorpje Anse la
Raye waar op vrijdagavond altijd feest is. Grote witte zakken
met zand staan in rij op de waterlijn, duidelijk bedoeld als
kustbescherming. Benieuwd wat ze daar verder gaan doen. Bij
Anse Castanet - waar ook moorings liggen en je zelfs mag ankeren
- gaan we de hoek om, de baai van Soufrière in. De
eerste boatboy (Simon) is dan al langs geweest. Hij zal wachten
tot we aan een mooring liggen. Zodra we naast de varkenshokken
op het strand hebben vastgemaakt verschijnt hij weer. We spreken
een tocht af voor de volgende ochtend: de botanische tuin
met watervallen, de drive-in vulcano en de hotwater springs.

een
armoedig hoekje van Soufrière

de
varkenskotten van Soufrière
woensdag
6 mei
Nog
meer regen
Om
de vijf minuten daalt een regnbui de berg af. Raam open, raam
dicht. Om simpel van te worden. Als we het stadje ingaan overal
mensen op straat, veelal schuilend onder de overhangende balkons.
Ook wordt er veel gebruik gemaakt van parapluies. Het leven
gaat gewoon door, dat is duidelijk. De enigen die aandacht
aan ons schenken zijn de bedelaars, lastig volkje. We bezoeken
wat winkels, o.a. met huishouidelijke artikelen. Het is hier
duidelijk veel basaler dan we gewend zijn op de Franse en
Nederlandse eilanden. Een ding heeft het gemeen met Statia:
het tankstation is uitverkocht! Vergeefs kom ik aanzetten
met mijn diesel en benzine tankjes. Dit zien we ook regelmatig
op Statia.

even
binnen schuilen
Onze
gasten worden weer keurig thuisgebracht na hun eilandtour
en we varen op de fok naar de plek tussen de twee Pitons,
de zo karakteristieke en prachtige bergen die hier de omgeving
domineren. Van verre zien we witte kopjes op het water, ook
in de pilot staat dat het hier flink kan waaien. We komen
af op het woensdagavondfeest met entertainment en redelijk
goedkoop eten. Eenmaal aan de mooring krijgen we toch een
wat onbehagelijk gevoel: windvlagen gieren over ons heen tot
windkracht 7! Het mooie strand van het Hilton hotel is nagenoeg
verlaten, de snorkel- en duik plek is met drijflijnen aangegeven
en een groot bord op de kant, het ligt in de zone waarvoor
je een aparte permit moet kopen. In het restaurant aan de
herstelde pier zien we wat mensen, zo te zien bedienend personeel.
Wat een verlatenheid! Als Joke naar de kant vaart komt meteen
iemand op haar af. Het woensdagavond gebeuren bij Bang is
er niet meer... Het kost niet veel moeite om te besluiten
te vertrekken naar een andere mooringplek en tijdens het losmaken
krijgen we nog even een vlaag van 32 knopen als afscheid.
We stomen op en helaas alle boeien bij Malgrétout met
zijn Harmony Beach restaurant zijn bezet. De Nederlandse "Heidenskip"
ligt er ook.

gehaald
en gebracht door de watertaxi
Terug
naar Soufrière. Er is veel te zien vanaf de boot. Met
de kijker erbij blijkt het Texaco tankstation te werken! Meteen
weer er naartoe en ja hoor, dezelfde jongedame die me eerder
nee verkocht kan me nu aan brandstof helpen: 80 liter diesel
voor EC200 en 20 liter benzine voor EC52 (1 US $ is 2.67 EC,
met Euro's werken we niet meer...).
Even
later worden we opgeschrikt door gejuich en gespring op de
kant. Het houdt een tijdje aan. Als later een paar jongetjes
op een surfplank langs komen kunnen zij ons vertellen dat
Barcelona heeft gewonnen. De Spaanse Barcelona? Het klaart
wat op, de maan en later wat sterren zijn te zien tussen de
wolkenflarden. Het is nog even spannend of een jacht aan de
mooring komt liggen die bijna tegen ons achterschip bonkt.
We hebben geluk. Het oorverdovende krekelconcert begint weer,
vleermuizen fladderen voorbij. Muziek van de kant.
donderdag
7 mei
Prima
zeilweer voor de oversteek naar Cumberland, St. Vincent (36
mijl)
Vroeg
vertrek,we zijn 1 van de 8 boten naar het zuiden. Achterom
kijkend zien we de Pitons gehuld in een waar gordijn van regen,
erger kan haast niet! Eerst nog een flinke tegenstroom en
grote draaikolken, dan wat windvlagen. De eerste monohull
laten we snel achter ons. Zodra we verder van de punt zijn
wordt de wind regelmatiger en maken we snelheden tot 10 knopen.
Geen wonder dat we ook de tweede monohull vrij snel inhalen.
Het is de Canadese "Moana II" die we eerder tegenkwamen.
Joke maakt een mooie fotoreportage van ze. Midden in het zeegat
nemen de golven toe en met halve wind zitten we soms tegen
surfen aan. We halen weer twee monohulls in, nu nog de catamaran
die wel groter wordt. Onze gasten moeten herhaaldelijk worden
gewaarschuwd niet in de felle zon te blijven zitten: het is
eindelijk zonnig! Eenmaal onder St. Vincent nemen de golven
weer af. Het wordt gemoedelijk plassen zeilen. De groene bergen
trekken voorbij en we naderen de verborgen ingang van Cumberland
bay. Er liggen twee catamarans, voor de steiger van de "Black
Baron" alleen de mononhull van de eigenaar. Wat een rust
en wat een mooie omgeving.

