index duits

e-mail: info@catzeiltochten.nl

onze vertegenwoordigster in Nederland: 0647130930 of 00870 764020057 (Zeevonk)Denk aan het tijdsverschil, het is bij ons zomers 6 uur vroeger!

wie zijn we?

vanuit een helikopter  van de kustwacht

wind en golven tegen

Zeevonk met parasailor

laatste wijziging: 5/06/09

Reis naar de zon deel 95

Martinique-Grenadines v.v.

zaterdag 2 mei - zaterdag 16 mei 2009

donderdag 30 april

Koninginnedag op zijn Fries

Twee Nederlandse boten bij Anse Mitan: de "Triton" met Fokko en Aukje en de "White Haze" met Akko en Ada. Dat moet je vieren, we pavoiseerden de Zeevonk met oranje vlaggetjes, de dames maakten hapjes klaar en kwamen met rode wijn en het feest kon beginnen. Waar praten zes Friezen over in de Tropen? De Elfstedentocht en hun gemeenschappelijke vriend Eerde Beulakker met vrouw Hedwich! We zingen het Friese volkslied met trekzakbegeleiding. Verder natuurlijk de avonturen onderweg: de Triton is Noorwegenspecialist tot en met Spitsbergen en bezocht Suriname, de White Haze is overal geweest tot in Japan en is via Zuid Afrika, St. Helena en Suriname hier naartoe gekomen.

vlnr Ada (White Haze), Fokko (Triton), Akko (WH) en Aukje(T)

vrijdag 1 mei

feestdag dus ...

De hele dag regen! Pas in de namiddag klaart het op. We hebben het ons niet gerealiseerd, wilden een auto huren en boodschappen doen. Blijkt alles gesloten! Geen auto, geen eten. We zeilen naar Fort de France om daar met een bus of een taxi naar het vliegveld te gaan. Onderweg worden we door de zijstroom bijna op een visbootje gezet, zo weinig wind is er. Er ligt hier ook al een Nederlander, de "Sarah". We maken even een praatje met schipper Henk en gaan dan de wal op. Geen busjes maar ook geen taxi's! Joke maakt een praatje met een aardige zwarte Fransman die ons zowaar een ritje naar het vliegveld aanbiedt! Hij zet ons af voor de deur en wil eigenlijk geen vergoeding maar die krijgt hij natuurlijk wel.

zeer vriendelijke mensen op Martinique: Albert brengt ons even naar het vliegveld!

Hoe ziet een Belgisch naturisten paar eruit?

Altijd weer leuk om te proberen onze gasten te ontdekken tussen de passagiers die bij de transportband op hun bagage staan te wachten. Zien ze er sportief uit? Zoeken ze al naar ons? We hebben alle tijd voor het zover is daar het vliegtuig 50 minuten vertraging heeft. Het wordt drukker in de hal, een hoop afhalers. Dan stromen de passagiers naar binnen. We weten dat ze geen kinderen bij zich hebben, niet zwart zijn en tot de categorie 50+ horen. Helaas, we hebben het weer mis maar ons bordje "Zeevonk" brengt uitkomst en we worden snel herkend. Gelukkig staan hier wel taxi's en met een snelle Mercedes zijn we snel weer terug in Fort de France.

zaterdag 2 mei

Boodschappen doen in de regen

Een heerlijk ochtendzonnetje met in de verte boven de suikerrietvelden mistbanken. Eigenlijk zie je hier nooit mist maar door de vele regen van de vorige dag is de vochtigheidsgraad erg hoog. We gaan op pad, de gasten verkennen FdF, wij gaan eerst naar de overdekte groentenmarkt. Hier is het een drukte van belang, geen wonder, alle groente- en fruitsoorten zijn hier te vinden. Dan uitklaren bij de Sea Service, we worden direct herkend door Jacques en Ciarla en Ciarla heeft voor Joke een goed adres voor als we weer een taxi nodig hebben en er staat niks, of om hem gasten te laten afhalen. Vervolgens is een bezoek aan Leader Price aan de beurt. Ik breng de groente en fruit vast naar de Zeevonk om Joke later weer op te pikken. De drukte is enorm bij deze populaire supermarkt: lange rijen voor de kassa's. Het effect van de staking is duidelijk zichtbaar: overal borden met de mededeling dat er 102 produkten in prijs zijn verlaagd. Na lang wachten kunnen we eindelijk de tassen vullen en met hulp van onze gasten sjouwen we de dozen en tassen richting boot. Onderweg een stevige regenbui, de lucht is grijs. Hoe lang gaat dit duren? We schuilen in de nieuwe muziektent op de kade. Opvallend is hier dat de stromen regen bijna over de niet waterdichte elektriciteitskast lopen. Zodra de regen even afneemt springen we in de rubberboot en komen toch nog redelijk droog thuis.

ochtendnevel boven de suikerrietvelden

Fort van Fort de France in de ochtendzon

de overdekte groentenmarkt van FdF

detail opname van een typische marktvrouw in het zonnetje

de positieve gevolgen van de staking

Anker op, het nieuwe avontuur begint

Het is windstil en overal buien, een weinig voorkomende situatie. We motoren naar de intieme baai Anse Noir om daar te snorkelen en de vleermuizengrot te bezoeken. Aankomst in de stromende regen. Na de lunch is het droog dus met camera's op pad. We zijn nog niet halverwege of een bui barst los. Dat wordt schuilen bij de vleermuizen. Gekrijs en gefladder en tientallen aan de rotsen gekleefd, een bijzonder gezicht waar we lang naar mogen kijken want de bui wil maar niet ophouden. Af en toe wil de deining ons verder de grot in persen waarwe hebben voldoende houvast aan de rotsen om dit te voorkomen. Krabben met rode poten houden ons goed in de gaten. Het regenwater stroomt van de rotswanden en geselt buiten de zee. Uiteindelijk toch maar terug, van snorkelen worden we immers ook nat. Helaas is de regen op je huid in de wind veel kouder dan gewoon onderwater en eenmaal aan boord moeten we eerst aan iets warms voor we gaan snorkelen.