we
laten de Pitons achter ons
Wat
heeft Cumberland te bieden?
We
lanceren de kano, het ideale vervoermiddel om de baai te verkennen.
Snorkels mee en op zoek naar een verlaten strandje. Op sommige
plaatsen zijn de klippen wit: vogels hebben daar hun favoriete
plek, hier zelfs ook een hol waar we eerder jonkies in zagen.
De begroeing is heel wisselend, van cactussen tot mooie lianen
en bloeiende struiken en bomen. Ook de onderwaterwereld is
behoorlijk divers, Joke ontdekte zowaar voor haar nieuwe anemonen.
Wat
ik niet moet vergeten zijn de boatboys: de eerste helpt ons
met de achterlijn aan een palmboom, de volgende zijn geen
boys maar oudere heren. De restaurants, momenteel drie in
gebruik worden ook aangeprezen. Er blijken twee recent van
eigenaar te hebben gewisseld: de Black Baron heeft nu Olivier,
een jongere Fransman en bij Beni's is nu ook een Joseph. Wij
gaan dit keer eten bij de oude Joseph waar we recht voor liggen.
Benieuwd, we zien daar nooit een mens.
Voor
we om vier uur naar de Wallilebou bay gaan om in te klaren
en de resten van de decors van de film "Pirates of the
Caribbean" gaan bekijken, landen er al drie andere catamarans
en krijgen we een tweemaster met Zweedse vlag als buren. Intussen
is het buiïger geworden. Toch zonder regenkleding naar
de volgende baai langs de rotsen met hun grillige vormen,
holen er in, afgewisseld met palmenstrandjes. Wat een ongerepte
natuur! We komen langs de boog waar in de film opgeknoopte
piraten hingen en landen bij de resten van de steiger. Er
liggen drie boten in de baai, o.a. een Engels kottertje waarvan
de voorste mast halverwege is afgebroken. We schuilen in het
restaurant waar twee Engelse studentes (?) achter hun laptop
zitten en de andere aanwezigen naar de tv zitten te kijken.
We horen dat de douane pas om vijf uur komt, dus strijken
we neer op een paar gammele fauteuils. Itussen pakken de studentes
hun laptops in en roeien naar het kottertje. Op de boeg staat
de verklaring: "Caribbean Seabird Survey 2009-2010",
ze doen dus onderzoek. Om vijf uur rekenen we af om tussen
de toenemende regenbuien een bezoek aan het douanekantoortje
te brengen. De restauranthouder gebaart even te wachten, men
zal opbellen naar de douane. Even later komt de vrouw zeggen
dat ze niet komen...
We
moeten een tijdje wachten voor een droog moment. Het lukt
zowaar om tussen de buien door onze baai te bereiken. Intussen
is het tijd voor een drankje, dus eerst maar naar de Black
Baron voor de special. De huidige eigenaar heeft alles bij
het oude gelaten. Een trotse Simon laat ons zijn mahonie walvis
en een prijswinnende dolfijn zien. Hij kan dus meer dan kalebassen
beschilderen. Ook is hij nu duidelijk barman en overal zeer
vriendelijk en behulpzaam aanwezig. Natuurlijk komt hij op
verzoek ook aan met een piraten pistool en een steek zodat
Liesbeth even wordt omgetoverd tot piratenvrouw.
Diner
bij Joseph
Eerder
toegezegd dus moeten we wel: dineren bij Joseph's restaurant.
Is het vergane glorie of heeft het nooit een hoger peil gehaald?
In de overdekte ruimte is één tafel, verder
niets. We schuiven aan en de oude Joseph komt na enige tijd
met een schaal rijst, een schaal salade en weer later met
een bak met stukken mahi-mahi. De servetten worden van een
keukenrol gescheurd, hij vraagt niet of we iets willen drinken.
Buiten het gezang van de krekels dat regelmatig wordt overstemd
door de regen op het golfplaten dak. De Zeevonk ligt voor
ons en ineens gaat tot onze verbazing het automatische waaklicht
in de kuip aan. We zien geen bijzonderheden, misschien een
insect of een vleermuis voor de bewegingsmelder. Vreemd is
dat hij daarna nog een keer of tien aan gaat en dan pas stopt.
We zullen wel zien.
vrijdag 8 mei
Naar
de Dark View Falls, een peulenschilletje!
We
gaan op pad met een fles water en een handdoek, bereid om
een flinke wandeling te maken. Het eerste stuk gaat tussen
bouwland: er is iemand met een hak de grond aan het bewerken.
Geiten staren ons aan. We horen geklater van water en staan
even later voor een vrij wild stromende rivier. Wat nu? Even
later komt de bestelwagen van de Black Baron eraan en rijdt
pardoes door het water. We vinden wat stokken en weten zo
door het kniediepe snelstromende water de overkant te bereiken.
Joke wordt daarbij door een inheemse man geholpen en gaat
gelukkig niet met haar fototoestel ten onder. Liesbeth, notabene
de kleinste van ons gezelschap, steekt lachend en moeiteloos
over: haar mooie lange broek heeft ze even uit en in een bikinibroekje
is er geen probleem! Bij de weg aangekomen stopt daar zowaar
een busje en komt achteruit rijdend terug. Een rasta-man wil
ons wel verder helpen, onduidelijk wat hij bedoelt voor EC15
pp. De kustweg met zijn haarspeldbochten biedt hele mooie
uitzichten. De kust bestaat afwisselend uit stranden met zwart
zand, dan weer dorpjes met veel volk op de been. Genieten
van deze rit. Wie schetst onze verbazing als onze chauffeur
helemaal doorrijdt naar de hangbrug over de rivier! Hij blijft
op ons wachten voor de terugreis! Joke had 10 EC pp geboden
denkend aan alleen de heenreis, Shawn vroeg 15 maar bedoelde
heen en terug! Een win-win situatie dus, aardige knul.
Men
is hier bezig een nieuw gebouw neer te zetten, geheel in stijl
met de omgeving. De financiën vormen geen probleem: Europees
geld. De hangbrug met zijn bamboe dek is goed onderhouden
en een makkie om zo de vrij wild stromende bergrivier over
te steken. Dan door het bamboebos naar de onderste waterval.
Het water komt met veel geweld naar beneden. Het is er donker
en een man is bezig om flesjes, papiertjes, etc. op te ruimen.
Geen punt, we steken meteen over en nemen het pad omhoog naar
de bovenste waterval, Heel mooie natuur met de bekende rode
bloemen en grote olifantsoor bladeren. Het modderige paadje
is bijna niet te vinden maar we kennen de weg. Hier is geen
onderhoud gedaan en waar het pad in de afgrond is verdwenen
moeten we even op handen en voeten. Het lukt ondanks de nattigheid
en iets verder horen we de waterval. Dan balancerend over
rotsen bereiken we de overkant en na een klein stukje de rivier
te hebben gevolgd zien we de waterval in volle glorie. Fijne
waterdruppels in het zonlicht maken er een weergaloos mooi
plaatje van. We hoeven niet lang na te denken en nemen een
bad met koude douche. (een foto hiervan staat ook op het voorblad
van het decembernummer van UIT).