de populaire zwemsteiger van Anse Noir kapot - hurricane Omar - en afgezet

vleermuizengrot

Grand Anse d'Arlet

Een nieuw wrak is het eerste wat opvalt als we deze mooie baai binnenvaren. Het is een monohull die er redelijke ongeschonden uitziet. De regen is opgehouden, tijd om de wal op te gaan. Terug aan boord om een schitterende groene flits te aanschouwen. En of dat niet voldoende is na het diner vuurwerk op de kant. De maan, acht dagen oud, begrijpt er niets van. Het geluid van de krekels wordt door de knallen overstemd maar komt daarna in alle hevigheid terug. Aan de andere kant van de baai muziek dat keurig om half één ophoudt (dacht ik).

de oorspronkelijke dinghysteiger: helaas verzand en nu ook beschadigd

het laatste wrak met nog een klapperend zeil

ook de motor opgegeven?

een kleintje, waarom niet opruimen?

ligt er al een tijdje; wordt bewoond?

ook hier charterboten

net te vroeg voor de groene flits

zondag 3 mei

De Champagne berg op

Uit het wandelboek pikken we de dichtstbijzijnde wandeling, een waar we nooit aan toe zijn gekomen, ondanks het feit dat we hier veel gelegen hebben. Vandaag is het bijna windstil en komt de wind uit het zuidoosten, geen omstandigheden om naar St. Lucia te varen. De ochtendbuien zijn voorbij, het zonnetje begint voorzichtig te schijnen. Het is zondag en het strand begint vol te lopen. Het begin van de wandeling wordt goed aangegeven en na een stuk betonweg zijn we de huizen voorbij en begint een modderige klim. Op zestig meter hoogte komen we op een soort savanne met veel dood gras terwijl de struiken nu vanwege de regen fris groen zijn. We vinden een primitief tentje gemaakt van een bimini, waarschijnlijk van de gestrande boot aan de oever beneden. Dan komen we bij een vennetje met waterlelies, schitterend, met bloeiende bomen er omheen. Het pad loopt vervolgens langs de bovenrand van de klippen. We zien snorkelaars en vissers onder ons op een van onze favoriete duikplekken. Het pad wordt prima aangegeven met gele tekens op bomen en rotsen, verdwalen is geen optie. Tot onze verbazing ineens een overwoekerd gebouwtje met een stenen muur op een top. Een militaire uitzichtpost van vroeger? Het staat niet op de stafkaart, vreemd. Nu gaat het pad flink omhoog en bereiken we de echte top op 100 m met een ruwstenen geval (in Rasta kleuren beschilderd) waar misschien ooit een Mariabeeldje in heeft gestaan. Van hier een wat door bomen grotendeels uit het zicht het dorpje Petit Anse d'Arlet met strand en baai met vissersbootjes. De afdaling is vrij steil en modderig maar we bereiken zonder kleerscheuren het terrasje aan het strand. Terug over de weg is een peulenschilletje en we lunchen bij de duikschool waar dit keer het eten minder goed was. De wandeling bleek een aanrader.

een schuilhut?

is dit boven op een berg op Martinique?

schitterende bloeiende bomen

een van onze duik/snorkel plekken

de route staat duidelijk aangegeven

niet op de stafkaart, wel al lang aanwezig

de top van de Champagneberg (100 m)

Petit Anse d'Arlet

uitzicht vanaf het terrasje aan het einde van de wandeling

maandag 4 mei

Hoog aan de wind met een rustige zee naar St. Lucia

Ideaal als je nog niet ingeslingerd bent: golfhoogte slechts 1.50 m, windkracht 3. Na een bezoekje aan de kruidenier motoren we Grand Anse uit en hijsen we eindelijk de zeilen. Het is zoals altijd wat vlagerig achter de zuidwestpunt van Martinique, maar eenmaal los gaat het gladjes. We halen een zwaar gereefde monohull in die even later ons voorbeeld volgt en toch maar de reven eruit haalt. We passeren Roche Diamant op flinke afstand, het zicht is zeer beperkt, St. Lucia is niet te zien. De vislijnen staan uit, wie weet. Dan naderen we een groepje kleine visbootjes met een zwerm vogels erboven. Zo ver uit de kust? Ze zijn met netten bezig en we varen bovenlangs zonder ze te storen. Dan komt St. Lucia in zicht bij zo'n 12 mijl. Door de dwarsstroom worden we naar het westen gezet, Rodney bay halen we lang niet. Eigenlijk is een bezoek aan Castries, de hoofdstad, ook niet gek. Het is makkelijk bezeild, de catamaran die de hele weg onder ons voer, wel iets sneller was maar minder hoog aan de wind kon, gaat overstag, rolt zijn genua in en gaat op de motor wel naar Rodney bay. Bij de ingang van Castries melden we ons keurig bij de controle toren en we mogen voor de landingsbaan van het vliegveld langs. Het blijft vreemd dat je toestemming moet vragen om te mogen passeren, want ook dit keer scheert een landend vliegtuig over ons heen!

Castries

We ankeren voor de souveniermarkt en klaren in bij de douane. Ik word van de kade verjaagd door de havenpolitie, Joke maakt de 2 aardige dames een compliment: niet overal worden we bij de officiele instanties zo vriendelijk bejegend!

Vervolgens naar de markt om groente en fruit te kopen en een bezoekjeaan Shirley te brengen: zij heeft een van de kleine eetterrasjes onder haar hoede. Ze verwelkomt ons alsof we elkaar al jaren kennen, ik ben haar "baby". Vorige keer (begin januari) was ze gesloten, de keer daarvoor zakte een van haar tafels bijna door zijn poten en nu... lag één poot op de grond! Aandoenlijk, zo'n situatie. Op het miniterrasje er tegenover stond een dronken vrouw luid te oreren met een boek in haar handen. Ze werd van alle kanten uitgelachen en had er zelf af en toe ook lol in.