landbouw
met een hak en dat in de hitte!

makkie!

lastiger

een
heremietkreeft onderweg
Op
de terugweg wordt keurig gestopt bij een bakker in Chateaubelair
en Joke trakteert op kokoscake. Dan brengt de chauffeur ons
naar een plek die nog geheel in ontwikkeling is: hier zijn
rotsinscripties van de Arawak indianen, nog niet ontdekt door
het toerisme. Het is een schiereiland hoog boven zee en zou
ook als uitkijk gebruikt zijn om een eventuele vijand te ontdekken.
Aan beide zijden diep onder ons een strand met vissersbootjes
en een dorpje. De rotsen met de inscripties zijn anders dan
we elders hebben gezien: geen afbeeldingen maar holletjes.
Een grote boom zit vol met paars-roze besjes: Jah's plumbs.
De kleine zijn heerlijk. Aan de voet van het schiereiland
wordt druk gebouwd, hier komt een soort bezoekerscenter. Volgens
onze gids zijn we de eerste buitenlandse bezoekers, een hele
eer.

Shawn,
onze chauffeur en gids

de
inkervingen door indianen

de
bessenboom

Jah's
plumbs: hoe donkerder, hoe lekkerder
Steelband
muziek bij Beni's
Terug
in Cumberland Bay toch even kijken waar de steelbandmuziek
vandaan kwam. Er blijken een aantal drums bij Beni's te staan
en we mogen er even op spelen. Geweldige kick om de trommen
te roeren. In de verte zien we iemand aan onze dinghy zitten:
hij is het motortje aan het schoonmaken. Het is ongevraagd
maar duidelijk bedoeld om wat centjes te verdienen. We hadden
al eerder een aanvaring met deze opdringerige oude man. We
bieden hem een t-shirt maar hij wil geld. Tja...

Liesbeth
in opperste concentratie

Roland
doet ook een poging

wat
doet hij bij onze rubberboot?

Joke
in onderhandeling over de "beloning"
zaterdag
10 mei
Vlotte
rit naar Bequia
Onder
de kust een gladde zee die naar we meer in het zeegat komen
overgaat in redelijke golven. We kunnen vrij hoog aan de wind
sturen, worden wel met 2,5 knoop dwarsstroom naar het westen
gezet. Met een lichtgereefde genua kan de stuurautomaat het
makkelijk aan en als nel zien we de eerste jachten in de baai
liggen. Nog dichterbij zien we ineens een bekend silhouet:
de "Horta"van Harm en Lizzy. We ankeren op 2 m diep
water nabij het strand. Meteen worden we 'getrakteerd' op
forse windvlagen, waar deze baai om bekend staat. Tijdens
een kort bezoekje aan de "Horta" waaien de stoelen
over het dek en staat onze dinghy even rechtop. Wat een windgeweld!
Passagieren
in Port Elisabeth
Het
is druk op straat, overal groepjes mensen die met elkaar staan
te praten. De taxichauffeurs onder de bomen schieten ons direct
aan voor een eilandtour. Onze eerste gang is naar het douanekantoor
voor het inklaren. We zijn snel aan de beurt maar de beambte
die met ons moet afrekenen heeft veel werk met onze voorgangers.
Dit keer moeten we ook een soort gezondheidsverklaring inleveren
in verband met de Mexicaanse griep en we moeten vooraf het
marinepark betalen. We moeten nu dus al beslissen hoelang
we in deTobago Cays willen blijven. Ook moeten we 'overtime'
betalen omdat het al na vieren is. Het kost ons alles bij
elkaar EC 265, biujna 100 US $.
We
worden in het Nederlands aangesproken door een zwarte taxichauffeur.
Zijn moeder blijkt uit Suriname te komen. Hij heeft een grote
pan geitensoep met callaloo waar we gretig van profiteren.
Daarna de trap op bij Maria's restaurant waar we aan de bar
genieten van happy hour met live pianomuziek. Met stukken
pizza (Joke had geen zin om te koken) keren we in het donker
terug naar de Zeevonk die nog keurig op zijn plaats ligt.
Een prima kennismaking met dit bijzondere eiland.
Eilandtour
en bezoek aan de markt
Voor
we de wal opgaan komen Gerrit en Bettina langs van de "Noordhinder".
Ze liggen verder achter in de baai, vlak naast een ander Nederlandse
boot. We zullen ze weer zien op de Cays.
Het
eerste dat opvalt als we bij daglicht weer richting dorp gaan
is de lage waterstand, wel een meter lager, zodat we nu over
het strand kunnen lopen ipv over het betonpad. Toch hebben
we met onze 1,35 m diepgang de bodem niet geraakt dus geen
probleem. De sympathieke rastavrouw, Molissa, die aan het
voetpad mutsen breit, is nu ook weer aanwezig, met twee kleine
hummeltjes die om haar heen zwermen. Haar aanbod van breiwerk
en halskettingen is iets uitgebreid. Later op de dag kopen
onze gasten enkele fraaie dingen van haar.