Zeilend Marigot baai in

Op de genua de drie mijl naar de beroemde Marigot baai, een natuurlijk hurricane hole bij uitstek. Al van verre komen de boatboys op ons af. De eerste had een bootje vol vrouwen, het was niet duidelijk of het koopwaar betrof, de tweede bood een mooring aan, de derde een taxirit over het eiland, de vierde een tros bananen, de vijfde halskettingen, de zesde verschillende soorten fruit, ... We hoorden trouwens dat ze maar tot zes uur mogen venten.

dinsgag 5 mei

Hoezo regen?

In de Carieb schijnt altijd de zon, zeggen ze. Deze ochtend worden we echter gewekt door zware regen. Een uurtje later wordt het water lichtbruin en komt er van alles voorbij drijven. Kokosnoten, bamboepalen, bamboebladeren en gelukkig maar weinig plastic. Als het even droog is bezoeken we het moderne nieuwe winkelcentrum, tappen geld en met brood beladen zijn we net op tijd terug voor de volgende bui neerdaalt. Na de lunch zeilen we zo goed mogelijk op de genua doch regelmatig is wat motorhulp nodig. We passeren het vissersdorpje Anse la Raye waar op vrijdagavond altijd feest is. Grote witte zakken met zand staan in rij op de waterlijn, duidelijk bedoeld als kustbescherming. Benieuwd wat ze daar verder gaan doen. Bij Anse Castanet - waar ook moorings liggen en je zelfs mag ankeren - gaan we de hoek om, de baai van Soufrière in. De eerste boatboy (Simon) is dan al langs geweest. Hij zal wachten tot we aan een mooring liggen. Zodra we naast de varkenshokken op het strand hebben vastgemaakt verschijnt hij weer. We spreken een tocht af voor de volgende ochtend: de botanische tuin met watervallen, de drive-in vulcano en de hotwater springs.

een armoedig hoekje van Soufrière

de varkenskotten van Soufrière

woensdag 6 mei

Nog meer regen

Om de vijf minuten daalt een regnbui de berg af. Raam open, raam dicht. Om simpel van te worden. Als we het stadje ingaan overal mensen op straat, veelal schuilend onder de overhangende balkons. Ook wordt er veel gebruik gemaakt van parapluies. Het leven gaat gewoon door, dat is duidelijk. De enigen die aandacht aan ons schenken zijn de bedelaars, lastig volkje. We bezoeken wat winkels, o.a. met huishouidelijke artikelen. Het is hier duidelijk veel basaler dan we gewend zijn op de Franse en Nederlandse eilanden. Een ding heeft het gemeen met Statia: het tankstation is uitverkocht! Vergeefs kom ik aanzetten met mijn diesel en benzine tankjes. Dit zien we ook regelmatig op Statia.

even binnen schuilen

Onze gasten worden weer keurig thuisgebracht na hun eilandtour en we varen op de fok naar de plek tussen de twee Pitons, de zo karakteristieke en prachtige bergen die hier de omgeving domineren. Van verre zien we witte kopjes op het water, ook in de pilot staat dat het hier flink kan waaien. We komen af op het woensdagavondfeest met entertainment en redelijk goedkoop eten. Eenmaal aan de mooring krijgen we toch een wat onbehagelijk gevoel: windvlagen gieren over ons heen tot windkracht 7! Het mooie strand van het Hilton hotel is nagenoeg verlaten, de snorkel- en duik plek is met drijflijnen aangegeven en een groot bord op de kant, het ligt in de zone waarvoor je een aparte permit moet kopen. In het restaurant aan de herstelde pier zien we wat mensen, zo te zien bedienend personeel. Wat een verlatenheid! Als Joke naar de kant vaart komt meteen iemand op haar af. Het woensdagavond gebeuren bij Bang is er niet meer... Het kost niet veel moeite om te besluiten te vertrekken naar een andere mooringplek en tijdens het losmaken krijgen we nog even een vlaag van 32 knopen als afscheid. We stomen op en helaas alle boeien bij Malgrétout met zijn Harmony Beach restaurant zijn bezet. De Nederlandse "Heidenskip" ligt er ook.

gehaald en gebracht door de watertaxi

Terug naar Soufrière. Er is veel te zien vanaf de boot. Met de kijker erbij blijkt het Texaco tankstation te werken! Meteen weer er naartoe en ja hoor, dezelfde jongedame die me eerder nee verkocht kan me nu aan brandstof helpen: 80 liter diesel voor EC200 en 20 liter benzine voor EC52 (1 US $ is 2.67 EC, met Euro's werken we niet meer...).

Even later worden we opgeschrikt door gejuich en gespring op de kant. Het houdt een tijdje aan. Als later een paar jongetjes op een surfplank langs komen kunnen zij ons vertellen dat Barcelona heeft gewonnen. De Spaanse Barcelona? Het klaart wat op, de maan en later wat sterren zijn te zien tussen de wolkenflarden. Het is nog even spannend of een jacht aan de mooring komt liggen die bijna tegen ons achterschip bonkt. We hebben geluk. Het oorverdovende krekelconcert begint weer, vleermuizen fladderen voorbij. Muziek van de kant.

donderdag 7 mei

Prima zeilweer voor de oversteek naar Cumberland, St. Vincent (36 mijl)

Vroeg vertrek,we zijn 1 van de 8 boten naar het zuiden. Achterom kijkend zien we de Pitons gehuld in een waar gordijn van regen, erger kan haast niet! Eerst nog een flinke tegenstroom en grote draaikolken, dan wat windvlagen. De eerste monohull laten we snel achter ons. Zodra we verder van de punt zijn wordt de wind regelmatiger en maken we snelheden tot 10 knopen. Geen wonder dat we ook de tweede monohull vrij snel inhalen. Het is de Canadese "Moana II" die we eerder tegenkwamen. Joke maakt een mooie fotoreportage van ze. Midden in het zeegat nemen de golven toe en met halve wind zitten we soms tegen surfen aan. We halen weer twee monohulls in, nu nog de catamaran die wel groter wordt. Onze gasten moeten herhaaldelijk worden gewaarschuwd niet in de felle zon te blijven zitten: het is eindelijk zonnig! Eenmaal onder St. Vincent nemen de golven weer af. Het wordt gemoedelijk plassen zeilen. De groene bergen trekken voorbij en we naderen de verborgen ingang van Cumberland bay. Er liggen twee catamarans, voor de steiger van de "Black Baron" alleen de mononhull van de eigenaar. Wat een rust en wat een mooie omgeving.

we laten de Pitons achter ons

Wat heeft Cumberland te bieden?