Molissa
met haar koopwaar

miniatuurtjes
op een tand

het
staat er maar ze houden zich er niet aan
Dit
keer kan een taxichauffeur niet worden weerstaan en stappen
onze gasten achter in de bak voor een eilandtour. De schildpaddenopvang
is gesloten, de eigenaar is zevende dags adventist en werkt
dus niet op zaterdag. Wel kan er door het hek naar binnen
worden gekeken. Grappige kleine monstertjes dobberen in grote
bassins.
Wij
doen nog wat boodschappen en komen Nederlands sprekende mensen
tegen. Het verband is snel gelegd: ze zijn van de "Present"
die verderop in de baai ligt. We maken kennis met ze en we
drinken koffie bij ons aan boord.
zondag
11 mei
Snorkelen
op de zeepaardjes plek
Naast
ons is de hoek met waterplanten waar we ooit onze eerste zeepaardjes
zagen. Het water is heerlijk warm en we zoeken alle planten
en koraalblokken af. Er is veel te zien, nieuw voor ons is
de slaslak met zijn grappige uitsteeksels. Alleen, de zeepaardjes
kunnen we niet vinden. Dan opeens kleine bruin- groene kwalletjes
met lange draden. Tijd om weer in de dinghy te stappen.
Tobago
Cays, het mooiste van de Carieb
De
Admiralty Bay uitzeilen is altijd precies voor de wind, je
hebt een bulletalie nodig om niet door een kleine windrichting
verandering te worden verrast. De genua laten we opgerold,
die valt toch steeds in of je moet voor dit stukje een spinnakerboom
gebruiken. Maar ja, we gaan zo al zes knopen. Een catamaran
met gereefd grootzeil en genua en een monohull op gereefd
grootzeil varen voor onsuit. We ronden met zijn drieën
het puntje en koersen richting Tobago Cays, 20 mijl verder
op. Prachtig weer, ruime wind, kracht 3-4 en een blauwe lucht.
Wel hebben we te maken met dwarsstroom naar het westen, volgens
de kaart tot 2 knopen. Onze autopilot zetten we op het waypoint
zodat hij zelf corrigeert en we niet worden weggezet. De andere
cat haalt al vrij vlot het rif uit het zeil maar zakt duidelijk
af, houdt geen rekening met de dwarsstroom. De monhull komt
netjes achter onsaan maar de 8 à 9 knoop - notabene
met een beetje ingerolde genua - gaan hem boven zijn pet.
Heerlijk ontspannen zeilen. Canouan verschijnt snel aan de
horizon al is het zicht, net als de voorgaande dagen, niet
optimaal. We halen een monohull in waarvan ik eerst dacht
dat het een tegenligger was! Onder Canouan minder zijstroom,
de wind blijft en dan komen de Tobago Cays in het zicht. We
nemen de 'zij-ingang' bovenlangs de Baleine Rocks, die goed
herkenbaar zijn vanwege de branding er op. We kunnen doorzeilen
tot de smalle doorvaart tussen Petit Rameau en Petit Bateau,
dan moeten de zeilen opgedoekt en motoren we tussen daar geankerde
boten door naar het hoefijzer rif naast het eilandje Baradal.
Tot onze verbazing is het niet echt druk.
In
het paradijs
Al
tijdens onze lunch komen schildpadden nieuwsgierig kijken.
We liggen naast een met drijflijn afgezet stuk, speciaal voor
de grazende schildpadden. Dus, snorkel op en op zoek. Meteen
naast de boot al een grote die net opstijgt voor een hap frisse
lucht. Trekt zich niets van ons aan en graast even later weer
verder. Een kleine bruine rog kruist ons pad als we naar het
strand van Baradal zwemmen. Het strand is duidelijk groter
geworden sinds de jaarwisseling. Een korte wandeling over
het eilandje levert een grazende landschildpad (hoe komt diehier?)
en twee vrij grote leguanen op. Vogels in de bomen, palmen
op het strand, wat ontbreekt hier nog.