We lanceren de kano, het ideale vervoermiddel om de baai te verkennen. Snorkels mee en op zoek naar een verlaten strandje. Op sommige plaatsen zijn de klippen wit: vogels hebben daar hun favoriete plek, hier zelfs ook een hol waar we eerder jonkies in zagen. De begroeing is heel wisselend, van cactussen tot mooie lianen en bloeiende struiken en bomen. Ook de onderwaterwereld is behoorlijk divers, Joke ontdekte zowaar voor haar nieuwe anemonen.

Wat ik niet moet vergeten zijn de boatboys: de eerste helpt ons met de achterlijn aan een palmboom, de volgende zijn geen boys maar oudere heren. De restaurants, momenteel drie in gebruik worden ook aangeprezen. Er blijken twee recent van eigenaar te hebben gewisseld: de Black Baron heeft nu Olivier, een jongere Fransman en bij Beni's is nu ook een Joseph. Wij gaan dit keer eten bij de oude Joseph waar we recht voor liggen. Benieuwd, we zien daar nooit een mens.

Voor we om vier uur naar de Wallilebou bay gaan om in te klaren en de resten van de decors van de film "Pirates of the Caribbean" gaan bekijken, landen er al drie andere catamarans en krijgen we een tweemaster met Zweedse vlag als buren. Intussen is het buiïger geworden. Toch zonder regenkleding naar de volgende baai langs de rotsen met hun grillige vormen, holen er in, afgewisseld met palmenstrandjes. Wat een ongerepte natuur! We komen langs de boog waar in de film opgeknoopte piraten hingen en landen bij de resten van de steiger. Er liggen drie boten in de baai, o.a. een Engels kottertje waarvan de voorste mast halverwege is afgebroken. We schuilen in het restaurant waar twee Engelse studentes (?) achter hun laptop zitten en de andere aanwezigen naar de tv zitten te kijken. We horen dat de douane pas om vijf uur komt, dus strijken we neer op een paar gammele fauteuils. Itussen pakken de studentes hun laptops in en roeien naar het kottertje. Op de boeg staat de verklaring: "Caribbean Seabird Survey 2009-2010", ze doen dus onderzoek. Om vijf uur rekenen we af om tussen de toenemende regenbuien een bezoek aan het douanekantoortje te brengen. De restauranthouder gebaart even te wachten, men zal opbellen naar de douane. Even later komt de vrouw zeggen dat ze niet komen...

We moeten een tijdje wachten voor een droog moment. Het lukt zowaar om tussen de buien door onze baai te bereiken. Intussen is het tijd voor een drankje, dus eerst maar naar de Black Baron voor de special. De huidige eigenaar heeft alles bij het oude gelaten. Een trotse Simon laat ons zijn mahonie walvis en een prijswinnende dolfijn zien. Hij kan dus meer dan kalebassen beschilderen. Ook is hij nu duidelijk barman en overal zeer vriendelijk en behulpzaam aanwezig. Natuurlijk komt hij op verzoek ook aan met een piraten pistool en een steek zodat Liesbeth even wordt omgetoverd tot piratenvrouw.

Diner bij Joseph

Eerder toegezegd dus moeten we wel: dineren bij Joseph's restaurant. Is het vergane glorie of heeft het nooit een hoger peil gehaald? In de overdekte ruimte is één tafel, verder niets. We schuiven aan en de oude Joseph komt na enige tijd met een schaal rijst, een schaal salade en weer later met een bak met stukken mahi-mahi. De servetten worden van een keukenrol gescheurd, hij vraagt niet of we iets willen drinken. Buiten het gezang van de krekels dat regelmatig wordt overstemd door de regen op het golfplaten dak. De Zeevonk ligt voor ons en ineens gaat tot onze verbazing het automatische waaklicht in de kuip aan. We zien geen bijzonderheden, misschien een insect of een vleermuis voor de bewegingsmelder. Vreemd is dat hij daarna nog een keer of tien aan gaat en dan pas stopt. We zullen wel zien.

vrijdag 8 mei

Naar de Dark View Falls, een peulenschilletje!

We gaan op pad met een fles water en een handdoek, bereid om een flinke wandeling te maken. Het eerste stuk gaat tussen bouwland: er is iemand met een hak de grond aan het bewerken. Geiten staren ons aan. We horen geklater van water en staan even later voor een vrij wild stromende rivier. Wat nu? Even later komt de bestelwagen van de Black Baron eraan en rijdt pardoes door het water. We vinden wat stokken en weten zo door het kniediepe snelstromende water de overkant te bereiken. Joke wordt daarbij door een inheemse man geholpen en gaat gelukkig niet met haar fototoestel ten onder. Liesbeth, notabene de kleinste van ons gezelschap, steekt lachend en moeiteloos over: haar mooie lange broek heeft ze even uit en in een bikinibroekje is er geen probleem! Bij de weg aangekomen stopt daar zowaar een busje en komt achteruit rijdend terug. Een rasta-man wil ons wel verder helpen, onduidelijk wat hij bedoelt voor EC15 pp. De kustweg met zijn haarspeldbochten biedt hele mooie uitzichten. De kust bestaat afwisselend uit stranden met zwart zand, dan weer dorpjes met veel volk op de been. Genieten van deze rit. Wie schetst onze verbazing als onze chauffeur helemaal doorrijdt naar de hangbrug over de rivier! Hij blijft op ons wachten voor de terugreis! Joke had 10 EC pp geboden denkend aan alleen de heenreis, Shawn vroeg 15 maar bedoelde heen en terug! Een win-win situatie dus, aardige knul.