zwevend
achter een green turtle aan

ook
hij/zij moet af en toe lucht happen

de
schitterende pampano's
"We
zien jullie weer in de Cays" zeiden Gerrit en Bettine.
Nou, dat klopte, en het werd als altijd gezellig aan boord
van de Noordhinder. We hebben het over Venezuela, geen lekker
gevoel erbij nu er weer wat is gebeurd. Willen wij onze plannen
aanpassen, of met de Noordhinder samen opvaren?
maandag
12 mei
We
starten met een bezoek aan het eiland Jamesby waar 'onze'
palmboom op het strand staat. De traditie wil dat onze gasten
hier hun klimprestatie kunnen neerzetten. Vandaag is het tijd
voor een Vlaams record, immers nog niet eerder klom een Vlaming.
Het wordt geen scherp record maar gelukkig ziet onze Vlaamse
kans om het hoger te tillen. Op het strand zien we vele kleine
aangespoelde kwalletjes, is het de tijd er voor? In het water
tijdens het snorkelen vielen ze ook al op, met hun lange draden
zien zeer gevaarlijk uit, dus met een boog er omheen. Nog
voor we het pad omhoog bestijgen zien we al de eerste leguanen.
Ze vallen op door hun geritsel over de dorre bladeren. Ze
poseren keurig voor de foto. De andere duidelijk aanwezige
bewoners zijn de prachtige sterns, ook zij zijn zeer fotogeniek.
We beklimmen de heuvel, waarbij een paar sterns zich roeren:
een nest in de buurt? Nog meer leguanen kruisen ons pad. We
manoevreren tussen de cactussen door en bereiken een open
plek met een magnifiek uitzicht. Je ziet de riffen met de
branding erop: allereerst het Horseshoe rif met de Tobago
Cays, dan het World's End rif met daarachter het eenzame eiland
Petit Tabac. Zelfs daar liggen een paar boten in het minuscule
kommetje. Aan de beweging van hun masten te zien liggen ze
niet echt rustig. Petit Bateau is het hogere buureiland, je
ziet de paden naar de top en het mooie strand. De boten liggen
er stilletjes bij in de vroege ochtendzon. Heerlijk om zo
in je blootje op ontdekkingsreis te zijn: het heeft hier zeker
wel wat paradijselijks.

onze
klimpalm en (Fries) record hoogte?

het
strand van Jamesby

een
leguaan waarvan er nu veel op Jamesby zitten

venijnige
kwalletjes waarvan er gelukkig veel het strand op gingen
Intussen
heeft boatboy Walter al zijn bananenbrood en zijn whole weat
afgeleverd, hij komt nog terug voor de T-shirts.
Na
het ontbijt stappen we in de rubberboot om naar het rif te
gaan waar de ondiepte en het uitzonderlijke heldere water
je het meest ideale snorkelen bieden. Wat ook uniek is, het
stroomt niet. We zitten zo ongeveer tegen laagwater aan en
je kunt nu gewoon op dezelfde plaats blijven drijven. (eind
december moesten we vechten tegen de stroom om vooruit te
komen). Veel ons bekende vissoorten wonen hier, zelfs een
schildpadje laat zich even zien. Het koraal en de sponsen
zijn schitterend in al hun kleurenpracht. Ze contrasteren
heel mooi tegen het spierwitte zand.
Het
wordt weer wat drukker om ons heen, de bekende Switch catamarans
vervoeren duidelijk dagjesmensen die op het eilandje Baradal
worden losgelaten. Van hier uit snorkel je met de schildpadden
die echter ook regelmatig achter onze boot opduiken. Als wij
ook schildpadden gaan scoren valt op dat er veel grote halvemaan
vormige palometa's om de schildpadden zwermen. Met hun witte
lijven en de lange zwartgepunte vinnen zijn ze bijzonder sierlijke
verschijningen. Omdat ook zij niet schuwzijn kan je er lang
mee opzwemmen.
Baradal
zelf heeft een leuk strand waar je met je bootje kunt opvaren.
Een stelsel van paadjes voert je naar boven. Mijn eerste ontmoeting
is met een grazende landschildpad. Wat doet die hier? Hoger
op weer geritsel van vluchtende leguanen. Vogels in de struiken
en af en toe uitzicht op het Horseshoe rif maken het plaatje
kompleet. Geen wonder dat het hier zo populair is!
dinsdag
13 mei
Terug
naar het noorden: Blue Lagoon
We
zeilen weg, uitgezwaaid doorde "Noordhinder". Wind
gunstig, golven gering. Ukkel zou bijna zeggen: "kabbelende
zee". Onder Canouan door en dan afkoersen op het van
verre zichtbare Bequia. We worden onderlangs ingehaald door
een kleinere catamaran. Wat doe ik niet goed? Het antwoord
komt snel: ze hebben beide motoren aan staan en dat met een
bakstagwind kracht 3-4! Merkwaardig is dat vlak voor Bequia
hetzelfde gebeurt: weer een cat met motoren aan.
We
ronden de westelijke punt en verleggen onze koers naar St.
Vincent. Nieuwsgierig naar wat Blue Lagoon heeft te bieden.
Wie kent niet de klassieke film "Blue lagoon"? Een
jonge Brook Shields speelt de hoofdrol. Ze zal nu wel wat
ouder zijn. Zien we er aanknopingspunten?
We
hebben al de hele reis de stroom mee: oostelijk! Het oversteken
van de zeestraat blijkt nu een peulenschilletje terwijl we
op de heenreis hebben moeten knokken met veel wind, hoge golven
en de stroom naar het westen.
Bij
Blue Lagoon aangekomen zien we de ingang duidelijk gemarkeerd
door twee lichtpalen. Buiten ligt een cat voor anker, binnen
zien we veel boten aan moorings en veel lege moorings ertussen.
Wat zullen we moeilijk doen, we ankeren gewoon buiten in de
rustige baai voor een restaurant. Met de rubberboot gaan we
op verkenning in de mooi beschutte lagoon. Opvallend is dat
het duidelijk geparkeerde boten zijn, er is geen leven. We
moeten schuilen achter een vissersboot, de eerste bui sinds
dagen. Teleurgesteld varen we langs de grote Sunsail-steiger.
Hier is een Vlaming net bij zijn boot bezig, hij blijkt ook
te charteren. Je krijgt natuurlijk dorst aan het einde van
de middag. De steiger bij het restaurant is niet echt boot
vriendelijk, maar als de duikersboot vertrekt hebben we plaats.
Via de zijingang bereiken we een mooi terras waar we worden
voorzien van onze Hairoen-biertjes en rum-punch.