Men is hier bezig een nieuw gebouw neer te zetten, geheel in stijl met de omgeving. De financiën vormen geen probleem: Europees geld. De hangbrug met zijn bamboe dek is goed onderhouden en een makkie om zo de vrij wild stromende bergrivier over te steken. Dan door het bamboebos naar de onderste waterval. Het water komt met veel geweld naar beneden. Het is er donker en een man is bezig om flesjes, papiertjes, etc. op te ruimen. Geen punt, we steken meteen over en nemen het pad omhoog naar de bovenste waterval, Heel mooie natuur met de bekende rode bloemen en grote olifantsoor bladeren. Het modderige paadje is bijna niet te vinden maar we kennen de weg. Hier is geen onderhoud gedaan en waar het pad in de afgrond is verdwenen moeten we even op handen en voeten. Het lukt ondanks de nattigheid en iets verder horen we de waterval. Dan balancerend over rotsen bereiken we de overkant en na een klein stukje de rivier te hebben gevolgd zien we de waterval in volle glorie. Fijne waterdruppels in het zonlicht maken er een weergaloos mooi plaatje van. We hoeven niet lang na te denken en nemen een bad met koude douche. (een foto hiervan staat ook op het voorblad van het decembernummer van UIT).

landbouw met een hak en dat in de hitte!

makkie!

lastiger

een heremietkreeft onderweg

Op de terugweg wordt keurig gestopt bij een bakker in Chateaubelair en Joke trakteert op kokoscake. Dan brengt de chauffeur ons naar een plek die nog geheel in ontwikkeling is: hier zijn rotsinscripties van de Arawak indianen, nog niet ontdekt door het toerisme. Het is een schiereiland hoog boven zee en zou ook als uitkijk gebruikt zijn om een eventuele vijand te ontdekken. Aan beide zijden diep onder ons een strand met vissersbootjes en een dorpje. De rotsen met de inscripties zijn anders dan we elders hebben gezien: geen afbeeldingen maar holletjes. Een grote boom zit vol met paars-roze besjes: Jah's plumbs. De kleine zijn heerlijk. Aan de voet van het schiereiland wordt druk gebouwd, hier komt een soort bezoekerscenter. Volgens onze gids zijn we de eerste buitenlandse bezoekers, een hele eer.

Shawn, onze chauffeur en gids

de inkervingen door indianen

de bessenboom

Jah's plumbs: hoe donkerder, hoe lekkerder

Steelband muziek bij Beni's

Terug in Cumberland Bay toch even kijken waar de steelbandmuziek vandaan kwam. Er blijken een aantal drums bij Beni's te staan en we mogen er even op spelen. Geweldige kick om de trommen te roeren. In de verte zien we iemand aan onze dinghy zitten: hij is het motortje aan het schoonmaken. Het is ongevraagd maar duidelijk bedoeld om wat centjes te verdienen. We hadden al eerder een aanvaring met deze opdringerige oude man. We bieden hem een t-shirt maar hij wil geld. Tja...

Liesbeth in opperste concentratie

Roland doet ook een poging

 

wat doet hij bij onze rubberboot?

Joke in onderhandeling over de "beloning"

zaterdag 10 mei

Vlotte rit naar Bequia

Onder de kust een gladde zee die naar we meer in het zeegat komen overgaat in redelijke golven. We kunnen vrij hoog aan de wind sturen, worden wel met 2,5 knoop dwarsstroom naar het westen gezet. Met een lichtgereefde genua kan de stuurautomaat het makkelijk aan en als nel zien we de eerste jachten in de baai liggen. Nog dichterbij zien we ineens een bekend silhouet: de "Horta"van Harm en Lizzy. We ankeren op 2 m diep water nabij het strand. Meteen worden we 'getrakteerd' op forse windvlagen, waar deze baai om bekend staat. Tijdens een kort bezoekje aan de "Horta" waaien de stoelen over het dek en staat onze dinghy even rechtop. Wat een windgeweld!

Passagieren in Port Elisabeth

Het is druk op straat, overal groepjes mensen die met elkaar staan te praten. De taxichauffeurs onder de bomen schieten ons direct aan voor een eilandtour. Onze eerste gang is naar het douanekantoor voor het inklaren. We zijn snel aan de beurt maar de beambte die met ons moet afrekenen heeft veel werk met onze voorgangers. Dit keer moeten we ook een soort gezondheidsverklaring inleveren in verband met de Mexicaanse griep en we moeten vooraf het marinepark betalen. We moeten nu dus al beslissen hoelang we in deTobago Cays willen blijven. Ook moeten we 'overtime' betalen omdat het al na vieren is. Het kost ons alles bij elkaar EC 265, biujna 100 US $.

We worden in het Nederlands aangesproken door een zwarte taxichauffeur. Zijn moeder blijkt uit Suriname te komen. Hij heeft een grote pan geitensoep met callaloo waar we gretig van profiteren. Daarna de trap op bij Maria's restaurant waar we aan de bar genieten van happy hour met live pianomuziek. Met stukken pizza (Joke had geen zin om te koken) keren we in het donker terug naar de Zeevonk die nog keurig op zijn plaats ligt. Een prima kennismaking met dit bijzondere eiland.

Eilandtour en bezoek aan de markt

Voor we de wal opgaan komen Gerrit en Bettina langs van de "Noordhinder". Ze liggen verder achter in de baai, vlak naast een ander Nederlandse boot. We zullen ze weer zien op de Cays.

Het eerste dat opvalt als we bij daglicht weer richting dorp gaan is de lage waterstand, wel een meter lager, zodat we nu over het strand kunnen lopen ipv over het betonpad. Toch hebben we met onze 1,35 m diepgang de bodem niet geraakt dus geen probleem. De sympathieke rastavrouw, Molissa, die aan het voetpad mutsen breit, is nu ook weer aanwezig, met twee kleine hummeltjes die om haar heen zwermen. Haar aanbod van breiwerk en halskettingen is iets uitgebreid. Later op de dag kopen onze gasten enkele fraaie dingen van haar.

Molissa met haar koopwaar

miniatuurtjes op een tand

het staat er maar ze houden zich er niet aan

Dit keer kan een taxichauffeur niet worden weerstaan en stappen onze gasten achter in de bak voor een eilandtour. De schildpaddenopvang is gesloten, de eigenaar is zevende dags adventist en werkt dus niet op zaterdag. Wel kan er door het hek naar binnen worden gekeken. Grappige kleine monstertjes dobberen in grote bassins.

Wij doen nog wat boodschappen en komen Nederlands sprekende mensen tegen. Het verband is snel gelegd: ze zijn van de "Present" die verderop in de baai ligt. We maken kennis met ze en we drinken koffie bij ons aan boord.

zondag 11 mei

Snorkelen op de zeepaardjes plek

Naast ons is de hoek met waterplanten waar we ooit onze eerste zeepaardjes zagen. Het water is heerlijk warm en we zoeken alle planten en koraalblokken af. Er is veel te zien, nieuw voor ons is de slaslak met zijn grappige uitsteeksels. Alleen, de zeepaardjes kunnen we niet vinden. Dan opeens kleine bruin- groene kwalletjes met lange draden. Tijd om weer in de dinghy te stappen.

Tobago Cays, het mooiste van de Carieb

De Admiralty Bay uitzeilen is altijd precies voor de wind, je hebt een bulletalie nodig om niet door een kleine windrichting verandering te worden verrast. De genua laten we opgerold, die valt toch steeds in of je moet voor dit stukje een spinnakerboom gebruiken. Maar ja, we gaan zo al zes knopen. Een catamaran met gereefd grootzeil en genua en een monohull op gereefd grootzeil varen voor onsuit. We ronden met zijn drieën het puntje en koersen richting Tobago Cays, 20 mijl verder op. Prachtig weer, ruime wind, kracht 3-4 en een blauwe lucht. Wel hebben we te maken met dwarsstroom naar het westen, volgens de kaart tot 2 knopen. Onze autopilot zetten we op het waypoint zodat hij zelf corrigeert en we niet worden weggezet. De andere cat haalt al vrij vlot het rif uit het zeil maar zakt duidelijk af, houdt geen rekening met de dwarsstroom. De monhull komt netjes achter onsaan maar de 8 à 9 knoop - notabene met een beetje ingerolde genua - gaan hem boven zijn pet. Heerlijk ontspannen zeilen. Canouan verschijnt snel aan de horizon al is het zicht, net als de voorgaande dagen, niet optimaal. We halen een monohull in waarvan ik eerst dacht dat het een tegenligger was! Onder Canouan minder zijstroom, de wind blijft en dan komen de Tobago Cays in het zicht. We nemen de 'zij-ingang' bovenlangs de Baleine Rocks, die goed herkenbaar zijn vanwege de branding er op. We kunnen doorzeilen tot de smalle doorvaart tussen Petit Rameau en Petit Bateau, dan moeten de zeilen opgedoekt en motoren we tussen daar geankerde boten door naar het hoefijzer rif naast het eilandje Baradal. Tot onze verbazing is het niet echt druk.

In het paradijs

Al tijdens onze lunch komen schildpadden nieuwsgierig kijken. We liggen naast een met drijflijn afgezet stuk, speciaal voor de grazende schildpadden. Dus, snorkel op en op zoek. Meteen naast de boot al een grote die net opstijgt voor een hap frisse lucht. Trekt zich niets van ons aan en graast even later weer verder. Een kleine bruine rog kruist ons pad als we naar het strand van Baradal zwemmen. Het strand is duidelijk groter geworden sinds de jaarwisseling. Een korte wandeling over het eilandje levert een grazende landschildpad (hoe komt diehier?) en twee vrij grote leguanen op. Vogels in de bomen, palmen op het strand, wat ontbreekt hier nog.

zwevend achter een green turtle aan

ook hij/zij moet af en toe lucht happen

de schitterende pampano's

"We zien jullie weer in de Cays" zeiden Gerrit en Bettine. Nou, dat klopte, en het werd als altijd gezellig aan boord van de Noordhinder. We hebben het over Venezuela, geen lekker gevoel erbij nu er weer wat is gebeurd. Willen wij onze plannen aanpassen, of met de Noordhinder samen opvaren?

maandag 12 mei

We starten met een bezoek aan het eiland Jamesby waar 'onze' palmboom op het strand staat. De traditie wil dat onze gasten hier hun klimprestatie kunnen neerzetten. Vandaag is het tijd voor een Vlaams record, immers nog niet eerder klom een Vlaming. Het wordt geen scherp record maar gelukkig ziet onze Vlaamse kans om het hoger te tillen. Op het strand zien we vele kleine aangespoelde kwalletjes, is het de tijd er voor? In het water tijdens het snorkelen vielen ze ook al op, met hun lange draden zien zeer gevaarlijk uit, dus met een boog er omheen. Nog voor we het pad omhoog bestijgen zien we al de eerste leguanen. Ze vallen op door hun geritsel over de dorre bladeren. Ze poseren keurig voor de foto. De andere duidelijk aanwezige bewoners zijn de prachtige sterns, ook zij zijn zeer fotogeniek. We beklimmen de heuvel, waarbij een paar sterns zich roeren: een nest in de buurt? Nog meer leguanen kruisen ons pad. We manoevreren tussen de cactussen door en bereiken een open plek met een magnifiek uitzicht. Je ziet de riffen met de branding erop: allereerst het Horseshoe rif met de Tobago Cays, dan het World's End rif met daarachter het eenzame eiland Petit Tabac. Zelfs daar liggen een paar boten in het minuscule kommetje. Aan de beweging van hun masten te zien liggen ze niet echt rustig. Petit Bateau is het hogere buureiland, je ziet de paden naar de top en het mooie strand. De boten liggen er stilletjes bij in de vroege ochtendzon. Heerlijk om zo in je blootje op ontdekkingsreis te zijn: het heeft hier zeker wel wat paradijselijks.

onze klimpalm en (Fries) record hoogte?

het strand van Jamesby

een leguaan waarvan er nu veel op Jamesby zitten

venijnige kwalletjes waarvan er gelukkig veel het strand op gingen

Intussen heeft boatboy Walter al zijn bananenbrood en zijn whole weat afgeleverd, hij komt nog terug voor de T-shirts.