Blue
lagoon in Blue Lagoon
-
met
de gevolgen
's
Avonds gaan we er dineren, we zien geen andere eetgelegenheden
behalve boven bij Sunsail. Naast ons strijkt een groot Vlaams
gezelschap neer, over toevallig gesproken.
woensdag
14 mei
We
gaan vroeg op pad, eerst op de genua naar de hoofdstad Kingstown
om daar even rond te kijken en uit te klaren. We ankeren bij
het vissersstrand maar dat valt tegen: bij de eerste de beste
windvlaag gaan we al aan de haal. Opnieuw ankeren op 9 m.
Voor de zekerheid blijf ik aan boord, ook omdat er nergens
andere jachten zijn te bekennen. Bij elke windvlaag, tot 32
knopen, slippen we achteruit. Na vier stuks wordt het tijd
om de motoren te starten en op zoek te gaan naar een betere
plek. Langzaam stoom ik richting douane waar ergens onze rubberboot
moet liggen. Ineens komt Joke te voorschijn en is het opgelost:
rubberboot in de takels en op naar het noorden.
In
de luwte van het eiland is het moeilijk zeilen. De wind draait,
valt weg, komt weer terug. Met motorhulp komen we door de
windstiltes en we passeren Wallilabou en Cumberland. Bij Chateaubelaire
zien we het schiereiland waar we de rotsinscripties bekeken.
Dan wordt St. Vincent steeds groener en verlatener, geen huizen
meer te zien.
Eenmaal
weer op volle zee kunnen de motoren omhoog. De Pitons, de
karakteristieke tweelingbergen aan de zuidpunt van St. Lucia
kunnen we nog niet zien. Pas op zo'n 24 mijl zien we de eerste
vage contouren maar het duurt lang voor we ze scherp in beeld
hebben. Als de wind iets ongunstiger wordt is het niet meer
te bezeilen. Zullen we doorgaan tot Marigot? Dan draait bij
de punt de wind nog verder naar het noorden en is Marigot
ook geen optie meer. Overstag en naar de moorings onder de
Petit Piton bij Malgretout. Het wordt snel donker, met de
kijker kunnen we nog net zien dat er een mooring vrij is.
Racende boatboys komen ons tegemoet, het lijkt of ze mot met
elkaar hebben. We maken duidelijk dat ze niet nodig zijn.
Toch vaart er weer een op ons af als we nog een paar honderd
meter te gaan hebben. Twee jonge knapen varen naar onze mooring
om te helpen. We hebben er niet om gevraagd, toch eisen ze
een beloning als we eenmaal vast liggen en wel nachttarief!
Het Marine Park is ook meteen present en we moeten de EC40
(minimum voor twee nachten) betalen.