Na het ontbijt stappen we in de rubberboot om naar het rif te gaan waar de ondiepte en het uitzonderlijke heldere water je het meest ideale snorkelen bieden. Wat ook uniek is, het stroomt niet. We zitten zo ongeveer tegen laagwater aan en je kunt nu gewoon op dezelfde plaats blijven drijven. (eind december moesten we vechten tegen de stroom om vooruit te komen). Veel ons bekende vissoorten wonen hier, zelfs een schildpadje laat zich even zien. Het koraal en de sponsen zijn schitterend in al hun kleurenpracht. Ze contrasteren heel mooi tegen het spierwitte zand.

Het wordt weer wat drukker om ons heen, de bekende Switch catamarans vervoeren duidelijk dagjesmensen die op het eilandje Baradal worden losgelaten. Van hier uit snorkel je met de schildpadden die echter ook regelmatig achter onze boot opduiken. Als wij ook schildpadden gaan scoren valt op dat er veel grote halvemaan vormige palometa's om de schildpadden zwermen. Met hun witte lijven en de lange zwartgepunte vinnen zijn ze bijzonder sierlijke verschijningen. Omdat ook zij niet schuwzijn kan je er lang mee opzwemmen.

Baradal zelf heeft een leuk strand waar je met je bootje kunt opvaren. Een stelsel van paadjes voert je naar boven. Mijn eerste ontmoeting is met een grazende landschildpad. Wat doet die hier? Hoger op weer geritsel van vluchtende leguanen. Vogels in de struiken en af en toe uitzicht op het Horseshoe rif maken het plaatje kompleet. Geen wonder dat het hier zo populair is!

dinsdag 13 mei

Terug naar het noorden: Blue Lagoon

We zeilen weg, uitgezwaaid doorde "Noordhinder". Wind gunstig, golven gering. Ukkel zou bijna zeggen: "kabbelende zee". Onder Canouan door en dan afkoersen op het van verre zichtbare Bequia. We worden onderlangs ingehaald door een kleinere catamaran. Wat doe ik niet goed? Het antwoord komt snel: ze hebben beide motoren aan staan en dat met een bakstagwind kracht 3-4! Merkwaardig is dat vlak voor Bequia hetzelfde gebeurt: weer een cat met motoren aan.

We ronden de westelijke punt en verleggen onze koers naar St. Vincent. Nieuwsgierig naar wat Blue Lagoon heeft te bieden. Wie kent niet de klassieke film "Blue lagoon"? Een jonge Brook Shields speelt de hoofdrol. Ze zal nu wel wat ouder zijn. Zien we er aanknopingspunten?

We hebben al de hele reis de stroom mee: oostelijk! Het oversteken van de zeestraat blijkt nu een peulenschilletje terwijl we op de heenreis hebben moeten knokken met veel wind, hoge golven en de stroom naar het westen.

Bij Blue Lagoon aangekomen zien we de ingang duidelijk gemarkeerd door twee lichtpalen. Buiten ligt een cat voor anker, binnen zien we veel boten aan moorings en veel lege moorings ertussen. Wat zullen we moeilijk doen, we ankeren gewoon buiten in de rustige baai voor een restaurant. Met de rubberboot gaan we op verkenning in de mooi beschutte lagoon. Opvallend is dat het duidelijk geparkeerde boten zijn, er is geen leven. We moeten schuilen achter een vissersboot, de eerste bui sinds dagen. Teleurgesteld varen we langs de grote Sunsail-steiger. Hier is een Vlaming net bij zijn boot bezig, hij blijkt ook te charteren. Je krijgt natuurlijk dorst aan het einde van de middag. De steiger bij het restaurant is niet echt boot vriendelijk, maar als de duikersboot vertrekt hebben we plaats. Via de zijingang bereiken we een mooi terras waar we worden voorzien van onze Hairoen-biertjes en rum-punch.

Blue lagoon in Blue Lagoon

-

met de gevolgen

's Avonds gaan we er dineren, we zien geen andere eetgelegenheden behalve boven bij Sunsail. Naast ons strijkt een groot Vlaams gezelschap neer, over toevallig gesproken.

woensdag 14 mei

We gaan vroeg op pad, eerst op de genua naar de hoofdstad Kingstown om daar even rond te kijken en uit te klaren. We ankeren bij het vissersstrand maar dat valt tegen: bij de eerste de beste windvlaag gaan we al aan de haal. Opnieuw ankeren op 9 m. Voor de zekerheid blijf ik aan boord, ook omdat er nergens andere jachten zijn te bekennen. Bij elke windvlaag, tot 32 knopen, slippen we achteruit. Na vier stuks wordt het tijd om de motoren te starten en op zoek te gaan naar een betere plek. Langzaam stoom ik richting douane waar ergens onze rubberboot moet liggen. Ineens komt Joke te voorschijn en is het opgelost: rubberboot in de takels en op naar het noorden.

In de luwte van het eiland is het moeilijk zeilen. De wind draait, valt weg, komt weer terug. Met motorhulp komen we door de windstiltes en we passeren Wallilabou en Cumberland. Bij Chateaubelaire zien we het schiereiland waar we de rotsinscripties bekeken. Dan wordt St. Vincent steeds groener en verlatener, geen huizen meer te zien.

Eenmaal weer op volle zee kunnen de motoren omhoog. De Pitons, de karakteristieke tweelingbergen aan de zuidpunt van St. Lucia kunnen we nog niet zien. Pas op zo'n 24 mijl zien we de eerste vage contouren maar het duurt lang voor we ze scherp in beeld hebben. Als de wind iets ongunstiger wordt is het niet meer te bezeilen. Zullen we doorgaan tot Marigot? Dan draait bij de punt de wind nog verder naar het noorden en is Marigot ook geen optie meer. Overstag en naar de moorings onder de Petit Piton bij Malgretout. Het wordt snel donker, met de kijker kunnen we nog net zien dat er een mooring vrij is. Racende boatboys komen ons tegemoet, het lijkt of ze mot met elkaar hebben. We maken duidelijk dat ze niet nodig zijn. Toch vaart er weer een op ons af als we nog een paar honderd meter te gaan hebben. Twee jonge knapen varen naar onze mooring om te helpen. We hebben er niet om gevraagd, toch eisen ze een beloning als we eenmaal vast liggen en wel nachttarief! Het Marine Park is ook meteen present en we moeten de EC40 (minimum voor twee nachten) betalen.

de Malgrétout baai aan de voet van de Petit Piton

donderdag 15 mei

De maskers van Zaka

Hoewel we nog niet zijn ingeklaard gaan we toch de kant op bij de Malgretout baai. We willen zien of we de petroglyfen, die hier in de buurt zijn, kunnen vinden. De rubberboot laten we achter op het strand voor Harmony Beach restaurant. De weg omhoog voert langs een bejaardencentrum en we gaan rechtsaf of de grote weg, richting watervallen. We komen alsnel bij wat huizen. Een ervan valt direkt inhet oog: kleurige kunstvoorwerpen aan de witte muur. Een meisje met duidelijk indiaanse trekken spreekt ons aan. De houten maskers zijn te koop. De felle kleuren doen het heel goed tegen dewitte achtergrond en de maskers op zich zijn boeiend van vorm. We raken in gesprek met Cysline die bij het Jalousie resort werkt. We kopen een masker en zij wijst ons de weg in perfect Engels naar de petroglyfen. We moeten steil omhoog en komen bij het atelier van Simon die de maskers maakt. Ook hij spreekt goed Engels, hij heeft zijn jeugd in Londen gewoond.

de houten maskers op een witte muur

Cysline verkoopt ze

schitterende kleuren

mooie details

het atelier van Simon

zo hangt er nu een aan boord

Nog verder omhoog en dan links af, het resort in. Hier is een nature trail dat naar de petroglyfen voert. Midden in het bos een rieten afdak en daarzijn ze: afbeeldingen van mensen, helaas niet ingekleurd zodat veel te raden overblijft. Op de terugweg strijken we neer ophetterras van Harmony beachdat speciaal voor ons wordt geopend. Er hangen, zoals op veel plaatsen die met watersport hebben temaken, veel vlaggen aan het plafond met als eerste de Nederlandse vlag.

de tekeningen zijn redelijk zichtbaar

duidelijk afbeeldingen van mensen

Motor/zeilend naar Rodney baai

Het valt nietmee onder een eiland te zeilen: veel draaiende winden door de bergen, ook sterk wisselend van sterkte. De eerste helft moet regelmatig de motor erbij, later kunnen we naar de Rodney baai zeilen. Daar is het rustig, we tellen zo'n zestig boten. We ankeren snel om voor vieren bij de customs te zijn ivm anders te betalen overtime. Het lukt. Dan naar het fort op Pigeon Island om daar de zonsondergang mee te maken.

deskundig slopen van een kokosnoot

uitzicht vanaf Pigeon Island

elke dag een schitterende ondergaande zon

vrijdag 16 mei

Rodney baai-St. Anne

Na een korte ronde over het luxe marinaterrein laten we nog een zware bui overkomen, voor we vertrekken voor delaatsteetappe naar St. Anne, Martinique (23 mijl). De windrichting en -kracht zijn redelijk gunstig, golfhoogte minimaal. Met de westelijke dwarsstroom van1,5-2 knopen kunnen we toch op St. Anne blijven koersen, een luxe! De regen laten we achter op St. Lucia.

St. Anne

De eerste bekende boot die we zien liggen is de Zwitserse "Reine Margareta" van Bernard, Margit en zoon Louis die in januari vaak meededen met de yoga op het strand. Het dorp in na eerst even Marie-Gé te hebben dag gezegd. 's Avonds diner bij Rendez-Vous waar voor op het plein twee muzikanten op jambee en bamboestok spelen. Prima sfeer, prima bediening en prima eten. We besluiten met een coupe Rendez-Vous met vieux rum, veel ijs en slagroom!

zaterdag 17 mei

Laatste dag: Le Marin

De dag begint met veel regen. De autoverhuurders in St. Anne zijn steeds in gesprek of helemaal niet te bereiken. Uiteindelijk lukt het eentje te vinden in Le Marin. We gaan anker op omdat met een overladen rubberboot tegen dewind in het een heel eind is en je zelden droog overkomt. Trouwens, de donkergrijze wolken beloven niet veel goeds. We nemen de ondiepe route langs Club Med en zonder het rif te raken komen we er over heen.

Roland op zoek naar de autoverhuurder, Joke naar de douane om in te klaren en Liesbeth en ik naar de Mango Bar om te internetten onder het genot van een cappucino.

Alles lukt en we nemen afscheid. Zij gaan een dagje eiland verkennen voor ze naar het vliegveld gaan, wij terug naar de Zeevonk. We hebben er 280 mijl opzitten, 7 eilanden bezocht.

hier kom je voor naar de Carieb!

 


volgend verslag

index

top

laatste wijziging: 5-jun-09