de
Malgrétout baai aan de voet van de Petit Piton
donderdag
15 mei
De
maskers van Zaka
Hoewel
we nog niet zijn ingeklaard gaan we toch de kant op bij de
Malgretout baai. We willen zien of we de petroglyfen, die
hier in de buurt zijn, kunnen vinden. De rubberboot laten
we achter op het strand voor Harmony Beach restaurant. De
weg omhoog voert langs een bejaardencentrum en we gaan rechtsaf
of de grote weg, richting watervallen. We komen alsnel bij
wat huizen. Een ervan valt direkt inhet oog: kleurige kunstvoorwerpen
aan de witte muur. Een meisje met duidelijk indiaanse trekken
spreekt ons aan. De houten maskers zijn te koop. De felle
kleuren doen het heel goed tegen dewitte achtergrond en de
maskers op zich zijn boeiend van vorm. We raken in gesprek
met Cysline die bij het Jalousie resort werkt. We kopen een
masker en zij wijst ons de weg in perfect Engels naar de petroglyfen.
We moeten steil omhoog en komen bij het atelier van Simon
die de maskers maakt. Ook hij spreekt goed Engels, hij heeft
zijn jeugd in Londen gewoond.

de
houten maskers op een witte muur

Cysline
verkoopt ze

schitterende
kleuren

mooie
details

het
atelier van Simon

zo
hangt er nu een aan boord
Nog
verder omhoog en dan links af, het resort in. Hier is een
nature trail dat naar de petroglyfen voert. Midden in het
bos een rieten afdak en daarzijn ze: afbeeldingen van mensen,
helaas niet ingekleurd zodat veel te raden overblijft. Op
de terugweg strijken we neer ophetterras van Harmony beachdat
speciaal voor ons wordt geopend. Er hangen, zoals op veel
plaatsen die met watersport hebben temaken, veel vlaggen aan
het plafond met als eerste de Nederlandse vlag.

de
tekeningen zijn redelijk zichtbaar

duidelijk
afbeeldingen van mensen
Motor/zeilend
naar Rodney baai
Het
valt nietmee onder een eiland te zeilen: veel draaiende winden
door de bergen, ook sterk wisselend van sterkte. De eerste
helft moet regelmatig de motor erbij, later kunnen we naar
de Rodney baai zeilen. Daar is het rustig, we tellen zo'n
zestig boten. We ankeren snel om voor vieren bij de customs
te zijn ivm anders te betalen overtime. Het lukt. Dan naar
het fort op Pigeon Island om daar de zonsondergang mee te
maken.

deskundig
slopen van een kokosnoot

uitzicht
vanaf Pigeon Island

elke
dag een schitterende ondergaande zon
vrijdag
16 mei
Rodney
baai-St. Anne
Na
een korte ronde over het luxe marinaterrein laten we nog een
zware bui overkomen, voor we vertrekken voor delaatsteetappe
naar St. Anne, Martinique (23 mijl). De windrichting en -kracht
zijn redelijk gunstig, golfhoogte minimaal. Met de westelijke
dwarsstroom van1,5-2 knopen kunnen we toch op St. Anne blijven
koersen, een luxe! De regen laten we achter op St. Lucia.
St.
Anne
De
eerste bekende boot die we zien liggen is de Zwitserse "Reine
Margareta" van Bernard, Margit en zoon Louis die in januari
vaak meededen met de yoga op het strand. Het dorp in na eerst
even Marie-Gé te hebben dag gezegd. 's Avonds diner
bij Rendez-Vous waar voor op het plein twee muzikanten op
jambee en bamboestok spelen. Prima sfeer, prima bediening
en prima eten. We besluiten met een coupe Rendez-Vous met
vieux rum, veel ijs en slagroom!
zaterdag
17 mei
Laatste
dag: Le Marin
De
dag begint met veel regen. De autoverhuurders in St. Anne
zijn steeds in gesprek of helemaal niet te bereiken. Uiteindelijk
lukt het eentje te vinden in Le Marin. We gaan anker op omdat
met een overladen rubberboot tegen dewind in het een heel
eind is en je zelden droog overkomt. Trouwens, de donkergrijze
wolken beloven niet veel goeds. We nemen de ondiepe route
langs Club Med en zonder het rif te raken komen we er over
heen.
Roland
op zoek naar de autoverhuurder, Joke naar de douane om in
te klaren en Liesbeth en ik naar de Mango Bar om te internetten
onder het genot van een cappucino.
Alles
lukt en we nemen afscheid. Zij gaan een dagje eiland verkennen
voor ze naar het vliegveld gaan, wij terug naar de Zeevonk.
We hebben er 280 mijl opzitten, 7 eilanden bezocht.

hier
kom je voor naar de Carieb!